Tag: Willem Elsschot

Elsschots ongeduld

Door Freek Van de Velde

Op 19 december 1933 legde Willem Elsschot de laatste hand aan zijn roman Tsjip. Hij was zelf erg tevreden met het resultaat, en stuurde meteen een brief aan Jan Greshoff. Die had het boek willen hebben voor Groot Nederland, maar Elsschot had het aan Forum beloofd om Menno ter Braak een plezier te doen. Elsschot hield zijn woord en stuurde het boek inderdaad naar Forum. Ik weet niet precies wanneer, maar het moet dus ergens eind 1933 zijn. Iets meer dan anderhalve maand later, op 15 februari 1934 vindt hij dat het lang genoeg geduurd heeft, en hij informeert bij de redactie hoe het zit:

Lees verder >>

Ieder gedicht een klacht over de onmacht van de taal

Door Marc van Oostendorp

Als willekeurig wie in 1933 een gedicht had geschreven dat eindigde op de regels ‘O jeugd! O tijd van smarten! / Van vreugd en wilde harten!’, dan waren we dat gedicht inmiddels wel vergeten, vooral als het ook nog eens begonnen was met de regels ‘Waar heb ik toch de kracht gehaald / die zo mijn ziele heeft gestaald’.

Maar het was niet willekeurig wie die deze regels schreef. Het was de beroemde romancier Willem Elsschot.

De Antwerpse uitgever Polis is nu het werk van Elsschot opnieuw aan het uitgeven, en het probleem wat te doen met het dichtwerk van Elsschot – het is niet veel, en critici voelen zich er ongemakkelijk bij, hoewel het één zeer bekend gedicht heeft opgeleverd (Het huwelijk) en nog een handjevol citeerbare regels (‘Jongen, met je wankel hoofd’, ‘Dient het wijf dat moeder heet’, ‘Lamme smeerlap, met je baard, / dor van geest maar dicht behaard’).

De redacteuren Koen Rymenants en Carl de Strycker hebben hier een briljante oplossing voor gevonden. Lees verder >>

Pas verschenen: Willem Elsschot. Dichter

Wie Elsschot zegt, denkt niet meteen aan poëzie. Toch zijn het juist enkele van zijn dichtregels die iedereen zal herkennen: ‘tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren’, bijvoorbeeld. Willem Elsschot. Dichter bevat alle gedichten uit Elsschots enige bundel.

Een select gezelschap van vijfentwintig scherpzinnige lezers geeft er commentaar bij, aangevoerd door Elsschotkenner Koen Rymenants en poëzie-expert Carl de Strycker. Ze verhelderen Elsschots proza met behulp van zijn poëzie en omgekeerd. Ze tonen ons Elsschot als gelegenheidsdichter en -vertaler en brengen onvermoede verwantschappen aan het licht: met Guido Gezelle en de gezusters Loveling, de Bijbel en Victor Hugo, maar ook met Herman de Coninck en Kees van Kooten. Lees verder >>