Tag: Vlaams

Marc Verreckt

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (173)
Het Nederlandse sonnet bestaat 453 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Over Vlaamse reuzen (twintigste eeuw)

Fortissimi sunt Belgae

Car Flanders, Frans C. Ridwit, Hendrik Prijs,
Dirk Desmadryl, Irina van Goeree,
Bert Verm, Karel Vertommen, Georges Adé,
Maria Vlamijnck, Luc Deleu, Raf Seys.

Daisy Ver Boven, Hector J. Loreis,
Geert Grub, Marc Bruynseraede, Paul De Vree,
Ludwig Allene, Marc Verreckt, Roobjee,
Rik Lanckrock, Lode Conte, Ignaas Veys.

Eriek Verpale, René Swartenbroeckx,
Fernand Handtpoorter, Omar Robinon,
John Bultinck, Jozef Smet, Pierre Dyserinck.

Yves Slabbinck, Jozef Droogmans, Paula Loeckx,
Adriaan Magerman, Renaat Ramon,
Emiel Van Hemeldonck, Jaak Stervelynck.

(Jan Kal, Amsterdam, 12 november 1979)

Je kunt Vlaamse reuzen, een opsomming van 36 namen van Vlaamse letterkundigen die allemaal in 1979 actief waren, op verschillende manieren lezen.  Lees verder >>

Toponymisch woordenboek van Oost- en Zeeuws-Vlaanderen online

Het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) publiceerde recent een toponymisch woordenboek van Oost- en Zeeuws-Vlaanderen op het internet.

Het gaat om een online publicatie van honderdduizenden (!) steekkaarten met informatie over historische plaatsnamen. In een volgende fase wordt die collectie aangevuld met nog meer Oost-Vlaamse toponymen en  met plaatsnamen uit Zeeuws-Vlaanderen.

De publicatie kwam tot stand na een vruchtbare samenwerking met de Provincie Oost-Vlaanderen. Ze is de bekroning van het jarenlange, grondige onderzoekswerk van Luc Van Durme, erelid van de KANTL, en de bibliotheekmedewerkers van de provincie Oost-Vlaanderen. Door de publicatie wordt het onvoltooid gebleven maar erg belangrijke werk van de legendarische taal- en naamkundige Maurits Gijsseling alsnog tot een goed einde gebracht.

De publicatie van het toponymisch woordenboek past in de opdracht van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) om grote collecties taalkundige bronnen te verzamelen, te bewaren en (digitaal) te publiceren. De KANTL verzamelt die bronnen via de website digitalebouwstoffen.be, die wordt beheerd door haar onderzoekscentrum, het CTB.

Hoe Vlaming te zijn?

Door Marc van Oostendorp

Er is, voor een Nederlander, nauwelijks een curieuzer cultuur dan de Vlaamse: zo dichtbij in zoveel verschillende opzichten en tegelijkertijd zo vreemd. Over Engelsen, over Duitsers, over Fransen, over Luxemburgers of Denen wordt in Nederland minder in termen van sjablonen gesproken dan over Vlamingen. (Het enige volk dat nóg onbekender is, zijn de Walen. Over een Waal weet een Nederlander helemaal niets.)

Die sjablonen gelden bijvoorbeeld voor de taal. Vlamingen zouden daar enorm gehecht aan zijn, aan onze gezamelijke taal, veel meer dan Nederlanders die om het minste of geringste bereid zijn deze taal aan de kant te schuiven. Vlamingen daarentegen wonnen het Groot Dictee ieder jaar moeiteloos, totdat de Nederlandse publieke omroep een harteloos einde maakte aan dat taalevenement. Dat tegelijkertijd er momenteel nauwelijks sprake is van enig openbaar taalleven in Vlaanderen – er is geen vereniging van taalliefhebbers, het enige publiekstijdschrift Over taal is onlangs zonder plichtplegingen opgeheven, het enige publieke taaldebat lijkt altijd en alleen maar te gaan over ‘tussentaal’ – past niet in dat plaatje, dus wordt genegeerd. Dat de VRT het Groot Dictee ieder jaar gratis kreeg doorgestuurd door de Nederlandse omroep en er dus nóóit aan meebetaalde, eveneens. Lees verder >>

Mission accomplished (of: hoe een spatie een vreemde taal binnenlaat)?

Door Marc Kregting

Sinds mijn verhuizing naar België snap ik beter dat taal identiteiten kan maken en breken. Die werkelijkheid strekt verder dan periodiek gebakkelei over Nederlands versus Frans, of over Standaardnederlands versus Verkavelingsvlaams. Misschien word ik uitsluitend omgeven door prinsessen-op-de-erwt, maar ik heb bedaarde mensen geëmotioneerd zien raken over één luttel woordje, binnen hechte families ontvlamden ruzies wanneer zich tussen aperitief en voorgerecht naar aanleiding van een anekdote een taaldetail aandiende.

In mijn geboorteland Nederland heerst ter zake een pragmatische instelling, dacht ik altijd. Bijvoorbeeld voor het Frans volstonden wat handgebaren en koppige herhaling, en wist voor de finetuning Gruppo Sportivo in de jaren zeventig al raad: ‘I’ll buy a dictionary / and look up what you said to me’. Maar inmiddels is een woord als finetuning niet onomstreden tegenover ‘fijnregeling’ en begint het, alsof Engels de enige invloed is, onderhevig te raken aan sociale verschillen en modes.

Of die twisten Hoekse en Kabeljauwse waarden zullen bereiken is me onduidelijk, maar ik beschouw het als een begin van rechtvaardigheid dat ook in Nederland de gemoederen hoog oplopen over taal. Moet Engels al aangeleerd worden op de lagere school? Is Cambridge-Engels echt nodig op de middelbare school? Dienen universiteiten het algemeen belang wanneer zelfs bij Nederlandse letterkunde teksten in de huidige lingua franca omgezet worden?

Ik zwijg nog over stemmen die opgaan om, decennia na de even schrijnende als gestage ineenstorting van het Esperanto, het Engels als voertaal in de hele wereld aan te nemen. Wel vraag ik me af wat laaglandse kinderen ervan weten, voor mijn part geïnternaliseerd hebben, nadat ze de banken van de kleuterschool hebben verlaten ten gunste van het echte stampwerk.

Lees verder >>

Pas verschenen: Typisch Vlaams

Door Miet Ooms


Bij uitgeverij Davidsfonds is het boek Typisch Vlaams van Ludo Permentier en Rik Schutz verschenen. Dit boek is een naslagwerk voor tekstschrijvers en sprekers, maar bevat ook heel wat interessante weetjes over taal.

In Typisch Vlaams (576 blz.) bespreken de auteurs meer dan 4000 woorden en uitdrukkingen die in Nederland niet of zelden voorkomen, maar overal in Vlaanderen te horen en te lezen zijn. Zo brengen ze de grote en kleine verschillen in woordenschat en taaleigen in beeld, zonder automatisch elk verschil af te keuren. Bij elk trefwoord staat niet alleen aangegeven of het woord tot de standaardtaal in België behoort. Je komt ook te weten of het tot het informele of net het formele register beperkt is, hoe ‘Belgisch’ het is en hoe gangbaar het is. Bij elk trefwoord is een citaat opgenomen uit een krant, tijdschrift of roman, waarin het gebruik van het woord treffend wordt geïllustreerd. Achteraan in het boek is de uitgebreide bronnenlijst van die citaten opgenomen.

Lees verder >>

Hoe Vlaams mag uw Nederlands zijn?

Door Jan Uyttendaele

De redactie van De Standaard gaf de opdracht aan twee medewerkers van de Taalunie om een lijst samen te stellen van Vlaamse varianten van het Nederlands waarover op de redactie soms onenigheid bestaat. De lijst bevat duizend woorden, gekozen uit de ruim vierduizend die in Van Dale als ‘Belgisch’ worden gemarkeerd, wordt gepubliceerd in boekvorm onder de wat provocerende titel Hoe Vlaams mag uw Nederlands zijn? (die titel verwijst naar de gelijknamige ophefmakende enquête van november 2014) en wordt aangeboden als gratis bijlage bij de krant van het weekend van 7 en 8 februari 2015. 

Dat de redactie van een krant aan haar medewerkers duidelijk wil maken, welke Belgisch-Nederlandse woorden, wendingen en uitdrukkingen ze als standaardtaal beschouwt, is natuurlijk een goede zaak. Op die manier wil ze uiteraard discussies op de redactie voorkomen en de neuzen van alle medewerkers in dezelfde richting zetten. Zo’n interne publicatie van de krant lijkt op zich erg zinvol, maar de vraag is natuurlijk wel welk nut het kan hebben om die lijst ook aan alle lezers te bezorgen. (Ik neem aan dat dit niet alleen gebeurd is om meer kranten te kunnen verkopen!) Het oordeel dat de samenstellers over al die Belgisch-Nederlandse woorden vellen, moet vanzelfsprekend gebaseerd zijn op informatie van officiële instanties: in dit geval taaladvies.net van de Nederlandse Taalunie en taaltelefoon.net van de Vlaamse overheid. De taaladviezen van deze beide instanties zijn voor iedereen gemakkelijk bereikbaar op het internet. Het heeft dan ook op het eerste gezicht weinig zin om ze nog eens in een boekje te zetten, tenzij dat boekje een meerwaarde heeft voor de gebruikers, door de beredeneerde keuze voor een aantal twijfelgevallen bijvoorbeeld of door de extra informatie die erin gegeven wordt voor een bepaald doelpubliek. In deze recensie houd ik me ver van de discussies over de status van het Belgisch-Nederlands en vraag ik me alleen af of het zin heeft om deze publicatie ook voor een ruimer publiek beschikbaar te stellen en wat de waarde ervan kan zijn voor de gewone taalgebruiker.

Lees verder >>

Ben ik eigenlijk wel Vlaams genoeg?

Door Marc van Oostendorp

Sommige van mijn vrienden dachten dat er sprake was van een complot. Waarom zou de De Standaard, ooit een van de bastions van het ABN in Vlaanderen, nu ineens zo groots uitpakken met het nieuws dat eigen Vlaamse woorden en zinswendingen in het Standaardnederlands inmiddels geen taboe meer zijn? En daarbij ook nog een toetsje presenteren waar je zelf kunt proberen hoeveel Vlaams er in je Nederlands doorklinkt? (13% scoorde ik, en daarmee ben ik volgens De Standaard ‘aan de andere kant van de grens’ ‘moeiteloos’ te begrijpen.)

Infotainment

Ik geloof niet aan een complot. Ik geloof dat de Vlaamse media niet anders kunnen – decennialang heeft men er geprobeerd vast te houden aan het idee van een unieke, geheel en al met Nederland gedeelde standaardtaal, maar dat streven is inmiddels om minstens twee redenen onhoudbaar; en zal dus gaandeweg worden opgegeven.

Lees verder >>

Asjemenou

Over het zelfmedelijden van Vlamingen

Door Marc van Oostendorp

“De Noord-Nederlandse norm regeert”, meldt de Vlaamse schrijver Margot Vanderstraeten opstandig in een column. Volgens haar proberen Nederlanders Vlamingen “de mond te snoeren” en het Zuid-Nederlandse taaleigen wordt door zijn “machtige en autoritaire variant in het Noorden” overschaduwd.

Wat heb ik nou aan mijn fiets hangen? Zijn Nederlanders bezig het Vlaams te onderdrukken?

Helaas komt Vanderstraeten niet veel verder dan een jammerklacht. Maar ze geeft net genoeg informatie om een en ander wat preciezer te analyseren.

Lees verder >>

De rol van de taalgebruiker

(door Miet Ooms)

Het zijn boeiende tijden voor een taalobservator in Vlaanderen, en moeilijke voor een taaladviseur. Zo zou je de afgelopen maanden kunnen samenvatten als je de volgende gebeurtenissen bekijkt:
– Februari 2014: zangeres Natalia en comedian Bart Cannaerts beroeren kijkend Vlaanderen met hun taal, de eerste als presentatrice tijdens de MIA’s op de openbare omroep en de laatste in dezelfde functie bij het spelprogramma De Pappenheimers op de commerciële zender Vier. Natalia wordt zelfs een aanleiding tot een parlementaire vraag, en taaladviseur Ruud Hendrickx publiceert een uitgebreid antwoord op de website van de openbare omroep. Vier, niet gebonden aan een beheersovereenkomst met de overheid, reageert laconiek: ‘We hebben hem gekozen om zijn eigenheid, zijn taal maakt daar deel van uit en wie hem niet verstaat, kan de ondertiteling via teletekst gebruiken.’
Lees verder >>

Verschenen: Woordenboek van de Vlaamse Dialecten, 28e aflevering

Onlangs is de 28ste aflevering verschenen van “Het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten”, d.i. het dialectlexicografische project dat al sinds 1972 loopt aan de afdeling Nederlandse Taalkunde van de Universiteit Gent en waarin de traditionele dialectwoordenschat beschreven wordt van het gebied West-, Oost-, Zeeuws- en Frans-Vlaanderen. De nieuwe woordenboekaflevering “Gewassen algemeen: teelt en oogst” sluit inhoudelijk aan bij de rubriek Landbouwwoordenschat. Het boek geeft een overzicht van de dialectwoorden die gebruikt worden om allerlei zaken en handelingen te benoemen i.v.m. de teelt en de oogst van landbouwgewassen in het algemeen, zoals graan-, voeder-, nijverheids- en andere gewassen. Concreet worden begrippen behandeld als zaaien en planten, de delen van de plant, de groeistadia en de wijzen van groeien, onkruid- en ongediertebestrijding en het oogsten en verwerken van de gewassen. Zo kom je onder meer te weten wie of wat een korenpetie is, een vrome, een weeuweboer en een opgaander of wat gewassen doen als ze overlopen, verzangelen of beunigen.

“Gewassen algemeen: teelt en oogst” is samengesteld door Roxane Vandenberghe, Magda Devos en Jacques Van Keymeulen; het telt 278 pagina’s, bevat een 60-tal woordkaarten en is geïllustreerd met een 40-tal afbeeldingen. Het boek is uitgegeven bij Academia Press en kost 24 euro.

Bestellen kan via de website: http://www.academiapress.be of door te mailen naar roxane.vandenberghe@ugent.be.

Marina Marina Marina

door Miet Ooms

Vorige week kwam in België ‘Marina’ uit, de verfilming van de jeugdjaren van Rocco Granata, de zanger van onder meer de wereldhit ‘Marina’. Over de film kan ik niet meer vertellen dan dat ik hem absoluut wil zien, en dat de kritieken unaniem lovend zijn. Maar in de slipstream van de film ontstond vorige week een taalrelletje, rond de naam en het woord Marina/marina. Er doken immers enkele Marina’s op (vrouwen die Marina heten, dus) die het niet leuk vinden dat hun naam in Van Dale de betekenis ‘ordinair meisje’ meekrijgt. Aangezien zij zichzelf niet als ordinaire meisjes beschouwen, eisen ze dan ook dat het woord uit Van Dale wordt geschrapt. Het leverde vorige week woensdag in het Eén-programma Volt een pittige discussie op (die je hier kan bekijken) tussen twee Marina’s (mèt hoofdletter) en Ruud Hendrickx, hoofdredacteur van de gewraakte Van Dale.

Wat uit deze discussie heel duidelijk naar voor komt, is het misverstand dat blijkbaar nog steeds aan het woordenboek Van Dale kleeft, en dat is dat een woord zijn bestaansrecht haalt uit het feit dat het in het woordenboek staat.
Lees verder >>

Te Belgisch

Door Marijke De Belder
Omdat ik onderzoek naar woordvorming doe, plaats ik soms vragenlijsten online. Die vragenlijsten worden enthousiast ingevuld, waarvoor ik zeer dankbaar ben. Na elke vragenlijst ontvang ik steevast mails van bezorgde Nederlanders om me te melden dat mijn taalgebruik te Belgisch is. Het is niet gewoon Belgisch, zoals ikzelf. Het is té Belgisch. Net omdat ik met deze taalgebruikers de liefde voor de standaardtaal deel, wil ik er graag wat over kwijt.
Ik beken schuld. Mijn woordenschat is Belgisch. Ik gebruik bijvoorbeeld woorden als jobstudent. Goedbedoelende Nederlanders moedigen me daarom aan de belgicismen te vervangen. Ik vrees echter dat mijn taalgebruik dan te Hollands wordt. Het is namelijk niet zo dat de volledige Noord-Nederlandse woordenschat in de oren van Vlamingen neutraal klinkt. Een Vlaming trekt de wenkbrauwen evenzeer op bij ontbijtkoek als een Nederlander dat doet bij peperkoek. Er is een deel van de Nederlandse woordenschat dat nu eenmaal varieert. Ik stel voor dat we die verschillen in onze woordenschat met de mantel der liefde bedekken. Ik zie namelijk niet onmiddellijk een alternatief.

Lees verder >>

Hoe de huig-[R] oprukt in Vlaanderen

Door Marc van Oostendorp


Van alle klanken in menselijke talen, trekt de [r] ongetwijfeld de meeste belangstelling. Dat is ook terecht: er is inmiddels bijna overal wel iets mee aan de hand, bijvoorbeeld in de manier waarop hij wordt uitgesproken, of juist niet.

In het nieuwe boek Rhotics, New Data and Perspectives staan artikelen over de manier waarop Franse kinderen en Pakistaanse volwassenen de [r]-klank leren, over de precieze stand van de tong bij het Malayalam, over de manier hoe sprekers van het Hebreeuws omgaan met de [r] in leenwoorden uit het Engels en nog veel meer waar iedere r-nerd van smult!

Hans Van de Velde, Evie Tops en Roeland van Hout schrijven een artikel in de bundel over de manier waarop de huig-R oprukt in Vlaanderen (u kunt het ook hier downloaden).
Lees verder >>

De invloed van de vertaler

(door Miet Ooms)

Het is intussen alweer zes jaar geleden dat ik mijn bestaan in loondienst inruilde voor eentje als freelancer: vertaler en taaldocent.
Een van de beslissingen die ik toen als vertaler moest nemen, waren de taalparen die ik zou opgeven. De brontalen spraken vanzelf: Duits en Engels. De doeltaal daarentegen, die voor een professionele vertaler eigenlijk de meest evidente zou moeten zijn, was voor mij minder voor de hand liggend. Het is namelijk zo dat een professionele vertaler altijd naar zijn of haar moedertaal vertaalt. Dat is de taal die je tot in je vezels beheerst, en waarvan je de fijnste nuances kent. Het is slechts weinigen gegeven om een vreemde taal op dat niveau te beheersen, en mij al helemaal niet. Maar wat moest ik precies als moedertaal opgeven: Nederlands, of Belgisch Nederlands/Vlaams?
Lees verder >>

Treft mij nu een blaam?

Door Marc van Oostendorp 

Het is voor iedereen maar het beste dat ik geen jurist ben. Voor hen tellen woorden zo zwaar – je kunt je niet permitteren de wet verkeerd te interpreteren of een onduidelijkheid te laten staan in een internationaal verdrag. De twijfel zou de hele tijd aan mij knagen. 

Wat betekent het woord ‘Nederlands’ bijvoorbeeld? Wanneer is een tekst precies in het Nederlands gesteld? In het dagelijks leven kom ik er best uit: een tekst hoeft niet perfect te zijn, en niet eens begrijpelijk, maar als een moedertaalspreker van het Nederlands hem herkent als Nederlands, is hij Nederlands.

Maar hoe moet dat nu als men van rechtswege gaan eisen dat je Nederlands schrijft? Wat zijn dan de grenzen? Stel dat iemand mij voor de rechter zou slepen omdat hij meent dat ik geen Nederlands schrijf, hoe kan ik me dan verweren? Hoe bewijs aan een onwillige dat de letters die hier staan wel degelijk Nederlands zijn?

De kwestie werd gisteren actueel toen Dertien. Magazine voor het Vlaamse overheidspersoneel (is magazine een Nederlands woord?) het bericht plaatste dat Vlaamse ambtenaren alleen in het Nederlands mogen twitteren. Ze mogen zelfs geen berichten in andere talen retweeten (doorsturen via Twitter).

Meteen begon ik me, plaatsvervangend voor de Vlaamse ambtenaar, allerlei zorgen te maken.
Lees verder >>

Een andere naam voor (zuidelijk) Nederlands?

Begin dit jaar riep Anne Provoost in Taalschrift op voor een andere naam voor het Nederlands, en zeker het Nederlands in België (http://taalschrift.org/editie/94/gezocht-andere-naam-voor-nederlands). Haar voornaamste reden: zij, als Belgische/Vlaamse, wordt in het buitenland als Nederlands auteur aanzien en omschreven, omdat ze in het ‘Nederlands’ schrijft. Daar lijkt in eerste instantie veel voor te zeggen, maar er zitten toch wat haken en ogen aan.
Lees verder >>

Een denkpiste

‘Ook Nederlander De Zeeuw piste in Anderlecht’.

Dat was de krantenkop die ik van een facebookvriend doorgespeeld kreeg, met de opmerking ‘Wàt deed die Nederlander precies in Anderlecht?’ Glimlachje, om de dubbelzinnigheid van die titel. Want ‘piste’, dat kan natuurlijk zowel een zelfstandig naamwoord zijn als de verleden tijd van het werkwoord ‘pissen’. Foei toch. Grijns. Denkt waarschijnlijk elke Vlaming die deze titel onder ogen krijgt.

De doorsnee-Nederlander zal waarschijnlijk eerder de wenkbrauwen fronsen, net omdat die evidente Vlaamse dubbelzinnigheid hem ontgaat. Waarom piste die De Zeeuw nou in Anderlecht? Want ‘piste’ (of beter ‘denkpiste’), in de betekenis van ‘optie’ of ‘denkspoor’, dat is typisch Vlaams, of Belgisch Nederlands zo u wil.

Lees verder >>

Oppassen met die Vlamingen

Voor onnozele clichés over taal kun je in Nederland het best bij de Volkskrant zijn. Er is echt geen enkel ander medium in ons land waar gebrek aan inzicht in taal de eerste voorwaarde lijkt te zijn om toe te treden tot de redactie. Ik geloof niet dat ik in de afgelopen twintig jaar ooit één verstandig woord over taal in die krant gelezen heb.

De krant waar de taalwetenschap wordt overgelaten aan de redactrice die ook mode doet en de taalcolumn aan de man die lollige stukjes schrijft over tv, heeft sinds enige tijd ook een ‘redactieblog‘ waar de redactie ingaat op fouten in de krant. Vaak zijn dat taalfouten, of wat de redactie van de Volkskrant als ‘taafouten’ beschouwt.

Deze week was het weer raak.
Lees verder >>

Dapper roepen maar niets lezen

Over het Verkavelingsvlaams

Het komt niet vaak voor dat een academisch boek over taal onmiddellijk tot discussie in de krant leidt, maar de Antwerpse taalkundigen Kevin Absillis, Jürgen Jaspers en Sarah Van Hoof is het gelukt met hun boek De manke usurpator. Over Verkavelingsvlaams, dat donderdag verscheen.

De Vlaamse kranten stonden er vol van. Allerlei schrijvers bemoeiden zich ermee: Geert van Istendael, Dimitri Verhulst en Stefan Hertmans. De schrijvers stelden zich stuk voor stuk op als hoeders van de cultuur tegen die verderfelijke academici. Maar geen van hen geeft er blijk van ook maar een blik in het door hen zo verfoeide boek geworpen te hebben.
Lees verder >>

De edele taal van Vlaamse soapsterren

Dat er in Vlaanderen een nieuwe taalvariëteit van het Nederlands aan het ontstaan is, is geen nieuws. Ze wordt bijvoorbeeld in soapseries gebruikt, omdat een specifiek dialect daar niet voor iedereen begrijpelijk zou zijn en het Standaardnederlands te stijf zou klinken, maar ook steeds meer in het dagelijks leven.

De nieuwe vorm heeft zelfs al twee min of meer algemeen bekende namen: Verkavelingsvlaams en tussentaal. De tweede term is het neutraalst en het duidelijkst: het betreft hier een taalvorm die tussen het traditionele dialect en de standaardtaal in zit: het is niet zo duidelijk aan een bepaalde regio (Limburg, West-Vlaanderen, enz,) gebonden als het dialect, maar heeft daar wel vormen van overgenomen (‘kunde gij dat doen’).

Lees verder >>

‘D’olje komt assan booven’

Getouwtrek om het Frans-Vlaams

Wordt er in Frankrijk nog Nederlands gesproken? Alleen al over de formulering van die vraag kun je grote ruzie krijgen, blijkt uit het julinummer van de Nederlandse editie van National Geographic. In dat nummer is uitgebreide aandacht voor ‘stervende talen’ en de redactie die het ‘Frans-Vlaams’ als een voorbeeld beschouwt, heeft er een verslaggever op uit gestuurd.

De discussie over de status van de taal uit dat gebied blijkt in die reportage meteen een gevaarlijk wespennest waarin (quasi-)wetenschappelijke en politieke argumenten vrijelijk door elkaar gebruikt worden. Zo komen enkele ‘activisten’ aan het woord van de Akademie voor Nuuze Vlaemsche Taele die “het Vlaams niet zozeer als een Nederlands dialect [zien], maar als een taalvariant die zich direct uit het Germaans ontwikkelde.”

Lees verder >>