Tag: wetenschapscommunicatie

Neder-L is gratis en vrij van overheidsbemoeienis

Het was vorige week de week van de Open Access – het idee dat de resultaten van wetenschappelijk onderzoek, zowel de data als de geschriften, vrij toegankelijk moeten zijn voor alle belangstellenden. Wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan met publiek geld, zo is de gedachte en nu het door internet mogelijk is geworden om publicatie goedkoop te maken, is het niet nodig en ongewenst om commerciële uitgeverijen te spekken met grote sommen geld om dat onderzoek voor veel geld aan het publiek te verkopen.

In het nieuwe nummer van De Gids neemt Maarten Asscher (‘schrijver, directeur van Athenaeum Boekhandel te Amsterdam, oud-Gids-redacteur’) stelling tegen deze gedachte. Althans hij maakt een drievoudig onderscheid:

Lees verder >>

Taal is simpeler dan gedacht

Zonder de Amerikaanse taalkundige Noam Chomsky (1928) zouden persberichten over de taalkunde er heel anders uit zien. Ik heb een archiefje van dat soort persberichten van de afgelopen dertig jaar en over die hele periode vind je regelmatig aankondigingen van wetenschappelijke doorbraken die nu definitief laten zien dat Chomsky ongelijk heeft.

Het lijkt me heel naar om zo’n onderzoeker te zijn die in 1989 definitief heeft aangetoond dat Chomsky ongelijk heeft om dan 23 jaar later in de krant te lezen dan een jongere collega nu echt definitief heeft aangetoond dat Chomsky het bij het verkeerde eind had.

Een paar dagen geleden kwam de Universiteit van Amsterdam weer met zo’n bericht:

Lees verder >>

Hu! Een hypothese!

Een Nijmeegs persbericht over een nieuw proefschrift houdt me al een paar dagen bezig – zou die (aanstaande) jonge doctor dat nu echt menen? “Ik had vooraf geen hypothese over de mogelijke verschillen”, zegt Karen Keune in dat persbericht (dat ook op Neder-L verscheen, met commentaar over de spelling, maar niet over de inhoud. “Ik heb echt gekeken naar wat er uit het materiaal naar voren kwam.”

In het proefschrift staat het niet zo, dus ik neem aan dat een voorlichter het heeft toegevoegd. Zou iemand die een heel proefschrift geschreven hebben zo’n idee kunnen hebben van wetenschap? Dat geloof ik niet.

Lees verder >>

De buik vol van wetenschap

Het is wetenschapsmaand. Ik kan het weten, want ik was gisteren bij de opening van die maand, in het Museon in Den Haag, met nog vijfhonderd genodigden.

Men had er kennelijk niet op gerekend dat er zovelen op de uitnodiging zouden ingaan. Dat werd ons in ieder geval een paar keer verwijtend medegedeeld: dat er zoveel genodigden waren gekomen. De zaal puilde uit en sommige mensen moesten via videoschermen kijken. Het maakte niet uit. Al die beleidsmakers, onderzoekers, wetenschapsjournalisten kregen een programma voorgeschoteld dat tenenkrommend en fantasieloos was.

Lees verder >>

De onmogelijkheid van Wikipedia

In de New Yorker van deze week staat een open brief van de schrijver Philip Roth. In het Wikipedia-artikel over zijn roman The Human Stain stond volgens hem een fout: er werd beweerd dat de hoofdpersoon op beroemde schrijver X was gebaseerd, terwijl volgens Roth eigenlijk de hoogleraar Y model had gestaan.

De kwestie van X en Y vind ik niet zo vreselijk belangwekkend – mij interesseert het feit dat Roth de fout in de Wikipedia alleen kon herstellen door een artikel in de New Yorker te schrijven. Had hij het niet eenvoudigweg uit het oorspronkelijke stuk kunnen halen of laten halen? Iedereen kan immers bij Wikipedia? Het antwoord is nee.

Lees verder >>

Dubieus onderzoek over Wikipedia

U bent er gisteren misschien ook van geschrokken: het bericht dat onderzoekers van de Universiteit Twente hadden vastgesteld dat bijna driekwart van de artikelen op Wikipedia moeilijk te lezen zou zijn. Het bericht haalde de website van de Volkskrant (die verwijst naar De Telegraaf, maar die laatste krant heeft het bericht voor zover ik kan achterhalen niet online gezet) en die van Webwereld en van Onze Taal.

Dat zijn stuk voor stuk serieuze bronnen. Het is gebaseerd op een artikel in het wetenschappelijke elektronische tijdschrift First Monday. Maar het onderzoek is dubieus.

Lees verder >>

Een laconiek gevoel voor taal

Lang leve Frank Jansen

Als er een nieuw nummer van Onze Taal in de bus ligt, hoop ik altijd dat er een artikel van Frank Jansen in staat. De Utrechtse taalkundige is onlangs zestig geworden. In het septembernummer van Onze Taal viert hij die verjaardag met een artikel over de kunst van het schrijven voor ouderen. Dat begint zo:

Een tijdje geleden, toen ik nog onder de 60 was, viel mijn oog op een advertentie van een Duits kasteelhotel. Je kon er door een sprookjesachtig landschap wandelen naar het klooster Oybin, “dat u onder andere ook met de Zitauer smalspoorbaan kunt bereiken.” Een aanlokkelijk aanbod, maar waarom die nadruk op de verschillende wegen naar dat klooster? Pas enkele zinnen verder, over tuin- en borduurwerktentoonstellingen en de huur van nordicwalkstokken, had ik het door. De advertentie was voor ouderen, de wandeltocht waarschijnlijk alleen een prikkel tot weemoedig terugblikken, en het treintje een hele geruststelling.

Lees verder >>

Te populair

Vanavond begint de achtdelige serie Dat is andere taal (Nederland 2, 19:35 – 20:05). Ik ben op een aantal manieren betrokken bij die serie: ik heb de redactie geholpen bij het vinden van onderwerpen en van de geïnterviewden, voor zover dat geen ‘Bekende Nederlanders’ waren. Ik treed zelf in twee afleveringen op en heb meegeschreven aan het boek dat de de serie begeleidt. Bovendien hebben we op het Meertens Instituut een begeleidende website gemaakt, met onder andere een Taaldetector.

Lees verder >>

Het Nederlands uit Turkije

De beroemde schrijver en piloot Adriaan Viruly vertelde toen hij al heel oud was eens hoe hij zo lenig van geest bleef: door dagelijks de kranten te lezen. Alleen de artikelen over luchtvaart sloeg hij over. ‘Want daar klopt nooit iets van.’

Zo kan een onderzoeker geen wetenschapskatern doornemen. U heeft het vast ook gelezen: deze week werd alom bericht over de geografische oorsprong van onze Indo-Europese voorouders. Hoe zit dat in elkaar?

Lees verder >>

Leve het dorre geleerdenproza

Waarom schrijven taalkundigen zo slecht? Af en toe wordt mij die vraag gesteld. Of de presuppositie van die vraag (taalkundigen schriven slecht) waar is, weet ik eigenlijk niet – de enige aanwijzing die ik heb is dat hij wel eens aan mij gesteld wordt, door mensen die verstand hebben van schrijven en die weleens, of nou ja, minstens één keer in hun leven, wat van taalkundigen gelezen hebben.

Ik ken inmiddels wel alle theorieën die over dat veronderstelde gebrek bestaan. Mijn favoriet: dat mensen vaak een vak gaan studeren omdat ze er moeite mee hebben. Mensen die met zichzelf in de knoop zitten worden psycholoog, mensen die geen normale zin kunnen maken, gaan taalkunde sturen. Maar dat vind ik toch vooral een grappige theorie, zonder dat ik er echt in geloof. (Een probleem van die theorie is dat het moeilijk te verklaren is waarom mensen pakweg scheikunde of geschiedenis gaan studeren: omdat er iets mis is met hun lichaamssappen? Omdat ze gisteren niet van vandaag kunnen onderscheiden?)

Lees verder >>

Neerlandistiek studeren

Voor het komende studiejaar hebben zich aan de Nederlandse universiteiten samen 4400 studenten ingeschreven om psychologie te gaan studeren en 340 voor Nederlandse taal- en letterkunde. De cijfers staan in de zogenoemde aanmeldingsmonitor van 6 augustus jl.; bij mijn weten staat die niet online, maar hij wordt onder hoogleraren verspreid en is geloof ik ook niet geheim.

4400 tegenover 340: er zijn 13 keer zoveel aankomende psychologen als neerlandici, 13 keer zoveel scholieren die besluiten psychologie te studeren dan die een vak kiezen dat ze van school kennen, Nederlands. Wat verklaart dat verschil?
Lees verder >>

Medici en moedertaal

Als het Nederlands terrein verliest aan het Engels, dan gebeurt dat, behalve in het internationale bedrijfsleven, waarschijnlijk vooral in de wetenschap. Hoe staat het er bijvoorbeeld voor in de medicijnen. Daarover maakte Martin Kabos, een redacteur van een medisch-wetenschappelijke publicaties onlangs een intrigerende opmerking in een reactie bij een bericht op Neder-L. We vroegen hem om meer informatie en hij schreef het onderstaande artikel.

(door Martin Kabos)

Veel medisch-wetenschappelijke artikelen worden in het Nederlands geschreven. Het gaat om algemeen medische tijdschriften, maar ook om specifieke: bijna in alle specialismen zijn nog Nederlandstalige publicaties mogelijk. De Nederlandstalige medisch-wetenschappelijke tijdschriften worden volgens een recent artikel in Medisch Contact goed gelezen:

‘Bijna driekwart van de artsen zegt de wetenschappelijke ontwikkelingen ‘goed’ bij te houden, ruim een kwart zegt dat niet te doen. Geïnteresseerde artsen lezen vrijwel allemaal (99%) artikelen en berichten over wetenschap in Medisch Contact; 77% doet dat zelfs wekelijks. Ook volgen zij Nederlandstalige medisch-wetenschappelijke tijdschriften als het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) of Huisarts en Wetenschap. (…) Het percentage artsen dat Engelstalige bladen zoals The Lancet, BMJ, JAMA of NEJM leest, is aanzienlijk lager: 31% doet dat wekelijks, 21% zelfs nooit.’


Lees verder >>

Geleerd bloggen

Een paar dagen geleden heb ik mijn honderdvijftigste stukje voor dit weblog geschreven. Ik ben wetenschapper en de vraag doet zich voor: is dit wetenschap, het schrijven voor Neder-L?

Het antwoord is, natuurlijk, nee. Ik doe niet aan bronvermeldingen, ik leg nauwelijks verantwoording af van de methoden die ik gebruik voor het soort experimentjes dat ik hier laat zien, mijn blogposts zitten meestal zo vol tikfouten dat het wel duidelijk is dat zelfs de meest elementaire peer review ontbreekt. Wat ik hier doe, kan iedereen; dat is dus geen wetenschap.

Zo dacht ik gisteren nog. Lees verder >>