Tag: woordenboek

26 februari 2020, Leeuwarden: J.H. Halbertsma’s Fries-Latijnse Lexicon Frisicum (1872) vertaald

Door Anne Dykstra

Joost Hiddes Halbertsma (1789-1869) schreef het Lexicon Frisicum uitdrukkelijk niet voor de Friese bevolking. Toch wordt hij gezien als de founding father van de lexicografie van het moderne Fries. Daar valt wat voor te zeggen, want zijn postuum uitgegeven Lexicon Frisicum (1872) heeft uiteindelijk geleid tot het wetenschappelijke Wurdboek fan de Fryske taal (1984- 2011) van de Fryske Akademy, en daarmee tot allerlei andere woordenboeken die bij de Fryske Akademy zijn verschenen. 

Lees verder >>

De witte wijn leppende elite

Door Roland de Bonth

Een paar weken geleden brak Nicoline van der Sijs op Neerlandistiek een lans voor de historische taalkunde, die bestudeert hoe het moderne Nederlands is ontstaan uit oudere taalfasen (lees haar pleidooi hier). Wie kennis heeft van de historische taalkunde kan volgens haar met een relativerende en kritische blik naar taalregels kijken. Daarnaast geeft bestudering van de oorsprong en geschiedenis van woorden – de etymologie – inzicht in culturele en maatschappelijke veranderingen: de taal vormt een spiegel van de cultuur.

Dat wij tegenwoordig in het Nederlands veel woorden uit het Engels overnemen, bewijst dat deze taal een sterke invloed heeft. In het voortgezet onderwijs behoort Engels – naast wiskunde en Nederlands – tot de kernvakken. Bovendien is het de enige moderne vreemde taal die voor alle middelbare scholieren verplicht is. Bij een fiks aantal masteropleidingen aan Nederlandse universiteiten is het de voertaal. En wie mee wil tellen in de wetenschappelijke wereld, moet het Engels in woord en geschrift beheersen. Lees verder >>

Het Vlaardings is de moeite van het vastleggen waard

Onderstaande tekst is het voorwoord van het nieuwe Vlaardings woordenboek van Stephen de Vos. We plaatsen het hier met toestemming van de auteur als voorpublicatie.

Door Cor van Bree

Mooi dat er nu ook een woordenboek van het Vlaardings is! Hoe zou ik anders kunnen reageren: het is de tongval waarin ik zelf opgegroeid moet zijn. Rond mijn twaalfde moet ik op de standaardtaal overgestapt zijn. In 1945, na een jaar op de hbs gezeten te hebben, kwam ik op een tribune naast een jongen uit mijn vroegere klas van de lagere school te zitten. Hijzelf was naar de Ambachtsschool gegaan. Hij maakte een denigrerende opmerking over mijn “nette” manier van spreken. Die manier van spreken moet ik dus in mijn eerste hbs-jaar veranderd hebben. Wat zou ik “afgeleerd” kunnen hebben? Sprak ik van huis uit de ei/ij met een aai-klank uit? Zette ik achter de eerste persoon een -t: ik gaat, hoewel ik van de meester leerde: “ik lust geen t(h)ee”? Vervoegde ik niet alleen het werkwoord maar ook het voegwoord: en nou hope-me maar datte-me…? En gebruikte ik <terwijl> terwijl het <onderwijl> of <intussen> moest zijn? Zeker zal ik net als mijn moeder <dorpel> gezegd hebben en niet het meer algemene <drempel>. Lees verder >>

22 februari 2018: presentatie digitaal woordenboek Jiddisch-Nederlands

Justus van de Kamp. Foto: Mark Kohn

Stichting Jiddische Lexicografie Amsterdam en Stichting Jiddisj nodigen u uit voor de feestelijke presentatie van het nieuwe

Digitale woordenboek Jiddisch-Nederlands (JNW)

donderdag 22 februari 2018, 15.00 – 18.30 uur

Dit grootste Jiddische woordenboek ter wereld, waaraan gewerkt wordt sinds eind jaren ’80, heeft inmiddels een omvang bereikt van circa 80.000 trefwoorden. Het woordenboek, te vinden op www.JiddischWoordenboek.nl, is gratis te raadplegen. Lees verder >>

Toponymisch woordenboek van Oost- en Zeeuws-Vlaanderen online

Het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) publiceerde recent een toponymisch woordenboek van Oost- en Zeeuws-Vlaanderen op het internet.

Het gaat om een online publicatie van honderdduizenden (!) steekkaarten met informatie over historische plaatsnamen. In een volgende fase wordt die collectie aangevuld met nog meer Oost-Vlaamse toponymen en  met plaatsnamen uit Zeeuws-Vlaanderen.

De publicatie kwam tot stand na een vruchtbare samenwerking met de Provincie Oost-Vlaanderen. Ze is de bekroning van het jarenlange, grondige onderzoekswerk van Luc Van Durme, erelid van de KANTL, en de bibliotheekmedewerkers van de provincie Oost-Vlaanderen. Door de publicatie wordt het onvoltooid gebleven maar erg belangrijke werk van de legendarische taal- en naamkundige Maurits Gijsseling alsnog tot een goed einde gebracht.

De publicatie van het toponymisch woordenboek past in de opdracht van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) om grote collecties taalkundige bronnen te verzamelen, te bewaren en (digitaal) te publiceren. De KANTL verzamelt die bronnen via de website digitalebouwstoffen.be, die wordt beheerd door haar onderzoekscentrum, het CTB.

Het Woordenboek van de Brabantse Dialecten: elektronisch

In 1967 verscheen de Voorlopige Inleiding op het Woordenboek van de Brabantse Dialecten, van de hand van Toon Weijnen en Jan van Bakel. Ongeveer tien jaar daarvoor had Weijnen het initiatief genomen tot dit ambitieuze woordenboekproject. Het werd uiteindelijk in 2005 afgerond. Weijnen en Van Bakel waren dat jaar present bij de feestelijke afronding van het project. Vorig jaar, maar liefst een halve eeuw na 1967, zijn alle dialectgegevens van het woordenboek digitaal beschikbaar gekomen op een nieuwe website.

Het Woordenboek van de Brabantse Dialecten (WBD) bestaat uit 31 afleveringen, de Voorlopige inleiding en nog een inleiding op deel III die vergezeld gaat van een klankleer. Met 33 boeken is het een hele boekenplank vol. Twintig verschillende redacteuren hebben tussen 1967 en 2005 de afleveringen samengesteld en vijf hoogleraren leidden het project, achtereenvolgens Weijnen, Toon Hagen en Roeland van Hout aan de universiteit in Nijmegen en vanaf 1995 Willy van Langendock en Luk Draye aan de KU Leuven. Het woordenboek bestrijkt een gebied van de Maas tot aan de taalgrens: de provincies Noord-Brabant, Antwerpen en Vlaams-Brabant en het hoofdstedelijk gewest Brussel. Lees verder >>

7 oktober verschijnt: Ton der Boon, De taal der liefde. Literair woordenboek van seks en erotiek

Persbericht Van Dale

Liefde en seks – er is in onze taal geen ander onderwerp waar zó veel woorden en uitdrukkingen over gaan. In De taal der liefde verzamelde Ton den Boon allerlei erotische woorden, verlucht met kaderteksten en citaten van meer dan 400 mannelijke en vrouwelijke schrijvers uit de Nederlandse en Vlaamse literatuur – van 1945 tot nu, van canon tot cult.

Voor de liefhebbers van het oeuvre van o.a. Gerard Reve, Jan Cremer, A.F.Th. van der Heijden, Dimitri Verhulst, Arnon Grunberg, Jan Wolkers, Remco Campert, Herman Brusselmans, Tom Lanoye, Saskia Noort, Heleen van Royen, Kristien Hemmerechts, Hafid Bouazza, Martin Bril, Loes den Hollander, Kees van Kooten, Ronald Giphart – en van de daad uiteraard!

Alvast een opwarmertje? Bekijk hier het voorproefje in bladerbare pdf. Lees verder >>

In de klas: woordenschat – lexicon – vocabulaire

Door Roland de Bonth

De mobiele telefoon is een zegen voor leerlingen die de betekenis van een woord niet kennen. Je gaat – bijvoorbeeld – naar www.vandale.nl, typt boven aan de pagina het onbekende woord in en geeft vervolgens de zoekopdracht. In een oogwenk verschijnt de betekenis van het woord op het scherm van je mobieltje.

Helaas is deze manier om de betekenis van een woord te achterhalen niet geschikt tijdens het Centraal Schriftelijk Eindexamen, want de mobiele telefoon is daarbij geen toegestaan hulpmiddel. Wel mag een leerling tijdens alle schriftelijke examens woordbetekenissen opzoeken in een eendelig verklarend woordenboek Nederlands of – als de kandidaat een andere taal dan het Nederlands als thuistaal heeft – een woordenboek van Nederlands naar een vreemde taal. Een steeds groter wordend probleem is tegenwoordig dat leerlingen de volgorde van het alfabet niet meer zo goed kennen – dit is immers niet nodig bij online woordenboeken. Het opzoeken van onbekende woorden kost daardoor nodeloos veel tijd, die tijdens een examen beter aan de opgaven zelf besteed had kunnen worden. Wat kunnen leerlingen en leraren hieraan doen? Lees verder >>

Het tij komt te laat!

Door Jan Bethlehem

Onder vergasten als onovergankelijk werkwoord, geeft Van Dale (editie 1898 t/m 2015) het voorbeeld het tij vergast en verklaart dat met: ’het tij komt te laat’.

Vergasten in verbintenis met tij in het tij vergast, lijkt alleen maar in woordenboeken voor te komen, te beginnen met Nicolaes Witsen’s woorden­lijst in zijn Aeloude en hedendaegsche scheeps-bouw en bestier van 1671, p. 493b: ’Het is stil water, ebt noch vloeit’. Elk woordenboek daarna geeft dezelfde betekenis. Wigardus à Winschooten’s Seeman (1681) geeft onder tij: ’het tij vergast beteekend, daar en is geen tij: nu is het stil water.’ A.C. Twent, Zeemans woordenboek (1813) onder (het tij) vergast ’au reversement de la marée – it is near standing or slack water.’ Een uit­zonde­ring lijkt J. van Lennep, die in zijn Zeemans-woordeboek (1856) onder tij meldt: ’het tij vergast (is te gast, er is geen tij)’, en onder vergasten: ’o.w. (veroud.) Veranderen van richting, als een gast die vertrekt. Het tij vergast.’ Van Lennep betrekt enigszins geforceerd en nogal ambivalent de betekenis van gast bij zijn verklaringen, maar met ’veranderen van richting’ doelt hij op de kentering van het tij en daarmee hetzelfde als ’stil water’. Bij het bereiken van het laagwater- of hoogwaterpunt kentert het tij en is er gedurende een korte periode geen of van een uiterst trage getijdestroom sprake. Het tij verwijlt. Men noemt het ook wel ’doodtij’. Lees verder >>

Woordenboek van Overijssel online beschikbaar

In het Woordenboek van Overijssel kunt u de woordenschat van de taal van Overijssel opzoeken. Het bevat woordmateriaal uit ruim 80 grotere en kleinere plaatsen in Overijssel en het aangrenzende Duitse gebied. Het woordenboek is te benaderen via onderzoekoverijssel.nl (klik op Taaldatabase) of via detaalvanoverijssel.nl (via het rode tabblad).

Taaldatabase in de steigers
Het elektronische Woordenboek van Overijssel is op dit moment nog niet af. Vaak zult u bij de zoekresultaten de mededeling zien: “Dit item is nog niet goedgekeurd”. Dat wil zeggen dat er nog iets gedaan moet worden aan de spelling van de woorden, of dat de voorbeeldzinnen of toelichtende tekst nog geredigeerd moeten worden. Daar werken we voortdurend aan verder, het is een taaldatabase die nog in de steigers staat. Lees verder >>

Oude betekenissen in nieuwe Van Dale


Er is een nieuwe Van Dale, en dat zullen we weten. Bij de royale aandacht voor de zojuist verschenen 15e editie van Van Dale gaat het vooral over vernieuwingen. Er zijn nieuwe woorden opgenomen (dodebomenmedia, factchecken) en oude geschrapt (schrijfjeukte, hongerbloempje). En er is veel publiciteit over de onlineversie, waarin gebruikers zelf dingen kunnen toevoegen, de zogenaamde ‘Van Dale Wiki’. Op beide is wel wat aan te merken, zo is bijvoorbeeld hongerbloempje met 2900 hits op Google geschrapt, maar pijpenstrootjemoederkorenmet 648 gehandhaafd. De onlineversie is veel te duur: de gedrukte versie, waar je tien jaar mee doet, is in de eerste aanbieding € 149.- (daarna € 179.- ), 10 jaar de onlineversie kost je 10 x € 75.-

Maar het belangrijkste: je leest weinig over de kerntaak van een woordenboek: de betekenisdefinitie van woorden. In Onze Taal (2015:10, p. 266)  vertelt hoofdredacteur Den Boon, dat ‘ouderwetse betekenisomschrijvingen’ soms zijn aangepakt, met als voorbeeld dat definities waarin het woord inzonderheid voorkwam inmiddels zijn gewijzigd. Voorbeeld absentielijst ‘lijst waarop de absenten (inz. absente leerlingen) aangetekend worden’. Dat is nu geworden ‘lijst waarop de absenten (m.n. absente leerlingen) aangetekend worden’. (Ik kwam inz.overigens in totaal maar 8 keer tegen in Van Dale14). Een hele modernisering.

Lees verder >>

De Dikke Van Dale als dichtbundel

Door Marc van Oostendorp


Dat de Nederlandse hoofdredacteur van Van Dale, Ton den Boon, een verwoed lezer is, weten we. Hij schreef eerder over onder ander Kloos, Nijhoff en Lucebert. Dat laat zijn sporen na in de Grote Van Dale (de uitgever zegt tegenwoordig Dikke Van Dale, maar vroeger mocht je dat nooit zeggen van diezelfde uitgever, en nu zit ik aan dat Grote vast, sorry), want bij allerlei trefwoorden worden van oudsher citaten gegeven uit literair werk die het gebruik van het woord op de een of andere manier toelichten.

We kunnen de komende week nog gratis in de nieuwe online editie van de Dikke zoeken, en dat gaan we doen ook! Bijvoorbeeld voor het volgende leuke spel: wie is de belangrijkste auteur volgens Van Dale? Dat zijn niet Vondel en Hooft, al meldt het woordenboek in het lemma klassiek dat zij ‘onze voornaamste klassieken’ zijn: van de eerste worden 10 citaten gebruikt (‘de wereld is een schouwtoneel’) en van de tweede eigenlijk maar één (‘gekast naar de kunst’).

Ook Multatuli (18 citaten,’’t Is on­bil­lijk van een cir­kel, den hoek te ver­wij­ten dat-ie scherp is’) of Bilderdijk (9, ‘Ba­ta­ven, kent uw spraak en heel haar over­vloed’) halen het niet, net zo min trouwens als al te moderne dichters.
Lees verder >>

Nieuw woordenboekconcept: Linguee lanceert app voor iPhone en iPad

Keulen, Duitsland, 17/09/2015 – Enthralling and multifarious. Voor iedereen die nu een woordenboek nodig heeft, is er vanaf vandaag voor iPhone en iPad de gratis woordenboekapp Linguee. Voor het eerst kan je daarmee door meer dan twee miljoen begrippen zoeken, ook offline en zonder reclame.

Decennialang hebben woordenboeken vooral veel informatie op weinig ruimte geplaatst, omdat papier geld kost en veel weegt. Linguee slaat een volledig andere weg in.
Met de hulp van 400 lexicografen is een compleet nieuw woordenboek speciaal voor smartphones ontwikkeld. De nieuwe app bevat enerzijds meer vertalingen dan andere woordenboeken, anderzijds is het ook zeer overzichtelijk. Dat wordt mogelijk gemaakt door een uitermate interactieve interface. De invoer van slechts enkele letters volstaat om vertalingen te vinden. Een aanraking met je vinger is genoeg om voorbeeldzinnen voor woorden te openen of om de uitspraak van begrippen te horen.

Lancering elektronische Woordenbank van de Nederlandse Dialecten (eWND)


Het Meertens Instituut lanceert op 16 juni een nieuwe databank: de elektronische Woordenbank van de Nederlandse Dialecten (eWND) (http://www.meertens.knaw.nl/ewnd). Het doel van de eWND is om zoveel mogelijk dialectwoordenboeken digitaal beschikbaar en doorzoekbaar te maken.
De eWND bevat een alsmaar groeiend aantal oude en modernere Nederlandse dialectwoordenboeken. Alle bestaande woordenboeken zijn aan elkaar gekoppeld via de Standaardnederlandse vorm. Zo zijn aan de Deventer dialectwoorden ‘achterwark’, ‘agósî’ en ‘tnegentig’ de vernederlandsingen ‘achterwerk’, ‘negotie, (handel)’ en ‘negentig’ toegevoegd. Op deze manier kunnen gebruikers van de eWND alle dialectopgaven van een bepaalde Standaardnederlandse vorm tegelijkertijd vinden, zonder dat ze de afzonderlijke dialectvormen hoeven te kennen. Door deze koppeling krijgt men gemakkelijk zicht op de verbreiding van dialectwoorden, -klanken, -vervoegingen en -verbuigingen (zoals meervoudsvormen en verkleinvormen) over het Nederlandse taalgebied. Via de eWND kan men het taalgebruik uit verschillende regio’s met elkaar vergelijken en doordat de woordenbank zowel oude als jonge dialectwoordenboeken bevat, komen veranderingen aan het licht die dialecten in de loop van de tijd hebben doorgemaakt.

Lees verder >>

Nieuwe uitgave Handwoordeboek van die Afrikaanse Taal

Door Jana Luther, Fred Pheiffer, Rufus H. Gouws

Gedurende die eerste halfeeu van sy bestaan in Suid-Afrika is die Handwoordeboek van die Afrikaanse Taal as gesaghebbende naslaanbron gevestig. Vir menige Afrikaanstalige is die HAT vandag ’n huishoudelike naam. Die eerste uitgawe van die woordeboek het in 1965 verskyn, saamgestel deur P.C. Schoonees, C.J. Swanepoel, S.J. du Toit en C.M. Booysen. Van die tweede uitgawe (1979) en derde uitgawe (1993) was François F. Odendal, professor in Afrikaanse en Nederlandse taalkunde aan die destydse Randse Afrikaanse Universiteit, later afgetree, die hoofredakteur. Vir die werk aan die vierde uitgawe (2000) sluit Rufus H. Gouws, professor in Afrikaanse taalkunde in die Departement Afrikaans en Nederlands aan die Universiteit van Stellenbosch, hom by Odendal aan. Saam versorg dié twee redakteurs ook die vyfde uitgawe (2005).

Ná 2005 bly prof. Gouws as konsult- en nasienredakteur by die HAT betrokke. In 2007 stel die uitgewer, Pearson Suid-Afrika, die HAT se eerste voltydse uitgewersredakteur, die leksikograaf Jana Luther, aan. In 2012 kom nog ’n voltydse leksikograaf, Fred Pheiffer, by. Saam pak dié triumviraat ’n omvattende herbewerking en uitbreiding van die HAT aan. Die resultaat – die grootste hersiening sedert die verskyning van die derde uitgawe in 1993 – is hierdie woordeboek, waarvan die verskyning in 2015 saamval met die herdenking van die HAT se vyftigjarige bestaan. In die geskiedenis van die HAT en van die Sisifusarbeid van sy makers is die sesde uitgawe ’n belangrike mylpaal.

Lees verder >>

Een woordenboek uit 1672


Ingezonden mededeling door Gerrit van Oord
Op donderdagmiddag 20 februari 2015 om 17.30 uur wordt op het Koninklijk Nederlands Instituut te Rome de heruitgave van het eerste Italiaans-Nederlandse woordenboek gepresenteerd. De editie werd bezorgd door Vincenzo Lo Cascio.
Het programma is als volgt. Na de begroeting door Francesco Azzarello (De Italiaanse Ambassadeur in Nederland) komen de volgende sprekers aan het woord:
Tullio De Mauro (La Sapienza Università di Roma, Accademia dei Lincei)
Harald Hendrix (Koninklijk Nederlands Instituut te Rome)
Raffaele Simone (Università degli Studi Roma Tre)
Slotwoord door Vincenzo Lo Cascio (Universiteit van Amsterdam)
De voertaal is Italiaans.
Mocht u in de buurt zijn en de bijeenkomst willen bijwonen, dan graag een berichtje naar: info@knir.it

Italiaanstalig Holland in de 17e eeuw

Door Marc van Oostendorp

Lodewijk Meyer (1629-1681) was taalgeleerde in een tijd dat het vak ertoe deed. Geïnspireerd door revolutionaire nieuwe ideeën van Spinoza en Descartes werd hij een vertegenwoordiger van wat de ‘radicale Verlichting’ genoemd wordt, een groep Europese intellectuelen die kritisch stonden tegenover het geloof en hun hoop hadden gesteld op de wetenschap. Door na te denken zou de mens de wereld kunnen verbeteren.

De taal was in het Verlichtingsstreven een instrument: mensen als Meyer gaven woordenlijsten uit waarin Nederlandse woorden opnieuw, en beter, en duidelijker werden gedefinieerd. Met een helderder taal zou je ook helderder kunnen denken.

De taal was daarnaast ook een onderwerp van onderzoek. Iedere taal was een uitdrukking van de universele logische denkkracht van de mens, dus door haar te bestuderen kon je iets over de natuurlijke logica leren. Tegelijk viel natuurlijk niet te ontkennen dat talen van elkaar verschilden; de vraag was hoe dat dan kwam. (Het antwoord was dat ieder volk nu eenmaal zijn eigen modes en fratsen had.)

Lees verder >>

’t Mestreechts is online


Door Leonie Cornips

Onlangs is in het Theater aan het Vrijthof de website gelanceerd van de Dictionair vaan de Mestreechter Taolin aanwezigheid van zo’n negenhonderd belangstellenden. De Maastrichtenaar Roger Weijenberg heeft deze website ingericht en visueel vormgegeven. De naam Dictionairis veel te bescheiden want wat er op deze site te zien valt, is veelomvattender dan een woordenboek doet vermoeden. De website herbergt een dynamische databank van het Maastrichts met diverse taalkundige onderdelen: grammatica, fonologie naast spelling en uitspraak. Zo krijgt een bezoeker allerlei informatie over vormeigenschappen van een zelfstandig naamwoord. Als ik in het Nederlands het woord ‘huis’ intik, krijg ik onmiddellijk te zien dat ‘huis’ in het Maastrichts ‘hoes’ is (naast ‘brak’ en ‘pand’) en hoe ik het moet uitspreken. Ik leer ook dat ‘hoes’ als meervoud de vormen ‘hoezer’ en ‘hoeze’ heeft en als verkleinvorm ‘huiske’. Informatie over de zinsbouw (syntaxis) is er ook. ‘Hoes’ neemt als bepaald lidwoord ‘’t’ (’t hoes), als onbepaald  e/’n’ (‘e hoes of ‘n hoes) en het betrekkelijk voornaamwoord ‘wat’ dat in het Nederlands ‘dat’ is: ‘’t Hoes wat ze höbbe gekoch ligk in Mestreech’. Bovendien vertelt de website mij dat de etymologie van het woord ‘hoes’ blijkend uit de oudste bronnen uit het jaar 893 (verzameld door taalkundige Flor Aarts) ‘hus’ is. Handig voor Sinterklaas is dat hij in het Maastrichts kan rijmen: ‘hoes’ rijmt volgens de website op loes, moes en thoes. 

Lees verder >>

Over de zin van een papieren woordenboek

(door Miet Ooms)

Hoera, Van Dale is 150 jaar! Het woordenboek dus, Den Dikke, de twee-, nee drie-, nee vierdelige intussen! Toch als je de cd-rom meetelt. En dat vieren we! Met een boek (uiteraard), met een voorstelling en…. met een nieuwe editie! Jawel, op papier. Een ‘dodebomenmedium’, zoals hoofdredacteur Ton den Boon het zo plastisch uitdrukte. Dat lokte al gemengde reacties uit: is het nog wel van deze tijd om zo’n naslagwerk in een papieren versie uit te brengen? Je kan tegenwoordig toch alles online opzoeken? Dat geldt zelfs voor Van Dale: gratis in het handwoordenboek, via een betalend abonnement in Den Dikke. Lekker praktisch: je hoeft niet meer met zo’n zwaar ding te slepen, dat frustrerende geblader tot je aan het juiste lettertje zit is verleden tijd, en je hoeft niet eens vooraf te weten wat de correcte spelling is. Handig, toch?
Lees verder >>

Verschenen: Woordenboek van de Vlaamse Dialecten, 28e aflevering

Onlangs is de 28ste aflevering verschenen van “Het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten”, d.i. het dialectlexicografische project dat al sinds 1972 loopt aan de afdeling Nederlandse Taalkunde van de Universiteit Gent en waarin de traditionele dialectwoordenschat beschreven wordt van het gebied West-, Oost-, Zeeuws- en Frans-Vlaanderen. De nieuwe woordenboekaflevering “Gewassen algemeen: teelt en oogst” sluit inhoudelijk aan bij de rubriek Landbouwwoordenschat. Het boek geeft een overzicht van de dialectwoorden die gebruikt worden om allerlei zaken en handelingen te benoemen i.v.m. de teelt en de oogst van landbouwgewassen in het algemeen, zoals graan-, voeder-, nijverheids- en andere gewassen. Concreet worden begrippen behandeld als zaaien en planten, de delen van de plant, de groeistadia en de wijzen van groeien, onkruid- en ongediertebestrijding en het oogsten en verwerken van de gewassen. Zo kom je onder meer te weten wie of wat een korenpetie is, een vrome, een weeuweboer en een opgaander of wat gewassen doen als ze overlopen, verzangelen of beunigen.

“Gewassen algemeen: teelt en oogst” is samengesteld door Roxane Vandenberghe, Magda Devos en Jacques Van Keymeulen; het telt 278 pagina’s, bevat een 60-tal woordkaarten en is geïllustreerd met een 40-tal afbeeldingen. Het boek is uitgegeven bij Academia Press en kost 24 euro.

Bestellen kan via de website: http://www.academiapress.be of door te mailen naar roxane.vandenberghe@ugent.be.

Deel XIV van die Woordeboek van die Afrikaanse Taal – nog ʼn veertjie in Afrikaans se veelkantige hoed

Deur W.F. Botha en Wannie Carstens

Deel XIV van die Woordeboek van die Afrikaanse Taal is op 18 Oktober 2013 in Stellenbosch, Suid-Afrika bekendgestel en aan proff. Adam Small, Hennie Aucamp en TT Cloete oorhandig.  Al drie skrywers het ’n besondere verbintenis met die WAT. 

Die WAT is ‘n omvatttende verklarende sinchroniese Afrikaanse woordeboek, ooreenstemmend aan die bekende Woordeboek der Nederlandse Taal (WNT). Die verskyning van ‘n nuwe deel van die WAT is ‘n gebeurtenis van groot belang vir Afrikaans.  Daarmee word telkens nog ‘n gedeelte van die Afrikaanse woordeskat in sy wydste omvang vasgelê. Nie net die standaardvariëteit van Afrikaans nie, maar ook die ander variëteite soos Kaaps en Namakwalands kom tereg in die WAT.  Daarbenewens vind ook Afrikaans se kleurvolle streektaal, geselstaal en skat van uitdrukkings ‘n tuiste in die WAT.

Marina Marina Marina

door Miet Ooms

Vorige week kwam in België ‘Marina’ uit, de verfilming van de jeugdjaren van Rocco Granata, de zanger van onder meer de wereldhit ‘Marina’. Over de film kan ik niet meer vertellen dan dat ik hem absoluut wil zien, en dat de kritieken unaniem lovend zijn. Maar in de slipstream van de film ontstond vorige week een taalrelletje, rond de naam en het woord Marina/marina. Er doken immers enkele Marina’s op (vrouwen die Marina heten, dus) die het niet leuk vinden dat hun naam in Van Dale de betekenis ‘ordinair meisje’ meekrijgt. Aangezien zij zichzelf niet als ordinaire meisjes beschouwen, eisen ze dan ook dat het woord uit Van Dale wordt geschrapt. Het leverde vorige week woensdag in het Eén-programma Volt een pittige discussie op (die je hier kan bekijken) tussen twee Marina’s (mèt hoofdletter) en Ruud Hendrickx, hoofdredacteur van de gewraakte Van Dale.

Wat uit deze discussie heel duidelijk naar voor komt, is het misverstand dat blijkbaar nog steeds aan het woordenboek Van Dale kleeft, en dat is dat een woord zijn bestaansrecht haalt uit het feit dat het in het woordenboek staat.
Lees verder >>