Tag: woordbetekenis

De “meest iconische” zanger

Door Marc van Oostendorp

Vandaag is het tien jaar geleden dat André Hazes overleed en dus gebruikt iedereen naar hartelust het woord icoon. ‘In de boekwinkel is vanaf dinsdag een nieuwe biografie beschikbaar over het icoon’, schrijft Wel.nl. ‘Toen André Hazes in 2004 overleed, verloor Nederland een van zijn meest iconische zangers,’ weet Nu.nl.

Meest iconisch? Het WNT kent nog geen betekenissen voor dit woord die er op het eerste gezicht toe doen: alleen evenbeeld (‘een ikoon van de Heer’) en ‘traditioneele beeltenis van Christus of een andere heilige’. Van Dale laat zien dat de betekenis van dat woord naar alle kanten is uitgebreid. Het kan duiden op een gestileerde afbeelding, een computerpictogram of ‘iem. die (in een bepaald cultureel opzicht) beeldbepalend is voor de tijd waarin hij of zij leeft’.

Lees verder >>

Analoog roken

Door Marc van Oostendorp


De wereld wordt steeds analoger. Het bewijs: vijftig jaar geleden zou niemand de vorige zin begrepen hebben, nee, hem zelfs ongrammaticaal hebben gevonden. Wanneer je zou hebben gezegd dat je analoog ging leven, zou men even over zijn hoornen bril hebben gekeken en meewarig gevraagd hebben: “analoog aan wat?” En hebben getrokken aan zijn analoge sigaret, zonder enig benul van wat men eigenlijk aan het doen was.

Het woord analoog heeft een verbazingwekkend snelle betekenisverandering doorgemaakt. In 1949 betekende het volgens het WNT alleen nog ‘een analogie inhoudend, overeenkomstig’: de belevenissen van de ene kunstzwemmer waren analoog aan die van de ander.

Dit veranderde door de komst van de cd.
Lees verder >>

Een lijzig gezicht

Door Marc van Oostendorp

Ik vraag me af wat voor plaatje iemand in zijn hoofd krijgt die de volgende zin leest (Hij staat hier, in een artikel van Joris van Casteren.):

Wat later komt een mevrouw met een lijzig gezicht en een bril met dikke glazen op de kraam af.

De vraag is vooral: hoe ziet een lijzig gezicht eruit? Ik heb er niet zo’n duidelijk beeld bij: althans, ik weet wel dat de term vagelijk negatief is en ik zie zelfs wel iets voor me, maar ik heb eigenlijk geen idee of de schrijver ook maar vagelijk hetzelfde heeft gezien.

Online woordenboeken, zoals het WNT en (de betaalde) Van Dale helpen niet: geen enkele betekenis die ze noemen is precies van toepassing op gezichten.

Lees verder >>

Het mocht niet zo zijn

Door Marc van Oostendorp

 

Waarom zeggen mensen ‘het mocht niet baten‘? Waarom niet ‘het baatte niet‘? Dat is toch veel korter, en betekent bovendien hetzelfde? Dat vroeg iemand (in 140 lettertekens) op Twitter.

Nu is een gouden stelregel in het leven dat twee zinnen nóóit precies hetzelfde betekenen. Ieder woordje voegt wat toe, iedere verandering in de vorm zorgt ervoor dat de associatie net wat anders wordt gelegd. (Zelfs als je een zin herhaalt, betekent hij de tweede keer wat anders; het feit dat je hem herhaalt, voegt iets toe.) Dus wat is het verschil tussen de twee zinnen?

Mogen heeft verschillende betekenissen of betekenisnuances.

Lees verder >>

‘Spannend’ verandert van betekenis

Door Marc van Oostendorp


Het gebruik van het woord spannend is geloof ik aan het verschuiven. Het gebeurt langzaam – daar is het een verschuiving voor – en het is daarom moeilijk om er de vinger op te leggen. 

Neem de recente aflevering van Zomergifjes hierboven. Na ongeveer 35 seconden ontspint zich de volgende dialoog tussen de presentator en de gast, Linda Duits:
Lees verder >>

‘Dames Spaghetti Top’

Door Marc van Oostendorp

Afb. 1: Dames spaghetti top
Gisteren ging ik naar de supermarkt met een Italiaanse collega die interesse heeft voor het woord spaghetti in het Nederlands. 
We hadden geluk: we kwamen voorbij een vestiging van Zeeman die adverteerde met een “dames spaghetti top” (afb. 1) Mijn boodschappengezel bleek niet te kunnen raden waar het over ging, terwijl ik daar meteen wel een idee over had: de dunne bandjes die over de schouder liepen lijken op spaghetti. 
Het woord spaghetti top blijkt in de textielwereld heel gebruikelijk te zijn. Alle mogelijke bedrijven hebben er een in hun assortiment, al spellen sommigen het als spaghettitop. Dezelfde metafoor wordt kennelijk ook gebruikt in het Engels (spaghetti strap) en het Duits (Spaghettiträger).
Lees verder >>

Ja, hallo!

Reparatiegroeten

Door Marc van Oostendorp


“Hallo, zo had ik dat niet bedoeld hoor!” Het mooie van mijn beroep is dat je je op maandagmiddag – op kosten van de eeuwige belastingbetaler – over dat soort zinnen mag buigen. En dus luisterde ik naar een lezing van mijn collega Gertjan Postma die onder andere over dit soort onderwerpen ging.

Volgens Postma zijn woorden als hallo! maar ook woorden als huh? bedoeld om een situatie te repareren. Iemand zegt:

– Dat is zo eenvoudig als 125367 + 56877 = 182244 

Dan kun je als gesprekspartner niets anders zeggen dan:

Huh?
Lees verder >>

Wat betekent het woord ding volgens Noam Chomsky?

Door Marc van Oostendorp


Het zijn grote vragen, die Noam Chomsky stelt in drie nieuwe artikelen in het Journal of Philosophy: Wat is taal? Wat kunnen we begrijpen? En wat is het gemeenschappelijk belang? De artikelen zijn kort en heel duidelijk geschreven; samen vormen ze denk ik de beste inleiding op zijn eigen (‘late’) werk die Chomsky schreef.

In het eerste artikel staat Chomsky’s begrip van taal als instrument van het denken centraal; ik schreef daar hier vorig jaar een reeksje over. In het derde artikel gaat het over de filosofische achtergronden van zijn politieke activisme. Het tweede artikel gaat over een minder bekend aspect van Chomsky’s denken – dat over de vraag wat nu precies de relatie is tussen ons denken en de werkelijkeheid.

Voor Chomsky gaapt de kloof tussen die twee bijna onmetelijk diep – wat natuurlijk opvallend is voor zo’n succesvol wetenschapper.
Lees verder >>

Weet je stad

Door Marc van Oostendorp


Wie de laatste dagen in Amsterdam is geweest heeft ze vast al gezien: de affiches met de nieuwe slogan van de lokale omroep AT5, Weet je stad.

Erboven staat steeds een volledige, onberispelijke zin (‘Weet dat elke Amsterdammer het beter weet’ bijvoorbeeld), maar de slogan zelf knarst en dat is vast zo door de makers bedoeld. Dat knarsen zorgt er in deze tijden bijvoorbeeld voor dat er over je gepraat wordt op de sociale media.

De taalgevoelige taalkundige Aleid van de Vooren schreef bijvoorbeeld op haar Facebook-pagina dat ze het maar een vreemde constructie vond. “Wel grappig, want je kunt wel iets weten, maar dus niet de stad weten’“, observeerde ze; en dat ze er maar één ander voorbeeld van kon bedenken:
Lees verder >>

Dit kind daar en dat kind hier

Door Marc van Oostendorp

“Weet jij,” vroeg collega Anneke Nunn gisteren op Twitter, “waarom deze formeler is dan die?” Ze verwees naar een webpagina met adviezen om ‘vlotter’ te schrijven:

Heb je een nieuwe camera gekocht en wil je deze leren beheersen? klinkt veel minder vlot dan Heb je een nieuwe camera gekocht en wil je die leren beheersen?

Dat is inderdaad een intrigerend verschijnsel. De pagina zegt dat het ook nog geldt voor dit en dat en hier en daar, al geeft het daar geen voorbeelden van. Die vallen echter vrij gemakkelijk te construeren. Hier staan we dan klinkt inderdaad wat zwaarder dan daar staan we dan, en dit had ik je nog willen geven dan dat had ik je nog willen geven.

Wat is er aan de hand?
Lees verder >>

KLOPT!

Door Jan Stroop

Als je mag afgaan op ’t Corpus Gesproken Nederlands (CGN) komt de uitdrukking dat klopt (of kortweg: klopt) in de spreektaal gemiddeld ongeveer twee keer per uur voor. Dat klopt scoort in ’t CGN 1671 keer, dat wil zeggen 311 keer in ’t Vlaamse deel, 1360 in ’t Nederlandse. De totale omvang van ’t CGN is ongeveer 900 uur, vandaar ‘ongeveer twee keer per uur’. In percentages haalt Vlaanderen 18,6 %, Nederland  81,4 %  en dat wil zeggen, gelet op de kwantitatieve verhouding tussen ’t Vlaamse en ’t Nederlandse deel (40%-60%), dat de Nederlandse sprekers veel vaker dat kloptzeggen dan de Vlaamse. Ook blijkt dat dat klopt in alle soorten gesproken Nederlands voorkomt, behalve in ’t subcorpus ‘ceremonious speeches/sermons’.

De frequentie van dat klopt moet in ’t alledaagse taalverkeer veel hoger liggen. Je hoeft maar vijf minuten naar twee mensen te luisteren of ’t is al minstens één keer over de tong gegaan. Ook vaak zonder expliciet onderwerp: klopt!  Ook in de krant zien we hoge frequenties. Afgelopen maand 2497 keer klopt; andere vormen van het werkwoord, kloppen, samen 1229 keer. Klopt zou wel eens de meest gebruikte een-woordige zin van ’t Nederlands kunnen zijn.

Dit (dat) klopt is niet oud. ’t Woordenboek der Nederlandsche taal geeft aan dat kloppen in de betekenis ‘overeenstemmen, juist zijn e.d.’ pas omstreeks 1880 in gebruik gekomen is. Maar dat klopt niet. De oudste attestatie is twintig jaar ouder. We vinden hem bij Multatuli (hij weer!), in zijn Minnebrieven (1861): “ ’t Komiekste is, dat ik tegelykertyd  belyden moet, dat ik altyd de waarheid zal zeggen. Dit klopt immers niet!”  (Volledig Werk  2, 156)

Multatuli gebruikt ’t woord van dan af regelmatig. Een paar voorbeelden:
1862, brief:“Hoe ze ’t hebben geleverd om na ’t sparen van slechts 14 regels, het heele boêltje dat ik er bijgaf te doen kloppen op ’t eind van pag. 130 begrijp ik niet, — maar ’t is mooi – ”. (VW 11, 37).
1863, brief:  “Een wegschuilende, zich verstoppende Jezus is een ondenkbaar iets, en klopt dan ook niet met zyn flink: ‘wien gy zoekt, is hier!’ ” (VW 11, 193).
1864, Idee 451:  De rapporten der beambten moeten kloppen met den geest van de clique die op ’t kussen zit.  (VW 3, 142)
1866, brief: ”(zulk volk en fatsoenlyk uitgever? Hoe klopt dit?)” (VW 11, 676).
1867, brief: “ En ook die beteekenis van ’t cursief gedrukte, klopt niet, want dan moest er meer cursief zyn.” . (VW 12, 438).

En hierna, tot 1880, nog 16 keer. Klopt meer dan kloppen, zoals de verhouding tot op heden toe gebleven is. Multatuli gebruikt ze alsof  ’t heel gewone woorden waren. Maar dat waren ze in die tijd nog niet voor iedereen. In 1871 laat Alberdingk Thijm ’t woord cursief zetten, omdat hij ’t blijkbaar een bijzonder woord vond:  “In de eerste plaats, het aanbrengen van twee loze deuren, die met werklijke doorgangen in twee andere der 4 zaalhoeken moeten kloppen.” (Herstelling en monumentale beschildering van de ‘Schepene-saele’ te Yperen,  door P.J.H. Cuypers en J.A. Alberdingk Thijm, in Dietsche Warande. Jaargang 9, Amsterdam 1871).

Ook bij andere Nederlandse auteurs wordt klopt op een of andere manier gemarkeerd. Soms gebeurt dat met zoveel woorden en zoveel jaren na Multatuli nóg:  “of als alles niet klopt, zooals tegenwoordig de geijkte term is”, Bosboom-Toussaint, in Gids1905, 32 (brief  uit 1886).
De volgende citaten zijn gevonden in de database Historische kranten van de KB. De oudste attestatie is daar van 1866, dat is vijf jaar na Multatuli!
“dat klopt niet,” zeggen ze in het leger (in:  Sumatra-courant : nieuws- en advertentieblad, 17-03-1866, Graaf d’Amuraij. Padangsche Bovenlanden).
“Dat reikhalzend uitzien klopt kwalijk met die rustige rust.” (Java-bode : nieuws, handels- en advertentieblad voor Nederlandsch-Indie, 28-11-1868)
“Zie, dat klopt, om het zoo eens uittedrukken, volstrekt niet, vooral niet wanneer men den feitelijken toestand in ’t oog houdt” (in: De locomotief: Samarangsch handels- en advertentie-blad, 10-03-1869).
“Bij eene installatie van pas benoemde luitenant recommandeerde die zelfde Chef hen aan de kameraadschap der officieren, ook aan die der Kapiteins!! Hoe klopt die handelwijze nu?”  (Sumatra-courant: nieuws- en advertentieblad: 09-10-1869).

De oudste vindplaatsen in kranten komen dus allemaal uit Nederlands-Indië. In Nederlandse kranten van vóór 1880 komt klopt niet voor. Er is één uitzondering, een attestatie uit 1865 in de Provinciale Drentsche en Asser courant : “In de leerboeken, die ook met en op elkaar moeten kloppen, is nu elk oogenblik eene totale revolutie.” (23-11-1865). Dit citaat is uit een jammer genoeg anonieme ingezonden brief over de noodzaak van een Latijnse school in Assen. Wisten we maar wie dat was en waar hij (of zij?) vandaan kwam.

Uit de Indische citaten blijkt dat klopt en kloppen in die periode in Indië ook nog niet echt ingeburgerd waren, althans in de geschreven taal; zie de toevoeging ‘om het zoo eens uittedrukken’ en de aanhalingstekens hierboven en ook hier: “Dat „klopt,” in zoover is de eer der algemeene secretarie gered.” (in: De locomotief: Samarangsch handels- en advertentie-blad : 15-03-1870).

In Nederlandse kranten dringt dat klopt pas door in de jaren 1880. Onder de literatoren is Busken Huet  de eerste en lange tijd, naast Multatuli, ook de enige gebruiker. Zijn oudste voorbeeld is uit Het Land van Rembrandt, 1882.
Een overzicht van wat ik gevonden heb:

Klopt/kloppen tot 1870:
Nederland (Assen):     1 keer    (1865)
Multatuli:                       8 keer    (vanaf 1861)
Indië:                               5 keer     (vanaf 1866)
Klopt/kloppen 1871-1880
Nederland                   5 keer  (meest uit De Gids)
Multatuli                     14 keer
Indië                            15 keer
Omdat ’t Volledig Werk (25 delen) van Multatuli niet digitaal beschikbaar is, is o.a. ’t journalistieke werk buiten beschouwing gebleven.

Het frequente en vanzelfsprekende gebruik van klopt bij Multatuli en de markerende kenmerken bij anderen en in de kranten suggereert dat dat klopt een woord uit de spreektaal is. Nog duidelijker blijkt dat uit ’t Indische citaat uit 1866: ““dat klopt niet,” zeggen ze in het leger.”

Dat klopt is dus in Indië veel eerder in gebruik gekomen en vroeger algemeen geworden dan in Nederland. Opvallend is ook dat de eerste Nederlandse auteurs die zich van de uitdrukking bedienen allemaal iets met Indië te maken hebben gehad. Multatuli, die de meeste gevallen op zijn conto heeft, voorop, maar ook Busken Huet heeft een tijdlang in Indië gewoond en gewerkt. Misschien is ’t citaat uit de Javabode van 1866 wel van hem, want hij was daar toen redacteur. Busken Huet kende de uitdrukking trouwens al eerder, want hij had hem gelezen in een paar brieven van Multatuli aan hem (uit 1866 en 1867).

De Indische herkomst van de uitdrukking lijkt wel min of meer vast te staan, maar voor de etymologie geldt dat niet. In een relatie met het kloppen van ’t hart die Onze Taalsuggereert, geloof ik niet. Geen van de gebruiksgevallen van dat klopt laat zich associëren met een kloppend hart, ook niet de oudste; zie boven.

Wat er allemaal met kloppen verbonden blijkt te kunnen worden:
een hart, ader, boezem of hoofd  klopt
op een aambeeld, op een deur kloppen  
eieren kloppen, dienst kloppen
geld uit de zak kloppen
een tegenstander kloppen
enzovoorts

Maar ik zie nergens enig verband met ons kloppen. Ik denk daarom maar in de richting van ’t oudste Indische citaat: “dat klopt niet,” zeggen ze in het leger. ’t Leger dus of misschien zelfs ’t Indische leger. Je vraagt je dan af wat er zoal klopt in ’n leger. Dienst kloppen, zal ’t niet zijn, dat is een overgankelijke constructie (met lijdend voorwerp). Misschien enig schietgetuig dat pas voor gebruik gereed was als er ergens iets in paste en dat dat passen gepaard ging met een geluid. Heeft de uitgebreide uitdrukking “kloppen als een bus” er iets mee te maken? Bus was ooit de naam van een bepaald soort schietgetuig; zie afbeelding.

Ik geef mijn suggestie graag voor betere!

Wat betekent ‘maar’?

Door Marc van Oostendorp

Sommige mensen zijn zo logisch dat het vanzelf weer onlogisch wordt. “Waarom gebruiken mensen zo vaak het voegwoord ‘maar’, terwijl er geen tegenstelling in de zin zit?”, vraagt iemand op een website. “Bijvoorbeeld: ‘Het gerecht is makkelijk klaar te maken, maar bevat genoeg vitamine C.’ In dit geval zou het juiste voegwoord ‘en’ zijn. Wat zegt dat over ons leven?”

Ik was dit misverstand al vaker tegengekomen, maar deze keer besloot ik eens in het woordenboek te kijken (Van Dale, veertiende druk). Dat blijkt de verwarring actief te ondersteunen, door een heel verkeerde definitie te geven, en deze op een heel verwarrende manier op te schrijven.
Lees verder >>

Ergens vind ik dat leuk. Ergens?

Door Marc van Oostendorp 

Wanneer u deze maand slechts tijd hebt voor één nieuw taalkundig proefschrift, raad ik u aan dat van Elisabeth Koier te lezen, waarop de auteur volgende week donderdag in Leiden hoopt te promoveren. Het gaat over de woorden ergens in het Nederlands en het (Klassieke) Griekse bijna-equivalent pou. Dat lijkt misschien een wat klein en wonderlijk onderwerp, maar de ware taalliefhebber smult natuurlijk van kleine en wonderlijke onderwerpen, hoe kleiner en wonderlijker hoe liever.

En alleen al over ergens blijkt een heleboel te onderzoeken te zijn. Koier trakteert de lezer op onder veel meer een opsomming van alle betekenissen die het woord in het moderne Nederlands kan hebben, een historisch overzicht over hoe het aan die betekenissen kwam, een aantal experimenten naar hoe mensen de juiste betekenis weten te vinden als ze ergens in een zin lezen, een vergelijking met het Grieks en een theorie waarom nu juist ergens zo veelzijdig kan zijn.

Wat zijn dat bijvoorbeeld voor betekenissen?
Lees verder >>

Wat betekent ‘spectaculair’?

Door Marc van Oostendorp

Hoe staat het er eigenlijk voor met de taal van de Italiaanse tv? Ja, dat wilt u natuurlijk graag weten! Ik ga het voor u onthullen.

In Taalpost – drie keer per week gratis het laatste taalnieuws op uw digitale mat! – van vrijdag wilde ik aandacht besteden aan een rapport dat de Italiaanse Accademia della Crusca aan deze brandende kwestie had besteed. Het rapport is nog niet online, voor zover ik kan zien, maar op gezag van een Italiaanse internetkrant schreef ik het volgende:

(1) De taal van de Italiaanse tv is veel te spectaculair geworden en is daarmee afgedwaald van de omgangstaal, menen taalkundigen.

Kunt u het woord spotten waarover ik vervolgens uitgebreid heb gecorrespondeerd met de Taaladviesdienst, die de Taalpost altijd corrigeert, voordat deze zin de deur uit mocht?
Lees verder >>

Zwoel

Wat betekenen woorden?

Door Marc van Oostendorp

Wat woorden betekenen, dat is een van de grootste raadsels van het menselijk bestaan. Neem een woord, een willekeurig woord, en probeer een goede, precieze en alles omsluitende definitie te geven. Wat is pakweg, mededogen, en wat doet het onderscheiden van medelijden? Wat zijn de precieze omstandigheden waaronder je kunt zeggen dat iemand smacht? Onder welke omstandigheden zijn we precies geneigd om eventueel te zeggen?

Dat heel precies te zeggen lukt bizar genoeg, geen mens. Je kunt bijvoorbeeld altijd wel uitzonderingen of verfijningen bedenken op wat het woordenboek zegt. Het zijn zelf woorden en toch kun je niet onder woorden brengen wat ze precies betekenen.
Lees verder >>

Hoe kort mag een verhaal zijn?

De nieuwjaarsgeschenken van het Meertens Instituut zijn altijd de moeite waard. Het zijn kleine boekjes waarin een onderzoek iets uitlegt over zijn werk voor een wat breder publiek. Ja, dat mag ik natuurlijk eigenlijk niet zeggen, omdat ik zelf op het instituut werk. Maar er gebeurt daar van alles dat ik ook niet allemaal precies kan bijhouden — zodat ik zelf ook regelmatig tot het bredere publiek behoor.

Dit jaar legt mijn collega Theo Meder uit hoe hij een nieuwe kant wil opgaan met het onderzoek naar volksverhalen zoals sprookjes en moppen: hij wil bekijken of je een ‘grammatica’ kunt opbouwen voor dat soort verhalen — een structuur waar ze allemaal aan moeten voldoen, of in ieder geval een set structuren waaruit je kunt kiezen wanneer je een nieuw verhaal vertelt. (Er moet een held zijn, die wordt tegengewerkt maar uiteindelijk wint. Dat lijkt me een structuur voor een sprookje, maar je kunt het nog eerder verfijnen.)

Lees verder >>