Tag: Willem Frederik Hermans

‘Er rust een doem op wat ik in opdracht schrijf.’

Hermans’ toneelteksten en scenario’s verschenen in Volledige Werken deel 10.

Door Peter Kegel, Bram Oostveen en Marc van Zoggel

DD_MG_2187
Documenten uit archief-Hermans bij ‘Het omgekeerde pension’.

Toen Ischa Meijer in 1970 naar Willem Frederik Hermans’ visie op het Nederlandse toneel informeerde, liet de auteur niets aan duidelijkheid te wensen over: ‘Je kunt nog beter een ski-school in tropisch Afrika beginnen dan in dit land toneelstukken gaan schrijven.’ Een reeks teleurstellende ervaringen in de jaren vijftig en zestig was er de oorzaak van dat Hermans het schrijven van scenario’s voor toneel, televisie en film ‘met steeds meer dalend enthousiasme’ had beleefd. Hij voelde zich uitgedaagd door de technische eisen van het dramatische genre, ‘maar langzamerhand word je moe van alle tegenslagen, beperkingen, gebrek aan belangstelling’.

Aan het eind van de bezetting en kort na de bevrijding had Hermans twee blijspelen geschreven, ‘Modelgevangenis’ en ‘De hemelvaart der dwaze maagden’, die beide in portefeuille bleven. Zijn eerste succesje was de eenakter ‘Het omgekeerde pension’ (1952), waarmee Hermans een door de cpnb uitgeschreven prijsvraag ter gelegenheid van de Boekenweek 1953 won. Het stuk werd op de openingsavond opgevoerd door een amateurgezelschap, maar omdat Nederland kort daarvoor door de Watersnoodramp was getroffen was van een feeststemming geen sprake.

Lees verder >>

Brul admiratie! Oosterhoff gans de natie

Door Jos Joosten

Ik ben geen bibliofiel maar ik koop wél teveel boeken. Zo vond ik nu, een stapeltje boeken inpakkend voor een paar dagen Achterhoek, de laatste essaybundel terug van Tonnus Oosterhoff Een kreet is de ramp niet. Vorig jaar meteen gekocht, op de stapel ‘te lezen’ gelegd en toen straal vergeten. Tragisch en onvergeeflijk – voor hetzelfde geld had die daar nog gelegen omdat ik zo nodig het Boekenweekgeschenk (‘boekenweekgeschenk’) moest lezen of zo.

Oosterhoffs essays zijn fantastisch, daar kan ik kort over zijn. Nu ben ik bevooroordeeld als groot bewonderaar van zijn poëzie: hij is een van de drie, vier dichters die maatgevend zijn geweest voor mijn idee van dichtkunst. Zijn essays zijn veel eenduidiger, hoewel hij ook hier af en toe ongeschreven essay-regels van harte overtreedt (door bij voorbeeld een compleet vertaald hoofdstuk van H.G.Wells op te nemen in een van de stukken, of een hele pagina lang titels uit de ouderlijke boekenkast aan te halen). En welbeschouwd vind je ook her en der van die Oosterhoff-zinnen met een haakje, zoals de openingszin van het eerste essay: ‘Was onze kennis van de wereld nog maar zoals die nooit geweest is: ordelijk, hiërarchisch.’ Lees verder >>

De tropennachten moeten in die tijd langer geduurd hebben dan heden

De Multatulileescursus (23)

Door Marc van Oostendorp

– Dat was een goed idee, om De raadselachtige Multatuli te lezen. Heel verfrissend! Ik denk dat de uitgever er goed aan doet dit boek van Willem Frederik Hermans volgend jaar te herdrukken, want het blijft misschien wel de beste, compacte inleiding op Multatuli.

– Maar Hermans slaagt er wel in om van Multatuli een echt Hermansiaans personage te maken, hè.

– Hoe bedoel je dat?

– Douwes Dekker was iemand die altijd naar het hoogste streefde, maar Hermans heeft vooral oog voor de mislukkeling.

– Hij doet dat hoe dan ook op een voortreffelijke manier. Stilistisch is Hermans scherper dan ooit, zonder dat hij nu ineens Multatuli wordt: Lees verder >>

Wat men zeker weet, kan op een klein blaadje

De Multatulileescursus (22)

Door Marc van Oostendorp

– Dat was wel een heftige brief, vorige week.

– Ja, ik zag het al een tijdje aankomen. Het is misschien ook wel waar dat je enige sympathie voor Eduard Douwes Dekker moet kunnen opbrengen om dit werk te kunnen lezen.

– Ja, en dat wordt je met die brieven uit 1866 ook niet gemakkelijk gemaakt. Dekker verkeert weer eens in grote armoede, maar gaat wel met zijn vriendin in Duitsland wonen terwijl zijn vrouw en kinderen het maar zelf moeten uitzoeken.

– En als dan een groepje van zijn vrienden hem wil helpen door middels een ‘circulaire’ geld in te zamelen door die vrouw en kinderen is hij daar geïrriteerd over, omdat het ’t beeld geeft dat hij een verspiller is die niet goed voor vrouw en kinderen zorgt. Lees verder >>

‘Kon ik mijn binnenwereld maar fotograferen!’ Het beeldend werk van Willem Frederik Hermans

Door Peter Kegel, Bram Oostveen, Daan Rutten en Marc van Zoggel

Afbeelding uit Fotobiografie met de bijbehorende tekst van Hermans: ‘Er werd een statieportret van de nieuwe wereldburger gemaakt, zoals het hoort.’

Willem Frederik Hermans was lector in de fysische geografie en bovenal literair auteur, maar minder bekend is dat hij aan het eind van de jaren vijftig ook een carrière als professioneel fotograaf ambieerde. Hij schreef zich onder de naam ‘Persfotobedrijf W.F. Hermans’ zelfs in bij de Kamer van Koophandel en ging lessen volgen aan de Fotovakschool in Den Haag om het benodigde diploma te halen. Het werd geen succes. Hermans zakte voor het examen, maar niet ‘doordat ik een slecht fotograaf ben’, zo schreef hij aan zijn Vlaamse collega Gust Gils, maar omdat hij de ‘zeer dure en belachelijk slechte schriftelijke cursus’ niet had gevolgd.[1] Die was in zijn ogen dan ook vooral bedoeld voor ‘de doordouwers die, hoewel van elk artistiek geweten gespeend, toch de kost willen verdienen door op een knopje te drukken’.[2] Uiteindelijk schreef Hermans zich in 1962 weer bij de Kamer van Koophandel uit. Lees verder >>

Hoe Willem Frederik Hermans keek bij het zwembad

Door Marc van Oostendorp

Een ontroerende passage in het Willem Frederik Hermans-nummer van het Multatuli Jaarboek staat in een artikel van mijn collega Peter Kegel:

Bijna alle delen van de Volledige Werken [van Multatuli] zijn door Hermans fors becommentarieerd, via talloze aanstrepingen en opmerkingen de marges. Die marginalia werden door Hermans daarbij steeds gedeeltelijk geïndexeerd op de schutbladen voorin de delen, via paginaverwijzingen die vaak werden voorzien van een thematische aanduiding, persoonsnaam of ander steekwoord.

Lees verder >>

Het eindeloze medelijden van Willem Frederik Hermans

Voordracht, gehouden bij de presentatie van deel 8 van de Volledige Werken van Willem Frederik Hermans op 22 november 2017

Door Peter Kegel

Het _MG_1685stofomslag van het tweede en laatste deel met Hermans’ Verhalen en novellen, het boek dat we hier vanmiddag feestelijk presenteren, heeft op de binnenzijde twee citaten, beide afkomstig uit de canonieke Hermansbundel Een wonderkind of een total loss (1967). Dat tweede citaat kent u, want dat hebben we gebruikt in de uitnodiging voor deze presentatie. Voor wie die uitnodiging niet bij de hand heeft, citeer ik de tekst nog even:

‘Alle succesvolle auteurs hebben hun publiek gevleid; niet hun slechte humeur op hun lezers losgelaten zoals ik. – Wat niet wegneemt dat de mensen me van jongs af aan ook niet mochten als ik goedgehumeurd was.’

Dat goede humeur hield Hermans in het algemeen goed verborgen, en al helemaal in het verhaal waaruit het citaat afkomstig is, ‘Het grote medelijden’. Lees verder >>

Verschenen: Deel 8 van de Volledige Werken van Willem Frederik Hermans

Binnen het omvangrijke en veelzijdige oeuvre van Willem Frederik Hermans kwam één langlopend project nooit tot voltooiing: een grote autobiografische roman. Wel verschenen er in de vorm van verhalen en novellen losse gedeelten uit dit ‘werk in uitvoering’, waarin het hoofdpersonage Richard Simmillion het alter ego van de schrijver is.

Twee van de vier verhalen uit de bundel Een wonderkind of een total loss (1967) zijn Simmillion-teksten, en ook in De laatste roker (1991), waarin Hermans een groot aantal verhalen verzamelde die door de jaren heen verspreid in kranten en tijdschriften hadden gestaan, werden er enkele opgenomen.

Beide titels verschijnen nu in deel 8 van de Volledige Werken, samen met de in Vier novellen (1993) gebundelde juweeltjes die Hermans in de eerste helft van de jaren tachtig kort na elkaar publiceerde: ‘Filip’s sonatine’, ‘Homme’s hoest’, ‘Geyerstein’s dynamiek’ en ‘De zegelring’. Het bibliofiele werkje De onversleten wandelaar (1994) completeert het geheel. Met het verschijnen van dit deel in de reeks is de publicatie van alle novellen binnen de Volledige Werken – eerder verscheen al deel 7 – nu compleet.

Meer informatie

Willem Frederik Hermans was een slecht filosoof. Nou en?

Door Marc van Oostendorp

Ik ben oud genoeg om even ‘oei!’ te denken als ik lees dat iemand beweert dat Willem Frederik Hermans iets ‘volstrekt verkeerd begrepen’ heeft. Als de meester het maar niet hoort! Tot ik besef dat de meester natuurlijk al enige tijd dood is en dat hij de schrijver van zulke krasse woorden niets meer kan maken.

Met een gerust hart kunnen we dus het essay lezen dat de Oostenrijkse neerlandicus, typograaf en filosoof Rainer Erich Scheichelbauer onlangs publiceerde met de eenvoudige titel Willem Frederik Hermans als filosoof. Er blijft in dat boekje niet veel over van de schrijver als denker. Hij blijkt te hooi en te gras bij een aantal wijsgeren wat ideeën te hebben opgedaan zonder ze echt goed begrepen te hebben en zonder dat de samenvoeging van die ideeën een coherent geheel opleverde.
Lees verder >>

4 maart W.F. Hermans en Multatuli

Op zaterdagmiddag 4 maart houdt Marc van Zoggel een lezing over W.F. Hermans’ bemoeienis met Multatuli. Hermans schreef de biografie De Raadselachtige Multatuli (1987) eerste druk 1976. Van Zoggel zal ingaan op de totstandkoming daarvan. Hij is onderzoeksmedewerker aan de Volledige Werken van Hermans bij het Huygens ING Instituut.

Locatie: Doelenzaal Universiteitsbibliotheek van Amsterdam
Tijd: 15 uur
Introducé(e)s zijn van harte welkom.

Om 14.00 uur (13.30 inloop met koffie en thee) wordt eerst de Algemene Ledenvergadering van het Multatuli Genootschap gehouden.

Was Lodewijk Stegman dronken?

Door Marc van Oostendorp

Toen Willem Frederik Hermans in 1952 zijn rechtszaak won, verloor de literatuur. Dat heeft de Amsterdamse hoogleraar Thomas Vaessens de laatste jaren een aantal keer beweerd. Hermans stond voor de rechter omdat de hoofdpersoon in Ik heb altijd gelijk allerlei onaardige dingen zei over katholieken – dat ze zich maar bleven voortplanten en zo, het soort dingen dat tegenwoordig de paus zegt. Hermans zou hebben gewonnen omdat de uitspraken van een romanpersonage niet op het conto van een auteur konden worden geschreven; maar daarmee zette de rechter volgens Vaessens de literatuur voortaan buiten spel.

Naarmate de literatuur autonomer werd, boette ze in aan autoriteit in maatschappelijke discussies. In een boek kun je alles wel beweren, het maakt niets uit.

Het proefschrift van Laurens Ham Door Prometheus geboeid is deels een weerlegging van de bewering van Vaessens’ stelling en deels een aanvulling erop.
Lees verder >>

De liefste machine – Gastcollege Willem Otterspeer

 

 

22 september 2014 | 15:00–16:00 uur | Heinsiuszaal | Universiteitsbibliotheek Leiden

Willem Frederik Hermans en de schrijfmachine

‘Dat niet ideologieën, maar alleen concrete fysische ontdekkingen onze levenswijs duurzaam beïnvloeden, lijkt mij waarschijnlijk en dat nieuwe uitvindingen, nieuwe apparaten de maatschappij diepgaand veranderen is onbetwistbaar’, schrijft Hermans in De schrijfmachine mijmert gekkepraat (1989, 5). Het belang en de betekenis die Hermans toekent aan (media)technologie, blijkt ook uit de veelheid aan radio’s, klokken, geweren, stoommachines, computers en camera’s waar hij in zijn werk bij stilstaat (of mee-rent). In deze Wunderkammer aan toestellen en apparaten neemt de schrijfmachine een bijzondere plaats in. Willem Otterspeer voert ons mee naar die plaats, en spreekt over de rol van de schrijfmachine in het leven en werk van Willem Frederik Hermans.
 
Willem Otterspeer
Willem Otterspeer is historicus, schrijver en hoogleraar Universiteitsgeschiedenis aan de Universiteit Leiden. Hij bezorgde Hermans’ briefwisselingen met Gerard Reve, Rudy Kousbroek en Ethel Portnoy. In 2013 verscheen het eerste deel van Otterspeers tweedelige biografie over Hermans, De mislukkingskunstenaar (1921-1952).
Tekst en Medium
Dit gastcollege wordt georganiseerd door de opleiding Moderne Nederlandse Letterkunde, in het kader van de BA-module “Tekst en Medium” die zowel de effecten van het medium vanliteratuur, als de representatie van media en technologie in de literatuur onderzoekt.
Aanmeldingen via lucas@hum.leidenuniv.nl.

Hermansnacht op Radio 1 (vrijdag 18-zaterdag 19 okt).

Op 28 november verschijnt bij De Bezige Bij De mislukkingskunstenaar, het eerste deel van de biografie van Willem Frederik Hermans over de jaren 1921-1951, geschreven door Willem Otterspeer.

Bijzonder is dat Radio 1 de komende nacht (van vrijdag 18 oktober op zaterdag 19 oktober), van twee tot zeven, als De Hermansnachtvolledig in het teken staat van Hermans. Vijf uur lang wordt onderzocht wat voor schrijver hij was. Wat waren zijn drijfveren en frustraties en vooral ook hoever reikt zijn invloed vandaag de dag? Heeft hij nog betekenis? En verdient zijn werk een tweede leven? En wat staat er nou precies in de biografie? Aan de hand van archiefmateriaal waarin Hermans zelf aan het woord komt, praten Wim Brands en Jeroen van Kan met diverse gasten over ‘het geval Hermans’.

Ook Cultura24 besteedt aandacht aan W.F.Hermans. Naar aanleiding van het verschijnen van de biografie zendt Cultura zaterdagavond 19 oktober om 20.30 de verfilming uit van De blinde fotograaf uit 1973. Daarnaast zijn deze zaterdag twee interviews met Hermans te zien: een aflevering uit 1962 van Boeken aan het woord waarin Jessurun d’Oliveira met hem praat over De donkere kamer van Damokles en hij zich verdedigt tegen de kritiek die destijds van verschillende kanten kwam, zowel van het voormalige verzet als van moraalridders (21.20-21.50 uur) en een aflevering uit 1965 van Literaire ontmoetingen, waarin hij Andreas Burnier ontvangt in zijn huis in Haren en met haar spreekt over zijn literatuuropvattingen en het beeld dat hij van zichzelf kwijt wil (21.50-23.00 uur).

Twee verfilmingen van verhalen van Hermans volgen zaterdag 26 oktober: om 20.10 uur en 21.30 uur respectievelijk De elektriseermachine van Wimshurst uit 1978 en Paranoia uit 1967.

De taal van Willem Frederik Hermans

Door Marc van Oostendorp

We gaan een quiz doen. Welke naoorloogse Nederlandse schrijver schreef de volgende zin? “Nederlanders zijn er aan een kant van overtuigd dat in het buitenland alles beter is en aan de andere kant dol tevreden met de werkelijk allertreurigste manier waarop hun taal beheerd en geadministreerd wordt”.

Ja, ik weet wel, dit is een enigszins mislukte quiz, met het antwoord al in grote letters boven het stukje afgedrukt, en dan ook nog die foto hiernaast. Het is dan ook een, laten we zeggen, retorische quiz. Ik ben dezer dagen De boze brieven van Age Bijkaart aan het herlezen. Ik denk dat het 30 jaar geleden was dat ik het voor het laatst las, maar de toon is meteen onmiskenbaar.

Het gaat in dit geval niet eens om de stijl, want die is in deze zin, nu ja, wat zullen we ervan zeggen.
Lees verder >>

Niet meer slapen door Willem Frederik Hermans?

“Wij krijgen niet in onze prille jeugd van Hogerhand een teken welke kant wij op moeten, zodat we, mits van goeden wille, dan ook zonder omwegen het aangewezen doel bereiken.
Pas later, als we, noodzakelijkerwijze door het verstrijken van de jaren, ergens gekomen zijn, waar dan ook, kunnen we achteraf vertellen waar we vandaan en waar we langs zijn gekomen, en ons verbeelden dat het altijd al zo had gemoeten.”
W.F. Hermans (1984) in: Waarom schrijven?

Nooit meer slapen (NMS) van W.F. Hermans is een van die boeken die ik keer op keer herlees en totnogtoe zonder hetzelfde verhaal te lezen. De roman leest als een soort detective. Af en toe maakt Hermans’ brille me ietwat iebelig en dan schakel ik over op een Donald Duck dieet, maar NMS blijft onweerstaanbaar trekken.

Toevallig las ik zo’n drie weken terug het artikel van Max van Duijn (MvD): “Bloed aan de handen van Alfred Issendorf?” in De Gids 2012/4. Ik ben half en half dezelfde mening als Van Duijn toegedaan: Alfred zou Arne best de dieperik in kunnen hebben geduwd. Alleen is dat aan de hand van de tekst (nog?) niet waterdicht door Van Duijn bewezen.
Lees verder >>

De zaak Alfred I.

Hebben romanpersonages rechten? Mag je ze bijvoorbeeld zomaar van alles en nog wat beschuldigen? Geldt in de literatuuranalyse iets als bewijs wat in de rechtbank zou worden afgewezen?

In het nieuwe nummer van De Gids beschuldigt de Leidse promovendus Max van Duijn de jonge Alfred Issendorf, hoofdpersoon in de roman Nooit meer slapen van Willem Frederik Hemans, van moord. Van Duijns bewijzen voor die nogal boude stelling zouden geen rechter overtuigen – of als ze dat wel zouden doen, zou het tot een schandaal leiden als in de zaak van Lucia de B.

Lees verder >>

Lit: G.F.H. Raat. Literatuur als noodzaak. Willem Frederik Hermans: Facetten van een schrijverschap (A’dam 2010)

Over de schrijver Willem Frederik Hermans (1921-1995) en zijn werk zijn al talloze boeken geschreven. Literatuur als noodzaak van Gerard Raat is echter de eerste studie die de verschillende aspecten van zijn schrijverschap in hun onderlinge samenhang belicht. Aan de hand van zijn verhalende en beschouwende proza laat G.F.H. Raat zien hoe Hermans’ poëtica, thematiek en techniek wortelen in zijn visie op het bestaan. Hermans ziet de literatuur als het ultieme wapen om zijn persoonlijke waarheid in de geest van zijn onwillige medemensen te branden. Literatuur is voor hem een bestaansvoorwaarde en bittere noodzaak. Deze werkelijkheidsconceptie komt tot uitdrukking in zijn thematiek; vruchteloos proberen de personages van Hermans de buitenwereld te overtuigen van hun gelijk in een universum dat geen waarheid kent. Tot slot plaatst Raat het werk van Hermans in een literair-historisch kader.
Lees verder >>