Tag: Vondel

Mercator sapiens, de wijze koopman en the wise merchant

Door Ton Harmsen

Onlangs verscheen bij AUP The wise merchant, een Engelse vertaling van de inaugurele rede die Caspar Barlaeus heeft uitgesproken op 9 januari 1632 toen hij hoogleraar werd aan het Athenaeum Illustre in Amsterdam. De vertaling is van Corinna Vermeulen en de inleiding van Anna-Luna Post.

Het boek brengt de gebeurtenissen in Amsterdam in de winter van 1631/1632 in herinnering: Vossius en Barlaeus hielden in januari hun inaugurele redes voor het Athenaeum Illustre, Hugo de Groot zat in dezelfde maand ondergedoken in Amsterdam. Hij werd in april voor de tweede keer, en nu definitief, uit de Nederlanden verbannen.

Vossius, Barlaeus en Grotius kenden elkaar al jaren. Hun correspondentie toont dat zij vriendschap voor elkaar voelden, en grote waardering. Hoe verschillend zij ook waren, alle drie spanden zij zich in voor vrede en verdraagzaamheid; alle drie hadden zij een afkeer van de theologische betweterij die de Nederlanden in haar greep had. Barlaeus had last van de contraremonstranten; hoewel hij niet tot de remonstrantse partij behoorde was het duidelijk dat daar zijn sympathie lag, en daarom werd hem het leven in Leiden behoorlijk zuur gemaakt. Intussen was hij wel een geliefd feestredenaar en een begaafd Neolatijns dichter; toen hij in 1631 van Leiden naar Amsterdam verhuisde voelde hij zich onmiddellijk thuis in de Amsterdamse dichterskring van Hooft en Tesselschade. Vossius had minder te lijden van de calvinisten: hij was beter in staat zich in de ivoren toren van zijn studeerkamer te verschuilen. Zijn diepgaande studie van de antieke en moderne wereldgodsdiensten bracht hem tot het inzicht dat god op verschillende manieren kan worden gediend, en dat niet één godsdienst het alleenrecht kon hebben. Bovendien werd hem duidelijk dat god vele gezichten heeft. Hij ruilde een gezaghebbend professoraat in Leiden voor een avontuur in Amsterdam, om in een riante woning in het centrum over een enorme bibliotheek te beschikken. Na zijn vertrek werden in Leiden de hoogleraarssalarissen verhoogd om verdere leegloop te vermijden. Hugo de Groot had groot aanzien als jurist, en ook als dichter van Neolatijnse poëzie en toneelstukken. Alle drie hebben zij een stempel gedrukt op het oeuvre van Joost van den Vondel, Grotius door zijn toneel, Vossius door zijn kennis van de retorica en de poëtica en Barlaeus door zijn lyriek.

Lees verder >>

Een Godt, ô Melibé, verleende ons deze rust. Vondel over vluchtelingen

Door Ton Harmsen

Hoe veilig je als Romein ook was, je kon wel van je land verdreven worden. Het overkwam boeren en herders in 42 voor Chr., toen Octavianus (de latere keizer Augustus) na de slag bij Philippi zijn legers moest afdanken. Om de veteranen te vriend en bij de hand te houden gaf hij hen land in de Povlakte, waarvoor honderden grote en kleine boeren hun bezit moesten verlaten. Het is een zwarte bladzijde in de biografie van de keizer.
De reactie van Vergilius op deze kwestie, in zijn eerste herdersdicht (ecloga of bucolicum), is gecompliceerd door zijn eigen situatie. Ook hij is van zijn land, in de buurt van Mantua, verdreven. Hij wist dus wat het was, slachtoffer te zijn van de confiscatie.

De hardhandig onteigende boeren waren machteloos, maar Vergilius zag in zijn faam als beginnende dichter een mogelijkheid om zich te redden. Hij reisde naar Rome om zijn zaak te bepleiten bij zijn mecenas Maecenas, en door diens interventie slaagde hij erin zijn grondgebied met speciale toestemming van Octavianus te behouden. Dankbaarheid (voor zijn eigen situatie) en verontwaardiging (over het onrecht dat zijn streekgenoten werd aangedaan) zijn het onderwerp van zijn eerste ecloga, een dialoog tussen twee herders. Tityrus heeft in Rome toestemming gekregen zijn vee en zijn land te behouden; Meliboeus is met alle anderen verbannen.

Lees verder >>

De Leeuwendalers: Vondel imiteert Vergilius

Door Ton Harmsen

In 1646, een jaar voor het pastorale toneelstuk Leeuwendalers, publiceert Vondel zijn vertaling in proza van de verzamelde werken van Vergilius. De Herdersdichten voorop, dan de Lantgedichten en tenslotte de Aeneis. Die volgorde is de gebruikelijke, en Vondel zal hem gewaardeerd hebben: zijn interesse gaat in die periode uit naar de irenische en idyllische poëzie. Het frontispice van Jan Matham toont bovenaan keizer Augustus tronend op zijn adelaar, daaronder het portret van Vergilius, links de personificatie van het boerenbedrijf met vee, vruchten en bijen, rechts Calliope, de muze van het heldendicht met leeuw, klaroen en penaten, en onderaan de Mantuaanse zwaan als personificatie van Vergilius. Vondel draagt het werk op aan Constantijn Huygens, die hij aanspreekt als secretaris, rechterhand van Frederik Hendrik. Niet om geld te krijgen van de dichter of van de prins, zo naïef is Vondel niet. Met zijn herhaalde afwijzing van de bellicose politiek van de stadhouder heeft hij alle sympathie in Den Haag verloren.
Lees verder >>

Vondel helpt de Oranje snoeren vlechten

Door Ton Harmsen

In 1647, een jaar na Maria Stuart verscheen Vondels vijftiende drama: Leeuwendalers. In allerlei opzichten een bijzonder spel: van de 32 toneelstukken die Vondel voltooide is dit het enige dat geen tragedie is. Op de titelpagina staat als genre-aanduiding ‘Lantspel’, een verwijzing naar de pastorale traditie. De personages zijn eerder Hollandse boeren dan Arcadische herders. Dat neemt niet weg dat dit spel met beide benen in de pastorale traditie staat. Vondel was door zijn vertaling van Torquato Tasso’s epos Gerusalemme liberata ook vertrouwd met diens pastorale spel Aminta, en de andere invloedrijke Italiaanse pastorale, Il pastor fido van Battista Guarini was al enkele malen in het Nederlands vertaald. Pastorale poëzie mag minder aanzien hebben dan epiek en ernstig toneel, de herdersspelen van Tasso en Guarini werden alom met bewondering gelezen en besproken. En nog meer was Vondels aandacht voor dit genre getrokken door Vergilius, van wiens complete werken hij in 1646 een vertaling in proza publiceerde: niet alleen van de Aeneïs, maar ook de Bucolica en de Georgica. De keuze voor een landspel was dus een uitvloeisel van zijn literaire bezigheden.

Lees verder >>

Vondels gevecht met de zetduivel

Door Ton Harmsen

Een boek zonder fouten bestaat niet – en aan gedrukte fouten valt ook niets meer te verhelpen. Wie op het internet publiceert kan zijn fouten verbeteren en nieuwe informatie toevoegen. Zo verdwijnen de gênante spel- en grammaticafouten die het plezier voor de welopgevoede lezer vergallen. Als auteur van een gedrukt boek heb je het productieproces niet altijd goed onder controle, het zetduiveltje kan dan ongestoord zijn gang gaan. Vondel zal geregeld gemopperd hebben op zatte zetters en dronken drukkers, en het is dan ook niet verwonderlijk dat hij zelf een oogje in het zeil hield als het om spannend drukwerk ging. Bij zijn tragedie Maria Stuart, waarin de protestante Elisabeth van Engeland de katholieke Maria van Schotland laat onthoofden, realiseerde hij zich heel goed dat hij de grenzen van de religieuze tolerantie ruimschoots overschreed. Omdat hij kon voorzien dat de calvinisten spinnijdig zouden zijn is het niet verbazingwekkend dat hij persoonlijk naar de drukkerij van Dominicus van der Stichel ging om de drukproef te corrigeren. Maar we zullen zien dat dat niet was om de calvinisten naar de mond te praten. Lees verder >>

Vondels Maria Stuart (1646) en de vrijheid van meningsuiting

Door Ton Harmsen

Geloof is niet rationeel, en dat geldt zeker voor het katholieke geloof. Gerard Kornelis van het Reve brengt dat onder woorden in Een eigen huis (1979):

.            Apologie

.            Toen ik rooms-katholiek werd,
.            werd mijn haar, dat grijs begon te worden,
.            opeens weer donkerblond.
.            Mijn bloeddruk daalde,
.            terwijl mijn jaarinkomen van die dag af fors bleef stijgen.
.            Er blijven wel bezwaren,
.            maar bij zoveel genade moet ik wel erkennen:
.            de Kerk van Rome is de Ware Kerk.

Dat dalen en stijgen van bloeddruk en jaarinkomen leidt, via de verder ongenoemde bezwaren, tot een niet echt onderbouwde rotsvaste conclusie. Dit motief is al oud, er is nog wel een krasser voorbeeld: het tweede verhaal van de Decamerone, over een jood die naar Rome reist. De decadentie, de corruptie en de blasfemie die hij daar aantreft dwingt hem wel te erkennen: de Kerk van Rome is de Ware Kerk.
Als Vondel een tragedie schrijft over Maria Stuart, in zijn ogen martelares voor het katholieke geloof, kunnen we maar beter meevaren op Vondels kompas en alle bedenkingen van logica en historische juistheid thuislaten. Lees verder >>

Vondel op Goede Vrijdag

Door Ton Harmsen

Over Goede Vrijdag zijn beroemde gedichten geschreven. Huygens wijdt er één van zijn Heilighe Daghen aan, Revius een sonnet dat in elke bloemlezing staat. Beide calvinisten tonen zich schuldbewust. Huygens is bereid om zijn botten te laten breken voor zijn zondigheid. Hij plaatst zelfs een kanttekening bij Jezus’ woord consummatum est: ‘’Tvoldaen voldoet mij niet, ten zij ghij mij vermoort // En van mijn selven scheurt, en brieselt de gewrichten.’ Revius neemt de ‘schuld van de joden’ op zich: niet zij, maar hij als zondig mens heeft Christus vernederd en gekruisigd: ‘Ick ben den swaren boom die u had overlaen, // Ick ben de taeye streng daermee ghy ginct gebonden.’

Lees verder >>

Vijfmaal Vasthi

Door Ton Harmsen

Er is alom belangstelling voor het Spaanse toneel dat in de zeventiende eeuw in de Nederlanden werd opgevoerd. Uitgeverij Verloren kondigt een boek aan van Frans Blom en Olga van Marion over Spaans theater in de Republiek. En dat is nog maar het begin van hun project over dat spectaculaire toneel, in Leiden staat Tim Vergeer in de startblokken om de emoties in de Spaanse stukken te analyseren. Een grote groep vrijwilligers heeft toegezegd de vele teksten die daarvoor digitaal beschikbaar moeten komen te transciberen; wie wil bijdragen kan zich melden bij ceneton@me.com. En nog actueler: Theater Kwast speelt volgende week Serwouters’ bijbelse tragedie Hester, oft verlossing der Jooden (Amsterdam, 1659) een vrije bewerking van Lope de Vega’s La hermosa Ester (1610). In Amsterdam werden stukken van Lope de Vega, Calderón de la Barca en anderen in het Spaans opgevoerd; het is hoogst waarschijnlijk dat Serwouters door zo een voorstelling geïnspireerd is.

Lees verder >>

Garmt Stuiveling redt Vondels Peter en Pauwels

Door Ton Harmsen

Vondels dertiende tragedie, Peter en Pauwels (1641), behandelt een huiveringwekkend thema: de executie van Petrus en Paulus, de apostelen die naar Rome waren gegaan om er het christendom te vestigen. Zoals dat gaat in martelaarsverhalen is hun dood de aanzet tot eeuwige bloei. Keizer Nero die hen ter dood veroordeelt gaat in waanzin ten onder, de pausen die Petrus opvolgen zijn eeuwenlang het symbool van de levende kerk. Het roet dat Luther in dit eten gooide is voor Vondel van geen enkel belang: hij is katholiek geworden en heeft alle protestante bedenkingen tegen de moederkerk afgeworpen.

Vondel weet deze inktzwarte gebeurtenis met galgehumor te beschrijven. Lees verder >>

Antonides van der Goes en het feest van de metamorfose

Door Ton Harmsen

Het werk van Joannes Antonides van der Goes heeft een hoogdravende toon. Zijn vermakelijke Ystroom is een kruising tussen een aardrijkskundig en een mythologisch compendium, zijn indrukwekkende Trazil een impressie van duistere Chinese krachten die zich tegen de christelijke god verzetten, zijn vleiende lofdichten op boeken en personen zijn gespeend van humor en kritiek. Bellone aen band en De Teems in brant zijn ook geen vrolijke titels. Maar hij kan ook geestig en lichtvoetig zijn, zoals in zijn gedicht over een dokter die door zijn patiënt-in-nood als een god wordt gezien, maar wanneer het herstel intreedt als een engel, en zodra de patiënt weer op de been is als mens; totdat hij de rekening stuurt voor zijn helende werk:

.            Als doodelijke koorts en smart de lijders plagen,
.                Kome ik, gelijk een God, voor ’t Krankbed grootsch getreen:
.                Mijn artzeny wort als iet Hemelsch aengebeên,
.            En d’adem van mijn mont kan alle pijn verjagen.
.                Een kroon van stralen huld mijn hooft, in hun gezicht,
.                En alle schat valt voor mijn trouwe zorg te licht.

.            Zoo dra de dood wat van de lippen is geweken,
.                Het tintelende wee een weinig is verzacht,
.                Wort mijne Godheit ook een weinig min geächt.
.            Men hoort my in dien staet maer als een Engel spreken.
.                Noch worde ik evenwel met staetsie ingehaelt,
.                En met een rijkdom van beloften weer betaelt.

.            De kranke, nu byna door mijne konst genezen,
.                Verlaet het bedde om zich te koestren aen het vier;
.                Maer die verlichting van zijn weedom staet my dier,
.            Dewijl mijn dienst maer wort als van een Mensch geprezen.
.                Mijne achting zinkt zoo veel als zijn gezontheit stijgt;
.                ’t Ondankbaer loon dat hier de weldaet meest verkrijgt.

.            De lijder ademt weêr met onbenaeude longen.
.                De koorts is op de vlucht. de wonden zijn geheelt.
.                Ik, die te voren heb de rol eens Gods gespeelt,
.            Toen ydle hoop van winst my steets wierde opgedrongen,
.                Worde als een Duivel uitgescholden en veracht,
.                Nu ik betaling van mijn groote konst verwacht.
.                                                   (Gedichten, ed. 1705 p. 352)

Lees verder >>

Uitvaart van mijn dochterken

Door Marc van Oostendorp

Uit onderzoek dat Kila van der Starre (Universiteit Utrecht) deze week presenteerde blijkt dat de poëzie in Nederland nog heel sterk een mondeling genre is: terwijl gedichtenbundels nauwelijks gekocht of gelezen worden, komen mensen regelmatig gedichten tegen in gesproken vorm. En dat vinden ze prettig. Vooral gedichten bij bijzondere gelegenheden doen het goed.

Daarom, droeg ik vanochtend op het balkon Uitvaart van mijn dochterken van Joost van den Vondel voor, een gedicht voor heel droeve omstandigheden.

(Deze video bekijken op YouTube.)

Vlogboek109 – Literatuurgeschiedenis / 17e eeuw: Renaissancetoneel

Een Vlogboekaflevering gericht op de literatuurgeschiedenis.

In deze video bespreekt Jörgen de ontwikkeling en professionalisering van het Nederlandse toneel onder invloed van de Renaissance aan het begin van de 17e eeuw.

Besproken werken:
P.C. Hooft – Warenar
G.A. Bredero – De klucht van de molenaer
G.A. Bredero – Spaanschen Brabander
Joost van den Vondel – Gijsbrecht van Aemstel

(Bekijk deze video op YouTube.)

Vondel tussen de schuifdeuren van Hooft

Door Ton Harmsen

In 1627 schrijft Vondel voor het tweede huwelijk van de dichtende drost zijn Bruyloftbed voor Pieter Cornelisz. Hoofd en Helionora Hellemans. Dat bruiloftsbed is geen slaapkamermeubel, maar een sofa zoals de Romeinen gebruikten om aan te liggen bij een banket. Het is een toneelstukje, geschreven voor Hoofts bruiloftsmaal. Vondel geeft geen nadere aanduiding van het genre waar zijn tekst toe behoort, de Census Nederlands toneel duidt het aan als een tafelspel.

Een tafelspel is een toneelstuk dat tijdens een maaltijd werd opgevoerd. Dat kan een bijeenkomst van rederijkers en hun gasten zijn, een andere feestelijke gelegenheid zoals driekoningen, vastenavond, of een officiële plechtigheid. In de zeventiende eeuw is het vaak een bruiloft: Bruylofts tafel-spel, of een Tafelspelletje, op het trouwfeest van de Twee die ’t Paartje zijn. Sommige tafelspelen bevatten toespelingen op de maaltijd: de gasten worden toegesproken in het spel, of de spelers kondigen nieuwe spijzen en dranken aan.

Lees verder >>

Met Vondel naar Peking

Door Ton Harmsen

Zoals in Neerlandistiek.nl eerder deze week is aangekondigd speelt Theater Kwast op 2 juli in het Frans Halsmuseum Vondels laatste tragedie, Zungchin. Doe geen moeite om kaarten te krijgen, de voorstelling is al lang uitverkocht. Alles wat hij in 80 jaar had verworven aan poëzie, epiek (Vergilius), lyriek (Horatius) en dramatiek (Sophocles) balt Vondel in een ultieme krachtsinspanning samen in dit duistere meesterwerk. Met zijn onheilspellende nachtelijke uitstraling is Zungchin een fascinerend kunstwerk. Vondel beziet de gebeurtenissen in Peking vanuit de ogen van de katholieke missionarissen. Hij had contact met jezuïeten die de gebeurtenissen rond de missie op de voet volgden, en in Amsterdam verscheen in die jaren een aantal belangrijke publicaties over de actuele toestand in China.

De catalogus van de tentoonstelling in het Frans Halsmuseum, Barbaren & wijsgeren; het beeld van China in de Gouden Eeuw, onder redactie van Thijs Wetsteijn en Menno Jonker, geeft weer hoe goed men in Amsterdam geïnformeerd was. In 1665 verscheen een grote informatiebron: Het gezandtschap der Neêrlandtsche Oost-Indische Compagnie, aan den grooten Tartarischen Cham. In dat boek beschrijft Joan Nieuhof de diplomatieke reis van VOC-ambtenaren naar Peking, tien jaar eerder. Nieuhof maakte deze reis mee, en onderweg noteerde hij alles wat hij kon vinden over de geschiedenis, de bevolking en het landschap. Hij maakte honderden tekeningen. De originele tekeningen, nu in Parijs, zijn in 1984 teruggevonden door Leonard Blussé. De 150 illustraties in het boek zijn aangepast aan de smaak van Amsterdam. Nieuhof tekende zonder veel artistieke pretentie bergen, pagodes, schepen en ambachtslieden; met geavanceerde graveertechniek werden die gecombineerd tot dramatische composities. Lees verder >>

Unieke Chinese tragedie van Vondel eindelijk gespeeld

In 1667 schreef Vondel een tragedie over de val van de Ming Dynastie. Een sidderend drama binnen de muren van de Verboden Stad. Terwijl de duistere vijand oprukt, probeert keizer Zungchin zijn familie, de Ming-dynastie en zichzelf te redden. Het stuk bleef ongespeeld. Op zondag 2 juli brengt Theater Kwast daar verandering in, dan voeren ze “Zungchin of de ondergang der Chinese heerschappij” eenmalig op, op de beeldschone binnenplaats van het Haarlemse Frans Hals Museum.

Het drama Zungchin of Ondergang der Sineesche heerschappye speelt in de Verboden Stad, waar de keizer na een volksopstand en het verraad van zijn eunuchen wordt verjaagd.  Zungchin is een voor de 17de eeuw zeer uitzonderlijke tekst, omdat hij geen Oosters exotisme ten tonele voert maar herkenbare emoties van de keizerlijke familie. Één van de meest memorabele scènes toont hoe de keizer en keizerin zich met hun kousenbanden hebben verhangen aan een boomtak. Joost van den Vondel schreef in 1667 als eerste Europeaan een literair werk dat zich geheel afspeelt in China. Lees verder >>

Bloedwraak loont in Vondels Gebroeders (1640)

Door Ton Harmsen

Hugo de Groot is voor Vondel een grote steun geweest. Zij waren verbonden in hun gemeenschappelijke afkeer van de gerechtelijke moord op Oldenbarnevelt en in hun verzet tegen iedereen die deze misdaad goedkeurde. En met zijn Latijnse tragedies en met zijn commentaren op de Griekse tragici wees Grotius Vondel de weg van Seneca naar Sophocles. Voor de literatuurgeschiedenis is dat van enorme betekenis geweest. Toch is het contact met Grotius steeds minder geworden: de diplomaat in Parijs, en de lakenkoopman stonden te ver van elkaar. Het zal voor Vondel een geschenk uit de hemel zijn geweest dat in 1631 Gerardus Joannes Vossius op tien minuten lopen van hem vandaan kwam wonen: een belezen man met heldere ideeën over de geschiedenis van de tragedie, een kenner van de theorie en de praktijk van de antieke poëzie. Vossius verloor geen tijd aan andere zaken dan zijn onderzoek, en als er een gast in zijn studeerkamer binnenkwam draaide hij een zandloper om, om de bezoeker erop te wijzen dat hij de kortste keren weg moest wezen. En Vondel was ook niet iemand die vrienden zocht: zijn zeer omvangrijke werk is maar zelden van een lofdicht voorzien, in dat opzicht is hij absoluut een tegenpool van Constantijn Huygens. Maar Vossius en Vondel zullen elkaar van meet af aan interessant hebben gevonden, de grote literatuurhistoricus en de grote literator. Om hem te helpen bij de vertaling van Sophocles’ Electra in 1639 stuurde Vossius zijn zoon Isaac naar Vondel. Jarenlang bleef er contact tussen de dichter en de professor bestaan: het beroemde uitleenboekje van Vossius, een katerntje waarin hij noteerde wat hij aan wie uitleende, toont het aan. Lees verder >>

Nieuwjaar met Thomasvaer

065gysbreghtschmidt1951Door Ton Harmsen

Kerstmis heeft iets pastoraals. Het Weihnachtsoratorium van Johann Sebastian Bach bevat Hirtenmusik, Nederlanders zingen ‘De herdertjes lagen bij nachte’ en tijdens het kerstoffensief in de Gysbreght, de massamoord in de kerstnacht, spreekt de ‘Rey van Edelingen’ over de aanbidding door de herders:

.            De doecken daer dit kint in leit
.            Is ’t purper van zijn majesteit,
.            Waer in de harders hem aenschouwen,
.            Dien God de zielen komt vertrouwen;
.            Gelijck van ouds was toegezeit.
.            Dat God zijn kudde weiden zal,
.            En hoên voor ramp en ongeval,
.            En na’et verdwaelde schaepken vraegen,
.            En dat op zijne schouders draegen
.            Met vreughd by ’t overigh getal.
.                                    (vs. 725-734)

Het zal niemand verbazen dat het publiek na dit gewelddadige stuk behoefte had aan een suikerzoet dessert, en toen iemand bedacht in aansluiting op de voorstelling van de Gysbreght een idyllisch tafereeltje te vertonen ontstond een opvoeringstraditie die ruim tweeëneenhalve eeuw stand zou houden. Dat gebeurde in het begin van de achttiende eeuw, toen Het boere-operaatje, of de bruyloft Kloris en Roosje (1706) als naspel gebruikt werd; de combinatie van Gysbreght en Kloris en Roosje was van meet af aan een succes. Lees verder >>

Een slaef wil my verkrachten: Josef in Egypte

Door Ton Harmsen

060rembrandtjosefBij de held breekt inzicht door, en daarmee kantelt de toestand op het toneel. De agnitio en de peripetie vormen de kern van de aristotelische toneeltheorie. De kunst is die ommekeer niet te presenteren als weer een nieuw hoofdstuk in het verhaal, maar als een dramatische psychologische climax. Een tragedie over Josef en de vrouw van Potifar moet dus niet eindigen met het knarsen van de kerkerdeur, maar met de hysterische reactie van de afgewezen dame. Joseph in Egypten is het middendeel van de Joseftrilogie, die Vondel begon met het derde deel, Sophompaneas (Josef als vergevingsgezinde onderkoning van Egypte) en had voortgezet met Joseph in Dothan (de jonge Josef door zijn jaloerse broers verkocht). Tevens is het een verchristelijkte imitatie van de Phaedra van Seneca, door Vondel in 1628 vertaald onder de titel Hippolytus of rampsalige kuyscheyd. In zijn opdracht aan Johan Vechters benadrukt Vondel vooral de verschillen: Hippolytus was afkerig van vrouwenliefde, dus de afwijzing van zijn stiefmoeder was voor hem geen offer; Josef, ‘stock nochte block’ en later vader van twee zoons, had wel degelijk te vechten tegen de verleiding door Jempsar, zoals Vondel Potifars vrouw noemt. Het gevecht van Josef wordt door Vondel verder nauwelijks uitgewerkt: van meet af aan is hij vastbesloten niet te zwichten voor de avances van de vrouw van zijn heer. Lees verder >>

In reprise: Josef in Dothan, Vondels tiende tragedie

Door Ton Harmsen

058josefverkocht Het was al lang aangekondigd, en nu is het zover: www.inreprise.org is gelanceerd. Op de website staat een lijst van honderd spelen waaruit theatermakers kunnen kiezen, en er zal van alles gebeuren om het zover te krijgen dat ze op enig niveau – van simpele leesvoorstelling tot gecostumeerde avondvulling – iets daarvan opvoeren. Gelukkig is ongeveer een kwart van de lijst van ‘InReprise’ gevuld met titels uit de zeventiende eeuw, de gouden eeuw van het toneel. Op de videoboodschap bij de opening (te zien en te lezen) van Gijs Scholten van Aschat spreekt hij naar aanleiding van de website ‘Ceneton’ zijn verbazing uit over de rijkdom van onze oudere letterkunde. Ja, het is een wonder dat toneel vier eeuwen geleden zo in de belangstelling stond. Dat heeft zoveel betekend voor onze cultuur! Klassiek toneel heeft een eigen waarde die de televisie en de musical niet kunnen overnemen. Nederland is een van de rijkste landen van de wereld. Waarom moest het Theater Instituut Nederland dicht? Waarom kan er niet een beetje subsidie af voor Toneelgroep De Appel? En dat is nog maar het topje van de ijsberg van kaalslag die het toneel treft. Moge ‘In Reprise’ leiden tot meer historisch besef, en een aanmoediging zijn voor de productie van goede klassieke voorstellingen. Lees verder >>

Gods roede versus Ursula

055Attilla

Door Ton Harmsen

Voor zijn negende tragedie, Maeghden, haalt Vondel zijn stof uit de martelaarsverhalen. Hij kiest het levensverhaal van de heilige Ursula. Haar naamdag is 21 oktober, maar zelfs of zij bestaan heeft is de vraag. De veertienjarige Schotse koningsdochter maakt, om onder een huwelijk met een heidense prins uit te komen, met goedvinden van haar vader en in gezelschap van elfduizend maagden een bedevaart naar Rome. Op de terugweg stuit zij in Keulen op Attila, de gesel Gods. Vondel spreekt van ‘Gods roede’. Attila laat alle maagden vermoorden, maar dan is hij nog niet van ze af: de geesten van zijn slachtoffers drijven hem tot wanhoop en redden Vondels geboorteplaats. Vondel passeert hier de grenzen van het waarschijnlijke, maar dat vat hij op als licentia poetica: hij is geen historicus dus hij kan zich een ruime hoeveelheid dichterlijke vrijheid permitteren. Voor hem is Ursula niet de beschermster (zoals Olga van Marion heeft aangetoond dat pastoor Marius haar ziet), maar een verbeelding van het absolute geloof dat een rampzalig leven op aarde leidt tot eeuwige zaligheid in het hiernamaals. Vondel prijst geen zelfmoordterrorisme aan, zijn heldin is volkomen vredelievend. Door zijn doopsgezinde opvoeding is hij van jongs af aan vertrouwd geweest met verhalen over compromisloze zelfopoffering.

Als hij de Maeghden schrijft is Vondel met allerlei soorten literatuur bezig, en de weerslag daarvan maakt deze tragedie een rijke tekst. Lees verder >>

Electra: Vondel nieuwe stijl

ElectraDoor Ton Harmsen

Met zijn vertaling van Sophocles’ Electra (1639) gaat voor Vondel een nieuwe zon op. In de opdracht aan Tesselschade Roemers bewondert hij de stijl van Sophocles: ‘Walgelijcke opgeblaezenheid, waer van Griecken en Latynen hoe aelouder, hoe vryer zijn, heeft hier nergens plaets.’ We zagen ook al dat de karakterontwikkeling in de dialoog tussen Electra en haar zuster Chrysothemis voor Vondel een ontdekking was; dergelijke psychologische momenten komen in zijn eerdere tragedies niet voor, maar in de latere past hij ze herhaaldelijk toe. Wat de indeling van reien in zang, tegenzang en toezang betreft, ook dit heeft Vondel bij Sophocles aangetroffen maar hij past de triadevorm pas toe in de Maeghden van hetzelfde jaar, misschien nadat Martinus van Vinckenroy hem op deze techniek gewezen had. Die indeling is niet alleen een formele kwestie, het leidt tot een nieuwe structuur van de reizangen. De zin over het ontbreken van ‘opgeblaezenheid’ is de derde vernieuwing in Vondels werk. Zijn kennismaking met de Griekse tragedie doet hem inzien dat bombast en effectbejag nergens toe leiden. De zuiverheid van de oudste Grieken (Homerus, Pindarus, de Griekse tragici) bekoort hem van nu af aan meer dan de senecaanse stijl van zijn vorige spelen.

Niet dat dit helemaal nieuw voor hem was. Vondel is altijd al helder en eenvoudig, zijn eerste toneelstuk (Het Pascha, 1612) begint met Mozes die op de berg Horeb zijn schapen toespreekt:

.        Weydt hier myn Beestiael, weydt hier myn tier’ghe Vee,
.        Golft hier om dit Gheberght myn wit-ghewolde Zee,
.        Scheert hier tgroen-hair’ghe loof, spaert kruydt, noch Bloemkens geurich,
.        T’lacht hier doch altemael, zoet-rokigh en couleurich,
.        Nu wauwelt zoo veel gras, zoo vet en graegh bedijt,
.        Tot ghy van Madian de schoonste kudde zijt. (Het Pascha, vs. 1-6) Lees verder >>

Vondels Zege-zang voor Gillis van Vinckenroy: spotdichter wordt sportdichter

051KruisboogDoor Ton Harmsen

Sportprestaties leiden tot lyrische taal. Je hoeft niet van hockey te houden om te genieten van het proza van Hugo Camps en Maarten Scholten. Zelfs de oudste Griekse poëzie is geïnspireerd door sportieve prestaties. Rond 450 voor Chr. bezingt Pindarus in zijn Olympische, Pythische, Nemeïsche en Isthmische oden de atleten die gouden medailles verdienen. Hij bezingt wagenrenners, hardlopers, worstelaars en speerwerpers.

Welke neerlandicus heeft een atleet als voorouder? Flor van Vinckenroye (7 augustus 1920 – 29 augustus 2005), onder andere editeur van De vier wterste van Houwaert (en ook nog eens de schoonvader van onze Antwerpse collega Hubert Meeus), die de e achter zijn naam eraan te danken of te wijten heeft dat in 1920 de ambtenaar van de burgerlijke stand zijn kantoor hield in het café tegenover de kerk van Kortessem bij Hasselt. Een schrijffout is in de kroeg gemakkelijk gemaakt en in de papieren van de burgerlijke stand moeilijk te herstellen. Hij stamt rechtstreeks af van de familie Van Vinckenroy die al sinds de middeleeuwen een rol speelt in Hasselt. Eén van hen, de burgemeester en herbergier Gillis van Vinckenroy, was zelfs ‘keizer’ bij het boogschieten in 1637 en dat feit inspireerde Vondel tot een zegezang van 128 verzen. Lees verder >>

Vondels achtste tragedie: vertaling van Sophocles’ Electra

050VondelElektra

Door Ton Harmsen

Met de nare smaak van de Gysbreght nog in zijn mond is Vondel toe aan iets heel nieuws. Gelukkig wordt hij onder anderen door Hugo de Groot, die in 1630 Euripides’ Phoenissae vertaald had, gewezen op een voorbeeld dat een radicale verandering inhoudt: de Griekse tragedie. De sfeer die hij daarin vond bood betere mogelijkheden dan de pathetische horreur van Seneca. Hij wordt getroffen door de psychologische ontwikkeling in de dialoog waarmee Sophocles zijn botsende personages tot nieuwe inzichten brengt: de statische personages van zijn eerdere tragedies konden ineens in beweging worden gezet. In de zangerige lyriek van Sophocles voelt hij zich helemaal thuis – de superieure reien van de Gysbreght tonen aan dat Vondel een groot lyricus was. In 1639 publiceert hij zijn vertaling van Sophocles’ Electra. Gerardus Johannes Vossius had zijn twintigjarige zoon Isaac naar Vondel gestuurd om de tekst met hem samen te bestuderen. Er was een keur aan Griekse edities met Latijnse vertaling. Vondel vertaalde uit het Latijn en Isaac wees hem de weg in de Griekse teksten. Vondel heeft zich met deze vertaling een nieuw soort poëzie eigen gemaakt. Zijn grote prestatie is de adequate weergave van het zangerige Grieks, via de soms wat houterige Latijnse vertalingen naar een sonore tekst van meesterlijke kwaliteit. Lees verder >>

Helden in de hemel van Nassau

Door Ton Harmsen

045ZegewagenBruneDe meest lucratieve verovering in de opstand tegen Spanje was die van de Zilvervloot. ‘Zijn naam is klein, zijn daden bennen groot’ klinkt het nog eeuwenlang in de klaslokalen. Ook militair heeft Piet Heyn de republiek veel goed gedaan: ineens was er geld voor het onbetaalbare initiatief van Frederik Hendrik om ’s-Hertogenbosch te veroveren. Hij had daarvoor een strategisch plan klaarliggen: de toegangswegen tussen Brussel en ’s-Hertogenbosch zouden worden afgesneden, en de waterpartijen die de stad rondom een natuurlijke bescherming boden drooggelegd. Op 14 september 1629 kwam dit plan tot een succesvol einde en dat  bracht in het hele land de dichterspennen in beweging. Een omvangrijk epos van Caspar Barlaeus, een geschiedkundig overzicht door Daniel Heinsius, een zegelied van ruim 600 verzen door Vondel, een eindeloze reeks heldinnenbrieven die uitdrukking gaven aan de angsten en de opluchting van prinses Amalia van Solms, een gedicht van Johan de Brune de Oude bij een gravure van Johannes Looff, en een honderdtal juichende oorlogsverzen was het resultaat. Zelfs zonder veel regie uit Den Haag draaide de propagandamachine op volle toeren. De Amsterdamse boekhandelaar Jacob Pietersz Wachter verzamelde niet minder dan 43 bijdragen in zijn bundel Lof-dichten, ter eeren den doorluchtighsten vorst Frederic Henric over de twee voortreffelijcke victoryen der stercke steden Wesel, ende het on-winbaer geachte ’sHertogen-bosch. Teksten van uiteenlopende soort en kwaliteit, liederen, vermaningen, toneelvertoningen, redevoeringen, gebeden, en zelfs een persiflage op een katholiek gebed.

Lees verder >>