Tag: Waling Dijkstra

‘Dan deed ze het werk van een man’

Moraal, politiek en emancipatie bij Haitskemoei

Door Abe de Vries

Een niet-geïnterpreteerde tekst uit het verleden is als een onuitgepakt cadeau.
Marita Mathijsen

Buste van Waling Dijkstra in Holwerd. Keunstwurk

Tussen de memorabele vrouwenfiguren in de literatuur in Nederland zou ook makkelijk de Friese Haitskemoei van Waling Dijkstra kunnen staan. Als voorbeeld van emancipatie verschijnt in de Friese literatuur al in het midden van de negentiende eeuw, twintig jaar voor het begin van de Eerste Feministische Golf, een maatschappelijk onafhankelijke en zelf denkende en handelende vrouwenfiguur op het toneel. Dat is Haitskemoei, Haitske Klaversma zoals ze voluit heet.

Haitskemoei is zonder twijfel een van de interessantste karakters in het werk van schrijver, dichter en voordrager Waling Dijkstra (1821-1914). Tussen 1855 en 1878 heeft hij aan haar belevenissen en overdenkingen vier lange, al dan niet ingeleide en in boekvorm gepubliceerde gedichten gewijd, plus een publicatie met samenspraken van haar kinderen, en dan nog twee ‘brieven’ in de tweemaandelijkse periodiek De Fryske Húsfreon [De Friese Huisvriend] en een in het weekblad De Fryske Nysbode. Hij heeft van haar zelfs de centrale figuur van een literaire familie gemaakt. Haitskemoei is weduwe, haar man is rond 1835 overleden, en ze krijgt vaak bezoek. Boer Seakeleboer, met wie ze correspondeert, moet tante tegen haar zeggen. Schrijver Japik Japiks, die ook in de Húsfreon publiceert, wordt gepresenteerd als een halfbroer van Haitskemoei. En Eabele Trochnoasker [doorneuzer], die in 1854 Twa tekeningen út it Fryske folkslibben publiceert, is haar volle neef. Onnodig te zeggen dat dat allemaal alter ego’s van Dijkstra zijn. Lees verder >>