Tag: wetenschapscommunicatie

Een ruimere rok voor de neerlandistiek

Door Marc van Oostendorp

Processed with Snapseed.
De rokken van de ui.

Een wereld waarin tieners plaatjes van E.J. Potgieter en Helene Swarts delen via Instagram! Waarin lange rij voor de bioscoop staan vanwege een spectaculaire nieuwe verfilming van Vanden vos Reynaerde! Waarin menigeen een gedichtje van Rosalie Loveling als ringtone heeft ingesteld en de minister-president een avond uittrekt om over Bordewijk te praten!

Er is de afgelopen week enige discussie ontstaan over de bereikbaarheid van dat ideaal, naar aanleiding van de Bert van Selm-lezing die Frits van Oostrom vorige week hield; zie bijvoorbeeld dit stuk van Jona Lendering of dit van Ton Harmsen. (Het stuk staat zelf niet op internet, maar omdat jullie allemaal natuurlijk de Bert van Selm-lezingen steunen, heb je hem ofwel zelf gehoord of anders in een bibliofiel boekje in huis gekregen.)

Van Oostrom luidt de noodklok voor de Nederlandse letterkunde. Lees verder >>

Een kinderachtig idee als spannend nieuw paradigma

Door Marc van Oostendorp

Processed with Snapseed.
Illustratie: MvO

De moed zakt me in de schoenen wanneer ik artikelen lees die de titel dragen Evidence Rebuts Chomsky’s Theory of Language Learning. Is dat nu het niveau van ons vakgebied? Dat kranten, tijdschriften en websites  jaar in jaar uit dit soort artikelen plaatsen? Ook de inhoud maakt me niet echt vrolijker. Wat een kleuters, die taalkundigen, moet de enigszins geïnformeerde lezer wel denken. Bedenken ze nou nooit iets anders dan dat eeuwige gekissebis?

Dat komt in de eerste plaats natuurlijk door die titel. Ik mag mij met ingang van deze maand inmiddels 30 jaar taalkundestudent noemen, en in al die jaren lees ik in de kranten nooit iets anders dan dat die en die geleerde nu eindelijk heeft bewezen dat Noam Chomsky ongelijk heeft. Wat is de lol daarvan? En waarom altijd maar diezelfde theorie? Heeft er in de afgelopen decennia nooit iemand anders iets beweerd waarvan je zou kunnen aantonen dat hij ongelijk heeft?

Ja, zullen de krantenjongens en de bloggers en de auteurs van dit artikel in Scientific American zeggen, maar Chomsky is nu eenmaal beroemd. (Het is het argument van Tom Wolfe, waar ik gisteren over schreef. Wolfe heeft overigens natuurlijk óók al bewezen dat Chomsky ongelijk heeft.)

Lees verder >>

Bleke bekkies tegenover de man uit de jungle

Door Marc van Oostendorp

d92869c0851bcb869917bf2e9c35f062Dat taalkundigen niet weten wat literatuur is, bleek wel weer uit hun reacties, de afgelopen weken, op het nieuwe boek van Tom Wolfe, The Kingdom of Speech. In ieder geval op mijn Facebook-pagina gonst het al een tijdje van de schandes! van mijn vrienden. Wat gingen we nu weer krijgen!

Wolfe, de bekende Amerikaanse literator en journalist, schreef op 85-jarige leeftijd een boek dat niet alleen gaat over taal, maar vooral ook over taalwetenschap.

Het verhaal is fascinerend, zij het een beetje cliché-matig. Er bestaan twee groepen geleerden. Aan de ene kant hebben we lieden die de hele dag op hun kamer allerlei onzinnige theorieën zitten uit te denken, die nooit de straat op gaan, en die daardoor genoeg tijd over hebben om slinkse politieke spelletjes te spelen en die zo dus met hun bleke bekkies alle macht naar zich toe trekken. Lees verder >>

Commercial English in the Wetenschapsagenda

Door Marc van Oostendorp

They were the best of timesIk voorspel een grote toekomst aan de wetenschappelijke studie van de taalkeuze in Nederland. Gegeven het feit dat waarschijnlijk de meeste inwoners van ons land minstens tweetalig zijn, welke taal kiezen we dan in welke omstandigheden?

Er zijn nog veel domeinen waar dit nauwelijks een kwestie is. Ik geloof dat twee moedertaalsprekers van het Nederlands in het dagelijks leven als er niemand bij is nooit Engels zouden praten. Of je nu in een kroeg met je beste vriendin zit te praten, of op straat tegen iemand opbotst, of na het weekeind even met je collega gaat buurten – Engels praten voelt geloof ik ook voor de hipste jongeren nog steeds raar en aanstellerig in die omstandigheden. Je doorspekt je conversatie misschien met Engelse woorden. Maar de basistaal blijft Nederlands.

Lees verder >>

Waarom ik een blogger ben

Door Marc van Oostendorp

Door omstandigheden kon ik er helaas niet bij zijn toen Ionica Smeets vorige week vrijdag haar oratie uitsprak als hoogleraar wetenschapscommunicatie. Nu ja, laat ik eerlijk zijn, de omstandigheden bestonden er vooral uit dat ik ergens in een Italiaans bergdorp frutti di mare (!) zat te eten. Ik had hoe dan ook het graag meegemaakt, want ik vind Smeets steengoed en ik was erg benieuwd naar wat ze te zeggen had.

In afwachting daarvan verscheen op het wereldwijde netwerk van computers gelukkig wel een column die de filosoof Vincent Gijsbers uitsprak op een feestelijke avond na Smeets’ oratie. En die column is me nu eens echt uit het hart gegrepen.

Lees verder >>

Mag een hoogleraar zich ergens mee bemoeien?

Door Marc van Oostendorp

Ineens had iedereen een mening over de vraag of wetenschappers hun mening mogen uiten. Ik discussieerde er bijvoorbeeld hier op Neder-L genoeglijk over met Hans [Broekhuis red.], en toen bleek de PVV er ook ineens iets van te vinden: de Tilburgse hoogleraar Paul Frissen had beweerd dat de partij fascistisch was en moest daarom ontslagen worden! Daarover schreef de historicus Jona Lendering op zijn beurt dan weer een blog.  
De kern van de vraag lijkt me deze. Als wetenschapper spreek je soms hopelijk met enige autoriteit: als het gaat over je vakgebied. Wanneer je bijvoorbeeld DWDD aandacht wil besteden aan de vraag of het zinnig is om in het Nederlands onderscheid te maken tussen een bijwoord en een bijvoeglijk naamwoord, kun je dat beter aan [Hans, red.] Broekhuis vragen dan aan Gerard Joling. De vraag is nu echter waar Broekhuis’ autoriteit ophoudt. Mag hij bijvoorbeeld ook iets beweren over het Duitse bijwoord? Over de teloorgang van de puntkomma? Over het eindexamen? Over de uit de klauwen lopende uitgaven in de zorg?
In zekere zin mag hij natuurlijk over al die dingen iets vinden en beweren.

Lees verder >>

Wordt het niet hoog tijd om onze vertrouwde maar volstrekt achterhaalde ‘1-taal’ in te ruilen voor de eerste echte ‘2-taal’?

Onverwachte taalvragen aan de Nationale Wetenschapsagenda (11)

Door Marc van Oostendorp


Ja! Ik heb een wat verlate inspiratie gekregen voor een goed voornemen: ik ga mijn in augustus een roemloze schijndood gestorven serie ‘onverwachte taalvragen aan de Nationale Wetenschapsagenda’ weer nieuw leven inblazen. 

Alleen al onder de hoofdvraag ‘Wat zijn de oorzaken van taalvariatie?‘ worden daar 112 vragen geschaard waarvan de vragenstellers vast nog vol spanning op antwoord wachten. Omdat verder niemand anders zich voor de kwestie lijkt te interesseren. Omdat er verder niemand van mijn vakbroeders antwoord lijkt te willen geven, doe ik het maar. Bijvoorbeeld op de volgende kwestie:

  • Wordt het niet hoog tijd om onze vertrouwde maar volstrekt achterhaalde ‘1-taal’ in te ruilen voor de eerste echte ‘2-taal’?Als we praten of schrijven, gebruiken we daar vrijwel altijd ‘1-taal’ voor: puntvormige woorden, gerangschikt in lijnvormige zinnen. We weten niet beter, maar dat zou wel moeten – want die punt-en-lijn-structuur van de taal is alleen ontstaan doordat onze stembanden en trommelvliezen door hun fysiologische hoedanigheden niet goed raad weten met meer complexe benaderingen van de totale realiteit (…). Om wat te noemen, twee woorden (laat staan zinnen) tegelijk verwerken kunnen ze niet – en dus is er veel dat wij mensen onmogelijk kunnen zeggen, of denken. (…)

EUREKA! Festival
 opent de deuren naar de wetenschap

Op het EUREKA! Festival vieren we de wetenschap. Tijdens dit veelzijdige en inspirerende festival op zondag 29 november ervaar je hoe wetenschap ons leven, technologie, economie en onze maatschappij verrijkt. Kijk honderd jaar terug toen Einstein zijn relativiteitstheorie introduceerde. En kijk naar de toekomst met de Nationale Wetenschapsagenda: waar gaan wetenschappers in Nederland zich de komende jaren op richten?

Ruim 12.000 Nederlanders en organisaties konden in het voorjaar van 2015 hun vragen stellen aan de wetenschap.  Tijdens het EUREKA! Festival worden deze vragen op bijzondere wijze onderzocht en gepresenteerd aan het publiek.

Lees verder >>

We publiceren te weinig

Door Marc van Oostendorp

Jullie wisten het natuurlijk allang, want het artikel verscheen al in maart op internet, maar ik was er maar steeds niet aan toegekomen omdat ik zoveel andere dingen te doen had: het einde van de wetenschap is nabij omdat er teveel artikelen verschijnen.

In een nauwkeurige kwantitatieve studie gebaseerd op een groot aantal publicaties in de biologie en de natuurkunde laten de auteurs zien dat er steeds meer artikelen verschijnen, maar dat die artikelen daardoor ook steeds sneller uit de aandacht verdwijnen. De ‘halfwaardetijd’ van de citatiecijfers neemt almaar af: binnen steeds kortere tijd wordt er nooit meer naar een artikel in een ander artikel verwezen.

Lees verder >>

Hoe zou communicatie verlopen in een eventueel hiernamaals?

Onverwachte taalvragen in de Nationale Wetenschapsagenda (6)
Door Marc van Oostendorp

 

Wat mij een interessante vraag voor de wetenschap lijkt: waarom hebben mensen eigenlijk vragen ingestuurd voor de Nationale Wetenschapsagenda? We weten inmiddels dat velen van hen wetenschappers waren, en die deden het waarschijnlijk om hun eigen onderzoek in het zonnetje te zetten. Dat is legitiem – er was geen enkele regel die het verbood – maar het gaat ons er hier niet om. Waarom deden de niet-onderzoekers het? Hoopten ze inderdaad de agenda van de wetenschap voor de komende jaren te bepalen? Waren ze alleen nieuwsgierig naar een bepaalde kwestie?

Aangezien er geen geld en tijd is om deze waanzinnig interessante kwestie te onderzoeken, moeten we het voorlopig doen met de vragen die daadwerkelijk aan de Nationale Wetenschapsagenda gesteld zijn. Vragen als:

Wanneer kan het Nederlands afgeschaft worden in de publieke sfeer?

Onverwachte taalvragen in de Nationale Wetenschapsagenda (5)
Door Marc van Oostendorp
 
Duvet Cover Set (100% Cotton) van de
Hollandsche Eenheidsprijzen
Maatschappij

Taalkundigen denken het volgende over ‘leken’: dat ze denken dat spelling hetzelfde is als taal. Dat hun wetenschappelijke belangstelling zich beperkt tot de etymologie. Dat ze geobsedeerd zijn door het verval dat ze overal om zich heen menen te zien.

Maar wie zou er durven beweren dat er uit ‘het brede publiek’ geen onverwachte vragen kunnen opborrelen nadat hij de volgende vraag gelezen heeft?

  • Wanneer kan het Nederlands afgeschaft worden in de publieke sfeer? Het is nog steeds vrij gebruikelijk dat er bij publieke aangelegenheden Nederlands gesproken wordt, ook binnen universiteiten. Dit vormt echter een groot probleem voor talentvolle buitenlandse wetenschappers die hierdoor problemen ondervinden, zowel in het dagelijks leven als aan de universiteit. Zij worden door de taalbarrière uitgesloten van veel besluitvorming binnen de universiteit en daarbuiten. Ook als docent zijn ze slecht in te zetten, aangezien veel vakken nog in het Nederlands worden gegeven. Hierdoor zullen veel jonge talentvolle onderzoekers uitwijken naar bijvoorbeeld de Verenigde Staten of Engeland, waar de internationale taal van de wetenschap wel algemeen gehanteerd wordt. Persoonlijk heb ik al te veel verhalen hierover gehoord. Is het mogelijk omhet Engels in te voeren als officiële taal, en het gebruik hiervan bij belangrijke publieke zaken verplicht te stellen? Dit lijkt me essentieel als we nog mee willen doen met de top van de wetenschap, die zich nu eigenlijk alleen bevindt in Engelstalige landen.

Mogen beta’s en gamma’s zich met de taalkunde bemoeien?

Door Marc van Oostendorp

Wie mag er precies onderzoek doen naar taal? Moet je eerst een paar jaar naar de universiteit om iets te mogen zeggen over dit wonderlijke, alomvertakkende, ingewikkelde, interessante, fraaie, onderwerp? Of is wat een wiskundige met zijn onbevooroordeelde blik erover te zeggen heeft misschien wel veel interessanter dan wat jij en ik er eventueel over te berde zouden kunnen brengen?

Het is al een tijdje een onderwerp in iedere koffiekamer waar meer dan één taalkundige aanwezig is, en daardoor natuurlijk ook op de weblogs die er zijn. De afgelopen jaren verschijnt er immers geregeld af en toe onzinonderzoek in de media van psychologen, statistici en allerlei andere lieden die als olifanten door de porseleinkast lopen, in belangrijke tijdschriften bevindingen over taal publiceren die voor de meeste taalwetenschappers op zijn best achterhaald zijn, en daar ook nog eens de media mee halen.

Wat moet je daarmee?
Lees verder >>

Hoe het Engels de wetenschapstaal werd zonder dat iemand het wilde

Door Marc van Oostendorp


Een beetje natuurwetenschapper moest in de negentiende eeuw liefst drie verschillende talen kunnen lezen: Duits, Frans en Engels. Een beroemde scheikundige als Dmitri Mendelejev had moeite om zijn claims op de ontdekking van het periodiek systeem van de elementen aannemelijk te maken omdat hij deze in het Russisch had gepubliceerd.

Dit leidde her en der tot grote ontevredenheid: kon dat niet beter? Was het niet ooit beter geweest, toen het Latijn nog de internationale taal van de wetenschap was? En kon het niet beter? In zijn nieuwe, meeslepende boek Scientific Babel beschrijft de Amerikaanse historicus Michael Gordin de geschiedenis van de internationale wetenschapstalen “vanaf de val van het Latijn tot de opkomst van het Engels” zoals de ondertitel luidt, al neemt hij feitelijk de geschiedenis van het Latijn én de huidige dominantie van het Engels ook nog mee.

Die geschiedenis leert vooral dat je in zaken van taalpolitiek beter niets kunt proberen. In de loop van de tijd zijn feitelijk alle pogingen om tot een oplossing van het taalprobleem in de wetenschap te komen, mislukt. Ondertussen groeide de oplossing waar niemand zich voor inzette – het Engels – tot de oplossing die het nu biedt.

Lees verder >>

Achter iedere valorisatie een A-publicatie?

Door Marc van Oostendorp


Al een paar weken is Filip Devos, de hoofdredacteur van het tijdschrift Over Taal, aan het lobbyen om popularisatie onder de aandacht te krijgen van de politiek. (Hij heeft ook een petitie aan de leden van het Vlaamse parlement, die ik alleen maar niet getekend heb omdat ik het een beetje vreemd vind om me in de zaken van een ander land te mengen. Maar als jullie die scrupules niet hebben, of Vlaming zijn: tast toe.)

Ik moest aan Filip denken toen ik de diesrede las die André Lardinois vorige week in Nijmegen uitsprak en die gaat over het belang van de geesteswetenschappen. Het gaat in die rede ook even om valorisatie, een begrip dat weliswaar wat breder is dan ‘popularisatie’ – het kan ook het ontwikkelen van een technologische innovatie betreffen – maar in dit geval toch als equivalent kan worden opgevat:

Lees verder >>

Petitie gericht aan de leden van het Vlaams Parlement en aan de academische overheden

Popularisering van onderzoek bevindt zich op de driesprong van de academische taken. Waarom wordt het dan zo karig beloond? Is popularisering niet bij uitstek de brug tussen onderzoek, onderwijs en maatschappij?

Naar aanleiding van enkele stukken van de Gentse taalkundige Filip Devos <hier> is er een petitie gestart waarin de leden van het Vlaamse Parlement en de leiding van Vlaamse universiteiten gevraagd wordt om zich te herbezinnen op onder andere de waarde van popularisering voor het academische bedrijf en de manier om deze waarde beter tot uitdrukking te brengen.

Teken de petitie op http://www.petities24.com/wetenschapspopularisering

Steeds meer te eenvoudige uitleg

Door Marc van Oostendorp


Ik heb een collega die het niet goed vindt wat ik hier doe. Ik leg de zaken te eenvoudig uit, vindt hij. Het is juist zaak de mensen duidelijk te maken dat alles veel ingewikkelder is dan ze denken, niet om ze te vereenvoudigen.

Het is een bekend probleem, misschien vooral in de geesteswetenschappen. Ik heb het ooit Ringbaums dilemma genoemd, naar een personage in de roman Changing Places van David Lodge. In die roman komt een letterkundige voor die Ringbaum heet en enorm eerzuchtig is. Nu moet hij meedoen aan een spelletje waarin je punten kunt winnen door boeken te noemen die jij nooit gelezen hebt en zoveel mogelijk andere deelnemers aan het spel wel. Ringbaum raakt hierdoor enorm met zichzelf in de knoop. Wanneer hij toegeeft een klassieker niet gelezen te hebben, kan hij veel punten winnen en bevredigt zo zijn eerzucht; maar tegelijkertijd staat hij te kijk als een ongeletterde.

Lees verder >>

Samen vragen stellen

Door Marc van Oostendorp


Wij van het Meertens Instituut – soms is het leuk om dat te kunnen zeggen. Nu is het zo’n moment, want wij van het Meertens Instituut hebben een heel goed plan. En dan nog wel over de nationale wetenschapsagenda.

Die wetenschapsagenda gaat in ieder geval uit van een goede diagnose: de wetenschap heeft om allerlei redenen een betere, een bredere maatschappelijk draagvlak nodig. Er lopen tegelijkertijd in de samenleving heel veel slimme mensen nodig, die goed zijn opgeleid, nieuwsgierig, die veel weten. Het is daarom aan alle kanten zinnig als er contact is tussen onderzoekers en andere mensen in de samenleving.

Maar bij de wetenschapsagenda kun je alleen een vraag stellen. Een vraag stellen impliceert nog geen contact.
Lees verder >>

Goede ideeën veranderen de wereld

Of over hoe te leren van je fouten
Door Sophie Reinders
Voordracht gehouden op het symposium “Luid zingend op een ijsschots de zomer tegemoet”, ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van Nicoline van der Sijs.

Toen ik gevraagd werd om op dit congres iets over mijn onderzoek en de toekomst van de geesteswetenschappen te vertellen, zei ik meteen ‘ja, leuk!’. Dit verzoek kwam net voor de protesten aan de universiteiten écht losbarstten, voor de Maagdenhuisbezetting 2.0, Rhetink UvA en voordat honderden mensen met honderden meningen zich mengden in honderden debatten in alle media over ‘de Nieuwe Universiteit’, de toekomst van kleine universitaire studies, de discussies over rendement, managementlagen en hoe het voortaan allemaal wel en allemaal niet moest. Ik verdronk een beetje in die zee van discussies en meningen. Hoe moest ik daar nu nog iets aan toevoegen, iets zinnigs over zeggen? Feit was wel dat ik gedwongen werd opnieuw na te denken over de waarde van mijn vak. Niet voor mezelf, maar voor de samenleving en voor de toekomst. Ik besloot daarom het vandaag enerzijds dicht bij mijn eigen onderzoek te houden, maar vooral ook over de waarde van de geesteswetenschappen als geheel te spreken.
Ik ben historisch letterkundige. Ik heb gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en werk nu aan de Radboud Universiteit in Nijmegen aan een proefschrift over vrouwenalba amicorum, vriendschapsboekjes van adellijke meisjes uit de late zestiende en vroege zeventiende eeuw.

Lees verder >>

Red de specialist

Door Marc van Oostendorp

Dit is een verkorte versie van een presentatie die ik gisteren gaf op een symposium ter ere van de dertigste verjaardag (of zoiets) van Nicoline van der Sijs.

Van alle bedreigde wetenschappelijke plantensoorten is de specialist misschien nog wel het meest bedreigd. Wie geeft er nog iets om de vrouw die haar leven wijdt aan zeventiende-eeuwse Armeense liedjes, de man die alles weet van het middelnederlandse voegwoord, het meisje dat een diepgaande kennis heeft van allerlei zeer technische syntactische theorieën?

De dreiging kruipt uit allerlei hoeken tegelijk op de specialist af.
Lees verder >>

Anoniem commentaar

Door Marc van Oostendorp


Het weblog bedreigt de sociologische wetenschap. Althans, momenteel is vooral een bepaald deel van de sociologie in gevaar: het sterk op statistiek gerichte deel. Maar dat is slechts toeval – het komt doordat bloggers nu eenmaal relatief vaak geïnteresseerd zijn in rekenen. Het zou weleens de voorbode kunnen zijn van een grotere verandering.

De Amerikaanse socioloog Andrew Lindner schreef er onlangs over op zijn weblog. Lindner had jarenlang gewerkt aan een artikel waarin de vraag waarom films met intelligente vrouwen relatief weinig geld opleveren met veel datageweld wordt beantwoord (kortweg: omdat er relatief weinig geïnvesteerd in zulke films).

Die jaren waren vooral heengegaan met het gebruikelijke proces van aanbieden aan redacties, allerlei commentaar krijgen over de vraag of er niet eigenlijk een andere theorie had moeten worden gebruikt, het artikel aanpassen, dan toch afgewezen worden, en doorgaan naar een ander tijdschrift waarin de reviewers weer andere obsessies bleken te hebben.
Lees verder >>

De dolgedraaide nieuwsmachine en triviale onzin

Door Marc van Oostendorp

Sinds gisterenavond mag ik me officieel televisiemaker noemen: Man bijt hond gebruikte een fragment van de video die ik zondag hier plaatste.

Ik was de afgelopen twee dagen in Parijs, waar we een Europees netwerk voor theoretische fonologie oprichtten, waar we een kleine Franse subsidie voor hebben gekregen. Dat netwerk gaat de taalwetenschap en daarmee de Westerse beschaving ingrijpend veranderen, let maar eens op. Dat gaat de geschiedenisboeken wel halen, maar de pers niet.

In plaats daarvan wilden tientallen redactie mij ineens spreken over mijn ‘onderzoek’, of zelfs mijn ‘onderzoeksresultaat’ over de harde en de zachte g. Als ik zei dat ik pas maandagavond weer in het land was (ja mensen, ik ben weer in het land), dreigden sommigen dat het dan ‘geen nieuws’ meer was.

Alsof het dat in de afgelopen vijfhonderd jaar ooit is geweest.
Lees verder >>

Na bejaarden wassen is wetenschap het nuttigst

Door Marc van Oostendorp

Het thema in de kranten vandaag is nut. 

In de Volkskrant bespreekt de Mieke Zijlmans het nieuwe boek van Jan Stroop. Ze doet dat kritisch, want: “De vraag is wat de moedertaalspreker ermee opschiet.” Het antwoord op die retorische vraag is: weinig. Het is al jaren Zijlmans’ vaste deun: wat wetenschappers over taal zeggen is allemaal onzin, zij weet met haar gezonde verstand allang hoe het zit. Die moedertaalspreker zit namelijk volgens Zijlmans te wachten op strenge taalregels en niet op erudiete relativerende inkijkjes in de geschiedenis en de systematiek van taal.

Toevallig is de kop boven een artikel in NRC Handelsblad ‘Wat kopen we voor die kennis?’ Marcel aan de Brugh zet er de drie antwoorden op een rij die doorgaans worden gegeven op de vraag naar het nut van de universiteiten: hun onderzoek komt de economie ten goede, hun onderwijs leidt de broodnodige hoger opgeleiden op, hun aanwezigheid in het publieke debat verhoogt het niveau daarvan.

Het artikel van Aan de Brugh is helder en met kennis van zaken geschreven, en toch lees ik het met verbazing.
Lees verder >>

Te gast in mijn rommelige werkkamer: Jan Stroop

Door Marc van Oostendorp


Welkom in de chaos van mijn werkkamer op het Meertens Instituut. Deze week verscheen Jan Stroops nieuwe boek De taal, die weet wat. In bovenstaande video praat ik met Jan over dat boek.

Deze video is een eerste poging om Neder-L multimedialer te maken. Ik hoop dat het jullie bevalt, al zal ik voorlopig toch wel vooral blijven schrijven.

Hier is het boek waar het over gaat:

Jan Stroop. De taal die weet wat. Over wat kan en niet kan in het Nederlands. Amsterdam: Athenaeum, 2014. Bestellen bij de uitgever.

In het interview verwijst Jan ook naar het boek Language and Space: Dutch, geredigeerd door Frans Hinskens en Johan Taeldeman.

Worden mensen taalmoe?

Literatuur en taalwetenschap in discussie

Door Marc van Oostendorp


Kunnen wetenschappers en kunstenaars met elkaar praten? Begrijpen schrijvers en taalkundigen elkaar bijvoorbeeld wel wanneer ze het over taal hebben? Presentator Wim Brands maakt nogal wat misbaar aan het begin van de bovenstaande, onlangs opgenomen, video, waarin de romancier A.F.Th. van der Heijden en de Nijmeegse hoogleraar Pieter Muysken met elkaar in gesprek zijn. Het half uur durend gesprek was een “experiment”,waarschuwde hij nadrukkelijk, met alle kans van mislukken.
De vorm van het experiment is eenvoudig: de deelnemers stellen ieder één vraag over taal aan de ander. Van der Heijden en Muysken horen bovendien duidelijk tot de top van hun vak, zijn allebei alom gelauwerd en geroemd, zijn welbespraakt, en hebben een brede blik op de taal en op de samenleving. Toch breekt er binnen enkele minuten spraakverwarring uit, en hebben de twee elkaar uiteindelijk geloof ik weinig te bieden.

Lees verder >>

Je kunt ons alles wijs maken over Diederik Stapel

Wéér een bak met statistieken

Door Marc van Oostendorp


De mensheid is wanhopig op zoek naar een leugendetector. Mensen gebruiken taal om elkaar diepe inzichten in de werkelijkheid toe te werpen én om elkaar maar wat op de mouw te spelden. Wat zou het fijn zijn als er apparaten waren die de ene situatie van de andere konden onderscheiden.

Bij mijn weten hebben we nog steeds geen betrouwbare leugendetectors: je kunt iemands hartslag, zweetafscheiding en ademhaling tot in de fijnste nauwkeurigheid meten, maar het lukt je daarbij nauwelijks om fabeltje van hard feit te onderscheiden. Zou het dan wel lukken door alleen woorden te tellen?

Dat is wel wat de Amerikaanse communicatieonderzoekers David Markowitz en Jeffrey Hancock denken. In een artikel dat gisteren verscheen in het wetenschappelijk tijdschrift PLOS One beschrijven ze een onderzoek dat ze hebben uitgevoerd op 49 artikelen van Diederik Stapel: van 24 is komen vast te staan dat er fraude in is gepleegd; 25 anderen zijn vermoedelijk wel gebaseerd op reële data. Volgens Markowitz en Hancock toont zich dat verschil al in de taal. Door woorden te tellen komt de waarheid aan de oppervlakte.

Ik heb Markowitz en Hancocks eigen woorden niet nageteld, maar ik geloof er maar weinig van.
Lees verder >>