Tag: wetenschapscommunicatie

In een bedompt zaaltje ik

Door Marc van Oostendorp

Ik stond vorige week in de krant! Althans, je moest wel even zoeken, maar dan vond je me daar toch prominent genoemd worden in onze regionale krant, De Gelderlander:

Een Nationaal Taaldebat, dat roept een beeld op van een bedompt zaaltje vol vergrijsde taalpuristen die praten over de verloedering van onze moedertaal en een hoogleraar die zegt dat verandering inherent is aan een levende taal. Gaap.

In het zaaltje was het ook al zo. Ik begon te vertellen – niet dat verandering ‘inherent is aan levende taal’ natuurlijk, want ik zou ‘inherent’ niet zo snel zeggen en de metafoor van een ‘levende taal’ is grote onzin, een taal is geen plant of beest. In plaats daarvan zei ik dat het klagen over taalverandering van alle tijden was.

Elma Drayer, een journaliste van de Volkskrant, had namelijk net haar gevoel op tafel gegooid dat de Nederlandse taal ten onder aan het gaan was. Zij begon trouwens ook meteen te snuiven toen ik dat vertelde, over die klachten. “Dat zeggen taalkundigen altijd!” riep ze zelfs. Lees verder >>

Over populariseren praten

Door Marc van Oostendorp

Vorige week was ik bij de geweldige podcast Onder mediadoctoren, waarin Vincent Crone en Linda Duits al zestig afleveringen lang doen aan de best mogelijke wetenschapscommunicatie. En deze keer ging het ook over wetenschapscommunicatie en popularisering, dus we konden ons uitleven in metacommunicatie.

 

De geleerdste wint

Door Marc van Oostendorp

De eerste wereldtaal, het nieuwe boek van de Leidse hoogleraar Holger Gzella gaat niet alleen over zijn vakgebied, het Aramees. Het gaat minstens evenveel over wetenschap, over wat het betekent om een geleerde te zijn, een specialist op een gebied waarover je niet iedere dag in de krant leest. Het is daarmee een enorm inspirerend boek. Wie het leest snapt de diepe fascinatie die uitgaat van verschillende manieren om ontkenning (‘niet’) toe te voegen aan een werkwoord. Al snel wil de lezer niets liever dan zelf ambtelijke documenten besnuffelen van een paar duizend jaar geleden, of kijken hoeveel Griekse leenwoorden er eigenlijk op een paar potscherven staan.

Als het Aramees al eens buiten de geleerde boeken ter sprake komt, wordt het ‘de taal van Jezus’ genoemd. Het is waarschijnlijk dat Jezus inderdaad Aramees sprak, maar we hebben geen idee hoe dat klonk. In Jezus’ tijd was het Aramees duidelijk al duizenden jaren dé wereldtaal die in vrijwel het vele Midden-Oosten – en ook zelfs in Egypte – gebruikt werd voor administratieve en literaire doeleinden. Dat betekent echter niet dat we ook iets weten over hoe de taal in alle uithoeken van dat gigantische gebied ook gesproken werd. Het was waarschijnlijk inmiddels uiteengevallen zoals het Latijn later in het Italiaans, Spaans en Frans. Er zijn overigens nog steeds mensen, onder andere in Syrië en in Turkije, die een vorm van de taal spreken. Ook een precieze vergelijking van hun hedendaagse dialecten kan ons nog veel leren over de ontwikkeling van het Aramees. Lees verder >>

Wetenschapscommunicatiewetenschap

Door Marc van Oostendorp

Veel wetenschapsjournalisten en -voorlichters doen hun werk op gevoel en intuïtie. Ze hebben een wetenschappelijke opleiding gedaan, er wat journalistiek bij geleerd en zijn zich gaan bekwamen in het ambacht. In de inleiding van hun Oxford Handbok of the Science of Science Communication zeggen de redacteuren dat dit een paradox is. Waarom baseert de groep die de wetenschap verdedigt zich niet wat meer op wetenschappelijk onderzoek? Vandaar dat ze in dit handboek een nieuwe wetenschap voorstellen die in het Nederlands nog een leukere naam heeft dan in het Engels: de wetenschapscommunicatiewetenschap.

Wat die redacteuren zelf niet opmerken: dat de opvatting dat je aan zulke wetenschap doet, zelf eigenlijk al weer voortkomt uit een bepaalde opvatting over wat wetenschap moet of kan zijn: nuttig. Nu is er natuurlijk niets tegen nuttige wetenschap, maar precies bij dit onderwerp moet je uitkijken – je moet ook nuttig willen zijn over wetenschap die op zich niet nuttig kan zijn. Lees verder >>

De subtiliteiten van het zwarte Engels

Door Marc van Oostendorp

Het Nederlands dat in Nederlands Indië werd gesproken was geen verzameling taalfouten.  Men gebruikte weliswaar constructies en woorden die hier in Europa ongebruikelijk waren en zijn, en had een andere uitspraak van het Nederlands, maar fout was dat niet.

Jullie willen mij nu misschien best geloven, maar dat gold waarschijnlijk niet voor de meeste van jullie opa’s en oma’s. Toen die taal nog echt gesproken werd, werd erop neergekeken en werd erom gelachen. Hoe had je daar indertijd als taalkundige tegenin moeten gaan?

Zo’n variëteit van het Nederlands bestaat nu geloof ik niet meer. De zogenoemde straattaal is (nog) niet echt een coherente taalvorm, en bestaat vooral uit een verzameling woorden die bovendien de hele tijd van samenstelling verandert. Er ontstaat blijkens allerlei onderzoek wel een zogeheten etnisch Nederlands, maar dat verkeert nog in een vroege fase. Ik heb de indruk dat veel mensen het Surinaams Nederlands wel accepteren als een eigen vorm, naast het Belgisch en het Nederlands Nederlands, en niet als een soort kromtaal, hoewel ik niet uitsluit dat dit komt doordat ik als witman eenvoudigweg nooit met discriminatie van het Surinaams Nederlands wordt geconfronteerd. Lees verder >>

28 oktober 2017: Kletskoppen, het eerste kindertaalfestival van Nederland

Hoe werkt dat eigenlijk, leren praten? Tijdens het Kletskoppen kindertaalfestival op zaterdag 28 oktober in Nijmegen leren kinderen het spelenderwijs. Een wetenschapsdag voor het hele gezin, vol leuke experimentjes, demonstraties en interactieve lezingen over kindertaal. Laat je verrassen door het veelzijdige taalonderzoek van de Radboud Universiteit en het Max Planck Institute for Psycholinguistics.

Tijdens Kletskoppen kunnen gezinnen met kinderen tot 12 jaar gebarentaal leren, een digitale papegaai woordjes bijbrengen, testen of ze een heuse Woorduitvinder zijn of op berenjacht gaan met een hoorspel.

Gebaren

Ouders kunnen al hun vragen stellen aan wetenschappelijke experts op het gebied van taalontwikkeling – over het meertalig opvoeden en mijlpalen in de taalontwikkeling bijvoorbeeld. En voor de allerjongsten zijn er voorlees- en knutselactiviteiten. Daarnaast zijn er ook activiteiten in het Engels: meertalige gezinnen zijn van harte welkom! Lees verder >>

NWO: Wees kort door de bocht!

Door Marc van Oostendorp

Wiens brood men eet, diens woord legt men op een goudschaaltje. Omdat de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijke onderzoek NWO zo’n beetje de enige bron is waar een onderzoeker die geen banden heeft met de farmaceutische industrie geld kan krijgen voor zijn onderzoek, en omdat de competitie bloedig is, worden de teksten die deze organisatie afscheidt, aan nauwkeurige filologische analyse onderwerpen. (Ik wijdde bijvoorbeeld onlangs een beschouwing aan de tekst preferably not in Dutch.)

Maar je kunt dan ook veel leren van de teksten die de ambtenaren bij NWO afscheiden. Een collega wees me bijvoorbeeld op een uitleg van een publiekssamenvatting die je voor veel aanvragen moet schrijven, al op een moment waarop het volkomen onduidelijk is of je ooit geld krijgt en dus of het publiek iets heeft aan een samenvatting: Lees verder >>

Facebook voor wetenschappelijke verheldering en toenadering

Door Marc van Oostendorp

Wat leuk is van aan deze tijd leven: de internetrevolutie van nabij mogen bekijken. Ik ben net oud genoeg om al voor ze begon het een en ander te hebben meegemaakt, en de kleine 25 jaar dat ze nu voortduurt sta ik nog steeds af en toe te kijken van wat er allemaal veranderd.

Nu dan weer de manier waarop wetenschappers met elkaar communiceren. Toen ik student was, bestonden er vier manieren: het wetenschappelijke artikel in een tijdschrift of een boek; het gefotokopieerde manuscript, dat de geleerden aan elkaar stuurden via de post; de discussie van collega’s op de gang en bij het koffie-apparaat; en ditto tijdens congressen. Lees verder >>

Een slogan voor de neerlandistiek

Door Marc van Oostendorp

Binnenkort kunnen we als alles goed gaat genieten van een slogan: één ‘heldere en vooral krachtige zin’ waarin de wereld wordt duidelijk gemaakt waarom de archeologie ‘belangrijk’ is. De oudheidkundige Jona Lendering blogt erover in zijn onvolprezen privé-krant Mainzer Beobachter, en geeft tussen neus en lippen door ook een aanzet tot de gezochte zin: de archeologie heeft volgens hem bewezen dat er ‘vooruitgang’ is geweest in de menselijke geschiedenis.

Lendering, – een van de belangrijkste wetenschapscommunicators van ons land, zeker op het gebied van de geesteswetenschappen –benoemt ook een belangrijke doelstelling voor alle wetenschap: “zo veel mogelijk mensen zo snel mogelijk informeren” over wetenschappelijke kennis. Volgens hem zijn de geesteswetenschappen het verkeerde pad op gegaan op het moment dat ze zich te veel op het onderzoek richtten en, daarmee hangend, zich te sterk specialiseerden. Ze kunnen daarom niet meer aan die taak voldoen en hebben zich daardoor onbelangrijk gemaakt.

Lendering heeft gelijk. Lees verder >>

Gedachten over een petitie tegen mijn onderzoek

Door Marten van der Meulen

Je leest het goed. Er is een petitie tegen mijn onderzoek. Niet tegen mijn huidige onderzoek naar taaladvies (hoewel het niet ondenkbaar is dat die er ooit komt), maar naar onderzoek dat ik deed in het kader van het vorige project waaraan ik werkte. Staat van het Nederlands was dat. In dat project deed ik samen met een aantal collega’s onderzoek naar de taalkeuze van mensen in verschillende domeinen. Een van de grootste onderdelen binnen het project was een enquête. Daarin werd Nederlands als parapluterm gebruikt, om ook varianten van het Nederlands, zoals streektalen en dialecten, te vatten. Dat werd niet door iedereen gewaardeerd, en de kritiek die daarop volgde leidde tot eerdergenoemde petitie. Daar ging het er vooral om dat het negeren van het Limburgs slecht was.

Eerder schreef ik al een opzetje voor een inhoudelijke reactie, maar een groot deel van mijn punten is al genoemd door Frans Hinskens. Ik zal de belangrijkste punten even kort samenvatten: Lees verder >>

Was ik nog maar 17!

Door Marc van Oostendorp

 

Als kind vond ik naslagwerken al het fijnst. Nooit ben ik gelukkiger geweest – nooit, in al die jaren niet, terwijl ik daarin toch af en toe ook heus gelukkig was – dan toen ik zomaar ineens voor mijn verjaardag een driedelige encyclopedie kreeg, helemaal voor mij alleen: al die kennis! Al die afbeeldingen! Allemaal op mijn boekenplank! Maar ook de Bosatlas koesterde ik, en het woordenboek.

Toen ik de Atlas van de Nederlandse taal in handen had, voelde ik me ineens weer kind. Wat werd ik jaloers – nog niet eens op het sterrenteam van auteurs, Mathilde Jansen, Fieke van der Gucht, Nicoline van der Sijs en Johan De Caluwé –  als wel op de mensen die nog niet zo veel van onze taal weten en dit in handen krijgen. Lees verder >>

Open Source-neerlandistiek

Door Marc van Oostendorp

Dat het door het internet mogelijk is geworden, is niet de enige reden waarom wetenschappelijke publicaties anders moeten. Natuurlijk, we kunnen nu gratis onze artikelen ter beschikking stellen van iedereen die ze wil lezen; en dat moet ook zo snel mogelijk gebeuren. Ook met al gepubliceerd werk. En zonder dat onderzoekers duizenden euro’s per te publiceren artikel moeten betalen.

We zijn ook wel op weg naar die toekomst. De ‘belangrijke partijen’ – ja, zo heet dat: de universiteitsbesturen en de politiek en zo – vinden het allemaal ook. Maar eigenlijk is het natuurlijk nog lang niet genoeg.

 

We zouden bijvoorbeeld ook nu eens uit het eigenaardige kader van ‘het artikel’ kunnen stappen. Ook op dit moment zitten overal ter wereld onderzoekers inleidingkjes en conclusietjes te formuleren bij artikelen; niet omdat ze zoveel inleidends of concluderends te zeggen hebben; niet omdat behalve de beoordelaars voor de redactie iemand die honderdduizenden inleidingen en conclusies leest – iedereen stoomt onmiddelijk door naar de hoofdmoot van het artikel, want niemand heeft tijd voor al dat geklets. En toch worden die al die dingen geschreven, omdat je nu eenmaal ‘artikelen’ moet publiceren in ‘tijdschriften’.

Lees verder >>

Voortbouwbaarheid voor iedereen

Door Marc van Oostendorp

Omdat ik tegenwoordig bredepublikoloog ben, mag ik af en toe aan deze of gene komen vertellen, wat voor een wezen het Brede Publiek precies is, en hoe je het kunt temmen.

Deze keer was ik uitgenodigd om iets te vertellen voor een groep aspirant-leraren. Dat bracht me even in verwarring, want van lesgeven weet ik dan weer niets. Je kunt me midden in de nacht wakker maken om eens een lekker feitje over stemhebbende fricatieven te twitteren, maar met didactiek heeft dat niet zoveel te maken.

Of toch wel? Lees verder >>

Een leerboek dat denkt dat het geen leerboek is

Door Marc van Oostendorp

“Aangezien dit geen studieboek is”, schrijft de Britse taalkundige Ian Roberts in het nawoord van zijn boek The Wonders of Language. Or How To Make Noises and Influence People, “heb ik zo min mogelijk literatuurverwijzingen door mijn tekst gestrooid.”

Verder heeft hij het in dit boek af en toe over zijn poes. Maar dat zijn dan ook precies de enige aanwijzingen dat The Wonders of Language inderdaad geen leerboek is.

Roberts doet in zijn boek alles, alles waarvan ik zou zeggen dat je het niet doet in een boek voor een algemeen publiek. Om te beginnen is hij de hele tijd bezig met van alles uit te leggen. Het hoofdstuk over fonologie – dat ik er nu maar een beetje willekeurig uitkies – begint bijvoorbeeld aldus: Lees verder >>

Het vrolijke taalverraad van Milfje Meulskens

Door Marc van Oostendorp

Taalkundigen zitten ook wel eens aan de tequila. Zij praten dan over de vraag wat ze eigenlijk ontdekt hebben in het leven. Een van ons had in de Amazone een taal gevonden met een klank waarvoor nog geen symbool bestond in het Internationaal Fonetisch Alfabet. Een ander dat menselijke hersenen rta moeilijker vinden dan tra, zelfs als er in die hersenen alleen talen zitten waarin je zowel rta als tra kunt zeggen. Een derde kwam aanzetten met het feit dat Nederlandse dialecten waarin je een v zegt in ik geloov in ringen op de landkaart liggen.

Het was heel gezellig, maar geen van deze ontdekkingen heeft Milfjes eerste soloboek gehaald, Opzienbarende ontdekkingen over taal.

Gelukkig, er gloort hoop! Lees verder >>

Te verschijnen: Opzienbarende ontdekkingen over taal

(Persbericht Van Dale)

Iedereen gebruikt taal, maar hoe werkt het? Dat onderzoeken taalwetenschappers en zij doen aan de lopende band spectaculaire ontdekkingen. Wist je bijvoorbeeld dat sprekers van talen met veel woorden voor geur, ook daadwerkelijk beter kunnen ruiken? Of dat vogels op dezelfde manier leren zingen als wij taal leren?

Bloggers en taalwetenschappers Sterre Leufkens en Marten van der Meulen (samen Milfje Meulskens) geven in dit boek een breed overzicht van ontdekkingen uit de taalkunde – en dit is nog maar het topje van een ijsberg aan waanzinnig taalwetenschappelijk onderzoek, zo massief dat er wel honderd Titanics op stuk zouden kunnen lopen. (Hier is een voorproefje.) Lees verder >>

Ik ben deskundige, geloof mijn mening

Door Marc van Oostendorp

In mijn eigen filterbubbel zitten bijna alleen deskundigen, en die maken zich zorgen. Eerder deze week verscheen een artikel in NRC Handelsblad waarin de president (José van Dijck) en de vice-president (Wim van Saarloos) van de KNAW een artikel waarin ze opriepen om ‘een cultuur te koesteren waarin feit en mening van elkaar onderscheiden zijn’, zonder daarbij precies duidelijk te maken aan wie de oproep gericht was of welke stappen er genomen moeten worden om het doel te bereiken behalve ‘investeren in onderwijs’.

De oproep lijkt me daarmee voorbij te gaan aan wat er aan de hand is, namelijk dat geen enkele autoriteit meer vanzelf spreekt. Dat het nu nog wel wat betekent als je president van de KNAW bent, maar dat je op die vanzelfsprekende autoriteit niet altijd meer kunt bouwen (er verschenen nu ook al meteen stukken die deze autoriteit in twijfel trokken).

Maar een belangrijker bezwaar lijkt me dat Van Dijck en Van Saarloos de oplossing zoeken in het onderwijs.  Lees verder >>

Bloggen is niet mijn werk

Door Marc van Oostendorp

2016-12-07-21-42-00Bloggen is terugkijken. Ik schrijf al twintig jaar voor Neder-L  en Neerlandistiek en vandaag is het precies vijf jaar geleden dat ik begon bijna iedere dag te schrijven. Inmiddels heb ik hier ongeveer 1800 stukjes geschreven. Dat zijn meer dan een half miljoen woorden.

Mensen gaan dan denken dat je een soort expert bent en je uitnodigen om aan anderen uit te leggen hoe je dat doet, stukjes schrijven.  Zo werd ik onlangs uitgenodigd om voor een groep jonge bloggende onderzoekers (ze bestaan!) anderhalf uur te komen praten over de vraag ‘hoe vind je een onderwerp?’

Anderhalf uur! En ik heb geen idee. Ik geloof dat het dagelijks schrijven mij inmiddels heeft gemaakt tot een kip van blogstukjes: er zijn er permanent een aantal eieren aan het rijpen, en iedere dag komt er één los. Lees verder >>

Wetenschapscommunicatie en hypertekst

Door Marc van Oostendorp

untitled_artworkHet aardige van schrijven op het internet is dat je individuele probleem soms ineens kon leiden tot een discussie. Je vindt een beetje A, maar eigenlijk ook een beetje B. Om enige helderheid in je hoofd te krijgen, schrijf je een betoog voor A, zodat andere mensen dan op hun beurt vol vuur naar voren brengen dat B.

Dat helpt, echt. Ik snap niet waarom jullie niet allemaal ook bloggen. Heel veel van jullie zijn slimmer en erudieter en grappiger dan ik – waarom bloggen jullie niet? Je schiet er zoveel mee op.

Naar elkaar verwijzen

Naar aanleiding van mijn stukje vorige week over een tegenstrijdigheid in de wetenschapscommunicatie schreef Jona Lendering, die een van de beste wetenschapscommunicatoren is van ons land, een blog waarin hij het volgende idee opperde:

In de ideale situatie kan informatie gelaagd worden aangeboden, zodat je mensen op elk niveau bereikt: verschillende soorten publiek én wetenschappers. Het internet brengt dat ideaal dichterbij dan ooit: het is denkbaar een website te bouwen die de bezoeker helpt bij een eerste kennismaking, die hem vertrouwd maakt met het wetenschappelijk bedrijf en die hem in staat stelt de allerlaatste inzichten te vinden. Het verwerkelijken van dit ideaal, nu het binnen handbereik is gekomen, is de grote uitdaging voor zowel wetenschapper als wetenschapsvoorlichter.

Ik denk inderdaad dat het zo moet. Er moet geen duidelijke scheidslijn zijn tussen wetenschap en wetenschapscommunicatie: die dingen moeten naast elkaar bestaan en naar elkaar verwijzen. Lees verder >>

De tegenstrijdigheid van wetenschapscommunicatie

Door Marc van Oostendorp

Attachment-1 (1)Een van de eigenaardigheden van de mens is dat hij verschillende dingen tegelijkertijd kan geloven die met elkaar in tegenspraak zijn. Af en toe wordt hij zich bewust van zo’n conflict. En wat doet hij dan? Vooral als zijn geloof in beide dingen eigenlijk ongebroken is door de ontdekking van het conflict?

Neem mij nou. Ik geloof in het onpersoonlijke van de wetenschap. Of in ieder geval: ik geloof dat je er in ieder geval naar moet streven om als wetenschapper zo objectief mogelijk te zijn, en zo rationeel mogelijk, en zo precies mogelijk. Ieder ander moet je gegevens en je redeneringen zo nauwkeurig mogelijk kunnen controleren, zonder dat daarbij je persoonlijkheid of je retorische gaven een rol spelen. Een wetenschappelijk artikel moet daarom saai en zakelijk zijn, net als de auteur. Lees verder >>

Pas verschenen: Henk Wolf, Een meerkoet in mijn oog

omslag Een meerkoet in mijn oog 1aug.indd Henk Wolf is taalkundige en zijn dagen zijn grotendeels gevuld met lezen en schrijven. Toen hij begin 2015 een meerkoet in zijn gezicht kreeg, raakte hij zijn gezichtsvermogen grotendeels kwijt. Hij had vervolgens maandenlang nauwelijks toegang tot het geschreven woord. In Een meerkoet in mijn oog beschrijft hij hoe zijn leven daardoor veranderde.

In veertig hoofdstukjes kiest Wolf steeds een andere invalshoek. Hij beschrijft hoe zijn geheugen door zijn blindheid beter werd, hoe hij last kreeg van visuele hallucinaties en met welke trucs hij weer leerde lezen. Sommige hoofdstukjes zijn heel persoonlijk, in veel andere legt hij een  verband tussen wat hij meemaakt en wat hij weet van psychologie, anatomie en andere wetenschapsgebieden. Ook taalkunde is een belangrijk thema. Zo vertelt Wolf over het streektaalgebruik in het ziekenhuis, over het schrijven van een boek met een dicteerapparaat en over zijn pogingen om uit het hoofd taalkundecolleges voor zijn studenten Nederlands te geven.> Lees verder >>

Wetenschap: geef nu eens antwoord!

Door Marc van Oostendorp

Processed with Snapseed.
Beantwoord die vragen nu eens.

Anderhalf jaar geleden ongeveer begon het werk aan de Nationale Wetenschapsagenda. Over een paar weken wordt het speciale bureautje opgeheven: men beschouwt het werk als klaar. En ik heb daar een ongemakkelijk gevoel over.

Meer dan elfduizend vragen zijn er indertijd ingestuurd. Vervolgens gingen in de zomer van vorig jaar commissies aan het werk die de vragen samenvoegden in zogenoemde clustervragen die soms een nogal onduidelijk verband hadden met de vragen die ze omvatten. Daarna gingen weer andere commissies aan het werk om die clustervragen samen te voegen tot routes. En nu staan die routes te wachten tot de volgende regering, naar ieders verwachting, er een stuk of twee of drie uitkiest om daar wat geld in te investeren.

Lees verder >>

“Sterke positie Nederlands in wetenschap en hoger onderwijs belangrijk”. Oh ja, joh?

Door Marc van Oostendorp

27f5b2e7-6b2b-4cf7-8d8b-ac439e6b57a2Wie had gehoopt dat de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren met zijn nieuwste notitie de discussie over het Engels in de collegezalen naar een hoger niveau zou tillen, komt helaas bedrogen uit. De Raad, die de Nederlandse en Vlaamse ministers officieel adviseert en waarin allerlei knappe bollen zitten, zou met deze notitie de discussie van een wetenschappelijke achtergrond kunnen voorzien en vervolgens tot een helder standpunt kunnen komen.

Maar niets van dat alles.

Er wordt nauwelijks verwezen naar wetenschappelijk onderzoek in deze notitie, en des te meer naar opiniestukken uit de kranten, zoals er ook nauwelijks externe deskundigen zijn geraadpleegd. Hoe weten we wat belangrijk is voor een taal? Hoe weten we wanneer een taal kan overleven? Daarover worden wel een aantal dingen beweerd in dit rapport, maar ze worden niet met cijfers of argumenten onderbouwd, en ze geven ook geen verrassende nieuwe kijk op de zaak.

De uiteindelijke stellingname is bovendien nietszeggend: “sterke positie Nederlands in wetenschap en hoger onderwijs belangrijk” twitterde de Taalunie gisteren. Dat was een adequate samenvatting en daarmee was ook eigenlijk alles wel gezegd. Ooit gedacht dat iemand zoiets zou zeggen? Lees verder >>