Tag: verleden tijd

Nimmer meer ‘vier appels meer’: verdwijnende tijd

Door Henk Wolf

Het Franse woord jamais heeft geen vaste vertaling in het Nederlands. Afhankelijk van de context kun je het als ooit, nooit of altijd vertalen (en er zijn misschien nog wel meer mogelijkheden). Kijk maar naar de onderstaande zinnen:

  • Tu es le pire client que j’ai jamais eu.
    (‘Jij bent de beroerdste klant die ik ooit heb gehad.’)
  • Je n’ai jamais vu autant de colère.
    (‘Ik heb nog nooit zoveel boosheid gezien.’)
  • Il est dans le tombeau pour jamais endormi.
    (‘Hij ligt in het graf, voor altijd ingeslapen.’)

Nederlandstaligen vinden het vaak wat gek dat een woord drie zulke verschillende betekenissen in zich kan verenigen. Toch heeft het Nederlandse ooit naast de betekenis ‘op enig moment’ ook weleens de eigenschap ‘op elk moment’, die we meer met het woord altijd zouden associëren. Kijk maar naar de volgende zinnen:

Lees verder >>

A note on nasal assimilation in Hellendoorn Dutch

Door Gertjan Postma

Nijen Twilhaar & Van Oostendorp (2000) wonder why the following assimilation contrast exists in Helledoorn Dutch. While the personal ending morpheme /-n/ shows place assimilation to the root consonant in the present tense, it lacks assimilation in the past tense. For instance [pɑkn̩] ‘took’ contrasts with present tense cases such as [pɑkŋ̩] ‘take’. This distinction in assimilation functions as a distinction in tense in this case. How can assimilation be a marker of tense? T&O assume deletion of an erstwhile tense marker –de which is now without segmental expression. So they analyze /pak+n/ for the present tense and /pak+ø+n/ for the past tense. The k-n sequence gives rise to an assimilated [pɑkŋ̩], while in the latter structure, the past morpheme blocks place spreading, giving rise to [pɑkn̩], both with a syllabic nasal. T&O assume that this past tense morpheme is not completely deleted because of recoverability (captured as their constraint Trace): a coronal feature is retained to which the suffixal /n/ assimilates. Roos (2009) criticizes this hypothetical past morpheme and take –en as the past morpheme in this dialect and all the similar Low Saxon dialects. It cumulates in his map of the weak past tense, where some dialects (nr 21 and 22) have –en as their weak preterit morpheme, some have -Ø, some the more usual –de. Lees verder >>

Meenge mooie meid heeft door de domme, lange nacht

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (144)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Verlangen

Meenge mooie meid heeft door de domme, lange nacht,
naar het naakte bijzijn van de minnaar smartelik getracht,
zij heeft in de grote leegte van haar wit bed, de peluw gekust,
als wilde ze zijn matte hoofd in rust gesust.

Haar hoofd was ongerust te midden van de wilde haregeur,
haar armen grepen, bang begeren, om’t onzekere genot
dat zich niet bieden wou, als een wrang gebod
aan haar verlangen, door de nacht, – ’n weerstandloze deur. –

Haar vingren koesterden de naaktheid van het eigen lijf en rilden;
het eigen lijf dat onvoldaan bleef en vermoeid, onder het geheim
van deze koestering; de nacht, als één levende adem, trilde.

Haar adem ging opgelost in de nachtelike adem,
haar verlangen tot de eindelike slaap gesmacht.
Meenge mooie meid door de zware, zwoele nacht.

(Paul van Ostaijen)

Er is een bepaalde manier van verleden tijden gebruiken bij het vertellen van verhalen die langzaam maar zeker ten onder dreigt te gaan. In dit gedicht van Paul van Ostaijen wordt hij nog in volle glorie gepresenteerd.

Ik kreeg er onlangs een e-mail over: Lees verder >>

Wanneer is nu?

Door Marc van Oostendorp

Lijkt de betekenis van nu meer op die van ik of meer op die van hij? Dat is een van de fascinerende vragen die Daniel Altshuler opwerpt in zijn nieuwe, gratis te downloaden studie Events, states and times, waarin hij ingaat op de manier waarop er in verhalen met de tijd wordt omgegaan.

Op het eerste gezicht lijkt nu meer op ik dan op hij. Ik verwijst altijd naar de spreker: het krijgt alleen een andere betekenis wanneer iemand het gebruikt:

Irene zei dat Peter liever wilde dat ik wegging.

Anders zit dat met hij dat verwijst naar ‘de belangrijkste (mannelijke) persoon waarover we op dit moment aan het praten zijn’. In de volgende zin kan dat Peter zijn, of iemand die ik aanwijs terwijl ik deze zin uitspreek, of iemand over wie we het net hebben gehad: Lees verder >>

Zag mij!

Door Marc van Oostendorp

Elektronische post uit het oosten van Nederland! Hoe staat de taal er daar voor, volgens onze correspondent ter plaatse?

Mijn zoon (7) en mijn dochter (13) hoor ik iets zeggen dat mijn dochter (19) niet zegt: ‘Zag mij!’. Of ‘zag mijn gezicht!’
Ze geven ermee aan dat de gezichtsuitdrukking of de handeling alweer in het verleden ligt. Eigenlijk dus: ‘heb je gezien dat…’ Of: ‘Heb je mijn gezicht gezien?’
Even vroeg ik me af of ze dit elkaar hebben aangeleerd, en het dus iets is van binnen onze sibbe. Maar ik hoorde het een vriendinnetje van mijn dochter (ook 13) ook zeggen, en op het schoolplein van mijn jongste hoorde ik het een kind zeggen dat voor zover ik weet niet bevriend is met mijn zoon.

Als ik het op Twitter navraag, blijken anderen het wel te herkennen, al is het een beetje moeilijk de constructie af te baken. Ze is natuurlijk interessant omdat het lijkt te gaan om een gebiedende wijs in de verleden tijd. Lees verder >>