Tag: wetenschapscommunicatie

De school van WPG

Waarom elke docent Nederlands schatplichtig is aan W.P. Gerritsen (1935-2019)

Dia uit colleges vakdidactiek Nederlands 1&2 op 28 en 29 oktober 2019 (GST UU, Erwin Mantingh).  

Door Erwin Mantingh

Als een vooraanstaande schrijver, dichter, cabaretier of liedjesschrijver een prijs ontvangt of overlijdt, als taalonderzoek de pers haalt, als er een onmisbaar naslagwerk verschijnt over de Nederlandse taal of literatuur: bij taal- en letterenactualiteiten stond ik als leraar, en sta ik als vakdidacticus, kort stil in mijn les of college. Maar wat vertel ik aan leraren-Nederlands-in-opleiding als een groot wetenschapper en neerlandicus overlijdt, wiens wetenschappelijke oeuvre bijna zestig jaar omspant, die ik een kleine twintig jaar van nabij heb meegemaakt als zijn student, student-assistent, promovendus en collega-docent? Een geleerde bovendien van wie de meeste van deze leraren-in-opleiding nog nooit hebben gehoord: op 24 oktober jl. overleed W.P. Gerritsen, de Utrechtse hoogleraar Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen van 1968 tot 2000 en daarna Scaliger hoogleraar in Leiden (2001-2007). 

Lees verder >>

Ironie is niet het omgekeerde zeggen van wat je denkt

Ilja Leonard Pfeijffer als ironicus

Door Marc van Oostendorp

Het is een geleerd essay, dat Ilja Leonard Pfeijffer schreef over de ironie. Hij lardeert zijn betoog, Ondraaglijke lichtheid, – dat ongeveer tot strekking heeft dat de ironie een mooi stijlmiddel is maar dat het tot nihilisme voert wanneer je je hele leven ironisch gaat leven – met verwijzingen naar tal van geleerden uit binnen- en buitenland, uit vroeger tijd en uit het heden.

Pfeijffer presenteert die opvatting als een inzicht dat hij tot zijn eigen verrassing verworven zou hebben tijdens het schrijven van zijn essay. Oorspronkelijk was zijn bedoeling om voor de ironie te pleiten, maar uiteindelijk herzag hij zijn mening.

Dat kun je alleen maar interpreteren als een teken dat de schrijver zijn eigen oeuvre niet goed kent. Daar zitten weliswaar een paar door en door ironische boeken in – de gedachten gaan onwillekeurig uit naar Het ware leven. Een roman – maar toch ook vrijwel vanaf het begin oproepen om serieus te zijn. Bovendien is inmiddels misschien wel zijn bekendste gedicht Idylle 7. Dat gedicht richt zich weliswaar niet zozeer tegen de ironie, maar wel tegen moedwillige duisterheid – het probleem is in essentie hetzelfde: dichters verschuilen zich achter de ontworteling zoals essayisten achter de ironie. Het gedicht eindigt dan ook met de regels:

Lees verder >>

Het wonder dat mensen zinnen bouwen

Door Marc van Oostendorp

Taal is de magie van alledag. Wij mensen doen iets dat voor zover bekend geen ander wezen in ons universum kan: we praten met elkaar, we zeggen voortdurend dingen die niemand ooit eerder heeft gezegd en die we toch doodnormaal vinden. Schrijf, zegt David Adger aan het begin van zijn nieuwe boek Language Unlimited, een zin die iets langer is dan een paar woorden, en google die zin. Vrijwel nooit zul je die zin ergens op het internet terugvinden.

Vrijwel iedere zin die we zeggen is uniek, en toch voelen de meeste zinnen die we tegen elkaar zeggen of op een weblog lezen helemaal niet zo nieuw of vreemd aan.

In zijn Language Unlimited zet Adger uiteen hoe syntactici ‘ons creatiefste vermogen’ proberen te ontrafelen. Het is een boek geworden voor een ‘breder publiek’, zoals dat heet, en wat mij betreft de beste poging die er ooit is gedaan om de taalkundige stroming waarbinnen Adger werkt – die van Noam Chomsky – uiteen te zetten. Het boek is heel leesbaar zonder ooit kinderachtig te worden, licht van toon zonder irritant grappig te zijn, en duidelijk over het standpunt van de auteur zonder in polemiek te vervallen.

Lees verder >>

Misschien worden we wel beleefder tegen Siri en Alexa

Door Marc van Oostendorp

Wie wil weten naar wat voor wereld we op weg zijn, moet het artikel ‘Worden we onbeleefder door de manier waarop we tegen Siri praten?’ lezen. Zowat alle problemen die er zijn met het huidige wetenschapsbedrijf komen.

Het begint met het artikeltje zelf, een kritiekloze vertaling en bewerking van een stukje dat op de site van de universiteit van de onderzoekers verscheen. Het verschijnt desalniettemin op Scientas.nl, naar eigen zeggen de ‘grootste site met wetenschapsnieuws van Nederland’. De site meldt bovendien: ‘Als redactie zijn we 100% onafhankelijk. We worden niet gesubsidieerd door de overheid, farmacie, het bedrijfsleven, Al Gore of door universiteiten’. Je hoeft als universiteit ook duidelijk niet te ‘subsidiëren’: het volstaat om een aansprekend persbericht als ‘artikel’ op de eigen site te plaatsen.

Lees verder >>

Wetenschap of communiceren?

Door Marc van Oostendorp

“De meeste wetenschappers zijn geen ridders te paard”, waarschuwde de jonge onderzoeker Ludo Schoenmakers een paar dagen geleden op Voxweb, de journalistieke website van mijn Radboud Universiteit.

Schoenmakers, die een proefschrift schrijft over een onderwerp in de fysisch-organische chemie, was kennelijk om zich te vertreden naar een avondje in Nijmegen geweest over de relatie tussen media en wetenschappers. Hij had daar onder andere de neerlandica Lotte Jensen zien optreden en de neuroloog Bas Bloem die neurogeneratieve ziekten onderzoekt. De conclusie van de avond was dat het belangrijk is voor de moderne onderzoeker om in de media te verschijnen. Jensen trekt zo met succes studenten; Bloem wil de mensheid voorlichten over wat te doen aan de nare ziekten die hij onderzoekt. Bloem was degene die zich kennelijk als een ‘ridder te paard’ beschreef.

Lees verder >>

30 januari 2019, Amsterdam: Symposium voor Wetenschapsbloggers

Op 30 januari vindt op het Meertens Instituut het Symposium voor Wetenschapsbloggers plaats. Dit symposium wordt georganiseerd door Marc van Oostendorp, Jona Lendering, Hermen Visser en Marten van der Meulen.

Bloggen wordt breed gezien als een van de beste manieren om te berichten over wetenschap. Voor onderzoekers zijn de laagdrempeligheid, snelheid van publiceren en vrijheid grote voordelen. Bovendien kan een gevarieerd publiek van wetenschappers en niet-wetenschappers worden bereikt. Belangrijk zijn ook de mogelijkheden voor discussie: bloggen is een uitstekend voorbeeld van het transactie-model van wetenschapscommunicatie.

Toch kent ook bloggen uitdagingen. Hoe geef je bijvoorbeeld bloggen een plaats in het overvolle onderzoeksbestaan? Hoe ga je om met trollen? Hoe schrijf je op een aantrekkelijke manier over methodologie? Hoe ga je van blog naar publieksboek? Op deze middag voor en door wetenschapsbloggers zullen deze en andere vragen door verschillende ervaringsdeskundigen worden behandeld. Lees verder >>

Spreken voor leken in 45 minuten

Door Marc van Oostendorp

Op donderdag 25 oktober 2018 sprak ik mijn oratie uit als hoogleraar Nederlands en Academische Communicatie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De oratie ging over het belang van onderwijs in taalvaardigheid in combinatie met kennis van taal; hij was op een aantal manieren speciaal bedoeld voor het publiek in de aula. Uit deze gemonteerde registratie (die iets korter is geworden dan 45 minuten) krijg je hopelijk toch een indruk van de inhoud.

(Bekijk deze video op YouTube.)

‘Wetenschap is ook maar een mening.’ Wie zegt dat?

Door Marc van Oostendorp

Hedwig te Molder vindt dat wetenschappers meer vragen moeten stellen, in ieder geval als ze deelnemen aan het publieke debat. Ze is hoogleraar wetenschapscommunicatie in Wageningen en ik was gisteren bij haar op bezoek.

Te Molder denkt dat veel van de grote problemen in het hedendaagse debat over wetenschap – vaccinatie, debat – veroorzaakt worden doordat beide partijen elkaar niet genoeg serieus nemen. Mensen die tegen vaccinatie zijn nemen soms kennis van een heleboel wetenschappelijke kennis; alleen laten ze daarbij bepaalde waarden (het feit dat ze ouders zijn van kleine kinderen) anders wegen dan wat de wetenschappelijke consensus is. Ze autoritair toespreken omdat ze zo dom zijn werkt dan niet. Maar de zaak geduldig uitleggen werkt ook niet, want het blijft een eenzijdige relatie, zegt Te Molder. Lees verder >>

Lekker keten met de minister

Door Marc van Oostendorp

Ook voormalige ministers van wetenschappen begeven zich soms op Twitter en komen dan in een discussie tussen specialisten op een bepaald gebied. Sommigen kunnen het niet nalaten daar die specialisten eens even te vertellen hoe het zit.

Wij discussieerden bijvoorbeeld over de vraag of je ‘kunstmatige’ regels in taal van ‘natuurlijke’ kunt onderscheiden. Een voorbeeld van de eerste is het verschil tussen hun en hen: in de zeventiende eeuw bedacht om het Nederlands weer eerbiedwaardige naamvallen te geven, is het nooit echt ingedaald. Er is bijvoorbeeld geen kind die deze regel zomaar leert, je moet hem altijd op school bijgebracht krijgen. Ook zijn er aanwijzingen dat volwassenen anders met die regel omgaan, dat de regel nooit helemaal taalgevoel wordt. ‘Natuurlijke regels’ zijn dan de dingen die mensen van nature doen en nooit hoeven te leren. Niemand zegt ooit “Mij loopt” in plaats van “Ik loop”, daar heb je als moedertaalspreker geen les voor nodig.

Toen kwam de voormalige minister:

Er zijn een paar dingen interessant aan deze tweet. Bijvoorbeeld dat Plasterk zegt dat iedere regel ooit gecodificeerd is en dan als voorbeeld een regel geeft waarvoor dat aantoonbaar niet geldt: ik denk niet dat er ergens een schoolboek of grammatica te vinden is waarin wordt voorgeschreven om ‘ik zie hen lopen’ te zeggen, maar ‘ik geef het boek aan hun’. Lees verder >>

Lowlands voor de wetenschap

Door Marc van Oostendorp

Hypeman @fonolog

A post shared by Marcus Christianus Turing (@mc_turing) on

Het festival Lowlands bestaat 25 jaar, maar ik was er nog nooit geweest: altijd te oud en te weinig geneigd tot kamperen en tot het beluisteren van popconcerten en in het algemeen te saai. Ik was er dit weekeinde één dag, voor de wetenschap. Er ging een wereld voor me open.

Mijn jonge, tot kamperen geneigde, hippe, onsaaie collega Folgert Karsdorp was er verantwoordelijk voor. Hij is tegenwoordig een van de liedonderzoekers op het Meertens Instituut, en hij zet daar de modernste middelen voor in. Hij bouwde deze keer met collega’s uit Antwerpen en uit Londen een computer die rapteksten schrijft en hij ging naar Lowlands om die computer daar een ‘Turing Test’ te laten ondergaan: bezoekers kregen op een scherm een échte raptekst te zien en een door de computer gemaakte en moesten gokken welke de echte was.  Lees verder >>

Leuke, leerzame en spannende tv: de spelling van tweeëndertigste

Door Marc van Oostendorp

Toen ik zondag op de boekenmarkt in Deventer was, trof ik daar een exemplaar in van Klassieke Mechanica, uitgegeven door de Teleac als begeleiding bij de cursus die men in 1985 op radio en tv uitzond. Wie dat boek openslaat, vindt een heel duidelijke uitleg over tal van interessante wetenschappelijke onderwerpen, inclusief de wiskunde die erbij hoort: les 7 heet ‘integraalrekening’.

Die cursus is iets meer dan dertig jaar oud. Er zijn sindsdien meer hogeropgeleiden gekomen, het percentage mensen dat zo’n programma aan zou kunnen is gestegen. Maar het is ondenkbaar dat de NPO iets dergelijks nog zou maken. Er is om te beginnen namelijk geen Bekende Nederlander in te zien.

Neem de S.P.E.L.-show. Onlangs had Astrid Joosten een goed idee. Er moest, vond zij, een nieuw taalprogramma komen. Ze had geconstateerd dat de ‘taalvaardigheid van de Nederlanders’ achteruit gaat omdat de sollicitanten voor haar bedrijfje spelfouten maakten in hun brieven. Ze was weliswaar niet verder gaan uitzoeken of die conclusie ook generaliseerbaar is (zoals collega Marten van der Meulen onlangs toornig constateerde), maar het idealisme is natuurlijk sympathiek. “We zijn vaak veel van school vergeten,” sprak Joosten tegen de redactie van Libelle. “Daarom heb ik de leukste, leerzaamste en spannendste taalquiz van ons land ontwikkeld. Het hele gezin kan thuis meedoen.” Lees verder >>

Meta-taalzeuren

Door Peter-Arno Coppen

Op zijn eigen blog, doorgeplaatst in Neerlandistiek, opent Marten van der Meulen maar weer eens de aanval op mensen die klagen over taalverloedering (wat hij en passant kernachtig samenvat met de mooie term taalzeuren). Met genadeloze wetenschappelijke precisie legt hij enkele mechanismen bloot die ten grondslag liggen aan het feit dat mensen door de eeuwen heen voortdurend het idee hebben dat de taal verloedert: cognitieve biases, cultuuridealisering en het ontbreken van kennis in de historische dimensie van de taal. Daar komt dan nog eens bij dat het hele begrip ‘verloedering’ niet eens fatsoenlijk te definiëren is, en er (waarschijnlijk mede als gevolg daarvan) geen behoorlijk kwantitatief onderzoek bestaat dat de mate van verloederdheid ooit longitudinaal in kaart heeft gebracht.

Wanneer de taalzeurders aldus murw geslagen in de touwen liggen, komt de slotconclusie een beetje als een anticlimax: en nou ophouden over taalverloedering! (“Laten we maar lekker ophouden over taalverloedering.”) Repressie, ja dat is de oplossing! Dat we daar niet eerder aan gedacht hebben.

Lees verder >>

Een gevaarlijke taal en een gekke taalkundige

Door Marc van Oostendorp

“Alle wetenschap”, zegt de mysterieuze professor Ismael Shannon in de nieuwe roman Il segreto di Pietramala (Het geheim van Pietramala) van Andrea Moro, “is taalwetenschap of het is postzegelverzamelen.” Die Shannon blijkt uiteindelijk weliswaar de bad guy in deze roman, maar het is hoe dan ook fijn dat iemand het eindelijk eens zegt.

Want dat is een van de aantrekkelijke kanten van Het geheim van Pietramala: dat zowel de held als zijn tegenstander taalwetenschappers zijn, en dat alle andere personages in het boek doordrongen zijn van het belang van taal. Dit heel onderhoudende zomerse boek biedt een spannend verhaal én tegelijkertijd een inkijkje in de wereld van mensen voor wie taal vanzelfsprekend van het grootste belang is.

De jonge briljante, maar enigszins neurotische taalgeleerde Elia Rameau wordt tot zijn ergernis op veldwerk gestuurd. Lees verder >>

Subsidieer geen blogs, maar aggregeer ze

Door Marc van Oostendorp

Het fijne van een filterbubbel is natuurlijk dat je af en toe verschrikkelijk met zijn allen opgewonden kunt zijn over dingen die vreselijk belangrijk zijn en die niemand interesseren.

De aanleiding was vorige week een stuk waarin de wetenschapsjournalist Maarten Keulemans van de Volkskrant de wetenschap opriep om bloggers serieus te nemen. Hij richtte zich aan het eind van dat stuk specifiek tot de voorzitter van NWO:

Kom, Stan Gielen, stop je geld waar je mond is, om er ook eens een anglicisme tegenaan te gooien. Het is 2018, wordt het onderhand niet eens tijd de academische blogs fatsoenlijk te ‘waarderen en te belonen’ voor hun ‘maatschappelijke impact’? Met op zijn minst een vergoeding voor zaken als vormgeving en hosting, of beter: een beurs die wetenschappers kunnen aanvragen, net zoals ze dat doen voor hun onderzoek?

Oudheidswetenschapsblogger Jona Lendering kwam met enkele interessante kritische kanttekeningen (hoe behoud je de vrijheid als je je gaat onderwerpen aan een subsidieregime, met aanvragen, toetsingscommissies en criteria?)  Taalkundeblogger Marten van der Meulen was meer onverdeeld enthousiast, al pleitte hij ook voor subsidie voor andere vormen van wetenschapscommunicatie. Lees verder >>

De popularisering van wetenschap moet op de schop

Door Marten van der Meulen

Gisteren schreef Maarten Keulemans een opinieartikel in De Volkskrant, getiteld Wetenschap, neem de bloggende wetenschapper eens serieus. Zijn belangrijkste punt: bij al dat gepraat over ‘maatschappelijke impact’ van wetenschap worden bloggers vergeten. Dat is zonde, en daar moet iets aan veranderen. Wetenschapsbloggers leveren vaak een geweldige bijdrage aan het publieke debat, ze zijn kritisch, delen kennis, geven inzicht in de wetenschap, en doen dat allemaal gratis en voor iedereen toegankelijk. Ik kan me alleen maar aansluiten bij Keulemans’ stuk. Ik zou zelfs verder gaan: de hele manier waarop er op dit moment wordt omgegaan met popularisering door wetenschappers moet veranderen.

Nationale Wetenschapsagenda

Ik had eerlijk gezegd gehoopt dat de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) verandering zou brengen in de Treurige Zaak van de Onbekostigde Popularisatoren. Want als er íets bleek uit de meer dan 11.000 vragen die werden ingestuurd, dan was het wel dat er een gat ligt in de overdracht van kennis van de wetenschap naar de maatschappij. Ontzettend veel mensen stelden namelijk vragen waar de wetenschap al een antwoord op had. Een deel van die vragen werd gebundeld in een boekje, Hoe zwaar is licht. Bizar detail: je zou denken dat dat boekje gratis was, in ieder geval voor de vragenstellers zelf, maar nee hoor, gewoon allemaal €19,99 aftikken. En dat terwijl regering en NWO de mond vol hebben van Open Science. Ahum. Wat begebeurde er verder met al die vragen? Een klein deel werd bekostigd en wordt nu onderzocht (in wat een bureaucratisch nachtmerrie van kafkaëske proporties schijnt te zijn). Maar al die andere vragen, daar gebeurde niks mee. Lees verder >>

2000 keer Taalpost

 Door Marc van Oostendorp

Afgelopen vrijdag verscheen de tweeduizendste aflevering van Taalpost, de gratis nieuwsbrief die ik al maak sinds 2002 voor het Genootschap Onze Taal – de eerste paar jaar (toen was het nog een uitgave samen met Van Dale) met Ludo Permentier, en inmiddels al heel lang samen met Erik Dams.

Het is de best gelezen uitgave waar ik aan meewerk en waarschijnlijk inmiddels de grootste taaluitgave van het taalgebied en vast ook een van de grootste ter wereld – we hebben 44.000 abonnees. Die mensen zijn bovendien altijd geneigd om mee te doen aan prijsvraagjes, online-onderzoekjes, om boeken te kopen en tentoon- en voorstellingen te bezoeken. Ik heb dat altijd het leukste gevonden van Taalpost: het clubgevoel dat er bestaat met al die mensen in Nederland en Vlaanderen (en daarbuiten) die om wat voor reden dan ook geïnteresseerd zijn in taal.

(Bekijk deze video op YouTube.)

 

Er is iemand die nog nooit van het Indo-Europees heeft gehoord

Door Marc van Oostendorp

Onlangs werden we er weer eens mee geconfronteerd. We hadden niet zo maar iemand op bezoek, maar een top-intellectueel (ja, zulke mensen bezoeken onze nederige stulp, we hebben geen geld en geen aanzien, maar dat hebben we dan toch maar bereikt). Een jonge hoogleraar die regelmatig in de krant schrijft en een aantal boeken op zijn naam heeft, zelfs een paar voor een algemeen publiek. Hij is weliswaar een bèta, maar heeft een brede belangstelling en zegt tegen ons altijd dat hij de taalwetenschap zo interessant vindt, als wij erover vertellen.

Maar deze keer begonnen we over het Indo-Europees. En bleek hij daar nog nooit over te hebben gehoord.  Lees verder >>

Schrijven, schrijven, schrijven

Niet alleen vier ik vandaag dat ik Abraham zie, maar ook dat ik precies zes jaar vrijwel dagelijks een stukje schrijf op Neerlandistiek (voorheen Neder-L).(Wil je een verjaardagscadeautje geven? Help om volgend jaar 14 gloednieuwe sonnetten te publiceren.) 

Door Marc van Oostendorp

Een van de eigenaardigste en tegelijkertijd hardnekkigste misverstanden onder de mensen is dat alle andere mensen uit ieder één stuk hout gehakt zijn. Het is eenvoudig na te gaan waarom dit niet zo is: de mensen die je kent hebben ook allerlei verschillende kanten; de sportfan houdt ook van urenlang muziek luisteren, de verstokte lezeres gaat in de zomer uren wandelen zonder enig boek mee te nemen, de keurige middelbare man trekt zijn pak op vrijdag uit om wild te gaan dansen. Dus waarom zou die veelzijdigheid die iedereen die je kent kenmerkt, niet ook van toepassing zijn op de mensen die je toevallig niet kent?

Toch accepteert de mens dat van vreemden veel minder. Hoe is het mogelijk dat iemand die je kent van het ene zich ook overgeeft aan het andere? Wat is dan het verband tussen die twee dingen? Alsof het leven der anderen per se een duidelijk verband moet hebben.

Dat is de enige manier waarop ik de verbazing kan begrijpen waarmee mensen reageren op de dagelijkse blogger. Lees verder >>

Pre-discussie en quasi-discussie

Door Marc van Oostendorp

YouTube is een belangrijke bron voor zelfhulp. Of je vaatwasser nu kapot is, je vast zit met een spelletje op je telefoon, of je een papieren hoedje wil vouwen, voor al die problemen bestaat een filmpje. Sinds gisteren is daar een nieuwe kwestie bij: hoe moet je een goede taaldiscussie voeren?

Ik weet niet precies waarom iemand zoiets zou willen weten. Het voornaamste doel van een taaldiscussie lijkt mij dat iedereen door elkaar kakelt en aan het eind volkomen overtuigd is van het eigen gelijk en de stupiditeit van de andere discussiedeelnemers. Wanneer je dan onderling begrip kweekt, bederf je de pret.

Maar aan de andere kant worden de tips gegeven door zonder twijfel de beste taaldiscussiantvan de Benelux, Peter-Arno Coppen. Al tientallen jaren treedt hij onvermoeibaar met allerlei mensen in discussie over taal. Dus als iemand kan uitleggen hoe die discussie in elkaar zit, is hij het. Hier is het filmpje:

Lees verder >>

Een strip over dialectonderzoek

Een strip maken over je onderzoek. Dat doet lang niet elke wetenschapper. Taalonderzoeker Martijn Wieling van de afdeling Informatiekunde in Groningen koos er wel voor. Wieling doet met een articulograaf onderzoek naar tongbewegingen bij dialectsprekers. Met de strip over zijn onderzoek kan hij op een andere manier over zijn werk vertellen en een andere doelgroep bereiken.

De strip staat hier:

(Je kunt hem hier downloaden.) Lees verder >>

In een bedompt zaaltje ik

Door Marc van Oostendorp

Ik stond vorige week in de krant! Althans, je moest wel even zoeken, maar dan vond je me daar toch prominent genoemd worden in onze regionale krant, De Gelderlander:

Een Nationaal Taaldebat, dat roept een beeld op van een bedompt zaaltje vol vergrijsde taalpuristen die praten over de verloedering van onze moedertaal en een hoogleraar die zegt dat verandering inherent is aan een levende taal. Gaap.

In het zaaltje was het ook al zo. Ik begon te vertellen – niet dat verandering ‘inherent is aan levende taal’ natuurlijk, want ik zou ‘inherent’ niet zo snel zeggen en de metafoor van een ‘levende taal’ is grote onzin, een taal is geen plant of beest. In plaats daarvan zei ik dat het klagen over taalverandering van alle tijden was.

Elma Drayer, een journaliste van de Volkskrant, had namelijk net haar gevoel op tafel gegooid dat de Nederlandse taal ten onder aan het gaan was. Zij begon trouwens ook meteen te snuiven toen ik dat vertelde, over die klachten. “Dat zeggen taalkundigen altijd!” riep ze zelfs. Lees verder >>

Over populariseren praten

Door Marc van Oostendorp

Vorige week was ik bij de geweldige podcast Onder mediadoctoren, waarin Vincent Crone en Linda Duits al zestig afleveringen lang doen aan de best mogelijke wetenschapscommunicatie. En deze keer ging het ook over wetenschapscommunicatie en popularisering, dus we konden ons uitleven in metacommunicatie.

 

De geleerdste wint

Door Marc van Oostendorp

De eerste wereldtaal, het nieuwe boek van de Leidse hoogleraar Holger Gzella gaat niet alleen over zijn vakgebied, het Aramees. Het gaat minstens evenveel over wetenschap, over wat het betekent om een geleerde te zijn, een specialist op een gebied waarover je niet iedere dag in de krant leest. Het is daarmee een enorm inspirerend boek. Wie het leest snapt de diepe fascinatie die uitgaat van verschillende manieren om ontkenning (‘niet’) toe te voegen aan een werkwoord. Al snel wil de lezer niets liever dan zelf ambtelijke documenten besnuffelen van een paar duizend jaar geleden, of kijken hoeveel Griekse leenwoorden er eigenlijk op een paar potscherven staan.

Als het Aramees al eens buiten de geleerde boeken ter sprake komt, wordt het ‘de taal van Jezus’ genoemd. Het is waarschijnlijk dat Jezus inderdaad Aramees sprak, maar we hebben geen idee hoe dat klonk. In Jezus’ tijd was het Aramees duidelijk al duizenden jaren dé wereldtaal die in vrijwel het vele Midden-Oosten – en ook zelfs in Egypte – gebruikt werd voor administratieve en literaire doeleinden. Dat betekent echter niet dat we ook iets weten over hoe de taal in alle uithoeken van dat gigantische gebied ook gesproken werd. Het was waarschijnlijk inmiddels uiteengevallen zoals het Latijn later in het Italiaans, Spaans en Frans. Er zijn overigens nog steeds mensen, onder andere in Syrië en in Turkije, die een vorm van de taal spreken. Ook een precieze vergelijking van hun hedendaagse dialecten kan ons nog veel leren over de ontwikkeling van het Aramees. Lees verder >>