Tag: woorden

Orde van de Knalgaslamp (2)

Door Bas Jongenelen

Vorige week deed ik een oproep om de zeer beperkte lijst van knalgaslampwoorden aan te vullen. Een woord in de Orde van de Knalgaslamp (deze orde is geïnstalleerd door Lea Theunissen) is een samenstelling van drie eenlettergrepige zelfstandige naamwoorden die alle drie dezelfde klinker gemeen hebben. Bijvoorbeeld knalgaslamp, inktvisring en dakpanklas. Het is leuk om dit soort woorden te verzinnen (deurkleurzeur, drolkophond, draadplaatvlaai), maar om opgenomen te worden in de Orde van de Knalgaslamp moet je als woord bestaan zonder dat je wist dan je een knalgaslampwoord was. Woorden die speciaal voor de Orde verzonnen zijn, vallen af. Helaas dus voor de gangbangslang (het sociolect dat gesproken wordt als een groep mannen seksuele handelingen verricht met één vrouw). Maar niet getreurd, want er zijn op dit moment 61 woorden die voldoen aan de eisen. Van ieder woord op de lijst is nagegaan of er een bron van is. Dit zijn ze:

Lees verder >>

Orde van de Knalgaslamp

Foto: Lea Theunissen

Door Bas Jongenelen

Enkele jaren geleden zag Lea Theunissen (kunstenaar-dichter) voor het eerst een knalgaslamp in Teylers museum te Haarlem. Ze vond het – zeer terecht – een mooi woord en ze besloot de Orde van de Knalgaslamp op te richten. Woorden die toegelaten worden tot deze orde zijn samenstellingen van drie eenlettergrepige woorden die dezelfde klinker gemeen hebben. Het tweede woord in deze orde was snel gevonden: inktvisring. Daarna kwamen dakpanklas, veldwerkslet en Topdroprol.

Woorden als paashaaswraak en bromsnorhoofd zijn uitgesloten van lidmaatschap. ‘Paas’ is immers geen zelfstandig naamwoord. Bij bromsnorhoofd gaat het om de klinker o. De verdubbeling van de klinker is niet toegestaan. Bromsnorkop zou wel mogen. Maar dan komen we in de categorie ‘zelfverzonnen’ en de zelfverzonnen woorden zijn minder spannend. De mooiste knalgaslamp-woorden zijn immers die woorden die gespot zijn in het wild.

Ik weet zeker dat ik ooit (35 jaar geleden) het woord kutbrugsmurf gebruikt heb, maar dat woord is (op dit moment) niet op internet te vinden. En wat te denken van de tochtrolhond? Een tochtrol leg je bij de deur om de tocht tegen te gaan. Een tochtrol in de vorm van een hond is een tochtrolhond – helaas niet als één woord terug te vinden. Wel als twee woorden: ‘tochtrol hond’, maar dat telt niet.

De Orde van de Knalgaslamp heeft dringend nieuwe leden nodig. Uiteraard kunnen we die zelf verzinnen (worstkopdrol, luchtbrugslurf, gangbangslang, pinkliftfit), maar de betere woorden zijn gebruikt door iemand die niet op zoek was naar een knalgaslamp-woord. Heeft u ooit een ontmoeting gehad met zo’n woord? Laat het dan weten in de panelen hieronder.

Ilja Leonard Pfeijffer als bouwer van onze woordenschat

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (16)

Door Marc van Oostendorp

Er is in de taalwetenschap al lang discussie over de vraag of woorden wel bestaan.

Ja, mensen schrijven soms spaties, maar correspondeert dat wel met iets reëels in de taal? Met ‘reëel’ bedoelen taalkundigen dan: iets dat van nature in talen is gegroeid en niet het gevolg is van een of andere technologische beslissing. Iets dat bijvoorbeeld op een natuurlijke manier als eenheid in ons hoofd wordt opgeslagen. Kennen analfabeten woorden? Kinderen die hun moedertaal aan het leren zijn? Gebeurt er in onze hersenen iets aantoonbaars bijzonders als we een woord herkennen tijdens het luisteren?

Er zijn redenen genoeg om te twijfelen of woorden wel zo bijzonder zijn. Je zou bijvoorbeeld kunnen stellen dat een verschil tussen woorden en woordgroepen is dat bij woorden de relatie tussen vorm en betekenis volkomen willekeurig is. Dat boom ‘boom’ betekent, volgt niet uit de betekenis van bo en m, want die hebben geen betekenis (oom heeft wel betekenis, maar dat heeft niets met die van boom te maken). De betekenis van de woordgroep ‘die mooie boom’ is niet op dezelfde manier willekeurig: je kunt hem uitrekenen als je de betekenis van die, mooi en boom kent. Die betekenis is ‘compositioneel’, heet dat. Lees verder >>

Inzicht in het mentale lexicon

Door Nicoline van der Sijs

Afgelopen week heeft een groep Nederlandse en Vlaamse taalkundigen, letterkundigen, historici, psycholinguïsten en taaltechnologen zich tijdens een inspirerende workshop op het Leidse Lorentz Center gebogen over de vraag hoe we door interdisciplinaire samenwerking meer inzicht kunnen krijgen in het mentale lexicon.

Uitgangspunt van de discussie was dat de woordenschat zowel een psychologische als een sociaal-historische dimensie heeft: enerzijds wordt de woordenschat immers via eerstetaalverwerving doorgegeven en ontwikkelt hij zich in het hoofd van de taalgebruiker, anderzijds is hij het gevolg van historische ontwikkelingen waarbij o.a. externe factoren als tweedetaalverwerving een rol spelen. Dit levert een aantal interessante vragen op, zoals: Wat is de interactie tussen de psychologische en sociaal-historische dimensie? Welke lexicale elementen zijn stabiel in verschillende talen en dialecten, of door de tijd heen, en welke zijn onderhevig aan verandering? Welke factoren bepalen dat? In hoeverre weerspiegelen semantische indelingen in (geleerde) traditionele woordenboeken een psychologische realiteit? Lees verder >>

7 april 2017: Kiliaanlezing

De Kiliaanstichting nodigt u uit tot het bijwonen van de Kiliaanlezing 2017:

MaartenJan Hoekstra
(TU Delft)
Ontwerpen aan de stad in woorden

De lezing wordt gevolgd door een borrel. Gelieve zich op te geven bij: Nicoline van der Sijs (post@nicolinevdsijs.nl)

Tijd:        Vrijdag 7 april 2017 16.00 uur
Plaats:      Meertens Instituut (k. 2.18)
Oudezijds Achterburgwal 185
1012 DK Amsterdam

Lees verder >>

Taalbank.nl vernieuwd

Al tien jaar lang wordt op www.taalbank.nl (vrijwel) dagelijks het Woord van de Dag geanalyseerd en besproken. Het was dan ook tijd om deze website grondig te herzien, de beveiliging aan te passen en de  profilering te herzien. Dat hebben we deze zomer gedaan. Het resultaat is de afgelopen maanden getest en staat nu alweer iets meer dan een maand online: een compleet vernieuwde site met inmiddels ruim 600 artikelen over woorden, uitdrukkingen en taaltrends – kortom, over taalverandering. Maar dit is nog maar het begin. Lees verder >>

De allochtoon en de macht van taal

Door Marc van Oostendorp

Image-1Als de nu opgeflakkerde discussie over allochtoon en autochtoon ons iets leert, dan is het wat de macht is van taal.

Vrijwel iedereen die er iets over zei, en in ieder geval iedereen die er met enig verstand van zaken over sprak – Sterre Leufkens bijvoorbeeld, of MaartenJan Hoekstra –al snel begon over de eeuwige cyclus van het eufemisme. Een term (gastarbeider) raakt beladen en wordt vervangen door iets neutralers (nieuwkomer). Dat gaat een tijdje goed, tot die term zelf ook weer beladen raakt.

In die context kun je allochtoon misschien ook zien, alhoewel de schrijvers daar weinig bewijs voor aandragen. Is er inderdaad veel sprake van dat mensen elkaar op straat uitschelden voor allochtoon? Maar hoe dan ook gaat het voorbij aan een veel interessantere vraag. Lees verder >>

De tien keer honderd vaakst gebruikte woorden van de taal

Door Marc van Oostendorp

Wie alleen 'aangenaam' kan zeggen, komt al een heel eind.Wat woorden in de krant NRC Handelsblad van dit weekend zeggen helaas veel over hoe boeken nu worden gemaakt. In het boek Dingenuitlegger, legt Randall Munroe allerlei moeilijke zaken uit: hoe een camera werkt, of het lichaam van een mens. Speciaal daarbij is dat Munroe daarbij alleen de 10 keer 100 vaakst geschreven woorden van zijn taal gebruikt.

De krant schrijft ook over hoe dat van Randalls taal naar de onze is gegaan. “Er was helaas geen tijd om het boek op een zo nerdy mogelijke manier te vertalen,” wordt daar gezegd. “Witteveen is niet begonnen met een lijst van de duizend meest gebruikte Nederlandse woorden en heeft ook niet achteraf gecheckt of hij onder de duizend gebruikte woorden is gebleven. AchterinDingenuitlegger staat een lijst met ‘de woorden die we het meest gebruiken’; dat is de lijst uit de Engelse editie, vertaald. Het zijn er 845. Witteveen vermoedt dat er geen woorden in de lijst staan die niet in het boek staan, en andersom, maar heel precies heeft hij dat niet gecheckt.”

Lees verder >>

Kerst of Kerstmis

door Jan Stroop

Als mijn indruk juist is dan zeggen de meeste katholieken kerstmis, de overige  Nederlanders kerst. Dat zou dan ook geografisch enigszins zichtbaar moeten zijn: meer kerstmis-zeggers in ’t zuiden van Nederland, meer kerst-zeggers in ’t noorden. Maar daarover bestaan geen gegevens. Waar wel gegevens over zijn is de verandering in de verhouding tussen die twee in de loop van de tijd.

Lees verder >>

Hinderrijk

door Jan Stroop
Blijkbaar is ’t aan de aandacht van de lexicofielen ontsnapt, ’t woord waarmee ProRail zijn beleid voor ’t komende jaar typeerde: hinderrijk. ’t Stond in een kop in de Volkskrant van 15 oktober j.l.: “ProRail voorziet ‘hinderrijk’ jaar voor reizigers”. In ’t artikel werd de hinder gespecificeerd: “De ingrijpende werkzaamheden bij het belangrijkste spoorknooppunt van Nederland, Utrecht Centraal, leiden voor de treinreiziger tot een ‘hinderrijk’ 2016. De gevolgen van het werk in Utrecht, in combinatie met dat aan andere trajecten en stations, zijn zo verreikend dat spoorbeheerder ProRail nu al een waarschuwing afgeeft.” ’t Is geen alledaags woord. Waarschijnlijk hebt u ’t nog nooit ergens gelezen en zeker nooit gehoord.

Lees verder >>

Verkiezing Weg met dat woord! 2015

Illustratie: Frank Landsbergen

Welk woord moeten we volgens Nederlanders en Vlamingen achterlaten in 2015 en waarom? Het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) organiseert dit jaar voor de derde keer de verkiezing ‘Weg met dat woord!’


Vorige verkiezingen 

Eind 2014 stemden Vlamingen en Nederlanders het woord ‘oudjes’ weg: denigrerend en negatief volgens de deelnemers. Een pleidooi van hoogleraar Ouderengeneeskunde Andrea Maier in De Wereld Draait Door zorgde ervoor dat dit woord als verliezer uit de bus kwam. Het jaar ervoor werd ‘kids’ weggestemd met als belangrijkste motivering dat het overbodig is en nutteloos hip.

Stemmen

Van 23 tot en met 30 november 2015 kunnen Nederlanders en Vlamingen een week lang woorden nomineren op wegmetdatwoord.nl / wegmetdatwoord.be. Op basis van de inzendingen wordt een shortlist samengesteld waar u vanaf 1 december woorden van kunt ‘wegstemmen’. Op dinsdag 8 december maakt het INL de verliezer bekend.

Nederlandse oues leef voort in Afrikaans

Taal verander. Nederlands verander. Aan die een kant kom daar nuwe woorde by. Aan die ander kant is daar woorde wat geleidelik al hoe minder geskryf word, ál minder gehoor word, totdat hulle stil-stil uit die taal verdwyn en mettertyd vergete raak.

In Het Nieuwe Verdwijnwoordenboek (pas verskyn by Uitgeverij de Weideblik) belig Ton den Boon ’n stuk of duisend van hierdie verdwynende en verdwene woorde van twintigste-eeuse Nederlands. Mooi, interessante woorde soos aantokkeling, besjoechelen, commiesbrood, fielebout, katijverig, en meer.

Vir die deursnee-Afrikaanssprekende sal baie van die woorde in hierdie versameling waarskynlik heeltemal onbekend wees, dink ek toe ek eergister die aantreklike eksemplaar ter (koue) hand neem (in Oktober moet ’n Suid-Afrikaner Nederland nie sonder handskoene aandurf nie!).

Lees verder >>

Hoe vaker iemand laf zegt, hoe populistischer

Door Marc van Oostendorp


Laf is een populistisch woord. Iemand anders zo noemen suggereert dat jij heel moedig bent, en bovendien is het voor de tegenstander moeilijk zich tegen zo’n aantijging te verweren. “Nietes! Ik durf wel heel veel!” Iedere poging tot matiging kan zo makkelijk opzij worden gezet.

Wie “Wilders vindt * laf” intikt op Google vindt vele pagina’s van dingen die de PVV-leider in de loop van zijn carrière laf heeft genoemd: anoniem klagen. Balkenende. Vitesse. Tegelijkertijd is op het hele internet slechts één zaak te vinden die door Alexander Pechtold laf wordt genoemd: Wilders.

Het was in 2009 waarschijnlijk al zo. Wilders had toen getwitterd dat Turkije “een ondemocratisch, bang en laf land” was. De tweet kan ik niet meer vinden, maar Paulien Cornelisse schreef erover in een column en ontrukte het zo aan de vergetelheid.

En zo kunnen we van het gebruik van laf een goede graadmeter maken van het populisme. Hoe vaker iemand laf gebruikt, hoe populistischer. Dat valt gemakkelijk te kwantificeren. Lees verder >>

Web: Dagwoord – een jaar lang aftellen

Het afscheid van Siemon Reker als hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de RUG wordt begeleid met een dagelijkse column over taal, meer in het bijzonder telkens over een woord. Half maart volgend jaar vindt dat afscheid plaats en in de aanloop daar naartoe wil Reker op werkdagen betrekkelijk lukraak een Gronings boek uit de kast pakken en op basis hiervan in een korte tekst de vinger leggen bij één woord daaruit. De column wordt op verzoek gratis per mail toegezonden aan wie zich daarop heeft geabonneerd. www.rug.nl/let/bgtc
De rubriek gaat DAGWOORD heten, de eerste aflevering zal op maandag 2 maart aanstaande verschijnen. Met inachtneming van vakanties e.d. zullen er naar verwachting ruim 200 Dagwoorden verstuurd worden en dagelijks op de website geplaatst van het Bureau Groninger Taal en Cultuur.

Hoe Vlaams mag uw Nederlands zijn?

Door Jan Uyttendaele

De redactie van De Standaard gaf de opdracht aan twee medewerkers van de Taalunie om een lijst samen te stellen van Vlaamse varianten van het Nederlands waarover op de redactie soms onenigheid bestaat. De lijst bevat duizend woorden, gekozen uit de ruim vierduizend die in Van Dale als ‘Belgisch’ worden gemarkeerd, wordt gepubliceerd in boekvorm onder de wat provocerende titel Hoe Vlaams mag uw Nederlands zijn? (die titel verwijst naar de gelijknamige ophefmakende enquête van november 2014) en wordt aangeboden als gratis bijlage bij de krant van het weekend van 7 en 8 februari 2015. 

Dat de redactie van een krant aan haar medewerkers duidelijk wil maken, welke Belgisch-Nederlandse woorden, wendingen en uitdrukkingen ze als standaardtaal beschouwt, is natuurlijk een goede zaak. Op die manier wil ze uiteraard discussies op de redactie voorkomen en de neuzen van alle medewerkers in dezelfde richting zetten. Zo’n interne publicatie van de krant lijkt op zich erg zinvol, maar de vraag is natuurlijk wel welk nut het kan hebben om die lijst ook aan alle lezers te bezorgen. (Ik neem aan dat dit niet alleen gebeurd is om meer kranten te kunnen verkopen!) Het oordeel dat de samenstellers over al die Belgisch-Nederlandse woorden vellen, moet vanzelfsprekend gebaseerd zijn op informatie van officiële instanties: in dit geval taaladvies.net van de Nederlandse Taalunie en taaltelefoon.net van de Vlaamse overheid. De taaladviezen van deze beide instanties zijn voor iedereen gemakkelijk bereikbaar op het internet. Het heeft dan ook op het eerste gezicht weinig zin om ze nog eens in een boekje te zetten, tenzij dat boekje een meerwaarde heeft voor de gebruikers, door de beredeneerde keuze voor een aantal twijfelgevallen bijvoorbeeld of door de extra informatie die erin gegeven wordt voor een bepaald doelpubliek. In deze recensie houd ik me ver van de discussies over de status van het Belgisch-Nederlands en vraag ik me alleen af of het zin heeft om deze publicatie ook voor een ruimer publiek beschikbaar te stellen en wat de waarde ervan kan zijn voor de gewone taalgebruiker.

Lees verder >>

Lucebert (1924-1994): 90 jaar gestolten

Door Marc van Oostendorp


Vandaag zou Lucebert 90 jaar geworden zijn als hij niet tegen zijn 70e gestorven was. Een Facebook-pagina te zijner ere herpubliceerde af en toe een gedicht. Vorige week was dat dit is mogelijk, waarvan de laatste strofe luidt:

hij speelt met de elementen
en de elementen spelen met hem
zijn ogen gestolten tot stem
gaan in vruchten ontgrenzende rond
hij danst en verdwijnt en
zingt totdat wij doorschijnend zijn

Wat betekent gestolten? Lucebert was dol op woorden en bladerde graag in woordenboeken.  Het is daarom mogelijk dat hij het woord  in zo’n woordenboek heeft opgepikt: het staat bijvoorbeeld in het WNT als een ‘jongere vorm naast stollen‘.

Lees verder >>

Het verschil tussen ‘dinsdag’ en ‘op dinsdag’

Door Marc van Oostendorp

Wanneer is het precies dinsdag? Er is, geloof ik, een verschil tussen de volgende zinnen:

  1. Ik ga dinsdag naar de markt.
  2. Ik ga dinsdags naar de markt. (=Ik ga op dinsdag naar de markt.)
  3. Ik ga op een dinsdag naar de markt.

Naar mijn gevoel betekent de eerste zin, met alleen dinsdag, dat er een specifieke dinsdag is (de eerstvolgende) wanneer ik naar de markt ga. De tweede, met dinsdags of op dinsdag betekent: ik ga iedere dinsdag naar de markt, of het is in ieder geval mijn gewoonte om dat de doen. De derde zin, met op een dinsdag, betekent: er is in de toekomst een of andere dinsdag waarop ik naar de markt ga.

Lees verder >>

Heeft het Nederlands te veel woorden?

Door Marc van Oostendorp

Het woord numineus kun je niet zomaar gebruiken: je moet het altijd van een uitgebreide toelichting voorzien. NRC Handelsblad blijkt zich, blijkens de digitale archieven, daar de afgelopen twintig jaar aan te houden: zodra het woord wordt afgedrukt, komt er een heel verhaal bij. “Met het numineuze verwees de Duitse godsdienstfilosoof Rudolf Otto begin van vorige eeuw naar datgene wat ons afschrikt en aantrekt tegelijkertijd, tremendum et fascinosum. Religie ontstaat uit huiver en ontzag,” schreef de krant bijvoorbeeld in 2008.

Soms gaat het mis. Een paar weken geleden had de NRC een interview met Herman Wijffels en Herma van der Weide, en daaruit bestond de toelichting slechts uit één woord: “plots had ik een numineuze [bovennatuurlijke] ervaring”. Prompt verscheen er gisteren een ingezonde brief van iemand die alsnog Rudolf Otto erbij haalde: “dat is echt veel meer dan in dat ene woordje ‘bovennatuurlijk’ wordt aangeduid.”

Wat hebben we aan van die woorden die iedere keer weer moeten worden uitgelegd?
Lees verder >>

Woorden die maar 7 keer voorkomen op Google: doezelboekje

Door Marc van Oostendorp


“Weet je wat ook een fijn woord is?” hoorde ik een vrolijk meisje gisterenavond in de trein vragen. De ander antwoordde kennelijk niet, dus gaf de stem zelf maar antwoord: “Doezelboekje.”

Thuis zocht ik het meteen op. Het blijkt inderdaad wat je noemt een fijn woord. Zo geeft Google zeven treffers. Zeven! Het perfecte aantal: net genoeg om te laten zien dat het echt bestaat, niet zoveel dat iedereen het kent.

Toegegeven, grotendeels zijn die treffers woordenlijsten of komen dze uit digitale kopieën van een artikel in De Standaard waarin staat:

Sla maar eens een willekeurige pagina van een woordenboek open, en je weet niet wat je ziet: doerak, doesgaatje, doesoen, doetebolten, doezelboekje, doezelkrijt…

Lees verder >>

Het menselijk vermogen om overal betekenis aan te geven

Door Marc van Oostendorp

Het is al een beetje juni, want ik heb het juninummer van Onze Taal al gekregen. Het is mijn lievelingsnummer van dit jaar tot nu toe, met onder andere een artikel van Ton den Boon over de taal van de Beatles en een steengoed artikel van Frank J. over de bijzondere betekenis die we onmiddellijk lezen wanneer iemand in een artikel alleen met initialen wordt aangeduid.

Het mooist vond ik een artikel van Bertold van Maris, waarin hij de lof zingt van het bladeren door de DBNL: de ontdekkingen die je kunt doen over de taal van vroeger, de verhalen van vroeger en de stijl van vroeger.

Van Maris doet ook een aardige observatie:

Lees verder >>

10 september 2014: lezingenmiddag ‘woorden in beweging’ in Antwerpen

Woorden in Beweging
150 jaar Van Dale
Woensdag 10 september, Antwerpen

Van Dale bestaat 150 jaar. Om dat te vieren organiseert het INL samen met Van Dale ‘Woorden in Beweging’: een laagdrempelige conferentie met een wetenschappelijk tintje. De middag is gratis toegankelijk en bestaat uit vier lezingen, afgewisseld met gesproken columns en een quiz ( i.s.m. Onze Taal). Kortom, een gevarieerd programma over taalverandering gezien vanuit het Nederlandse woord.

Locatie: Hof van Liere, F. de Tassiszaal, Prinsstraat 13, Antwerpen
Presentatie: Betty Mellaerts
Lees verder >>

Van dag en morgen, brontaal en doeltaal

Door R.J. Offerein
In Neder-L van 28 februari doet Marc van Oostendorp, duidelijk als niet-agrariër, een heldhaftige poging om tot een vertaling te komen van het woord giornata, als oppervlaktemaat voorkomende in een roman van een Italiaaanse schrijver die, zo meldt hij, graag aan het Engels of het dialect ontleende, zelfbedachte en ouderwetse woorden gebruikte.
Hij waagt zich zelfs in zijn zoektocht in de krochten van het Meertens Instituut en komt uiteindelijk met de vertaling ‘morgen’. Zo wordt echter van de dag een dagdeel gemaakt en hij merkt zelf al op dat bij deze vertaling het wel merkwaardig is dat een dag werk in Italië minder is dan een morgen werk in Nederland. Voor een verklaring doet hij geen beroep op een verschil in arbeidsmoraal, maar veronderstelt hij dat het verschil tussen het vlakke land en het bergland dit zou kunnen verklaren. Ik denk dat hier zaken door elkaar worden gehaald.

Lees verder >>