Tag: woordbetekenis

Negatie / ontkenning

Verwarwoordenboek Vervolg (13)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

negatie / ontkenning

De woorden overlappen in betekenis, maar negatie heeft nog andere betekenissen. Lees verder >>

beker / mok

Verwarwoordenboek Vervolg (12)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

beker / mok  

De woorden worden vaak door elkaar gebruikt, maar kenners zien (soms) wel verschillen. Lees verder >>

adoptiekind / pleegkind

Verwarwoordenboek Vervolg (10)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen. Lees verder >>

Buts / bluts

Verwarwoordenboek Vervolg (6)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

bluts / buts

Er is geen verschil in betekenis. 

bluts               deuk, kwetsuur

Moet je kijken, zeker door die enorme hagelbui. Allemaal blutsen in mijn auto!

buts                 deuk, kwetsuur

Wat jammer, die peren. Ik heb ze laten gevallen. Allemaal gebutst.

Lees verder >>

maatschappij / samenleving

Verwarwoordenboek Vervolg (5)

Door Jan Renkema

maatschappij / samenleving

Er is een subtiel verschil in betekenis.

maatschappij            gemeenschap van mensen, met accent op organisatie

Een belangrijk nadeel van de verzorgingsmaatschappij is dat wij minder geneigd zijn om onze familie en buren te helpen.

samenleving              gemeenschap van mensen, met accent op personen

Wij moeten veel meer toe naar een zorgzame samenleving waarin wij als buren en familie elkaar helpen als dat nodig is.

Lees verder >>

kapot / stuk

Verwarwoordenboek Vervolg (4)

Door Jan Renkema

kapot / stuk 

Er is geen of een te subtiel verschil in betekenis. Er is wel verschil in gebruik.

kapot beschadigd, defect, gebroken, afgepeigerd

Is uw autonavigatie kapot of stuk, dan bent u bij ons aan het juiste adres!

stuk beschadigd, defect, gebroken, afgepeigerd

Na zoveel maanden zie ik nu wel in dat ik mezelf langzaam van binnen stuk en kapot heb gemaakt. Lees verder >>

Het zogenaamde ‘hotel’

Door Marc van Oostendorp

hotelWat betekent zogenaamd? Er worden, zegt de Kasselse taalgeleerde Holden Härtl in een nieuw artikel, meestal twee mogelijke betekenissen onderscheiden (eigenlijk heeft hij het over sogenannt, maar ik doe maar even net alsof dat hetzelfde woord is; volgens mij kan dat wel):

  • Een zogenaamde sepsis ontstaat door het verspreiden van bacteriën in het bloed.
  • Het zogenaamde hotel bleek een afgetrapte bende.

Lees verder >>

Mansplaining

Door Marc van Oostendorp

Wie wil begrijpen hoe woordbetekenis werkt, doet er goed aan de komende tijd het woord mansplaining in de gaten te houden. Het woord komt ineens opduiken – volgens Wikipedia sinds 2010 ongeveer –, ook in allerlei Nederlandse teksten.

De term verwijst oorspronkelijk naar een bepaalde manier van dingen uitleggen aan iemand terwijl de uitleggee het misschien net zo goed of zelfs beter weet dan de uitlegger. Er zit blijkens de naam bovendien meteen een associatie aan vast, namelijk dat het iets is dat mannen vaak doen, en wel wanneer ze met vrouwen praten.

De eerste vraag die zich nu voordoet, is: bestond mansplaining nog niet voor 2010?  Lees verder >>

Etty Hillesums ‘modderschrift’

Door

Wij moeten dan ook niet vreemd opkijken als zij in overeenstemming met deze vrij negatieve waardering haar dagboek op 18 juni 1942 karakteriseert als volgt: “Dit is m’n modderschrift. Een soort vuilnisbak voor velerlei afvalproducten van m’n geteisterd gemoed. […] wanneer alle afvalproducten weggewerkt zijn, wie weet, kom ik misschien eens tot iets positiefs op deze blauwe lijntjes? (HW, 445-446.) Het samengestelde woord ‘modderschrift’ komt in Hillesums nagelaten teksten slechts één maal voor, net als het werkwoord ‘modderen’, dat in de onovergankelijke betekenis van onhandig te werk gaan, om niet te zeggen knoeien: “Je kunt op dit gebied [de psychologie] zo heerlijk je eigen gang gaan, modderen, stellingen bedenken, hypotheses opstellen …” (HW, 136.) Het zelfstandig naamwoord ‘modder’ vinden we één keer figuurlijk gebruikt in de veel geciteerde zin “Dit barbarisme van ons moeten wij innerlijk afwijzen, wij mogen die haat niet aankweken in ons, omdat de wereld dan geen stap verder uit de modder komt.” Frequent is ‘modder’ (dertien keer) in de brieven in relatie tot kamp Westerbork, natuurlijk in de concrete betekenis van een mengsel van klei en water. Ze gebruikt het adjectief ‘modderig’ in twee omstandigheden. De eerste keer bij de gedachte aan de gracht waarin zij zou willen laten zakken om er een einde aan te maken (HW, 148, 224, 509) de tweede keer in verband met de jasmijn op het dak van de garage (HW, 484, 517).

Ik heb altijd aangenomen dat ‘modderschrift’ een door haar bedacht woord was, mogelijk associatief gevormd door haar frequent gebruik van het woord ‘modder’ en de schoolschriften waarin zij haar gedachten opschreef. En daar heb ik het dan ook bij gelaten. Op het moment echter dat ik mij afvroeg hoe dit woord in de Italiaanse vertaling was overgekomen, ontstond de behoefte meer over dit woord in mijn moedertaal te weten te komen.

Van de Leidse hoogleraar Marc van Oostendorp heb ik begrepen dat taalkundigen tegenwoordig internet zoekmachines zoals Google gebruiken om woordfrequenties en –gebruik na te gaan. Goed voorbeeld doet goed volgen. Zo trof ik in een verslag van de zitting van het Belgische parlement van 20 juni 1939 het woord ‘modderschrift’ aan, maar bovendien nog twee andere samenstellingen: ‘modderrevue’ en ‘modderproza’. Het zelfstandig naamwoord ‘modderproza’ heb ik via Delpher in de nationaalsocialistische weekblad Volk en Vaderland van 26 mei 1939 kunnen opsporen. Het voornoemde verslag verwijst naar een bijeenkomst op 21 mei van het Vlaams Nationaal Front waar het genoemde weekblad een pagina aan heeft gewijd. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal geeft bij het lemma ‘modder’ geen enkele van deze vier samenstellingen geeft. Al met al geen rijke oogst. Maar voorlopig laat ik het hier even bij.

Het is niet na te gaan of Etty Hillesum het woord zelf heeft bedacht of aangetroffen en gebruikt in haar dagboek. Ik acht het zeer onwaarschijnlijk dat zij het NSB weekblad op haar leestafel had. In het Nederlands is de vorming van samenstellingen een zeer productief principe en daarom sluit ik haar creativiteit bij de woordvorming niet uit.

Dat brengt mij ten slotte op de vraag wat Etty Hillesum bedoelt met ‘modderschrift’. Ik meen dat dit niet negatief is in de zin van het geciteerde zittingsverslag waarin wordt verwezen naar iets wat op een smaadschrift lijkt. Hillesum heeft haar elf volgeschreven dagboekcahiers op het oog, een soort oefenschriften, die zij opvatte als een verzameling ruw materiaal om uit te putten voor het proza dat zij zou gaan schrijven ná haar terugkeer. Men zou kunnen denken aan de ‘modder’ – ter wille van de vergelijking vervang ik hier klei door modder – die de grondstof was waaruit volgens de beroemde Joodse legende de Golem werd gevormd.

Hoe lang het tegenwoordig in onbruik geraakte woord na de Tweede Wereldoorlog nog gebruikers heeft gevonden zou aardig zijn om uit te zoeken. In mijn tweedelige Van Dale, negende editie uit 1970, komt het niet voor.

Over ‘modderschrift’ buigen zich ook:

Ria van den Brandt, Denken met Etty Hillesum, Meinema, 2006, 39.

Debbie Pevenage, “Het harmonisch rollen uit Gods hand lukte niet zo erg. Worsteling en evenwicht in de dagboeken van Etty Hillesum” , licentiaat verhandeling, Universiteit Gent, 2006-2007.

De afkorting HW staat voor: Etty Hillesum, Het werk 1941-1943, uitgegeven onder redactie van Klaas A.D. Smelik. Tekstverzorging door Gideon Lodders en Rob Tempelaars. Zesde herziene en aangevulde druk, Uitgeverij Balans, Amsterdam, 2008.

” target=”_blank”>Gerrit van Oord

Het was Etty Hillesums uitgesproken wens na de oorlog schrijfster te worden. Dat kan men op vele plaatsen in haar dagboek nalezen. Haar dagboek beschouwde zij een oefenschrift waarin zij tussen begin maar 1941 en oktober 1942, dus in een relatief kort tijdsbestek, in tien cahiers ongeveer 250.000 woorden neerschreef. Het waren er nog zo’n 25.000 meer, maar het zevende cahier is verloren gegaan. Zij had van haar schrijfkunst in deze fase van haar leven overigens geen hoge dunk, niet wetende dat twee van haar brieven in het najaar van 1943 zouden worden gepubliceerd.

Haar negatieve opinie kunnen we aflezen aan de woorden ‘klad’, ‘kladden’. Aan het begin schrijft ze met een zekere zelfspot: “Hè, hè, wat mooi geformuleerd, maar ik klad het maar neer …” (HW, 10.), maar ook veel later is ze nog kritisch: “Ik zit hier nu 1½ uur ongeveer te pennen en voel me nog akeliger en ontevredener dan toen ik begon. Dat komt, ik zit maar zo een beetje in het wildeweg te kladden.” (HW, 118.) Maar zelfs in een brief aan Spier gebruikt ze deze zinswending nog: “… ik klad het maar neer, zoals het toevallig uit de pen komt …” (HW, 588.)

Lees verder >>

Hoe gevaarlijk zijn ‘persoonlijke bezittingen’?

Door Marc van Oostendorp


De politie van Rotterdam twitterde het vorige week al, maar gisterenavond kwam NRC Handelsblad met de definitieve bevestiging: de jongen die zich opsloot in de wc van de Thalys naar Parijs was niet verdacht. In zijn rugzak had hij alleen ‘persoonlijke bezittingen’ bij zich.

Dat doet de vraag rijzen: waarom is die mededeling ontlastend? Wat zijn persoonlijke bezittingen? Hoe kunnen we uit die mededeling concluderen dat die jongen dus geen pistool bij zich had? Is een pistool geen persoonlijk bezit? En hoe zit het met een telefoonhoesje in de vorm van een pistool? De uitdrukking wordt in deze context kennelijk door allerlei bronnen doodgemoedereerd gebruikt met een geruststellende betekenis.

Ik kan dat ook wel navoelen.
Lees verder >>

Bedoeling

Door Marc van Oostendorp


Wanneer de feiten te duidelijk zijn, kun je altijd over bedoelingen discussiëren. De Zandvoortse strandtent stuurde Pieter Steinz, een ALS-patiënt, weg, omdat hij niet kon eten, drinken of praten, maar wel in de zon wilde wachten terwijl zijn vrouw ging zwemmen. NRC Handelsblad schreef erover en tekende het volgende op uit de mond van de strandtenthouder:

Kennelijk is het de strandtenthouder in dezen vooral te doen om bedoelingen. Hij gebruikt het woord in drie zinnen twee keer. Op het terras zitten zonder te bestellen is niet de bedoeling. Wat is dan wel de bedoeling? In ieder geval niet iets kwaads.

Lees verder >>

Het menselijke element van missen

Door Marc van Oostendorp


Onlangs, begon een van mijn anglistische vrienden – ja, ik heb anglistische vrienden – over missen. Hij had ergens gelezen “het mist nog wat richting, dit voorstel”, en hij vroeg zich af of dit geen anglicisme was. (Niemand is zo bevreesd voor het anglicisme als de anglist.) Het deed hem ook nog denken aan de constructie “er mist iets” – ook al zo fout, en mogelijk eveneens een anglicisme.

Ik sloeg er het WNT op na, en ontdekte dat er mogelijk iets anders aan de hand is: missen begint langzaam maar zeker de menselijke factor te ontberen.

In de voorbeelden die het woordenboek geeft, is eigenlijk altijd een mens betrokken. In sommige voorbeelden is hij het onderwerp van de zin. “Als het (kind) … stierf, als zij het … moest missen — zij maakte zich van kant”, schreef Couperus bijvoorbeeld (in Boeken der kleine zielen), terwijl Van Alphen mededeelde: ‘Aan een boom, zoo vol geladen, mist men vijf zes pruimen niet.’

Lees verder >>

Te verschijnen: Dorp, stad, land. Bewoning in woorden

Dorp, stad, land. Bewoning in woorden van MaartenJan Hoekstra vertelt de geschiedenis van de bewoning van het landschap van Nederland en België aan de hand van woorden die er door de eeuwen heen voor zijn gebruikt. Dat kunnen erfwoorden zijn, dat wil zeggen, woorden uit de Germaanse voorstadia van het Nederlands, maar ook leenwoorden: uit het Latijn van de Romeinen en het Frans van heden.
Zo hebben we het begrip stad te danken aan de rechtspraak in de Duitse stad Keulen. De Franse boulevard heeft zowaar een Nederlandse herkomst. Dorp en terp blijken eigenlijk hetzelfde woord te zijn.
Waarom wilde niemand eind negentiende eeuw aan een laan wonen, en vanaf 1920 juist wel? En waar komen de woorden bus en tram vandaan?
Paperback | 400 blz. | isbn 9789045027593 | ca. €24,99 | 16 april 2015 | verschijnt ook als e-book

De logica van de kater

Door Marc van Oostendorp


Als Sam geen kater is, wat dan wel? Dat lijkt een makkelijke vraag: een poes, natuurlijk. Maar dat voor de hand liggende antwoord roept wel meteen allerlei vragen op. In de eerste plaats, zou je kunnen zeggen: als Sam geen kater is, kan hij of zij of het natuurlijk nog wel al het andere zijn (een danspas, een lichtmatroos, een potje pindakaas). En in de tweede plaats: een kater is toch ook een soort poes?

Het komt niet vaak voor dat ik tot in de nacht in een taalkundig artikel zit te lezen, maar gisterenavond is me dat wel gebeurd, met Logico-cognitive structure in the lexicon van de Nederlander Pieter Seuren en de Vlaming Danny Jaspers. Het is het soort artikel waarom iemand in de taalwetenschap gaat: tijdens het lezen worden ineens je ogen geopend voor iets wat altijd je onbewust altijd al geweten hebt.

Lees verder >>

Appelsien en djoeken

Door Leonie Cornips


Over het woord appelsien (Venloos appelesien, Maastrichts appeleseen) heb ik me altijd verbaasd omdat het zo intrigerend ‘andersom’ is vergeleken met sinaasappel. De appel in het woord is prima te begrijpen. Maar sinas of sinaas, wat is de oorsprong van dat woord en waarom kan het voor of na ‘appel’ staan? Volgens het recent verschenen boekje Waar komt pindakaas vandaan? En 99 andere vragen over woorden betekent het woord sina(a)s oorspronkelijk China. In de zestiende eeuw, zo schrijven de samenstellers van het boekje, namen de Portugezen zaden van een zoete citrusvrucht mee uit China. Via Italië verspreidden die vruchten zich razendsnel door heel Europa. Die vruchten noemden men naar waar de Portugezen die zaden vandaan haalden: ‘China’s appels’ of ‘appels uit China’. China in het zeventiende-eeuwse Nederlands komt in teksten vaak voor als Sina. Sinaasappel in het Nederlands heeft dus de volgorde: ‘China’s/Sina’s appel’ en het Limburgse appelsien: ‘appel uit/van China/Sina’. 

Dit vrolijke boekje informeert ook waar uitdrukkingen vandaan komen. Laat ik nu altijd gedacht hebben dat ‘een bot vangen’ daadwerkelijk iets met een bot of met een vis te maken had. Maar niet dus: ‘bot’ in deze uitdrukking betekent in ouder Nederlands waarschijnlijk ‘het uiteinde van een touw’. Als je bot vangt, haal je dus alleen een los stuk touw op.

Lees verder >>

De “meest iconische” zanger

Door Marc van Oostendorp

Vandaag is het tien jaar geleden dat André Hazes overleed en dus gebruikt iedereen naar hartelust het woord icoon. ‘In de boekwinkel is vanaf dinsdag een nieuwe biografie beschikbaar over het icoon’, schrijft Wel.nl. ‘Toen André Hazes in 2004 overleed, verloor Nederland een van zijn meest iconische zangers,’ weet Nu.nl.

Meest iconisch? Het WNT kent nog geen betekenissen voor dit woord die er op het eerste gezicht toe doen: alleen evenbeeld (‘een ikoon van de Heer’) en ‘traditioneele beeltenis van Christus of een andere heilige’. Van Dale laat zien dat de betekenis van dat woord naar alle kanten is uitgebreid. Het kan duiden op een gestileerde afbeelding, een computerpictogram of ‘iem. die (in een bepaald cultureel opzicht) beeldbepalend is voor de tijd waarin hij of zij leeft’.

Lees verder >>

Analoog roken

Door Marc van Oostendorp


De wereld wordt steeds analoger. Het bewijs: vijftig jaar geleden zou niemand de vorige zin begrepen hebben, nee, hem zelfs ongrammaticaal hebben gevonden. Wanneer je zou hebben gezegd dat je analoog ging leven, zou men even over zijn hoornen bril hebben gekeken en meewarig gevraagd hebben: “analoog aan wat?” En hebben getrokken aan zijn analoge sigaret, zonder enig benul van wat men eigenlijk aan het doen was.

Het woord analoog heeft een verbazingwekkend snelle betekenisverandering doorgemaakt. In 1949 betekende het volgens het WNT alleen nog ‘een analogie inhoudend, overeenkomstig’: de belevenissen van de ene kunstzwemmer waren analoog aan die van de ander.

Dit veranderde door de komst van de cd.
Lees verder >>

Een lijzig gezicht

Door Marc van Oostendorp

Ik vraag me af wat voor plaatje iemand in zijn hoofd krijgt die de volgende zin leest (Hij staat hier, in een artikel van Joris van Casteren.):

Wat later komt een mevrouw met een lijzig gezicht en een bril met dikke glazen op de kraam af.

De vraag is vooral: hoe ziet een lijzig gezicht eruit? Ik heb er niet zo’n duidelijk beeld bij: althans, ik weet wel dat de term vagelijk negatief is en ik zie zelfs wel iets voor me, maar ik heb eigenlijk geen idee of de schrijver ook maar vagelijk hetzelfde heeft gezien.

Online woordenboeken, zoals het WNT en (de betaalde) Van Dale helpen niet: geen enkele betekenis die ze noemen is precies van toepassing op gezichten.

Lees verder >>

Het mocht niet zo zijn

Door Marc van Oostendorp

 

Waarom zeggen mensen ‘het mocht niet baten‘? Waarom niet ‘het baatte niet‘? Dat is toch veel korter, en betekent bovendien hetzelfde? Dat vroeg iemand (in 140 lettertekens) op Twitter.

Nu is een gouden stelregel in het leven dat twee zinnen nóóit precies hetzelfde betekenen. Ieder woordje voegt wat toe, iedere verandering in de vorm zorgt ervoor dat de associatie net wat anders wordt gelegd. (Zelfs als je een zin herhaalt, betekent hij de tweede keer wat anders; het feit dat je hem herhaalt, voegt iets toe.) Dus wat is het verschil tussen de twee zinnen?

Mogen heeft verschillende betekenissen of betekenisnuances.

Lees verder >>

‘Spannend’ verandert van betekenis

Door Marc van Oostendorp


Het gebruik van het woord spannend is geloof ik aan het verschuiven. Het gebeurt langzaam – daar is het een verschuiving voor – en het is daarom moeilijk om er de vinger op te leggen. 

Neem de recente aflevering van Zomergifjes hierboven. Na ongeveer 35 seconden ontspint zich de volgende dialoog tussen de presentator en de gast, Linda Duits:
Lees verder >>

‘Dames Spaghetti Top’

Door Marc van Oostendorp

Afb. 1: Dames spaghetti top
Gisteren ging ik naar de supermarkt met een Italiaanse collega die interesse heeft voor het woord spaghetti in het Nederlands. 
We hadden geluk: we kwamen voorbij een vestiging van Zeeman die adverteerde met een “dames spaghetti top” (afb. 1) Mijn boodschappengezel bleek niet te kunnen raden waar het over ging, terwijl ik daar meteen wel een idee over had: de dunne bandjes die over de schouder liepen lijken op spaghetti. 
Het woord spaghetti top blijkt in de textielwereld heel gebruikelijk te zijn. Alle mogelijke bedrijven hebben er een in hun assortiment, al spellen sommigen het als spaghettitop. Dezelfde metafoor wordt kennelijk ook gebruikt in het Engels (spaghetti strap) en het Duits (Spaghettiträger).
Lees verder >>

Ja, hallo!

Reparatiegroeten

Door Marc van Oostendorp


“Hallo, zo had ik dat niet bedoeld hoor!” Het mooie van mijn beroep is dat je je op maandagmiddag – op kosten van de eeuwige belastingbetaler – over dat soort zinnen mag buigen. En dus luisterde ik naar een lezing van mijn collega Gertjan Postma die onder andere over dit soort onderwerpen ging.

Volgens Postma zijn woorden als hallo! maar ook woorden als huh? bedoeld om een situatie te repareren. Iemand zegt:

– Dat is zo eenvoudig als 125367 + 56877 = 182244 

Dan kun je als gesprekspartner niets anders zeggen dan:

Huh?
Lees verder >>

Wat betekent het woord ding volgens Noam Chomsky?

Door Marc van Oostendorp


Het zijn grote vragen, die Noam Chomsky stelt in drie nieuwe artikelen in het Journal of Philosophy: Wat is taal? Wat kunnen we begrijpen? En wat is het gemeenschappelijk belang? De artikelen zijn kort en heel duidelijk geschreven; samen vormen ze denk ik de beste inleiding op zijn eigen (‘late’) werk die Chomsky schreef.

In het eerste artikel staat Chomsky’s begrip van taal als instrument van het denken centraal; ik schreef daar hier vorig jaar een reeksje over. In het derde artikel gaat het over de filosofische achtergronden van zijn politieke activisme. Het tweede artikel gaat over een minder bekend aspect van Chomsky’s denken – dat over de vraag wat nu precies de relatie is tussen ons denken en de werkelijkeheid.

Voor Chomsky gaapt de kloof tussen die twee bijna onmetelijk diep – wat natuurlijk opvallend is voor zo’n succesvol wetenschapper.
Lees verder >>

Weet je stad

Door Marc van Oostendorp


Wie de laatste dagen in Amsterdam is geweest heeft ze vast al gezien: de affiches met de nieuwe slogan van de lokale omroep AT5, Weet je stad.

Erboven staat steeds een volledige, onberispelijke zin (‘Weet dat elke Amsterdammer het beter weet’ bijvoorbeeld), maar de slogan zelf knarst en dat is vast zo door de makers bedoeld. Dat knarsen zorgt er in deze tijden bijvoorbeeld voor dat er over je gepraat wordt op de sociale media.

De taalgevoelige taalkundige Aleid van de Vooren schreef bijvoorbeeld op haar Facebook-pagina dat ze het maar een vreemde constructie vond. “Wel grappig, want je kunt wel iets weten, maar dus niet de stad weten’“, observeerde ze; en dat ze er maar één ander voorbeeld van kon bedenken:
Lees verder >>

Dit kind daar en dat kind hier

Door Marc van Oostendorp

“Weet jij,” vroeg collega Anneke Nunn gisteren op Twitter, “waarom deze formeler is dan die?” Ze verwees naar een webpagina met adviezen om ‘vlotter’ te schrijven:

Heb je een nieuwe camera gekocht en wil je deze leren beheersen? klinkt veel minder vlot dan Heb je een nieuwe camera gekocht en wil je die leren beheersen?

Dat is inderdaad een intrigerend verschijnsel. De pagina zegt dat het ook nog geldt voor dit en dat en hier en daar, al geeft het daar geen voorbeelden van. Die vallen echter vrij gemakkelijk te construeren. Hier staan we dan klinkt inderdaad wat zwaarder dan daar staan we dan, en dit had ik je nog willen geven dan dat had ik je nog willen geven.

Wat is er aan de hand?
Lees verder >>