Tag: wetenschapsagenda

Minister tegen wetenschap

Door Marc van Oostendorp

drs. I. van Engelshoven en drs. M. van Rijn.

Het is inmiddels duidelijk wat het grote investeringsfonds, nu al zo vaak door de regering aangekomdigd als de hoop van onder andere de vaderlandse wetenschap, gaat betekenen voor de geesteswetenschappen: meer van hetzelfde. Een nieuwe ramp.

In het Eindhovens Dagblad klaagden twee bestuurders van de TU/e een paar dagen geleden waarschijnlijk terecht dat zij met de 16 miljoen die ze krijgen worden afgescheept – het is lang niet genoeg om de problemen op te lossen. Gisteren reageerde de minister met een interview in die krant waarin ze een tipje van de sluier licht over het fameuze investeringsfonds waar miljarden euro’s in komen, sommige ook voor de wetenschap:

Ik zou de twee bestuurders van de TU/e willen aanraden om met gedragen voorstellen te komen, bijvoorbeeld op het gebied van kunstmatige intelligentie. Als ze zichtbare positieve resultaten in het vooruitzicht stellen, dan maken ze zeker kans op financiering. En dat zou nog wel eens sneller rond kunnen komen dan iedereen nu denkt.

Lees verder >>

Is de wetenschap echt zo cynisch geworden?

(Door Klaas Pieter Hart, TU Delft en Marc van Oostendorp, Meertens Instituut)

De cirkel van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) is rond. Anderhalf jaar geleden begon het als een weinig concreet plan om een financiële prioriteiten te stellen in het onderzoeksbeleid en tegelijkertijd als een poging om het publiek beter bij datzelfde onderzoek te betrekken. Nu eindigt het in een reeks van weinig precieze ’routes’ voor het onderzoek en nog minder betrokkenheid van het publiek bij datzelfde onderzoek.

In april 2015 stond de website van de NWA open voor het publiek voor het stellen van vragen. Die website was het resultaat van een ontwikkeling die in 2014 was ingezet in het document Wetenschapsvisie 2025. Hierin werd de NWA voorgesteld als bindmiddel voor het wetenschappelijk onderzoek in Nederland. Het document was weinig specifiek over de aard of vorm van zo’n agenda. Lees verder >>

Wetenschap: geef nu eens antwoord!

Door Marc van Oostendorp

Processed with Snapseed.
Beantwoord die vragen nu eens.

Anderhalf jaar geleden ongeveer begon het werk aan de Nationale Wetenschapsagenda. Over een paar weken wordt het speciale bureautje opgeheven: men beschouwt het werk als klaar. En ik heb daar een ongemakkelijk gevoel over.

Meer dan elfduizend vragen zijn er indertijd ingestuurd. Vervolgens gingen in de zomer van vorig jaar commissies aan het werk die de vragen samenvoegden in zogenoemde clustervragen die soms een nogal onduidelijk verband hadden met de vragen die ze omvatten. Daarna gingen weer andere commissies aan het werk om die clustervragen samen te voegen tot routes. En nu staan die routes te wachten tot de volgende regering, naar ieders verwachting, er een stuk of twee of drie uitkiest om daar wat geld in te investeren.

Lees verder >>

Hoe komt het dat culturele systemen zo moeilijk doelgericht te veranderen zijn…?

Onverwachte taalvragen aan de Wetenschapsagenda (22)

Door Marc van Oostendorp

taaltegenhoudenDe boodschap van de taalwetenschapper over taalverandering is tweeledig: het gebeurt en we kunnen er niets aan doen. Niet alleen kunnen we de taalverandering niet stoppen, we kunnen haar ook niet of nauwelijks een door ons gewenste kant op sturen.

De taal verandert voortdurend, en dat moet komen doordat de mensen de taal veranderen. Alleen kan die verandering kennelijk vrijwel alleen onbewust plaatsvinden. Ons bewustzijn staat machteloos. Dat geldt trouwens niet alleen voor taal, zoals de volgende vraagsteller aan de Nationale Wetenschapsagenda opmerkt: Lees verder >>

Kun je een computer een (relevant) artikel / boek laten schrijven?

Onverwachte taalvragen aan de Wetenschapsagenda (21)

Door Marc van Oostendorp

computerSommige vragen aan de Nationale Wetenschapsagenda storten de rijpere onderzoeker in een  de nostalgie. Kennelijk worden mensen nog steeds warm van kwesties als de volgende:

Kun je een computer een (relevant) artikel / boek laten schrijven? Zijn er algoritmes denkbaar waarbij je computers geautomatiseerd een artikel of een boek laat schrijven? Hoogstwaarschijnlijk krijg je dan veel artikelen/boeken zonder enige betekenis. Maar als je geautomatiseerd heel veel artikelen/ boeken laat genereren, verschijnen er theoretisch ook teksten die wel relevantie hebben. En als je die relevante teksten vervolgens met slimme zoeksoftware op het spoor weet te komen, ontstaat er wellicht een interessante bron van informatie.

Weinig mensen hebben de tijd bewust meegemaakt waarin deze vraag niet gesteld werd: Lees verder >>

Waarom praten sommige mensen op een manier of ze een hete aardappel in hun mond hebben

Onverwachte taalvragen aan de wetenschapsagenda (20)

Door Marc van Oostendorp

aardappelHet geldt in het Nederlands niet als aanbeveling om in je taal te laten horen dat je veel geld hebt. Zou je in andere talen ook een licht smalende uitdrukking hebben zoals met een hete aardappel in de keel praten?

Wat die uitdrukking precies betekent, valt dan weer moeilijk te definiëren. Het is een beetje als met een variatie op een bekende definitie van porno: je herkent het als je het hoort. De volgende vragensteller aan de Nationale Wetenschapsagenda gebruikt er overigens nog een andere bekende term voor (‘bekakt’), maar ook een definitie die ik nog niet kende:

Waarom praten sommige mensen op een manier of ze een hete aardappel in hun mond hebben (in de volksmond…….bekakt praten) ze slikken dan als het ware de letter R in. Je hoort het vaak bij studenten. Ik zag op tv een aantal studenten die allemaal dezelfde uitspraak hadden , vandaar mijn vraag

Lees verder >>

Waarom gebruiken mensen zoveel van die betekenisloze stopwoordjes en vullers zoals “hè” en “zeg maar”?

Waarom zeggen ze niet gewoon wat ze bedoelen?
Onverwachte vragen uit de wetenschapsagenda (19)

Door Marc van Oostendorp

StopwoordjesSommige vragen in de Wetenschapsagenda tonen aan dat er grote taalproblemen zijn in de wereld: ergernis en zorgen om de medemens. Neem bijvoorbeeld de volgende vragensteller die kennelijk zelf geen problemen heeft, maar zich wel bekommert om de boosheid van de medemens:

Waarom gebruiken mensen zoveel van die betekenisloze stopwoordjes en vullers zoals “hè” en “zeg maar”? Waarom zeggen ze niet gewoon wat ze bedoelen? Mensen om mij heen, en op de televisie, maken zich boos over andere mensen die alles wat ze zeggen vergezeld laten gaan van lege stopwoordjes zoals “gewoon” of “natuurlijk”, de boel nog maar eens nuanceren met “zeg maar” of “weet je”, en het geheel dan afsluiten met een aarzelend “hè?” of “toch?”.Waarom zeggen ze niet gewoon waar het op staat? Communicatie zou toch veel beter gaan als je je boodschap zonder al die ‘ruis’ overbrengt? Ik heb me overigens wel eens laten vertellen dat communicatie uit meer bestaat dan het louter uitwisselen van mededelingen, dat er door de sprekers tijdens de communicatie ook voortdurend aan de onderlinge relatie tussen hen wordt gewerkt. Spelen die kleine rotwoordjes daar soms een rol in? Hoe dan?

Lees verder >>

Commercial English in the Wetenschapsagenda

Door Marc van Oostendorp

They were the best of timesIk voorspel een grote toekomst aan de wetenschappelijke studie van de taalkeuze in Nederland. Gegeven het feit dat waarschijnlijk de meeste inwoners van ons land minstens tweetalig zijn, welke taal kiezen we dan in welke omstandigheden?

Er zijn nog veel domeinen waar dit nauwelijks een kwestie is. Ik geloof dat twee moedertaalsprekers van het Nederlands in het dagelijks leven als er niemand bij is nooit Engels zouden praten. Of je nu in een kroeg met je beste vriendin zit te praten, of op straat tegen iemand opbotst, of na het weekeind even met je collega gaat buurten – Engels praten voelt geloof ik ook voor de hipste jongeren nog steeds raar en aanstellerig in die omstandigheden. Je doorspekt je conversatie misschien met Engelse woorden. Maar de basistaal blijft Nederlands.

Lees verder >>

Europa heeft wel een euro, maar geen tweede taal, waarom niet?

Onverwachte taalvragen aan de wetenschapsagenda (18)

Door Marc van Oostendorp


‘Tweede taal’
Illustratie: M. van Oostendorp

De 12.000 vragen die vorig jaar door het publiek zijn gesteld zijn de vorige zomer door commissies wetenschappers teruggebracht tot 140 vragen. Inmiddels hebben onbekenden – ik heb het aan insiders gevraagd en zelfs die weten niet precies door wie – teruggebracht tot 16 ‘exemplarische routes‘. Het verhaal gaat dat de volgende regering er uit die routes een stuk of drie gaat kiezen, die dan tot speerpunt van het regeringsbeleid zullen worden gemaakt. Wat dát dan weer financieel gaat betekenen, weet niemand.

Maar het gaat vast wat betekenen. Achter de schermen van het wetenschapsbedrijf is het daarom een geroezemoes van jewelste, waarin allerlei mensen strategische coalities sluiten met anderen om hun exemplarische route zo gunstig mogelijk te doen afsteken. Ook dat gelobby levert weer een duister krachtenspel op, waar dan dus uiteindelijk de belangrijkste wetenschappelijke vragen van de jaren rond 2020 uit naar boven geacht worden te komen.

Handig

Ondertussen vinden we in de meest onverwachte routes nog taalvragen. Ergens wordt in het kader van de route veerkrachtige en zinvolle samenlevingen bijvoorbeeld gevraagd:
Lees verder >>

Is de structuur van het Nederlands te complex voor computers om te produceren?

Onverwachte taalvragen aan de wetenschapsagenda (16)

Door Marc van Oostendorp

ChGqYx7XEAAscpdZestien taalvragen hebben een geheel eigen koepel gekregen in de Nationale Wetenschapsagenda: de vragen over de vraag of we computers beter met taal kunnen laten omgaan, de zogenoemde taaltechnologie. Zestien vragen van de elfduizend die oorspronkelijk door de Nederlandse bevolking zijn ingestuurd is niet zo veel –er zijn maar zo’n 140 koepels, dus gemiddeld tellen die zo’n 80 vragen– , dus er is iemand of iets geweest die of wat deze vragen heel belangrijk heeft gevonden. We zullen het nooit weten: het hele proces waarop is besloten welke vragen écht belangrijk zijn, is niet erg transparant.

Hoe dat ook zij, kennelijk zijn er mensen onder ons die zichzelf dingen afvragen als het volgende:

  • Is de structuur van het Nederlands te complex voor computers om te produceren? We hebben allemaal wel gemerkt dat er nog steeds geen computersystemen zijn waarmee we gewoon kunnen praten, en die apps waarbij je een vraag kunt stellen aan je telefoon zijn hooguit goed voor een dosis humor. Het Nederlands is ook wel erg ingewikkeld, onze zinnen kunnen rare afhankelijkheden hebben zoals: “dat wij Piet zijn auto zagen repareren” waarbij ‘zagen’ bij ‘Piet’ hoort, en ‘repareren’ bij ‘zijn auto’. Zijn er bepaalde soorten Nederlandse zinnen, zoals bijvoorbeeld deze, die gewoon echt te moeilijk zijn voor een computer, of zijn ze gewoon nog niet snel genoeg?

Lees verder >>

Zijn alle talen terug te leiden op één oertaal?

Onverwachte taalvragen uit de wetenschapsagenda (16)

Door Marc van Oostendorp

Eva
Illustratie: M. van Oostendorp

Als je iets leert bij het doornemen van de wetenschapsagenda, is het hoe weinig we weten. Heel veel vragen zijn de weerslag van oprechte nieuwsgierigheid – de nieuwsgierigheid die ook voor de onderzoeker misschien ooit de reden was om een vak te kiezen. Maar het antwoord op die vragen weet hij ook na lange studie niet.

Neem de volgende vraag. Hij is volkomen redelijk, en fascinerend. Ja! Hoe zit dat eigenlijk?

  • Zijn alle talen terug te leiden op één oertaal? Hoe kan het dat er zoveel verschillende talen bestaan, terwijl we wel denken dat alle mensen uiteindelijk afstammen van één oermens. Stammen al die verschillende talen dan ook af van één oertaal?
Het antwoord op deze vraag is niet alleen op dit moment niet duidelijk, het ziet ernaar uit dat we misschien nooit een antwoord zullen vinden.

Waarom zeggen we “energie opwekken” terwijl we het alleen maar kunnen omzetten van de ene naar de andere vorm?

Onverwachte taalvragen aan de wetenschapsagenda (15)
Door Marc van Oostendorp

Les één van de cursus ‘hoe stel ik een wetenschappelijke vraag?’ is waarschijnlijk: begin je vraag nooit met waarom? Dergelijke vragen zijn eigenlijk niet te beantwoorden, of in ieder geval kun je altijd doorgaan met waarom te vragen, zoals iedereen weet die een kind heeft van anderhalf.

Gelukkig heeft niet iedereen die een vraag naar de Nationale Wetenschapsagenda stuurde, die cursus gevolgd. En zijn er vragen gesteld zoals:

Dit is een vraag die je in veel andere varianten ook kunt stellen:

Lees verder >>

Is onze taalverarming te stuiten?

Onverwachte vragen uit de wetenschapsagenda (14)

Door Marc van Oostendorp

Ik ken mensen die boos zijn op taalkundigen. Niet dat zij de straten van de hoofdstad afschuimen op zoek naar Kees Hengeveld om deze een muilpeer te verkopen, of dat zij slogans schilderen (‘Linguists Go Home’) op het huis van Pieter Muysken, maar zij hebben met onze discipline wel iets te verhapstukken: waarom ondernemen wij geen actie – actie tegen de afbraak van de Nederlandse taal?

Natuurlijk komt die woede voort uit verontrusting over die afbraak en verontruste burgers moeten wij van de elite zoals bekend altijd serieus nemen. Uit deze verontwaardiging komt denk ik ook deze vraag aan de Wetenschapsagenda voort:

Lees verder >>

Hoe komt het dat de grammatica van oude talen ingewikkelder is dan die van moderne talen?

Onverwachte taalvragen aan de Nationale Wetenschapsagenda (13)

Door Marc van Oostendorp

<
Je kunt je best voorstellen dat iemand zich eens achter de oren krabt, zich het volgende afvraagt en dat dan instuurt naar de Nationale Wetenschapsagenda:

Sterker nog, er wordt door allerlei taalkundigen gewerkt aan iets wat uiteindelijk deze vragensteller zou moeten kunnen bevredigen. We zijn er alleen nog lang niet.

Lees verder >>

Bestaat er zoiets als de meest efficiënte taal en zo ja welke?

Onverwachte vragen in de wetenschapsagenda (12)

Door Marc van Oostendorp

Kun je talen met elkaar vergelijken? En nog belangrijker kun je ze dan op een ranglijst plaatsen? Het is in ieder geval iets dat mensen graag doen. Ze vragen dan: is het Nederlands een moeilijke taal? Wat is de mooiste taal die u kent? En raken danig sip wanneer je ze het enig juiste antwoord geeft: dat hangt er maar vanaf.

Het Nederlands is een uiterst moeilijke en lelijke taal voor een niet zo snuggere Chinees die geen enkel nut ziet in het leren van die taal, en heel makkelijk en schoon voor een taalgevoelige Duitse jongeling die verliefd is op een eentalig meisje uit Arnhem. Wie er gelijk heeft valt bij de huidige stand van de wetenschap niet uit te maken.

In de hoorn des interrogatieven overvloeds die de wetenschapsagenda is, vinden we dan weer een heel andere vraag over de ordening der talen:
Lees verder >>

Wordt het niet hoog tijd om onze vertrouwde maar volstrekt achterhaalde ‘1-taal’ in te ruilen voor de eerste echte ‘2-taal’?

Onverwachte taalvragen aan de Nationale Wetenschapsagenda (11)

Door Marc van Oostendorp

Ja! Ik heb een wat verlate inspiratie gekregen voor een goed voornemen: ik ga mijn in augustus een roemloze schijndood gestorven serie ‘onverwachte taalvragen aan de Nationale Wetenschapsagenda’ weer nieuw leven inblazen.

Alleen al onder de hoofdvraag ‘Wat zijn de oorzaken van taalvariatie?‘ worden daar 112 vragen geschaard waarvan de vragenstellers vast nog vol spanning op antwoord wachten. Omdat er verder niemand van mijn vakbroeders antwoord lijkt te willen geven, doe ik het maar. Bijvoorbeeld op de volgende kwestie:

  • Wordt het niet hoog tijd om onze vertrouwde maar volstrekt achterhaalde ‘1-taal’ in te ruilen voor de eerste echte ‘2-taal’?Als we praten of schrijven, gebruiken we daar vrijwel altijd ‘1-taal’ voor: puntvormige woorden, gerangschikt in lijnvormige zinnen. We weten niet beter, maar dat zou wel moeten – want die punt-en-lijn-structuur van de taal is alleen ontstaan doordat onze stembanden en trommelvliezen door hun fysiologische hoedanigheden niet goed raad weten met meer complexe benaderingen van de totale realiteit (…). Om wat te noemen, twee woorden (laat staan zinnen) tegelijk verwerken kunnen ze niet – en dus is er veel dat wij mensen onmogelijk kunnen zeggen, of denken. (…)

Lees verder >>

Weg met de literaire argumenten!

Door Marc van Oostendorp


Toen een paar maanden geleden de aardige neerlandici uit Nijmegen mij vroegen om een lezing te komen geven over de canon, dacht ik dat het een gemakkelijke opdracht zou zijn: een half uurtje praten over de vraag of Willem Godschalck van Focquenbroch nu wel of niet in de top-100 aller tijden hoort. Maar ik was de lezing, die ik gisteren gehouden heb, nog niet aan het voorbereiden, of er brak een gigantische keet uit rondom die canon.

Het krachtigste geluid klonk van de schrijver Christiaan Weijts die had bedacht dat hij ook best eens iets populistisch kon roepen, van fuck dit en dat is net zo erg als besnijdenis en wat niet al, zonder zich erg te verdiepen in het onderwijs, en met als conclusie dat scholieren natuurlijk het liefst literatuur van blanke mannen van middelbare leeftijd als Grunberg en Giphart willen lezen. Gelukkig kwam er ook zinnig antwoord, onder andere van de blogster Lezeres des Vaderlands.

Maar het was eigenlijk al iets eerder begonnen, in een andere uithoek van de wondere wereld van het literaire discours: het tijdschrift Elsevier.
Lees verder >>

De 13e eeuw was beter dan de 18e

Door Marc van Oostendorp


Een van de wonderlijkste kwesties in de wetenschapsagenda – die verzameling vragen waarop de Nederlandse wetenschappers zich op aandringen van het Nederlandse volk moeten bezinnen – is: ‘Hoe objectief zijn canons?’
Ik heb geen idee wat het Nederlandse volk daarmee bedoelt. Het klinkt een beetje als de vraag ‘Hoe plat is de aarde?’: zou het Nederlandse volk menen dat canons objectief zijn en vervolgens dat we die objectiviteit kunnen meten?
Het Nederlandse volk doet er in dat geval goed aan De canon aan te schaffen, een vorig jaar verschenen boek van de Vlaamse Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, met als ondertitel ‘De 50+1 mooiste literaire werken uit de Nederlanden’. Uit de inleiding blijkt dat men in Vlaanderen niet worstelt met deze prangende vraag. “Deze canonlijst,” schrijft de anonieme inleider, “heeft betrekking op de hele Nederlandse literatuur maar is samengesteld vanuit een Vlaams perspectief en voor een publiek in Vlaanderen.” Vanuit een perspectief, voor een publiek: objectiviteit ho maar.

Lees verder >>

EUREKA! Festival
 opent de deuren naar de wetenschap

Op het EUREKA! Festival vieren we de wetenschap. Tijdens dit veelzijdige en inspirerende festival op zondag 29 november ervaar je hoe wetenschap ons leven, technologie, economie en onze maatschappij verrijkt. Kijk honderd jaar terug toen Einstein zijn relativiteitstheorie introduceerde. En kijk naar de toekomst met de Nationale Wetenschapsagenda: waar gaan wetenschappers in Nederland zich de komende jaren op richten?

Ruim 12.000 Nederlanders en organisaties konden in het voorjaar van 2015 hun vragen stellen aan de wetenschap.  Tijdens het EUREKA! Festival worden deze vragen op bijzondere wijze onderzocht en gepresenteerd aan het publiek.

Lees verder >>

Wetenschapsagenda en geen gesprek

Door Marc van Oostendorp

Was de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) maar een experiment geweest, dan had hij tenminste kunnnen mislukken.

Helaas, het was geen wetenschappelijke proef maar een project waar zich tevoren al het ministerie en de KNAW, NWO, de VSNU en Beatrice de Graaf achter hadden gesteld. Dus zitten we nu met een project dat door allerlei gremia geprezen zal worden om het verbluffende succes.
De bedoeling van de wetenschapsagenda was om het publiek bij de wetenschap te betrekken. Ook mensen buiten de muren van de academie mochten meebepalen welke vragen er in het onderzoek zouden worden gesteld; zo zou de kloof tussen onze ivoren torentjes en hun straat worden gedicht. Daartoe werd er een website geopend waarop iedereen zijn vragen kon plaatsen, alsmede een Twitter-account.

Groot is de respons niet geweest.
Lees verder >>

Is onze taal niet toe aan groot onderhoud?

Onverwachte taalvragen aan de Nationale Wetenschapsagenda (10)

Door Marc van Oostendorp

Zou het verschijnsel van het gezonken cultuurgoed ook in de natuurwetenschappen bestaan? Dat je inzichten moet bestrijden die honderd jaar geleden inderdaad gebruikelijk waren, maar dat inmiddels onder onderzoekers niet meer bestaan? Je hebt natuurlijk mensen die de evolutietheorie ontkennen, maar dat is toch wat anders – ik geloof niet dat zulke mensen dan in plaats daarvan lamarckianen zijn.

In de menswetenschappen is het schering en inslag: terwijl onderzoekers een bepaalde manier van kijken onderhouden, halen hun tijdgenoten hun schouders op over zoveel wereldvreemdheid. En als de onderzoekers erachter komen dat die manier van kijken inderdaad niet werkt, begint die oude manier van kijken door te sijpelen en wordt voortaan als de normale beschouwt.
En zo denken sommige mensen nog hetzelfde als zeventiende-eeuwers over taal, getuige vragen aan de Nationale Wetenschapsagenda als de volgende:

Bestaat er iets voor taal wat vergelijkbaar is met het getal nul voor de wiskunde en exacte wetenschap?

Onverwachte taalvragen aan de Nationale Wetenschapsagenda (9)

Door Marc van Oostendorp

Sommige onderzoekers wezen er in de aanloop naar de Nationale Wetenschapsagenda op dat de initiatiefnemers van die agenda uitgingen van een verkeerd idee: dat onderzoekers er zijn om vragen te beantwoorden. Een belangrijk deel van hun werk bestaat er juist uit om de goede vragen te stellen: vragen die nog nooit gesteld zijn maar wel na onderzoek beantwoordbaar lijken, vragen die niet gaan over triviale details maar ook niet over al te grote dingen, vragen waarop het antwoord ons verder kan helpen. De mogelijkheid zo’n vraag te vinden is een belangrijk deel van het ambacht van de wetenschapper. 
Zo gezien is het de vraag of de wetenschap vooruit komt wanneer niet-onderzoekers hun vragen gaan bijdragen. Maar ik denk dat er meer te beleven is aan vragen, ook aan op het eerste gezicht volkomen beantwoordbare vragen die aan de Wetenschapsagenda gesteld zijn, vragen als:

Hoe kan de populariteit van nieuw doch irritant taalgebruik worden voorspeld?

Onverwachte vragen aan de Nationale Wetenschapsagenda (8)

Door Marc van Oostendorp

Soms – misschien niet heel vaak, maar wel een enkele keer – zou je willen dat taalkundigen meer zouden samenwerken met bijvoorbeeld economen of marketingtypes. Dat zou vermoedelijk interessante inzichten kunnen opleveren in vragen zoals de volgende, gesteld aan de Nationale Wetenschapsagenda:

  • Hoe kan de populariteit van nieuw doch irritant taalgebruik worden voorspeld? Valt ook te voorspellen hoe lang dergelijk taalgebruik in zwang blijft? In de jaren zestig/zeventig hadden we de dus-zeggers, gevolgd door het enorme succesvolle ‘een stuk(je)’; beide zijn goeddeels verdwenen uit het hedendaagse spraakgebruik. Nieuwer waren versies van ‘ermee omgaan’ (‘Hoe gaan we daarmee om’, ‘Ik kan daar niet mee omgaan’), ‘zoiets hebben van’ en ‘absoluut’ in de betekenis van ‘ja(, ik denk het wel)’. Recent treffen we ‘plek’ aan in plaats van ‘plaats’ (‘op de eerste plek’, ‘is er nog plek?’, ‘plek maken’ (Van Dale noemt de laatste twee gewestelijk, maar dat gevoelsniveau lijkt overstegen), ‘de plek waar’ (in plaats van ‘waar’), ‘een mooie plek’ (in plaats van ‘plaats’, ‘punt’, ‘locatie’, ‘adres’, ‘gelegenheid’, enz.) en ‘klopt’ in de betekenis van ‘ja’. Hoe ontstaat het en hoe groot is de blijfkans?

Waarom heet een stoel een stoel?

Onverwachte taalvragen in de Nationale Wetenschapsagenda (7)

Door Marc van Oostendorp

 

Misschien dat de oproep van de Nationale Wetenschapsagenda aan het publiek om vragen te stellen aan de wetenschap bedoeld was om vragen op te roepen die volkomen naïef zijn en juist daardoor de wetenschapper even terugbrengen naar zijn eigen oorspronkelijke enthousiasme voor het onderzoek. Ja! Dat is het soort dingen dat ik ooit wilde weten! Vragen, kortom, als:

  • Waarom heet een stoel een stoel? Ik vraag me dit soms af, iemand heeft ooit de “stoel” bedacht. Maar wat als een ander persoon ooit de “stoel” en de “tafel” door elkaar heeft gehaald? Dan is een “tafel” dus een “stoel” en andersom. Hoe kunnen we dit ooit weten?

Een taalkundige die ook maar een knip voor de neus waard is, roept dan: Lees verder >>

Hoe zou communicatie verlopen in een eventueel hiernamaals?

Onverwachte taalvragen in de Nationale Wetenschapsagenda (6)
Door Marc van Oostendorp

 

Wat mij een interessante vraag voor de wetenschap lijkt: waarom hebben mensen eigenlijk vragen ingestuurd voor de Nationale Wetenschapsagenda? We weten inmiddels dat velen van hen wetenschappers waren, en die deden het waarschijnlijk om hun eigen onderzoek in het zonnetje te zetten. Dat is legitiem – er was geen enkele regel die het verbood – maar het gaat ons er hier niet om. Waarom deden de niet-onderzoekers het? Hoopten ze inderdaad de agenda van de wetenschap voor de komende jaren te bepalen? Waren ze alleen nieuwsgierig naar een bepaalde kwestie?

Aangezien er geen geld en tijd is om deze waanzinnig interessante kwestie te onderzoeken, moeten we het voorlopig doen met de vragen die daadwerkelijk aan de Nationale Wetenschapsagenda gesteld zijn. Vragen als: