Tag: voornaamwoorden

Sam Smith en hun voornaamwoorden

Door Ronny Boogaart

Sam Smith. Bron: Wikimedia

Volgens het Algemeen Dagblad van 13 september jl. wil de Britse zanger Sam Smith voortaan niet meer met hij worden aangesproken, maar met hen of hun, aangezien hij zich niet exclusief mannelijk of vrouwelijk voelt. Ik vraag me af hoeveel lezers van het AD dit bericht begrijpen. Ikzelf in elk geval niet meteen. Wat moet ik nou zeggen als ik Sam tegenkom of een stukje over hem/hen/hun schrijf?

Als je Sam Smith tegenkomt

Om te beginnen suggereert het bericht dat Sam Smith nu wel steeds met hij wordt aangesproken, maar dat lijkt mij sterk. Als mensen dat bij mij zouden doen, zou mij dat ook irriteren, maar dat heeft niet zoveel met non-binariteit te maken. Bovendien is het erg verwarrend:

  • Zeg Sam, komt hij dit jaar nog in de Ziggo Dome optreden?  

Als deze vraag aan Sam Smith wordt gesteld, kan hij niet naar de zanger zelf verwijzen. Dat probleem bestaat ook als je hen of hun gebruikt, zoals Sam Smith volgens het AD ‘aangesproken wil worden’:

Lees verder >>

Waarom hangen hun al ruim een eeuw aan de kapstok?

Door Henk Wolf

Misschien herinnert u zich nog de aflevering van De wereld draait door uit 2012 waarin taalkundige Helen de Hoop en toenmalig minister van onderwijs Ronald Plasterk spraken over het voornaamwoord hun. Bij m’n collega’s en mij op NHL Stenden Hogeschool is het een populaire onderwijsvideo. Ik gebruik ‘m zelf om studenten te laten zien hoe mensen gesprekstechnieken toepassen om derden te overtuigen.

De video illustreert hoe twee mensen wel aan dezelfde tafel kunnen zitten en ogenschijnlijk over hetzelfde onderwerp spreken, maar toch finaal aan elkaar voorbij praten. Ik heb bij het zien van de video altijd wat medelijden met Helen de Hoop, die probeert iets inhoudelijk interessants te vertellen, maar daar nauwelijks de ruimte voor krijgt en ook nog erg weinig respect krijgt van zowel Plasterk als de presentator.

Lees verder >>

Seksistisch over woordgeslacht in 1919?

Taalkunde van 1919

In een onregelmatig verschijnende reeks zal ik af en toe taalkundige publicaties van 100 jaar geleden bespreken.

Door Marc van Oostendorp

Er wordt niet veel meer verwezen naar het fascinerende artikel ‘Woordgeslacht als eenheidsgraad’ over woordgeslacht dat Ph.J. Simons 100 jaar geleden publiceerde in De Nieuwe Taalgids. De ANS noemt het wel als een bron, maar in haar gezaghebbende studie naar woordgeslacht uit 2009 verwijst Jenny Audring er bijvoorbeeld niet naar. Toch lijkt het mij een must voor iedere taalliefhebber.

Simons die, blijkens zijn lijst publicaties op de DBNL, veel over woordgeslacht nadacht, observeert dat het voornaamwoord ze zowel voor een groep kan verwijzen (‘ze komen eraan’) als naar een vrouw (‘ze staat daar’). Is dat toeval? Volgens Simons niet. Hij denkt dat het geslacht de drie voornaamwoorden hij, zij en het in het Nederlands gekarakteriseerd worden door ‘eenheidsgraad’.

Mannelijke woorden zijn van de hoogste eenheidsgraad. Wanneer je naar iets wilt verwijzen dat je een duidelijk afgebakend geheel is kun je in de spreektaal van 1919 volgens Simons dan ook met ie verwijzen, ook al is het woord waarnaar je verwijst ‘officieel’ onzijdig:

Lees verder >>

Jouw iedere beweging

Door Kristel Doreleijers

Op 8 mei 2019 kwam de nieuwe Nederlandstalige single Hoe Het Danst van Marco Borsato, Armin van Buuren en Davina Michelle uit. Borsato omschrijft het nummer op zijn website als ‘een liefdeslied waarin het verhaal wordt verteld van twee mensen die niet goed weten hoe ze met elkaar verder moeten’. De single is de eerste in een nieuwe reeks samenwerkingen tussen Borsato en andere artiesten, een idee van songwriter en producent John Ewbank. Die laatste naam zal menig taalkundige en (met name) taalpurist zeker nog in het geheugen gegrift staan, denkend aan het Koningslied en de veelbesproken regel “de dag die je wist dat zou komen”. En laat in de nieuwe single nu precies weer zo’n (op)merk(ens)waardige zinsconstructie ten gehore worden gebracht! In Hoe Het Danst begint Borsato als volgt:  

Sleutels vast de deurknop heb ik in mijn hand 
Maar ik twijfel of ik nog wel echt naar binnen kan
Jouw iedere beweging lijkt bij mij vandaan
Ik heb je hart zo lang niet open meer zien staan 

Nu gaat het natuurlijk om de woordgroep “jouw iedere beweging” in de derde regel.

Lees verder >>

Doet mèn maah een bieahtje: het gebruik van mijn voor mij in het zeventiende-eeuwse Nederlands

Door Giulia Mazzola en Peter Alexander Kerkhof

Als je ooit met een Hagenees hebt gepraat, heb je het vast weleens gehoord: de dialectvorm “mèn” voor ‘mij’ in zinnen zoals “doet mèn maah un bieahtje”. Deze dialectvorm komt voor in de grammaticale functies van het meewerkend voorwerp, het lijdend voorwerp en na voorzetsels. Als klinkend kenmerk van het Haagse dialect komen we hem natuurlijk tegen in de beroemde dialectstrip Haagse Harrie. Maar wat weinigen zullen weten is dat “mijn” voor “mij” vroeger een goede kans maakte om Standaard Nederlands te worden. Wat blijkt namelijk? In zeventiende en achttiende eeuwse brieven vinden we geregeld “mijn” waar we in het standaard Nederlands “mij” gebruiken. In dit artikeltje willen we kort uit de doeken doen waar de mijn-vorm vandaan komt en hoe uiteindelijk “mij” in de standaardtaal de overhand heeft gekregen. Lees verder >>

De geit heeft last van z’n/d’r uier: horen dieren bij de mensen of bij de dingen?

Door Henk Wolf

Ik vermoed dat vrijwel alle Nederlandstaligen naar Mark Rutte verwijzen met de voornaamwoorden hij, ie, hem, ‘m, zijn, z’n. En ik vermoed ook dat zo goed als al die Nederlandstaligen naar Angela Merkel verwijzen met de voornaamwoorden zij, ze, haar, ‘r, haar, d’r.

Voor mannelijke referenten gebruiken we dus andere voornaamwoorden dan voor vrouwelijke. Dat is in elk geval waar bij mensen. Maar ik geloof niet dat er veel Nederlandstaligen zijn die dat onderscheid toepassen op planten: is een mannelijke wilg hij en een vrouwelijke wilg zij? Waarschijnlijk niet. Naar planten wordt in het zuiden van het taalgebied meestal verwezen met hun grammaticale (woord)geslacht en in het noorden met hij. Wat dat betreft worden planten net zo behandeld als dingen.

Bezieldheidsschaal

Maar dan de dieren. Dat is een groep die op de zogenaamde bezieldheidsschaal tussen de mensen en de planten in zit. Die bezieldheidsschaal is een indeling van alles om ons heen op basis van hoezeer het op mensen lijkt. Die mensen staan bovenaan, dan komen dieren die op mensen lijken, dan dieren die minder op mensen lijken, dan planten, dan dode dingen, dan abstracte woorden zoals duisternis. Dat is grofweg, trouwens. Je ziet die bezieldheidsschaal in veel talen terug. In het Nederlands ook. Wat voornaamwoorden betreft sluiten de dieren zich namelijk bij sommige sprekers aan bij de mensen en bij andere sprekers bij de planten en de dingen. Lees verder >>

Het meisje die jarig is en mijn broer, dat een vrolijke prater is

Door Henk Wolf

Het meisje is grammaticaal onzijdig en biologisch vrouwelijk. Die twee soorten geslachten vechten steeds om voorrang in de grammatica. Bij de persoonlijke voornaamwoorden wint het vrouwelijke. Van de volgende zinnen is de bovenste verreweg het gewoonst:

  • Het meisje zei dat ze jarig was.
  • Het meisje zei dat het jarig was.

Bij de betrekkelijke voornaamwoorden wint doorgaans weer het grammaticaal onzijdige. De bovenste van de volgende zinnen is gewoner dan de onderste:

  • Het meisje dat jarig was, noemde haar naam.
  • Het meisje die jarig was, noemde haar naam.

Lees verder >>

Verwijzingen naar niets?

Nultaal (17)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

De namen van de sportsters Irene en Cathy zijn op hun verzoek gefingeerd. Zo’n zin mag niet, zeggen de taaladviesboeken. Want het verwijswoord hun schept verwarring. Sterker nog, hier is het onmogelijk. Want hun verwijst naar de sportsters die in het echt een andere naam hebben. Toch is de zin gemakkelijk te begrijpen.

Ook de volgende passages kunnen taalkundig niet door de beugel. Lees verder >>

Tutoyeren bij Couperus

Door Michelle van Dijk

Louis CouperusEen kritische lezer viel in mijn hertaling van Couperus’ Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan over het tutoyeren tussen Lot en zijn moeder. Dat is een interessante en complexe kwestie. Die negentiende-eeuwers zijn namelijk niet zo consequent in het tutoyeren en vousvoyeren, in ieder geval niet bij Couperus, maar het is een breder voorkomend taalfenomeen, wat van alles te maken heeft met de geschiedenis van u, gij en jij. Laat ik me hier even beperken tot Couperus en een paar concrete relaties en aanspreekvormen in Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan, zodat ik de juiste keuze kan maken bij het hertalen. Lees verder >>

‘De man’ als voornaamwoord

Door Henk Wolf

Voor sommige sprekers van het Nederlands heeft de woordgroep ‘de man’ een functie die hij voor anderen niet heeft. Dat zie je aan het volgende fragment:

  • Mijn vader kon op geen enkele manier een gesprek voeren. De man sprak geen woord Engels.

In dat fragment kan ‘de man’ worden geïnterpreteerd als een willekeurige mannelijke gesprekspartner van de vader. In die interpretatie spreekt de vader vermoedelijk wel Engels, maar zijn gewenste gesprekspartner zeker niet. Die gesprekspartner is dan óf al bekend, óf er is sprake van een vertelling die in medias res begint. Die interpretatie is voor dit stukje verder niet zo interessant.

Daarnaast zijn er sprekers van het Nederlands voor wie ‘de man’ juist de vader van de spreker is. De gedachtegang van de spreker loopt dan door van de eerste zin naar de tweede en ‘de man’ wordt gebruikt om te verwijzen naar de persoon over wie in de eerste zin al iets werd medegedeeld. ‘De man’ heeft dan dezelfde functie als het persoonlijk voornaamwoord hij. De woordgroep ‘de man’ lijkt hier dus zelf een beetje op een voornaamwoord. Voor mijn gevoel is er wel een verschil in gebruikswaarde: ‘de man’ klinkt informeler dan hij. Lees verder >>

Wat is de onbepaalde tegenhanger van ‘die’?

Door Henk Wolf

Als ik Nederlands schrijf, mis ik vaak een categorie voornaamwoorden. Die zouden dan moeten staan op de plaats van de woorden tussen vierkante haken in de onderstaande zinnen:

  • Taalveranderingen van het eerste type zijn minder makkelijk te herkennen dan [taalveranderingen] van het tweede type.
  • Volgens mij zijn vliegende vogels typischer dan [vogels] die alleen maar lopen en zwemmen.

In het Fries kun je taalveranderingen en vogels in beide zinnen vervangen door sokke(n). In het Duits kun je welche gebruiken. In het Nederlands is zo’n mooi voor de hand liggend woord er niet.

Natuurlijk kun je in het Nederlands soms wel ad-hocoplossingen vinden. Je kunt in de eerste voorbeeldzin bijvoorbeeld sommige of veel gebruiken, maar daarmee moet je al informatie toevoegen. Zo suggereert (voor mij) sommige een kleine deelverzameling en veel een grote, terwijl sokke en welche op de hele categorie slaan. Of je kunt die gebruiken, maar daarmee verandert de betekenis van generiek in specifiek en dat past ook niet altijd. Lees verder >>

De twaalf Friese vertalingen van ‘je’, ‘jij’ en ‘u’

Door Henk Wolf

In het Engels is iedereen die je aanspreekt you. Dat is makkelijk. In het Frans moet je kiezen tussen tu en vous. Dat is al wat lastiger. Het Nederlands is nog een stapje complexer: daarin moet je kiezen tussen je, combinaties van je/jij/jou en u. Kies je verkeerd, dan oogst je hilariteit of bega je zelfs een faux pas.

De complexiteit ontstaat doordat er verschillende schalen zijn die mede bepalen welk voornaamwoord als gepast wordt gezien. Dat zijn in elk geval:

  • solidariteit (hoezeer is de ander iemand die ik als mens zie): een hoge mate van solidariteit maakt het gebruik van onwaarschijnlijk
  • respect (hoezeer verdient de ander een eerbetoon): een hoge mate van respect maakt u waarschijnlijk en jij onwaarschijnlijk
  • vertrouwdheid (hoe intiem is de relatie met de ander): een hoge mate van vertrouwdheid maakt u onwaarschijnlijk en jij en je/jij waarschijnlijk
  • formaliteit (hoe formeel is de gesprekssituatie): een hoge mate van formaliteit maakt u waarschijnlijk en jij onwaarschijnlijk

Lees verder >>

Diens

Door Marc van Oostendorp

In de nieuwe Onze Taal schrijft de humorist Kees van Kooten onder zijn nom de plume dr. E.I. Kipping (‘sneerlandicus’) over een advertentie van een bedrijf dat ‘levensverhalen van dierbaren’ optekent:

Van Kooten maakt grapjes over de derde regel, en inderdaad lijkt de enig juiste interpretatie van die zin dat de dierbare in kwestie over het leven van de schrijver spreekt. Lees verder >>

“Een een een een een boek”: over lidwoordherhaling in gesproken taal

Door Marten van der Meulen

Ik ben dezer dagen voor allerlei onderzoeksdoeleinden lekker aan het klooien in het onvolprezen Corpus Gesproken Nederlands (CGN). Een van de voorbeelden die ik tegenkwam bevatte het volgende fragment:

het ook een een een boek dat

Een grappig voorbeeld: drie keer een op een rij! Ik wist wel dat mensen af en toe lidwoorden herhalen. In gesproken taal komt het best eens voor: het wordt gedaan om tijd te rekken, om even na te kunnen nadenken. Uh en uhm worden soms om dezelfde reden gebruikt. Maar voor zover ik weet houdt het wat betreft lidwoorden hierbij op: welke we herhalen en hoe vaak we dat doen, daar ben ik nog geen artikel over tegengekomen. Lees verder >>

Zijn band is plat

Door Marc van Oostendorp

Dingen kunnen niets bezitten. Een mens kan wel een boek hebben, maar een boekenkast kan dat niet. Je ziet dat verschil tussen mensen (en dieren) enerzijds en dingen anderzijds ook terug in de grammatica: je kunt wel zeggen:

  • De professor en zijn boeken

maar niet:

  • De boekenkast en zijn boeken

Het gaat nog verder: je vindt het verschil ook als het helemaal niet gaat om eigenschappen zoals kleur en smaak. De Amsterdamse taalkundige Suzanne Aalberse kwam onlangs met dit voorbeeld van een website over honing:

Kwalitatief, gezond, maar bovendien ook lekker. Zijn smaak is nadrukkelijk aanwezig en heeft een hint van hout en een duidelijk dennenaroma. Sommigen vinden ‘m ook een beetje smaken naar karamel, maar dat is waarschijnlijk voornamelijk door zijn zoete smaaksensatie.

Dat zijn smaak klinkt hier gek. Je zou hier liever zeggen de smaak ervan of nog liever de smaak. ‘Zijn smaak’ kun je aan de andere kant wel over mensen zeggen (al ligt dan, toegegeven, een andere interpretatie van smaak voor de hand: niet hoe hij smaakt, maar wat hij mooi vindt.)

Lees verder >>

Voor meer informatie: klik daar

Door Marc van Oostendorp

Over vijftig jaar, zo beloof ik jullie, komt er een in leer gebonden uitgave van mijn blogposts op Neerlandistiek over de constructie Klik hier. Die serie is nog niet erg vergevorderd – dit is de tweede aflevering en de eerste verscheen in 2013 -, maar geef het nog wat tijd en het boekje loopt vanzelf vol. Zeker nu ook andere bloggers zich ermee gaan bemoeien, zoals mijn Nijmeegse collega Marten van der Meulen, die onlangs op Twitter deze observatie deed:

Er is inderdaad op het eerste gezicht iets raars: je hoort niet te zeggen klik daar, maar je hoort te zeggen klik hier. Althans, je kunt natuurlijk wel klik daar zeggen, maar dan alleen als je verwijst naar iets wat al eerder is genoemd: “Ga naar de hoofdpagina van de site en klik daar op de het menu-item ‘Veelgestelde vragen’.” In zo’n zin is daar juist eigenlijk raar?

Lees verder >>

Als Anne, Janne en Sanne elkaar iksen

Door Marc van Oostendorp

Anne, Janne en Sanne kennen elkaar: wie kent dan wie? Normaliter zul je ervan uitgaan dat de volgende zaken waar zijn:

  • Anne kent Janne.
  • Anne kent Sanne.
  • Janne kent Anne.
  • Janne kent Sanne.
  • Sanne kent Anne.
  • Sanne kent Janne.

Met andere woorden: iedereen kent iedereen. Toch heeft elkaar niet altijd precies die betekenis, zegt  een groep Utrechtse en Telavivse taalkundigen in een nieuw artikel in Glossa. Neem bijvoorbeeld de volgende zin:

  • Anne, Janne en Sanne bijten elkaar.

Die zin zul je meestal niet interpreteren als: Lees verder >>

Je ziet u echt niet

Door Marc van Oostendorp

Voor een beter begrip van de taal is het handig als iemand soms gaat hardlopen:

Ik moet hierbij aantekenen dat niet iedereen kennelijk het precies met Geert-Jan eens is: er zijn vooral ook mensen die ‘Je ziet jullie echt niet’ ook niet acceptabel vinden. Maar het belangrijkste is dat er een verschil is met de zinnen met men en dat je natuurlijk in andere zinnen wel heel goed zoiets als men kan betekenen:

  • Je ziet hem echt niet.
  • Je ziet me echt niet.

Lees verder >>

Hun gebruiken expres een rare spelling op Twitter

Door Marc van Oostendorp

Vorige week vierde Dany Jaspers zijn zestigste verjaardag. Jaspers is een van de erudietste, een van de slimste én een van de aardigste taalkundigen van het Nederlandse taalgebied. Het is dus volkomen terecht dat zijn collega’s een Festsite voor hem hebben gemaakt. Hoe aardig en hoe erudiet hij is blijkt al uit de enorme diversiteit aan geleerden die hebben bijgedragen: van de letterkundige Elke Brems tot en met de semanticus Pieter Seuren; van de syntacticus Noam Chomsky tot en met de dialectoloog Jan Goossens.

Een mooie bijdrage aan de site komt van de Nijmeegse sociolinguïst Stefan Grondelaers, en gaat over het maatschappelijk meest controversiële van alle taalkundige onderwerpen, de Zwarte Piet van de Nederlandse taal: hun als onderwerp: “Als je zo speelt, krijgen hun natuurlijk altijd kansen.” In Vlaanderen komt het niet voor, maar in Nederland is het al in 1911 voor het eerst geobserveerd en ondanks de redeloze woede die het in sommige kringen oproept, wordt het steeds meer gebruikt.  Lees verder >>

‘Taal baart men zorgen’

Door Roland de Bonth

In de laatste aflevering van de ‘Slowquiz: Wat weten we nog van die neerlandici?’ merkt Peter-Arno Coppen tot zijn spijt op dat er geen enkele anekdote is toegevoegd over de die week geboren en gestorven neerlandici. Had ik dan toch melding moeten maken van het T-shirt dat ik in het begin van de jaren negentig had laten bedrukken met een portretgravure van Balthazar Huydecoper (1695-1778) en dat ik droeg tijdens een lezing over zijn werk op een congres van de Studienkreis Geschichte der Sprachwissenschaft? Nee, toch? Wel heb ik op de Facebookpagina Leraar Nederlands gemeld dat  we op 23 september 2017 de 239e sterfdag herdenken van Huydecoper, een taalkundige die zich zijn leven lang heeft beijverd voor een correct gebruik van het Nederlands en daarom lange tijd te boek heeft gestaan als ‘een taaldespoot uit de pruikentijd’.

Lees verder >>

De machten die de liefde nog omkluistren


Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (140)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

De zachte krachten zullen zeker winnen
in ’t eind – dit hoor ik als een innig fluistren
in mij: zoo ’t zweeg zou alle licht verduistren
alle warmte zou verstarren van binnen.

De machten die de liefde nog omkluistren
zal zij, allengs voortschrijdend, overwinnen,
dan kan de groote zaligheid beginnen
die w’als onze harten aandachtig luistren

in alle teederheden ruischen hooren
als in kleine schelpen de groote zee.
Liefde is de zin van ’t leven der planeten

en mensche’ en diere’. Er is niets wat kan storen
’t stijgen tot haar. Dit is het zeekre weten:
naar volmaakte Liefde stijgt alles mee.

(Henriëtte Roland Holst - Van der Schalk)

Een van de succesvolste aspecten van de twintigste eeuwse syntactische theorie zal denk ik achteraf het werk zijn dat gaat over het gebruik van voornaamwoorden (ik schreef er eerder deze week al over): hoe komt het dat in de zin 'Jan dreigt Piet om hem te slaan' hem over Piet gaat (als je het over Jan wil hebben moet je zichzelf gebruiken) terwijl 'Jan denkt dat Piet hem wil slaan' hem juist over Jan gaat (als je het pver Piet wil hebben moet je zichzelf gebruiken.)  Het verschil heeft te maken met slaanhem gaat over iemand die niet het onderwerp is van slaan, en anders gebruik je zichzelf. Lees verder >>

‘Geen enkele soldaat heeft een geweer. Hij is ongevaarlijk.’

Door Marc van Oostendorp

De Utrechtse taalkundige Eric Reuland is het levende bewijs dat het loont om tientallen jaren aan een op het gezicht kleine kwestie te besteden, omdat je dan eindeloos diep kunt boren en wijdse perspectieven vindt.

In zijn geval gaat het dan om het verschil tussen woorden als hemzich en zichzelf:

  • Jan ziet hem. 
  • Jan ziet zich [uitgesloten]
  • Jan ziet zichzelf.
  • Jan schaamt hem. [uitgesloten]
  • Jan schaamt zich.
  • Jan schaamt zichzelf. [uitgesloten]

In Jan ziet hem verwijst hem per se naar iemand anders dan naar Jan. In plaats daarvan moet je dan dus kennelijk zichzelf gebruiken. Zich gebruik je dan weer bij voorkeur bij werkwoorden waar het helemaal niet duidelijk is dat je iemand anders (of zelfs jezelf) schaamt. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als kiezer tussen zij en ze

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (29)

Door Marc van Oostendorp

Het Nederlands heeft voor de derde persoon vrouwelijk twee persoonlijk voornaamwoorden: zij en ze. De eerste gebruik je bijvoorbeeld om contrast uit te drukken. In de zin ‘hij was heel moe maar zij wilde nog een stukje verder lopen’ zou ze raar zijn.

De vorm ze gebruik je juist als je verwijst naar iemand terwijl iedereen al weet over wie je het hebt: ‘De prinses liep rood aan. Ze had genoeg van alle gezeur.’ Daar klinkt zij juist weer raar. Zij gebruiken in plaats van ze betekent altijd dat er potentiële verwarring is, dat iemand anders dan de prinses zich aan het gezeur kon storen.

Maar zo zitten de zaken niet in elkaar in de alexandrijnen in Pfeijffers ‘heldendicht’ Van oorlog en liefdeDaarin vinden we regels als:

Maar de godin van twist viel niet te onderschatten,
vooral niet als de woede uit haar ogen spatte.
En zij was kwaad.

Zij verwijst hier naar de godin van twist, en we hebben hier dus een context die precies gelijk is aan de door mij geconstrueerde, en daarmee een beetje verwarrend: waarom zij? Is hier nog een andere vrouw in het spel die ineens kwaad is? Lees verder >>

Ik ben de enige die m’n best heeft gedaan

Door Marc van Oostendorp

Er gaat een bijzondere fascinatie uit van woorden als zijn en haar. Waarnaar verwijzen zulke woorden? Je kunt het vaak wel afleiden uit de context, maar hoe doe je dat precies? Waarnaar verwijst bijvoorbeeld het woordje haar in de volgende zin?

  • Ik ben de enige die haar best heeft gedaan. [1]

Het antwoord is, natuurlijk, naar ik, immers volgens deze zelf de enige voor wie deze waarheid opgaat. Maar is dat niet raar? Haar is derde persoon. Zou je niet beter kunnen zeggen:

  • Ik ben de enige die mijn best heeft gedaan. [2]

Inderdaad klinkt die variant ongeveer even goed, maar ook hiermee is eigenlijk iets vreemds aan de hand. Je zou kunnen zeggen ‘dat ‘die X best heeft gedaan’ in zijn geheel juist een derde persoon suggereert – het is bijvoorbeeld ‘heeft gedaan’ en niet ‘heb gedaan’ –, dus hoe kan daar dan een eerste persoonsvorm mijn worden gebruikt. Lees verder >>

Mijn gezin

Door Marc van Oostendorp



Wat een rake observatie, onlangs, op het onvolprezen Meldpunt Taal:

 Tegenwoordig hoor ik sommige jongeren het hebben over “mijn gezin”, waar ze hun ouders + broers/zussen mee bedoelen. Ze hebben zelf nog geen kinderen. Ik moet wennen aan deze nieuwe betekenis omdat “mijn gezin” tot nu toe alleen door ouders gebruikt werd in de betekenis ‘mijn partner en onze kinderen’. Dit nieuwe gebruik van “mijn gezin” laat zien dat er misschien nog geen goed woord is voor het gezinsstandpunt van de kinderen. Je kunt wel “mijn familie” gebruiken al kan dat ook op het grotere geheel slaan. Ik vind het wel mooi dat de huidige betekenis op maar één gezin kan slaan. Iemand met kinderen die het heeft over “mijn gezin” zal in de huidige betekenis nooit zijn eigen ouders + broers/zussen bedoelen. Of zal de betekenis misschien verschuiven naar ‘de familieleden waar je nu mee samenleeft’?

Al had ik er eerder niet bij stil gestaan, het lijkt me juist: wie mijn gezin zegt, heeft het daarmee over zijn kinderen en niet over zijn ouders.
Lees verder >>