Tag: Willem Brakman

Man zonder ismen

Door Marc van Oostendorp

Behalve over het leven van Willem Brakman gaat Nico Keunings Een ongeneeslijk heimwee ook over literaire –ismen. Brakman verzette zich zelf de laatste decennia met hand en tand tegen het idee dat hij een postmodernist zou zijn. Het postmodernisme associeerde hij met gebrek aan ernst, met totale relativering van de inhoud ten gunste van de vorm – daar wilde hij niet bij horen en kennelijk was hij er zelfs door deskundige liefhebbers als de Vlaamse letterkundige Bart Vervaeck niet kon worden overtuigd dat er misschien meer te beleven was – een vorm van ernst waar de zijne ook in paste.

Lees verder >>

De gehoorzame dode

Door Nico Keuning

De literatuur is een vrijstaat, waar als hoofdregel geldt dat de hoofdpersoon of het personage in een verhaal of roman niet verward moet worden met de auteur van het werk of een in werkelijkheid bestaande persoon. In fictie is het niet de mening van de auteur of persoon, maar die van een literair hoofdpersoon of personage. De roman is een product van de verbeelding. Lees verder >>

Schrijvende dokters

Door Nico Keuning

Zaterdag 21 september vond er aan de VU in Amsterdam een symposium plaats onder de titel ‘Schrijvende dokters’. Literatuur en geneeskunde vormen een interessant verband onder schrijvende dokters (en psychiaters). Hierbij gaat het niet om publicerende, westerse schrijvende dokters, maar om literair erkende auteurs. Tachtig in totaal, volgens Arko Oderwald, bijzonder hoogleraar Literatuur en geneeskunde aan de Universiteit voor Humanistiek. Onder de Nederlandse psychiaters betreft het veelal dichters. Denk aan Vasalis, Rutger Kopland, Frank Koenegracht en Toon Tellegen.

 Anton Tsjechov, Alfred Döblin, Louis-Ferdinand Céline, Arthur Conan Doyle en de Amerikaanse dichter William Carlos Williams zijn enkele bekende buitenlandse namen, naast Nederlandse dokters als Cola Debrot, Belcampo, Simon Vestdijk en Willem Brakman. Een groot aantal van de schrijvende dokters – Vestdijk bijvoorbeeld – heeft al in een vroeg stadium de stethoscoop aan de wilgen gehangen om zich nader toe te leggen op het schrijven. Zij vallen in de categorie ‘Niet dokteren’. J. Slauerhoff heeft tot het eind van zijn korte leven ‘gedokterd’. En ook Céline hoort bij de groep ‘Wel dokteren’, als we afgaan op het bord ‘médecin des pauvres’, dat hij nog tot kort voor zijn dood in Meudon in de tuin had staan.

Lees verder >>

In dienst van de literatuur

In memoriam Tom van Deel (1945-2019)

Door Nico Keuning

Op maandag 12 augustus, is Tom van Deel, oud-literatuurcriticus en oud-docent Moderne Letterkunde aan de UvA, overleden. Hij publiceerde gedichten als T. van Deel. Twee maanden geleden, op 13 juni, de geboortedag van de schrijver Willem Brakman, was ik nog in Amsterdam bij Van Deel op bezoek. Die datum was toeval. Ik realiseerde me het pas toen de afspraak was gemaakt. Maar dat Brakman bij onze laatste ontmoeting een rol speelde, was alles behalve toevallig.

 Aanvankelijk kende ik ‘Van Deel’ op afstand als docent aan de UvA, waar ik tussen 1976 en 1982 Nederlands studeerde. Later liep ik hem eens tegen het lijf bij een Querido-borrel. De uitgeverij, waar zijn gedichten werden uitgegeven. Tevens de uitgever van het gerenommeerde literaire tijdschrift De Revisor, waarvan Van Deel mede oprichter was. We spraken tijdens die borrel over Gerrit Krol, een van zijn favoriete auteurs, naast Willem Brakman, Jeroen Brouwers en de dichter Rutger Kopland. Auteurs voor wie hij als docent Moderne Letterkunde, als recensent van dagblad Trouw, redacteur van De Revisor en lid van menige jury, een lans brak. Brakman noemde hem ‘apostel en propagandist’. Tussen beiden ontstond na hun eerste ontmoeting in 1964 een warme vriendschap. ‘Ik ben vanaf mijn 19de met hem in intensief contact geweest,’ schreef ‘Tom’ mij in een mail van 20 september 2016 als reactie op het nieuws dat ik de biografie van Brakman ging schrijven. Van Deel stelde ruimhartig zijn Brakman-collectie ter beschikking die ik in delen kon lenen. ‘Dat archief is betrekkelijk ongeordend, maar beschikbaar, de honderden brieven eveneens. En alle documenten.’

Lees verder >>

Willem Brakman en de logge hops der hormonen

Door Ton den Boon

‘We waren gelukkig, ik hield van haar en zij bedroog me met al m’n vrienden.’ Soms zijn uitspraken over seks en erotiek in de verhalen van Willem Brakman hilarisch, maar vaak schuilt er iets venijnigs in. Misschien hangt dat wel samen met de voorliefde van Brakman voor het beschrijven van seksuele aberraties. Helpt een personage een ‘bijzonder elegante vrouw, ferm van stap’ ongevraagd bij het instappen in de bus, dan streelt hij langs haar ‘nylons zacht als boter’. Niets aan de hand dus, denk je als lezer, maar vervolgens blijkt de vileine aard van de man: ‘Oneindig teder heb ik haar even aangeraakt met de tip van mijn vingertop waaraan een scherfje scheermes was bevestigd door middel van een vleeskleurige pleister. Even een snelle zwiep van verrukking, een naaldscherpe aai; en een vleug van troost vond ik in de holte van haar knie, maar zij glimlachte over mij heen naar de Banque de Paris. Thuis zal zij merken hoe diep mijn verering voor haar was en hoe feilloos mijn precisie. Een druppel bloed zal op de vloer van de badkamer fluisteren in een uiterste aan stilte, en in die kleine rode poel keert mijn gezicht terug, mijn glimlach. Dan zal ze gillen en van mij dromen, wat wil een mens meer?’ Lees verder >>