Tag: verhalen

Waarom zijn helden gevaarlijk?

Hou jij ook van heldhaftige romans als “De leeuw van Vlaanderen”, “The Lord of the Rings” of zelfs “Alice in Wonderland”? Pas dan maar op! Want volgens literatuurwetenschapper Kevin Absillis kunnen deze boeken ook gevaarlijk zijn! En Hugo Claus, die wist dat. Want als kind had hij er zich zelf door laten vangen. Zijn roman, “De verwondering”, vormt dan ook de leidraad in dit college. Net het boek “De held met de duizend gezichten” van Joseph Campbell die eigenlijk zegt dat alle verhalen hetzelfde patroon volgen. Luister naar Kevin Absillis van de Universiteit Antwerpen en Assepoester zal lang niet meer zo onschuldig zijn als jij denkt!

(Bekijk deze video op YouTube.)

Hoe ‘helden’ in reclames ons raken… en aan een merk binden

(Persbericht Radboud Universiteit)

Wellicht heb je hem ooit gezien: de Nike-reclame waarin tennisster Serena Williams zich neerzet als vrouw die oordelen van anderen terzijde schuift en haar eigen weg kiest. Deze en vergelijkbare reclames zorgen ervoor dat mensen zich aangetrokken voelen tot een merk door een verhaal dat ogenschijnlijk nauwelijks over dat merk gaat. Hoe dat werkt laten communicatie- en informatiewetenschappers José Sanders en Kobie van Krieken van de Radboud Universiteit zien in een publicatie in  Frontiers in Psychology die vandaag, 19 september verschijnt. Lees verder >>

In memoriam Jurjen van der Kooi (Hardegarijp 22-12-1943 – Drachten 4-9-2018).

Door Theo Meder

Jurjen van der Kooi

Met grote verslagenheid is kennis genomen van het overlijden van Jurjen van der Kooi. Jurjen was vele jaren onderzoeker en hoofddocent aan het Nedersaksisch en Fries Instituut van de Faculteit der Letteren aan de Rijksuniversiteit Groningen, onder andere op het gebied van vertelcultuur. Jurjen was een gedreven publicist en een vraagbaak voor wie maar een beroep op hem deed. Hoewel Jurjen al langere tijd problemen had met zijn gezondheid, komt zijn overlijden toch erg plotseling, en treft ons diep. Lees verder >>

De verhalen in onze taal zijn de troef van ons vak

Door Floor van Renssen.
Met medewerking van Anneke Smits en Erna van Koeven.

Enkele weken geleden verschenen er vlak achter elkaar een aantal emotionele artikelen over literatuuronderwijs aan tweedegraads lerarenopleidingen. Collega’s vielen elkaar aan op een snibbige toon. Het begon met de column van Coen Peppelenbos op weblog Tzum over het feit dat literatuur van voor 1880 niet meer verplicht is in de herijkte kennisbasis voor lerarenopleidingen Nederlands. Marc van Oostendorp wond zich hier over op: ‘Nu heb ik er genoeg van!’. Hij schreef over ‘het hbo’ (hij bedoelt de lerarenopleiders die de kennisbasis vaststelden): ‘Hiermee heeft het hbo laten zien dat het niet in staat is een eigen ‘kennisbasis´ vast te stellen, dat men zich te veel laat leiden door allerlei andere overwegingen en niet door de wens leraren te kweken die een voorbeeld voor hun leerlingen kunnen zijn – voorbeelden van nieuwsgierigheid, van eruditie, van iets verder kijken dan je neus lang is.’

En toen had ík er genoeg van. Lees verder >>

Een kalender vol gruwelijke verhalen

Door Kobie van Krieken

Dat organisaties strategisch gebruik maken van verhalen in hun communicatie, is geen geheim meer. Verhalen over de ontstaansgeschiedenis van een bedrijf dienen de betrokkenheid van werknemers te verhogen, verhalen over producten en diensten dienen de consument tot een aanschaf te verleiden, en ervaringsverhalen over gezondheidsproblemen dienen het publiek te informeren over of aan te zetten tot gezond gedrag. In al deze contexten werken verhalen emotionerend en overtuigend: ze laten ons meeleven met personen met wie we ons kunnen identificeren en kunnen op die manier onze overtuigingen en gedragsintenties beïnvloeden.

Ook de politie maakt gebruik van verhalen, onder andere in de zogeheten Cold Case Kalender uit 2018. Deze kalender is een verzameling van onopgeloste zaken die de politie (opnieuw) onder de aandacht wil brengen. De kalender wordt verspreid onder gedetineerden, want die hebben nu eenmaal veel tijd om te lezen en vaak een schat aan kennis over het criminele circuit, maar ook mensen buiten de gevangenispoorten kunnen de kalender raadplegen en indien mogelijk hun steentje bijdragen. Het kan namelijk zomaar zo zijn, stelt de inleiding op de kalender, “dat u al jarenlang belangrijke informatie over een misdrijf voor uzelf houdt. Door deze te delen kan er een last van uw schouder vallen.” Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als iemand die verantwoording aflegt

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (31)

Door Marc van Oostendorp

Waarom vertelt de verteller? Dat is in de wereldliteratuur lang niet altijd duidelijk. Een of andere instantie begint uit het niets het verhaal te doen van een vrouw die overspel pleegt en laat ons honderden pagina’s later weer alleen met een lijk en onze alledaagse beslommeringen. En zelfs als die persoon zichzelf in het verhaal betrekt en zich ik noemt, kun je je vaak afvragen: waarom is die persoon honderden pagina’s lang bezig een verhaal uit de doeken te doen? Waar hij zelfs helemaal niet zo gunstig uit naar voren komt?

Bij vertellers die aantoonbaar niet de waarheid spreken doet zich die vraag soms in verhevigde mate voor. Waarom liegt die verteller in ’s hemelsnaam? Wie wil hij eigenlijk iets op de mouw spelden?

Wellust

In het werk van Ilja Leonard Pfeijffer is van dit alles geen sprake. Er is in het proza altijd een reden waarom de verteller zijn verhaal vertelt, en die reden wordt meestal vrij expliciet gemaakt. De doodenkele keer dat het niet zo duidelijk is, zoals in De Griekse mythen, blijft de lezer zelfs enigszins verweesd achter omdat zich inderdaad de vraag voordoet: wie vertelt al deze verhalen en waarom?

Heel vaak is er in het proza bijvoorbeeld sprake van een rechtszaak. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als moderne sageschrijver ♥

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (13)

Door Marc van Oostendorp

Een van de minst begrepen boeken van Ilja Leonard Pfeijffer is Harde feiten. 100 romans (2011). Veel recensenten hebben gedacht dat het ging om een parodie, of een verzameling parodieën. Je kunt het immers niet serieus menen dat je romans kunt schrijven van minder dan 500 woorden. Een van de romans heeft zelfs een titel (‘Zelfportret van de dichter op negendertigjarige leeftijd’) die een woord (vijf lettergrepen) langer is dan de feitelijke roman (‘Gewoon. Maandag. Lekker treurig. Verder niets.’)

De mooiste bespreking van het boek werd op De Reactor gegeven door Hans Demeyer, die erop wees dat de verhalen in Harde feiten niet alleen maar verhaaltjes zijn, en niet alleen parodieën of stijloefeningen. Ze gaan ergens over: de machteloze manier waarop we aan het leven vorm en betekenis proberen te geven door er verhalen van te maken. Het grotere belang dat verhalen uiteindelijk hebben dan ‘harde feiten’. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als lekker wijf

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (5)

Door Marc van Oostendorp

Het tweede leven dat de dichter Ilja Leonard Pfeijffer ooit leidde, bestaat nog steeds. In 2007 begaf hij zich enkele maanden op Second Life, een website waar de internetgebruiker zich een andere identiteit kan aanmeten – een poppetje dat je kleren kon aandoen en een naam kon geven en waarmee je dan een wereld in kon trekken met andere poppetjes met andere namen en andere kleren.

Het was een hype, in 2007. Bedrijven richtten er kantoren in: hier zouden de klanten te vinden zijn. Universiteiten gingen college geven op Second Life. ‘First Life’-gemeenten openden er hun loket. De toekomst was een poppetje met een zelfverzonnen naam en een zelfinelkaargepixeld jurkje.

Ilja Leonard Pfeijffer was Lilith Lunardi. Lees verder >>

Wanneer is nu?

Door Marc van Oostendorp

Lijkt de betekenis van nu meer op die van ik of meer op die van hij? Dat is een van de fascinerende vragen die Daniel Altshuler opwerpt in zijn nieuwe, gratis te downloaden studie Events, states and times, waarin hij ingaat op de manier waarop er in verhalen met de tijd wordt omgegaan.

Op het eerste gezicht lijkt nu meer op ik dan op hij. Ik verwijst altijd naar de spreker: het krijgt alleen een andere betekenis wanneer iemand het gebruikt:

Irene zei dat Peter liever wilde dat ik wegging.

Anders zit dat met hij dat verwijst naar ‘de belangrijkste (mannelijke) persoon waarover we op dit moment aan het praten zijn’. In de volgende zin kan dat Peter zijn, of iemand die ik aanwijs terwijl ik deze zin uitspreek, of iemand over wie we het net hebben gehad: Lees verder >>

Karakters, agenten en causale verbanden

Door Marc van Oostendorp

9780199282609Hebben jullie er boodschap aan dat ik hier vroeg in de ochtend in mijn pyjama’tje zit te tiepen? Dat vroeg ik me af terwijl ik het boek Narratives and Narrators. A Philosophy of Stories van de Britse filosoof Gregory Currie aan het lezen was.

Currie raakt in dat boek aan allerlei intrigerende kwesties die te maken hebben met het verschijnsel verhaal. Wanneer beginnen we een opsomming van gebeurtenissen een verhaal te noemen? Wat heeft het vertellen van een verhaal met imitatie te maken? En wat is eigenlijk een ironische manier van vertellen? Wat is ‘karakter’ en als het karakter van de personages zo’n belangrijke structurerende en drijvende kracht is achter heel veel verhalen, hebben we dan eigenlijk wel wat aan verhalen als de wetenschap meer en meer lijkt aan te tonen dat het hele begrip ‘karakter’ misschien wel een illusie is?

Lees verder >>

Dr. Theo Meder bijzonder hoogleraar Volksverhaal en vertelcultuur in Groningen

Theo Meder is aan de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen benoemd tot bijzonder hoogleraar Volksverhaal en vertelcultuur van de middeleeuwen tot heden in Nederland in een internationale context, vanwege het Meertens Instituut van de KNAW.

Theo Meder (1960) is tevens werkzaam als senior-onderzoeker aan het Meertens Instituut voor Nederlandse Taal en Cultuur. Hij is gespecialiseerd in volksverhalen, mondelinge overlevering en vertelcultuur in Nederland. Meder studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit Leiden. Na zijn promotie in 1991 deed hij onder meer onderzoek naar vertelculturen, het sprookjesrepertoire van de Friese verteller Anders Bijma en broodjeaapverhalen in het dagelijkse leven. Hij deed tevens veldwerk in de multiculturele wijk Lombok in Utrecht, waar hij verhalen verzamelde van autochtone en allochtone bewoners, en hij ging in New Age kringen op zoek naar religieuze repertoires en getuigenisverhalen.

Lees verder >>

Verrassende personages zijn niet geloofwaardig

Door Marc van Oostendorp


Vandaag ga  ik jullie een verhaaltje vertellen. Sam en Anne houden van elkaar, hun liefde groeit iedere dag, hun harten raken steeds inniger aaneengeklonken. Het is dinsdag. Sam maakt ontbijt voor Anne zoals ze dat iedere ochtend doet. Nadat ze de wentelteefjes heeft uitgeserveerd en er kaneel over heeft gestrooid, loopt ze terug naar de keuken, neemt een broodmes en steekt Anne in haar rug.

Klaar! Vonden jullie dit een fijn verhaaltje? Nee, he? Maar waarom eigenlijk niet? Daarover gaat een nieuw artikel van Antoine Saillenfest en Jean-Louis Dessalles in Literary and Linguistic Computing. Zij stellen vast dat een goed verhaal in ieder geval interessant moet zijn.

Ja, zo kan je zus ook onderzoek doen. Maar wat betekent dat?

Er zijn verschillende manieren waarop een verhaal interessant kan zijn.
Lees verder >>

Roodkapje kleedt zich helemaal uit

Door Marc van Oostendorp


’s Ochtends schrijf ik meestal eerst dit stukje, dan haal ik koffie –mijn vrouw klaagt als ik te vroeg in de ochtend de espressomachine laat ratelen –, en dan zoek ik er nog even een plaatje bij.

Wat is daar de zin van? En dat heb ik het nu even niet over dat schrijven van stukjes, koffie drinken of luisteren naar mijn vrouw, maar het zoeken van plaatjes? Tot een jaar of vijf geleden werd Neder-L via de e-mailverstuurd met niente plaatjes, maar nu kan dat niet meer. Jullie zouden toch wel raar op staan te kijken wanneer je ineens enorme grijze lappen krijgt voorgeschoteld.

In Sterke verhalen beschrijven Jeroen Salman, Roeland Harms en Talitha Verheij de centsprent, het vaak goedkope drukwerkje dat vooral in de achttiende en de negentiende eeuw populair was en waarin in enkele korte zinnen, ondersteund met veel plaatjes, een verhaaltje werd verteld.
Lees verder >>

De taal van leven en dood

Korte inleiding in het werk van William Labov (5)


Door Marc van Oostendorp

Misschien is The language of life and death William Labovs laatste boek. Het zou er in ieder geval een mooie titel voor zijn, en een waardige inhoud. Hij ontleedt er een groot aantal verhalen in die mensen hem in de loop van zijn loopbaan hebben verteld: verhalen over ervaringen waar mensen dachten dat ze dood zouden gaan, of bijvoorbeeld met heel heftig geweld werden geconfronteerd.
Hoe vertellen mensen spontaan zulke verhalen? Hoe bouwen ze zo’n vaak schokkend verhaal ter plekke op? Waar beginnen ze, waar wijden ze uit, op welk punt houden ze weer op? Aan de hand van, op zichzelf al vaak ontroerende, levensverhalen die mensen Labov of zijn studenten de afgelopen vijftig jaar spontaan verteld hebben, laat hij zien hoe er orde zit in zulke verhalen.
Lees verder >>

Het genenpaspoort van Roodkapje


Dat de belangstelling voor digital of e-Humanities nog altijd groeiende is, hoef ik hier niemand uit te leggen. Ook binnen het volksverhaalonderzoek (in het kader van het vak volkskunde, etnologie of – in het Engels – folklore studies) verschijnt er tegenwoordig regelmatig een computationele studie, vooral op het gebied van verhaalstructuren. Vijf dagen geleden verscheen het open access en peer-reviewed artikel ‘The Phylogeny of Little Red Riding Hood‘ in PLOS ONE van de hand van de Britse onderzoeker Jamshid J. Tehrani, verbonden aan de afdeling antropologie én het centrum voor co-evolutie van biologie en cultuur aan de universiteit van Durham (een opmerkelijke combinatie!). In zijn studie keert Tehrani terug naar de ruim honderd jaar oude ‘historisch-geografische’ methode die het onderzoek naar volksverhalen een wat solider wetenschappelijke basis wilde geven. In deze methode werd vastgesteld dat er internationaal volksverhalen circuleren die tot hetzelfde ‘type’ behoren. Voor nu is het voldoende om te weten dat het sprookje van Roodkapje het internationale typenummer ATU 333 heeft gekregen, en dat het sprookje van de Wolf en de Zeven Geitjes behoort tot type ATU 123. Had je eenmaal alle varianten zo veel mogelijk verzameld, dan kon je volgens de historisch-geografische methode drie vragen beantwoorden: 1. Hoe oud is het sprookje bij benadering? 2. In welk kerngebied is het sprookje ontstaan? en 3. Hoe verliep de plot van het sprookje in zijn oervorm? Deze vragen zijn in het verleden met wisselend succes beantwoord, en omdat de methode toch minder exact was dan gehoopt, is men zich weer op andere invalshoeken gaan concentreren. Het internationale typensysteem is evenwel gehandhaafd; de laatste herziene versie van Aarne-Thompson-Uther dateert uit 2004.

Muis en de tweefasenstructuur

Er bestaat geen recept voor een goed boek. Genoeg mensen hebben in het verleden geprobeerd het geheim van de literatuur te doorgronden, genoeg mensen proberen het nu en genoeg mensen zullen dat in de toekomst proberen. En gelijk hebben ze, of beter: gelijk hebben we, want ik ben ook zo iemand.
Er zijn wel wat ingrediënten die behoorlijk goed kunnen werken: bij een psychologische roman gooi je wat ‘race’, ‘milieu’ en ‘moment’ in een potje, een vuurtje eronder en je verhaal is klaar. Heel simpel, als je koken kan. Uiteraard begin je je verhaal in medias res, al eeuwenlang een must voor iedere verhalenverteller. Maar hoe eindig je? Simpel, de held krijgt het meisje en ze leven nog lang en gelukkig. Dat klopt, en daarvoor? Hoe laat je de held het meisje krijgen en hoe laat je de lezer merken dat hij het meisje ook zal houden? Daar is in de Middeleeuwen de tweefasenstructuur voor bedacht.

Lees verder >>

wielerkoersverhaalanalyse

We zitten midden in het voorjaarswielerseizoen, enkele grote koersen zijn al achter de rug – vele zullen er nog volgen. Wielrennen is een heel literaire sport, er valt blijkbaar goed te schrijven over de koers. Er zijn verhalen over de wielerkoers, maar is de wielerkoers ook een verhaal?
Het antwoord daarop is ‘Ja.’ Kijk maar naar de ruimte, de tijd en de personages.
Een wielerwedstrijd speelt zich af op de openbare weg, hetgeen betekent dat er een ‘echte ruimte’ is. De hoofdrolspelers verplaatsen zich door een felrealistisch decor: de regen is echte regen en zonneschijn is echte zonneschijn. Sommige regisseurs laten veel van het landschap zien: koeien in de wei, kastelen in het bos, boeren werkend op het land. Dat is toch eigenlijk net zoals sommige auteurs vertellen over het landschap?
De tijd speelt ook een belangrijke rol, want net als in een verhaal verstrijkt de tijd: komt de eenzame achtervolger op tijd bij de kopgroep? Deze vraag staat min of meer gelijk aan het spanningsverhogende element of de held de ontsnapte boeven weet te achterhalen. Een spannende koers wil je uitzien, zoals je ook een spannend verhaal niet weg kunt leggen.
Ieder verhaal heeft een hoofdpersoon, de held van het verhaal; iedere koers heeft ook een held. En net als in ieder verhaal de held helpers en tegenstanders heeft, zo heeft ook de winnaar zijn helpers gehad (de ploegmaats) en tegenstanders.
Wat het allermooist is aan deze vorm van wielerkoersverhaalanalyse is dat de held het meisje krijgt. Eind goed, al goed.

Linda werkt bij een bank

Linda heeft theaterwetenschappen gestudeerd, probeert zoveel mogelijk vegetarisch te leven, woont alleen met twee poezen en is ‘ondanks de rechtse praatjes’ nog steeds geabonneerd op de Volkskrant. Welk van de onderstaande twee beschrijvingen is het waarschijnlijkst op Linda van toepassing?

  1. Ze werkt bij een bank.
  2. Ze werkt bij een bank en is lid van GroenLinks.

De meeste mensen kiezen voor de tweede beschrijving, maar dat is aantoonbaar onjuist: Lees verder >>