Tag: verkleinwoorden

Verkleinwoorden leren

Door Marc van Oostendorp

Wie geen verkleinwoordjes maakt, kan niet zeggen dat hij Nederlands spreekt. Hun betekenis is subtiel (een watertje is niet per se kleiner dan een water, als wel iets anders, namelijk gebotteld of in een glas ter beschikking gesteld), en er zijn ook vele vormen. Alleen al in de standaardtaal zijn er vijf verschillende uitgangen: je (hoopje), tje (zeetje), pje (raampje), kje (kettinkje) en etje (ringetje). Wanneer gebruik je welke vorm?

Ga er maar aanstaan als een kind dat dit allemaal moet leren. Toch pikken alle kinderen het systeem op een bepaald moment op. Hoe doen ze dat? En vooral: wat bepaalt in welke volgorde ze die achtervoegsels leren. Beginnen ze bijvoorbeeld met de eenvoudigste vorm? Of met de vorm die het vaakst voorkomt. Lees verder >>

Van taalvitter naar taalfitter

Door Jan Renkema

Vijf jaar lang verzamelde het Instituut voor de Nederlandse Taal taalirritaties in verkiezingen onder de titel Weg met dat woord! In dit boekje worden de inzendingen besproken en gaan de auteurs dieper in op die ergernissen. Ik kreeg het boekje en ik irriteerde mij zó dat ik het heb weggeven aan een man die mij tijdens het baantjes trekken steeds probeerde naar de kant te socializen (‘druk hè, u was er vorige week niet hè’). Hij zag het zwembad als een watersociëteit en bestond het zelfs om mij, met toch al enig emeritaat achter de rug, aan te spreken met ‘Dag jongeman’. Ik haat dat!

Irritatie over taal? Tot mijn ergernis had het maandblad Onze Taal jarenlang een rubriek Taalergernissen. Nooit zal ik het artikeltje vergeten van Caroline Hoonhout uit Arnhem (2009:71) onder de titel ‘Grootste ergernis’: “Ik heb vele ergernissen. (volgen acht voorbeelden) Maar de grootste ergernis ben ikzelf, omdat ik het mezelf zo moeilijk maak. Waarom ergeren deze dingen mij toch, terwijl de meeste mensen zulke fouten niet eens opmerken en daar ook helemaal niet mee zitten.” Volgens mij moet deze Caroline Hoonhout erelid worden van het Genootschap Onze Taal. Lees verder >>

Marrekies

Door Marc van Oostendorp

Iemand schreef ergens lievie en iemand vond dat vreemd. Dat moest toch lieffie zijn, met een f? Iemand wendde zich tot mij en vroeg wat nu het juiste antwoord was.

Er is natuurlijk geen ‘juist’, maar ik zou zelf hier ook geneigd zijn een f te zeggen. De enige reden die ik me kan voorstellen is als je toch al geen verschil maakt tussen f en v, als je faal en vaal op dezelfde manier uitspreekt – wat natuurlijk veel mensen doen, daar niet van, en daar is ook weinig op tegen.

Maar ik, die wel verschil maak tussen faal en vaal zou zeker lieffie zeggen als ik een lieffie had om het tegen te zeggen. Hoe zit dat? Ik zeg toch ook lieverd, met een v, of lieve oma, lieveling? Lees verder >>

Een sneejke en een kaffeetje

Door Marc van Oostendorp

eike en eitje in West- en Oost-Vlaanderen. Bron: het besproken artikel

De onlangs overleden dialectoloog Johan Taeldeman blijkt bij zijn overlijden nog een klein sieraadje te hebben achtergelaten. Het artikel is onlangs gepubliceerd in Taal en Tongval, zijn lijfblad, het gaat over het dialect van zijn geboortedorp, Kleit in het noordwesten van Oost-Vlaanderen, en het doet waar Taeldeman altijd zo goed in was. Het haalt een feitje naar boven dat de taalkundige kan verwonderen.

Dat feitje gaat over de manier waarop je het verkleinwoord maakt. Vrijwel ieder dialect in het Nederlandse taalgebied doet dat op zijn eigen manier, en al die manieren zijn ingewikkeld: soms gebruik je de ene uitgang en dan weer de andere. In de standaardtaal zeg je bijvoorbeeld raampje met pje en rammetje met etje.En dat is nog maar het topje van de ijsberg. Lees verder >>