Tag: wetenschapsgeschiedenis

De durf van het grote gebaar

Door Marc van Oostendorp

Eind vorig jaar werd Rens Bod volkomen terecht door de Universiteit van Amsterdam uitgeroepen door UvA’er van het jaar. Hij is een academicus die zijn verantwoordelijkheid als intellectueel neemt. Hij is enorm breed belezen, heeft twee jaar geleden een zware administratieve taak op zich genomen, is een van de belangrijkste drijvende krachten achter WO in actie, en ontpopte zich de laatste jaren behalve als informaticus en taalkundige ook nog eens als historicus van de wetenschappen.

Enkele jaren geleden verscheen van hem De vergeten wetenschappen, waarin hij liet zien hoe belangrijk geesteswetenschappen waren geweest in de ontwikkeling van ‘de’ wetenschap. In een nieuw boek, Een wereld vol patronen, zet hij die lijn door – nu nóg grootser opgezet: dit boek gaat, aan de hand van 10 casuswetenschappen, waaronder wiskunde, sterrenkunde, taalkunde, geschiedswetenschap en rechtswetenschap over de ontwikkeling van álle wetenschap, over de hele wereld en sinds we iets weten over de cognitie van homo sapiens.

Lees verder >>

Maatschappij der Nederlandse Letterkunde viert 250-jarig jubileum

ereleden-maatschappij-letterkundeKoning Willem-Alexander woonde op vrijdag 20 mei in Leiden het 250-jarig jubileum Maatschappij der Nederlandse Letterkunde bij.

Koning Willem-Alexander is beschermheer van de jubilerende Maatschappij. In het Academiegebouw van de Universiteit Leiden overhandigde Ton van Kalmthout hem het jubileumboek Al die onbekende beroemdheden. Nadat hij het boek in ontvangst nam, poseerde de koning uitgebreid met de juist daarvoor benoemde ereleden van de Maatschappij.

Belang van de letterkunde

In het boek schetsen enkele auteurs onder redactie van literatuurwetenschapper Van Kalmthout samen met Peter Sigmond en Aleid Truijens een uitgebreid beeld van de Maatschappij sinds haar oprichting. De titel is ontleend aan een uitspraak van schrijver Multatuli, die eens bedankte voor het lidmaatschap. Hij zou zich gecompromitteerd voelen tussen al die onbekende beroemdheden, luidde zijn toelichting. Toch zijn ook op het grote wereldtoneel de werkzaamheden van de leden van de Maatschappij allerminst futiel, betoogde Van Kalmthout: in hun stille studeerkamers werken zij aan de boeken van de vrede.

Lees verder >>

Hoe het Engels de wetenschapstaal werd zonder dat iemand het wilde

Door Marc van Oostendorp


Een beetje natuurwetenschapper moest in de negentiende eeuw liefst drie verschillende talen kunnen lezen: Duits, Frans en Engels. Een beroemde scheikundige als Dmitri Mendelejev had moeite om zijn claims op de ontdekking van het periodiek systeem van de elementen aannemelijk te maken omdat hij deze in het Russisch had gepubliceerd.

Dit leidde her en der tot grote ontevredenheid: kon dat niet beter? Was het niet ooit beter geweest, toen het Latijn nog de internationale taal van de wetenschap was? En kon het niet beter? In zijn nieuwe, meeslepende boek Scientific Babel beschrijft de Amerikaanse historicus Michael Gordin de geschiedenis van de internationale wetenschapstalen “vanaf de val van het Latijn tot de opkomst van het Engels” zoals de ondertitel luidt, al neemt hij feitelijk de geschiedenis van het Latijn én de huidige dominantie van het Engels ook nog mee.

Die geschiedenis leert vooral dat je in zaken van taalpolitiek beter niets kunt proberen. In de loop van de tijd zijn feitelijk alle pogingen om tot een oplossing van het taalprobleem in de wetenschap te komen, mislukt. Ondertussen groeide de oplossing waar niemand zich voor inzette – het Engels – tot de oplossing die het nu biedt.

Lees verder >>

Wetenschap, waarheid en verwarring aan het strand

Door Marc van Oostendorp
Als iemand nog een tip wil voor wat te lezen aan het strand, zeg ik: The Structure of Scientific Revolutions van Thomas Kuhn. Ja, ik weet ook wel dat dit boek al meer dan vijftig jaar oud is – het verscheen in 1962 –, en dat je allang weet wat er in wordt uitgelegd. Maar lees het toch maar, of lees het nog eens. Het hoort echt bij de klassieken, in alle mogelijke opzichten. Je hebt het pas voldoende gelezen als je het uit je hoofd geleerd hebt.
Structure is het boek waarin Kuhn uitlegt hoe volgens hem de geschiedenis van de (natuur)wetenschap werkt. Er zijn twee perioden: die van de normale wetenschap en die van de paradigmawisseling. Tijdens de eerste periode zijn de beoefenaren van de wetenschap het eens over hoe de wereld er in grote lijnen uitziet. Hun wetenschap bestaat uit sommen maken en puzzels oplossen; de theorie wordt hier en daar wat bijgevijld, witte plekken worden ingevuld. Er wordt van alles ontdekt, er zit zeker schot in de zaak, maar ons idee van de wereld verandert er niet door. We weten dat de aarde om de zon draait en hoeven alleen nog uit te rekenen hoe snel precies.

Lees verder >>

De wereld zou nog best wat filologie kunnen gebruiken

Door Marc van Oostendorp

 

De Westerse geesteswetenschappen begonnen allemaal met verbazing over hoe verschillend de mensen zijn. De Grieken hadden twee boeken die ze enorm bewonderden en dagelijks lazen, de Ilias en de Odyssee. Die waren echter in een wonderlijke mengeling van Griekse dialecten geschreven – een mengeling die, net als de inhoud van de boeken, bovendien in de loop der eeuwen natuurlijk steeds ouderwetser werd. De Romeinen werden machtig in het rijk waarin minstens één andere taal en cultuur een belangrijke rol speelde: de Griekse, en ze moesten dus een manier vinden om met al die verschillende soorten Grieks die je alleen al in Homeros vond om te gaan, én een manier om de verschillen tussen het Latijn en het Grieks te begrijpen.

In zijn boek Philology. The forgotten origins of the humanities laat de Amerikaanse historicus James Turner zien hoe de filologie ontstond uit verbazing over die variatie, en pogingen om dat andere begrijpelijk maken, en hoe de traditionele geesteswetenschappen – taalkunde, letterkunde, geschiedenis – uit die filologie ontstonden.

De verandering van filologie van één taal naar filologie van meer talen werd in de Renaissance nog eens overgedaan.
Lees verder >>

Engels klonk niet wetenschappelijk genoeg

Ik twitterde een paar dagen geleden dat empathie een vertaling is van Einfühlungsvermögen. Mijn bronnen waren de Engelstalige Wikipedia en Wiktionary. Daar wordt toegelicht dat het woord in 1909 is bedacht door de Britse psycholoog Edward Titchener (zie foto). Meerdere mensen reageerden daar verbaasd op. ‘Ik zie daar nauwelijks een vertaling in’, schreef @stichtingNederl, en voor @appelboor was empathy compleet Grieks.

Lees verder >>