Tag: wetenschap

Wat was er echt belangrijk in mijn academisch leven?

Door Jan Blommaert

Twee van mijn maîtres à penser stierven relatief jong. Michel Foucault was 57, Erving Goffman 60. Het is zeer waarschijnlijk dat ook ik relatief jong zal sterven. Ik ben nu 58 en bij mij is medio maart 2020 kankerstadium 4 gediagnosticeerd. Als er plotseling heel weinig toekomst over is om te plannen, over te speculeren of van te dromen, gebruikt men zulke historische momenten vaak als een aansporing om na te denken over het verleden. De leidende vraag hierbij – een nogal voor de hand liggende – is: wat was er belangrijk?

Ik zal mijn aantekeningen beperken tot het professionele deel van mijn leven. Dit is natuurlijk een kunstmatige onderverdeling en de lezer moet in gedachten houden dat het professionele deel van mijn leven altijd verweven was met de niet-professionele delen, vaak op een lastige of slecht uitgebalanceerde manier. Misschien moet dat verhaal elders worden verteld. Voor nu zal ik me concentreren op het deel van mij dat “academisch” kan worden genoemd.

Lees verder >>

Een witte of harde staking

Door Lucas Seuren

Ik ben al een week niet meer op kantoor geweest. Sinds vorige week maandag is de vakbond van de universiteiten in het Verenigd Koninkrijk, de University and College Union, namelijk een staking begonnen aan mijn universiteit (Oxford) en 59 anderen. De problemen zullen Nederlandse collega’s bekend in de oren klinken. In de laatste tien jaar is de waarde van een academisch salaris, gecorrigeerd voor prijsinflatie, met 20% gedaald. Daarnaast wordt er fors gesneden in de pensioenen: de premies stijgen, terwijl de uit te keren pensioenen fors dalen. En wat staat daar tegenover? Een fors hogere werkdruk. De administratieve lasten nemen toe, er zijn veel meer studenten, en de wetenschappelijke output moet omhoog. Dr. Lee Jones van de Queen Mary University gaf een heldere samenvatting van de ‘zeven hoofdzonden’ van de marktwerking die het academisch werk zwaarder en onaantrekkelijker maken. Het moge duidelijk zijn dat de situatie niet houdbaar is.

Lees verder >>

Ironische wetenschap

Door Marc van Oostendorp

De Amerikaanse wetenschapsjournalist John Horgan heeft zichzelf een eigenaardige opdracht gesteld in het leven: aantonen dat de (natuur)wetenschap nu wel zo’n beetje klaar is. Ja, er zullen vast nog allerlei uitvindingen worden gedaan op basis van wat we allemaal weten, en wellicht zullen er her en der nog wat witte plekjes op de landkaart worden beantwoord. Maar de hoop dat de grote vragen nog worden opgelost – hoe is het heelal nu precies tot stand gekomen? Wat zijn de kleinste samenstellende delen van onze werkelijkheid? Of, zou ik zeggen, hoe werkt taal?

Lees verder >>

Zijn er feiten zonder experimenten?

Door Marc van Oostendorp

 

‘Kurt Gödel’

Kurt Gödel staat algemeen bekend als de auteur van de stelling van Gödel, die dan ook naar hem is genoemd. Stel echter dat de stelling eerder blijkt te zijn bedacht en bewezen door een zekere Schmidt, die onder verdachte omstandigheden stierf voor hij zijn resultaten bekend kon maken. Die resultaten kwamen vervolgens in handen van Gödel, die er goede sier mee maakte. De vraag is nu naar wie verwijst de naam Gödel in de naam van de stelling? Naar de persoon die de stelling van Gödel heeft bedacht (dus Schmidt), of naar de persoon die diefstal heeft gepleegd?

De theorie van namen van de zeer invloedrijke filosoof Saul Kripke is gebaseerd op het idee dat in dit geval Gödel de naam was van de dief. Hij bewees zijn theorie met het bovenstaande verhaaltje: een gedachtenexperiment. Het lijkt volkomen absurd om te zeggen dat onder deze omstandigheden Schmidt Gödel heet.

Zo’n gedachtenexperiment werkt als volgt: je bedenkt een verhaaltje en je bedenkt wat de plausibele uitkomst is. Die zet je dan in een boek en iedereen is overtuigd van de waarde van jouw theorie. Lees verder >>

De durf van het grote gebaar

Door Marc van Oostendorp

Eind vorig jaar werd Rens Bod volkomen terecht door de Universiteit van Amsterdam uitgeroepen door UvA’er van het jaar. Hij is een academicus die zijn verantwoordelijkheid als intellectueel neemt. Hij is enorm breed belezen, heeft twee jaar geleden een zware administratieve taak op zich genomen, is een van de belangrijkste drijvende krachten achter WO in actie, en ontpopte zich de laatste jaren behalve als informaticus en taalkundige ook nog eens als historicus van de wetenschappen.

Enkele jaren geleden verscheen van hem De vergeten wetenschappen, waarin hij liet zien hoe belangrijk geesteswetenschappen waren geweest in de ontwikkeling van ‘de’ wetenschap. In een nieuw boek, Een wereld vol patronen, zet hij die lijn door – nu nóg grootser opgezet: dit boek gaat, aan de hand van 10 casuswetenschappen, waaronder wiskunde, sterrenkunde, taalkunde, geschiedswetenschap en rechtswetenschap over de ontwikkeling van álle wetenschap, over de hele wereld en sinds we iets weten over de cognitie van homo sapiens.

Lees verder >>

Laat de crisis in de sociale psychologie een waarschuwing voor ons zijn

Door Marc van Oostendorp

Iedere goede wetenschap is waarschijnlijk permanent in crisis. Steeds weer komt men erachter dat de bestaande theorieën eigenlijk niet voldoen en dat er onbegrepen feiten zijn. Steeds komt er weer iemand aandragen met nieuwe ideeën en steeds weer krijgen sommige van die nieuwe ideeën aanhang terwijl ze bij anderen op weerstand stuiten. Zo ontstaat strijd. Zo ontstaat crisis.

Maar de crisis in de psychologie en met name de sociale pyschologie, daar wordt je moedeloos van.

Het is een vak met een interssant onderwerp: de manier waarop menselijk gedrag wordt bepaald door anderen, maar het is ook een vak dat een aantal grote klappen heeft gehad. Allerlei beroemde experimenten bleken niet te herhalen en enkele van de grootste bedriegers van de moderne wetenschap (zoals Diederik Stapel) bleken sociaal psychologen. Lees verder >>

Schoonheid is begrijpelijkheid

Door Marc van Oostendorp

Een curieus verschijnsel is dat wetenschappers hun grote ideeën eigenlijk alleen nog uitdrukken in boeken voor een breder publiek. Hoe zit het universum precies in elkaar? Wat zijn de grenzen aan de wetenschap? Nooit schrijft iemand een wetenschappelijk artikel over die vragen, terwijl het artikel eigenlijk de enige vorm is waarin je in veel wetenschappen je ideeën nog uiteenzet.

Echte wetenschap gaat daarom zelden over de vragen die ten grond liggen aan de wetenschap, de aannames die je doet om uberhaupt tot enig resultaat te kunnen komen. Echte wetenschap bestaat vaak uit een betrekkelijk klein resultaat dat bereikt is op basis van impliciete aannames.

Het nieuwe boek van de Duitse natuurkundige Sabine Hossenfelder (ik schreef hier al eens over een blog van haar) gaat dan ook over een belangrijke vraag: heeft het verlangen naar ‘schoonheid’ de theoretische natuurkunde niet op het verkeerde pad gebracht?  Lees verder >>

Verlanglijstjes maken in de baas zijn tijd

Door Marc van Oostendorp

Het beroep van de moderne wetenschapper valt in allerlei taken uiteen. Een relatief nieuwe taak, in ieder geval in mijn tak van wetenschap: vragen om geld.

Er wordt veel over geklaagd, en ik heb al verschillende mensen zien doorrekenen wat een geldverspilling dat vragen om geld is. Bij iedere subsidieronde zitten tientallen of honderden onderzoekers in heel Nederland heel nauwkeurig uitgewerkte plannen te smeden: bedenken wie wat gaat doen, bedenken hoe de informatiestromen lopen, bedenken waar de resultaten kunnen worden gepubliceerd en wat er verder eventueel mee kan worden gedaan.

Toch doet iedereen eraan mee, bijvoorbeeld omdat het een geldstroom is die je werkgever kan gebruiken en omdat het voor de onderzoeker zelf zo’n beetje de enige mogelijkheid is om nog aan promovendi te komen of om jongere collega’s een kans te geven.  Lees verder >>

Academici tegen bullshit

Door Marc van Oostendorp

Ik vind dat je wijsgerige traktaten liever geen grappige titels moet geven, maar ik maak een uitzondering voor het essay On bullshit van Harry Frankfurter. Dat is inmiddels een van de bekendste Amerikaanse beschouwingen van de afgelopen decennia, en terecht. Het boekje lijkt mij verplichte kost voor iedereen die in de Westerse wereld woont en/of werkt.

De beste Nederlandse vertaling van bullshit lijkt me kletskoek (al komt bullshit natuurlijk ook wel voor in het Nederlands). In zijn essay maakt Frankfurter aldus onderscheid tussen liegen en kletskoek verkopen. Iemand die liegt, verdraait de werkelijkheid met de opzet om de ander in die verdraaide werkelijkheid te doen geloven. Een leugenaar trekt zich in die zin nog wel degelijk iets aan van de waarheid, en gaat uit van het contract dat er meestal tussen mensen is dat de spreker probeert de waarheid te zeggen en de luisteraar ervan uitgaat dat de spreker dit doet.

Iemand die kletskoek verkoopt, zegt zomaar wat: het gezegde kan waar zijn, of niet, het maakt niet uit, zoals het de spreker ook eigenlijk niet uitmaakt of de luisteraar het wel of niet gelooft. Het taalgedrag van bepaalde hedendaagse politici kan, enkele decennia na verschijnen van Frankfurters essay, uitstekend op die manier kan worden begrepen. Lees verder >>

‘Neptijdschriften’

Door Marc van Oostendorp

Groot nieuws in de Volkskrant: ‘honderden Nederlandse wetenschappers publiceren in neptijdschriften’. Schandaal! Allerlei ‘datajournalisten’ zijn met behulp van ‘big data’ nagegaan, de krant opende er vandaag mee. Men was iets op het spoor.

Wat is een neptijdschrift? De tijdschriften in kwestie hebben over het algemeen een minimale redactie, ze hebben een uitgever, ze hebben nummers met artikelen en die kun je als lezer – gratis! – inzien. Het zijn dus echte tijdschriften, ze zijn alleen niet erg goed. Je zou kunnen denken aan het Algemeen Wereldtijdschrift voor Financiën,HandelNijverheidKunsten en Wetenschappen uit de roman Lijmen van Willem Elsschot: een tijdschrift dat helemaal niet verspreid wordt, maar waarbij bedrijven voor advertenties betalen, in ruim voor grote stapels ‘bewijsexemplaren’. Maar zelfs daarvan is hier geen sprake.

Het probleem met de term neptijdschrift is dat hij suggereert dat er twee categorieën zijn: de echte tijdschriften en de neptijdschriften. In werkelijkheid is er eerder een geleidelijke schaal. Lees verder >>

Zin en vooral onzin van een ‘Buitenlands Studieverblijf’

Door Freek Van de Velde

Afgelopen donderdag stond er een stuk van Lucas Seuren op Neerlandistiek, waarin hij advies gaf over wat je moet doen om aan een vaste aanstelling te komen aan een universiteit. Hij had een paar nuttige wenken, en gaf toe dat je ook stomweg een portie geluk moet hebben. Maar er stond ook iets in over ‘een buitenlandverblijf’. Seuren zei het zo:

En in Godsnaam—en ik kan dit niet genoeg benadrukken—ga een aantal maanden in het buitenland aan de slag. Ik heb een paar maanden in York doorgebracht om fonetiek te leren en later een half jaar in Los Angeles om wat aan mijn kennis van sociologie en antropologie te doen, waarbij ik veel heb samengewerkt met de locals. Je leert op een nieuwe manier naar je onderzoek kijken, doet legio contacten op, en je ziet nog eens wat van de wereld.

Ik kan Seuren bijtreden in zijn advies aan jonge collega’s. Maar dan niet omdat zo’n buitenlandverblijf zo nuttig zou zijn. Wel omdat beoordelingscommissies er belang aan hechten. Lees verder >>

Brave carrièrewetenschappers: gevaar of onzin?

Door Marc van Oostendorp

Wordt de wetenschap voortgedreven worden door briljante enkelingen met het juiste inzicht? Of juist door de tienduizenden brave wetenschappers die heel precies hun werk doen en daarover keurige artikelen schrijven in ‘top’ journals? Wat is de beste manier om nieuwe wetenschappelijke kennis op te doen?

Niemand weet het natuurlijk – per definitie: zodra je weet hoe nieuwe inzichten verworven moeten worden, verwerf je die inzichten natuurlijk meteen. De organisatie van de wetenschap is dan ook een beetje dubbelhartig: aan de ene kant zitten er natuurlijk overal brave onderzoekers met een vaste baan hun onderzoekjes te doen en wordt de zogenaamd democratisch samengestelde Nationale Wetenschapsagenda leidend. Aan de andere kant zijn er allerlei speciale beurzen, onderscheidingen en prijzen voor eenlingen aan wie we bijzondere kwaliteiten toekennen.

Lees verder >>

Komt de wetenschap tot stilstand?

Door Marc van Oostendorp

Is de wetenschap wel zo’n beetje ten einde? Met die curieuze vraag houdt de Amerikaanse wetenschapsjournalist John Horgan zich al een tijdje bezig. Hij schreef er onlangs weer een artikel over voor het tijdschrift Scientific American, waarin hij een groot aantal bewijzen aanvoert, zoals deze grafiek: hoe meer wetenschappers er in de afgelopen decennia kwamen, des te minder resultaten (patenten, bijvoorbeeld) kwamen er.

In de moderne wetenschap wordt steeds meer in steeds grotere teams gewerkt, die eigenlijk niet zo heel veel meer opleveren dan de enkeling op zijn zolderkamertje vroeger vermocht. Bovendien moeten mensen steeds langer en specialistischer worden opgeleid om nog iets te presteren. Dat houdt ooit op: ooit wordt het zo kostbaar om nog iets nieuws te vinden, dat de mensheid het beter kan opgeven. Lees verder >>

Wetenschappers tegen beheersbaarheid

Door Marc van Oostendorp

Gisterenmiddag was Maxim Februari te gast op de Radboud Universiteit, en ik had het privilege om daarbij te mogen zijn. Februari is een van de oorspronkelijkste denkers van Nederland op dit moment en ook nog eens bijzonder welsprekend: rustig en beheerst, maar ondertussen springt hij elegant van het ene onderwerp naar het andere.

Zijn betoog van gisteren liep uiteindelijk uit in een oproep aan de wetenschappers om zich wat vaker uit te spreken tegen de beheersbaarheid. De wereld raakt geobsedeerd door de wens om alles onder controle te krijgen – de misdaad bijvoorbeeld. Daardoor worden steeds meer ‘preventieve maatregelen’ genomen die erop neerkomen dat mensen die op statistische gronden grotere kans hebben om misdaden te plegen (ze wonen in de verkeerde wijk, ze hebben de verkeerde achternaam, ze hebben overmatig veel verkeersovertredingen op hun naam staan) gemonitord worden. (Dat ze een risico vormen betekent niet dat de overheid ze een betere woonplaats geeft, of een baan, maar dat ze gevolgd worden om ze op ieder moment te kunnen inpakken.) Lees verder >>

Agressie in de wetenschap

Door Marc van Oostendorp

Hoe hoor je je te gedragen tijdens een congres? Ik ben net terug uit Londen, waar een van de grootste congressen op mijn eigen vakgebied werd gehouden, de Old World Conference of Phonology, en ineens viel me op hoe beleefd iedereen was.

Dat is in de loop van de tijd wel veranderd. Toen ik student was. was de sfeer op congressen, achteraf, echt agressief. Ik was student en het cliché is waar: ik wist niet beter. Ik nam aan dat het kennelijk zo hoorde. Je wist dat er bepaalde senior-taalkundigen tijdens vragenrondes tegen studenten konden schreeuwen. Een collega van mij had meegemaakt dat iemand na afloop van een lezing naar hem toe was gekomen om hem toe te bijten: “als je dit publiceert, vervolg ik je de rest van je leven!” Lees verder >>

Stammenstrijd

Publicatie van dit stuk ging gisteren mis. Dit is een nieuwe poging  

Door Marc van Oostendorp

Een van de vele dingen die we de afgelopen weken hebben kunnen leren is dat je prof. dr. Willem Otterspeer niet boos moet maken, want de man zal niet ophouden met zijn visie op de werkelijkheid te geven totdat iedereen verdoofd in de touwen hangt. Een van zijn geliefkoosde strategieën in zijn strijd om duidelijk te maken dat de eerste door hem zelf samengestelde commissie achteraf uit volkomen incompetente leden bestond (en dat er niets mis was met de kwaliteit van het proefschrift) is dat er sprake is van een ‘richtingenstrijd’ en dat de door hem zelf aangeschreven commissieleden dus onverhoeds ineens allemaal tot de verkeerde richting bleken te behoren. Dat schreef hij in ieder geval deze week weer in de NRC

Dat argument blijkt te werken, heb ik de afgelopen dagen gemerkt. Vooral op geesteswetenschappers die de discussie niet van nabij hebben gevolgd of die in een heel andere discipline zetten werkt het argument enorm kalmerend: ah ja, natuurlijk, stammenstrijd. Nee, dan ben je uitgepraat, dat moet je natuurlijk niet hebben. Lees verder >>

Ik ben deskundige, geloof mijn mening

Door Marc van Oostendorp

In mijn eigen filterbubbel zitten bijna alleen deskundigen, en die maken zich zorgen. Eerder deze week verscheen een artikel in NRC Handelsblad waarin de president (José van Dijck) en de vice-president (Wim van Saarloos) van de KNAW een artikel waarin ze opriepen om ‘een cultuur te koesteren waarin feit en mening van elkaar onderscheiden zijn’, zonder daarbij precies duidelijk te maken aan wie de oproep gericht was of welke stappen er genomen moeten worden om het doel te bereiken behalve ‘investeren in onderwijs’.

De oproep lijkt me daarmee voorbij te gaan aan wat er aan de hand is, namelijk dat geen enkele autoriteit meer vanzelf spreekt. Dat het nu nog wel wat betekent als je president van de KNAW bent, maar dat je op die vanzelfsprekende autoriteit niet altijd meer kunt bouwen (er verschenen nu ook al meteen stukken die deze autoriteit in twijfel trokken).

Maar een belangrijker bezwaar lijkt me dat Van Dijck en Van Saarloos de oplossing zoeken in het onderwijs.  Lees verder >>

Is er teveel wetenschap?

Door Marc van Oostendorp

Attachment-1 (18)Dat er een crisis is in de wetenschap, of in ieder geval in sommige wetenschapsgebieden en misschien wel in allemaal, daarover kun je steeds meer lezen. Allerlei onderzoek blijkt moeilijk repliceerbaar, allerlei bevindingen die vast leken te staan, blijken toch iets minder vast te staan. Allerlei fundamenteel onderzoek komt allang niet meer verder.

De problemen zijn misschien verschillend voor het ene wetenschapsgebied dan voor het andere. Het replicatieprobleem geldt meer voor gebieden als medicijnen en de psychologie – gebieden die als het ware bestaan uit enorme verzamelingen feitjes en weetjes zonder veel overkoepelende theorievorming. Dat het fundamentele onderzoek niet meer verder komt hoor je weleens uit de hoek van de natuurkunde, waar een grote groep onderzoekers zich al decennia heeft vastgebeten in de zogenoemde snaartheorie, waar maar weinig schot in lijkt te komen.

Hoe komt dat? De taalkundige Norbert Hornstein komt op zijn blog Faculty of Language met een originele verklaring. Of in ieder geval één waar ik nog niet over had nagedacht: de wetenschap is te groot geworden.

Lees verder >>

Crisis in de psychologie: nog maar een experiment

Door Marc van Oostendorp

De sociaal-psycholoog
Illustratie: M. van Oostendorp

Blogs kunnen iets wat wetenschappelijke artikelen niet kunnen: de wanhoop van de onderzoeker laten zien. Neem het stuk dat de prominente Canadese sociaal psycholoog Michael Inzlicht onlangs publiceerde op zijn eigen website. “Ik voel dat de grond onder mijn voeten beweegt”, schreef hij daarop, “en ik weet niet meer wat werkelijk is en wat niet.” En: “De sociale psychologie verdient een nieuw begin. Maar waar moeten we beginnen? Waarvan ben ik het meest zeker en waar kan mijn scepsis eindigen?”

Waar lees je zulke kreten in de vakbladen? Nee, het gaat niet goed in de sociale psychologie. De ontmaskering van Diederik Stapel bleek slechts een van de voorboden van een veel diepere crisis. Kon je in zijn geval nog denken dat het ging om een enkeling wiens bizarre onderzoeksresultaten gewoon niet goed genoeg waren getoetst, nu blijkt een van de kernpunten van het vakgebied – een effect waarvan men meende dat het in allerlei condities en in allerlei laboratoria was getoetst – ineens onvindbaar.

Het gaat om het idee dat de mens beschikt over een eindige hoeveelheid wilskracht: als je het aan het ene besteedt, kun je het niet aanwenden voor iets anders.
Lees verder >>

Myn treckebecksken drinckt sich droncken in onsterfelycken inckt

Door Ton Harmsen

022VossiusBarlaeusZeventiende-eeuwse dichters laten zich graag inspireren door publieke gebeurtenissen. Geboorte, huwelijk, overlijden, oorlog, nieuw boek, nieuwe vorst, nieuw gebouw, nieuwe weg: allemaal stof voor poëzie. Vaak is dat een invuloefening. Dat gelegenheidspoëzie en inspiratie ook heel goed kunnen samengaan toont Vondels Inwying der doorluchtige schoole, zijn gedicht op de opening van het Athenaeum Illustre. In 1632 opent deze universiteit-die-zich-geen-universiteit-mocht-noemen haar poorten in de Agnietenkapel, aan de Fluweelen Burgwal  zoals de Oude Zijds Voorburgwal indertijd genoemd werd. Vossius sprak op 8 januari zijn inaugurele rede over het nut van de geschiedenis uit, en Barlaeus begon zijn colleges de dag erna met een beschouwing over de wijze koopman. Deze toespraken demonstreerden het beoogde praktische nut van de instelling voor de kooplieden: de Latijnstalige academie die op initiatief van het stadsbestuur was opgericht (omdat de Academie van Samuel Coster om allerlei redenen niet voldeed) was niet alleen een prestigekwestie, maar ook van direct nut voor de Amsterdamse economie. Kooplieden hadden personeel met kennis van medicijnen, rechten, talen, politieke organisaties, dier- en plantkunde en delfstoffen immers hard nodig, en konden ook hun voordeel doen met filosofisch inzicht om tegenslagen te vermijden of te verwerken. Vondel verwelkomde dit nieuwe onderwijs met een buitensporig gedicht waarin hij uiting geeft aan zijn grote verwachtingen. Het onderwijsprogramma dat de welvaart zal dienen speelt voor hem een grote rol, zijn persoonlijke verwachtingen haast nog meer.

Lees verder >>

Mag een hoogleraar zich ergens mee bemoeien?

Door Marc van Oostendorp

Ineens had iedereen een mening over de vraag of wetenschappers hun mening mogen uiten. Ik discussieerde er bijvoorbeeld hier op Neder-L genoeglijk over met Hans [Broekhuis red.], en toen bleek de PVV er ook ineens iets van te vinden: de Tilburgse hoogleraar Paul Frissen had beweerd dat de partij fascistisch was en moest daarom ontslagen worden! Daarover schreef de historicus Jona Lendering op zijn beurt dan weer een blog.  
De kern van de vraag lijkt me deze. Als wetenschapper spreek je soms hopelijk met enige autoriteit: als het gaat over je vakgebied. Wanneer je bijvoorbeeld DWDD aandacht wil besteden aan de vraag of het zinnig is om in het Nederlands onderscheid te maken tussen een bijwoord en een bijvoeglijk naamwoord, kun je dat beter aan [Hans, red.] Broekhuis vragen dan aan Gerard Joling. De vraag is nu echter waar Broekhuis’ autoriteit ophoudt. Mag hij bijvoorbeeld ook iets beweren over het Duitse bijwoord? Over de teloorgang van de puntkomma? Over het eindexamen? Over de uit de klauwen lopende uitgaven in de zorg?
In zekere zin mag hij natuurlijk over al die dingen iets vinden en beweren.

Lees verder >>

Een goed jaar voor neerlandistieknijdlijders

Door Marc van Oostendorp

Het is maar goed dat ik niet slim genoeg was om natuurkunde te studeren, anders had ik nu ongetwijfeld enorm te kampen met neerlandistieknijd (‘de ~. -enjaloers gevoel gericht tegen beoefenaren van de neerlandistiek (zie aldaar).’) Zoals de zaken er nu voorstaan, kamp ik gelukkig alleen met natuurkundenijd, en dat is nog wel te doen.

Maar de natuurkunde is natuurlijk de koningin van de wetenschappen: er is in ieder geval zover dat soort dingen te meten zijn geen wetenschapsgebied waar de theorievorming zo ver gevorderd is. Er zijn niets dat we beter begrijpen, kunnen modelleren en beheersen dan de levenloze natuur. Precies daarom zijn discussies in dat vak zo interessant voor iedere liefhebber van de wetenschap.

Nu is in dat vak onlangs de discussie over de zogenoemde snaarheorie pas echt goed losgebarsten. Althans, al een jaar of tien geleden kon je af en toe ook als niet-natuurkundige kritische geluiden horen over de grote populariteit van die theorie, maar sinds dit jaar lijkt de discussie pas echt losgebarsten.

Lees verder >>

Leve de wetenschap

Door Marc van Oostendorp

Pamfletten als het gisteren verschenen Weg met de wetenschap van Willem Otterspeer kunnen niet genoeg geschreven worden: erudiet en betrokken, en met nét dat vleugje onzin dat nodig is om je wakker te houden. Het is een vooral een betoog voor een academische opleiding met een brede algemene ontwikkeling, een opleiding tot intellectueel, weg van de overdreven aandacht voor superspecialismen.

Eerst die onzin maar even. Otterspeer geeft ‘de wetenschap’ de schuld van alles. Met die wetenschap bedoelt hij dan de natuurwetenschappen. Die arme natuurkundigen hebben er volgens hem voor gezorgd dat iedereen maar aan het specialiseren is geslagen, dat je alleen wordt afgerekend op double blind peer reviewed artikelen, dat alles meetbaar moet zijn, en dat de geesteswetenschappen er nu zo belabberd voorstaan.

Otterspeer kiest daarmee naar mijn smaak totaal de verkeerde vijand. Veel natuurwetenschappers zijn uitermate beschaafde lieden die hun Ulysses op hun duimpje kennen en zich na een dag in het lab onverwijld naar het Concertgebouw spoeden.
Lees verder >>

Welkom in de academische wereld

Door Marc van Oostendorp


Ann Curzan in het zwembad

Wat zeg je tegen iemand die zijn eerste wankele schreden zet op het smalle pad van de wetenschappelijke carrière? Moet je zo iemand bijvoorbeeld aansporen om alles op alles te zetten, en zijn leven helemaal in dienst te stellen van de wetenschap?

Nee, zegt de Amerikaanse taalkundige Anne Curzan in een column op The Chronicle of Higher Education. Ze zet zich af tegen de collega’s die zeggen dat je geen goede onderzoeker bent als je ook maar één minuut niet in je laboratorium of achter je schrijftafel doorbrengt en wijst er dat ze zelf graag mag zwemmen. “Serieuze academici nemen hun academische werk serieus”, geeft ze toe. Maar: “een belangrijk onderdeel van die ernst is om het werk in perspectief te blijven plaatsen zodat we het met hartstocht, zorg, redelijkheid en energie, terwijl we onszelf de ruimte en tijd geven om andere dingen te doen die ons juist energie geven.”

Uitrusten

Het hangt er, om te beginnen, maar vanaf tegen wie je het zegt.
Lees verder >>

Na bejaarden wassen is wetenschap het nuttigst

Door Marc van Oostendorp

Het thema in de kranten vandaag is nut. 

In de Volkskrant bespreekt de Mieke Zijlmans het nieuwe boek van Jan Stroop. Ze doet dat kritisch, want: “De vraag is wat de moedertaalspreker ermee opschiet.” Het antwoord op die retorische vraag is: weinig. Het is al jaren Zijlmans’ vaste deun: wat wetenschappers over taal zeggen is allemaal onzin, zij weet met haar gezonde verstand allang hoe het zit. Die moedertaalspreker zit namelijk volgens Zijlmans te wachten op strenge taalregels en niet op erudiete relativerende inkijkjes in de geschiedenis en de systematiek van taal.

Toevallig is de kop boven een artikel in NRC Handelsblad ‘Wat kopen we voor die kennis?’ Marcel aan de Brugh zet er de drie antwoorden op een rij die doorgaans worden gegeven op de vraag naar het nut van de universiteiten: hun onderzoek komt de economie ten goede, hun onderwijs leidt de broodnodige hoger opgeleiden op, hun aanwezigheid in het publieke debat verhoogt het niveau daarvan.

Het artikel van Aan de Brugh is helder en met kennis van zaken geschreven, en toch lees ik het met verbazing.
Lees verder >>