Tag: vakdidactiek

De school van WPG

Waarom elke docent Nederlands schatplichtig is aan W.P. Gerritsen (1935-2019)

Dia uit colleges vakdidactiek Nederlands 1&2 op 28 en 29 oktober 2019 (GST UU, Erwin Mantingh).  

Door Erwin Mantingh

Als een vooraanstaande schrijver, dichter, cabaretier of liedjesschrijver een prijs ontvangt of overlijdt, als taalonderzoek de pers haalt, als er een onmisbaar naslagwerk verschijnt over de Nederlandse taal of literatuur: bij taal- en letterenactualiteiten stond ik als leraar, en sta ik als vakdidacticus, kort stil in mijn les of college. Maar wat vertel ik aan leraren-Nederlands-in-opleiding als een groot wetenschapper en neerlandicus overlijdt, wiens wetenschappelijke oeuvre bijna zestig jaar omspant, die ik een kleine twintig jaar van nabij heb meegemaakt als zijn student, student-assistent, promovendus en collega-docent? Een geleerde bovendien van wie de meeste van deze leraren-in-opleiding nog nooit hebben gehoord: op 24 oktober jl. overleed W.P. Gerritsen, de Utrechtse hoogleraar Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen van 1968 tot 2000 en daarna Scaliger hoogleraar in Leiden (2001-2007). 

Lees verder >>

Adieulied van Maria van Bourgondië

Door Jan Uyttendaele

Het praalgraf van Maria van Bourgondië. Bron: Wikimedia

Gisteren ging het festival  voor oude muziek Laus Polyphoniae 2019 van start in Antwerpen. De geplande concerten zullen een beeld geven van de muziek ten tijde van Maria van Bourgondië (1457-1482) en van het Bourgondische hof. Maria van Bourgondië was in de late middeleeuwen een van de machtigste vrouwen van West-Europa. Toen de vorstin van de Nederlanden in 1477 als twintigjarige aan de macht kwam, stond haar geen gemakkelijke taak te wachten. Haar oorlogszuchtige vader Karel de Stoute had haar opgezadeld met een lege staatskas, vijandig gezinde buurlanden en binnenlandse opstanden. Dankzij haar diplomatische aanpak kon de jonge vrouw in Vlaanderen de gemoederen bedaren.  Wegens haar positie was zij de meest begeerde bruid van Europa. Diverse kandidaten stonden te popelen om met haar te mogen trouwen. Het was keizer Maximiliaan van Oostenrijk die die eer te beurt viel. Door hun huwelijk werd het huis van Bourgondië verbonden met dat van het machtige Habsburg. Helaas was Maria geen gunstig lot beschoren. Door een ongelukkige val van haar paard tijdens een valkenjacht overleed ze in 1482. Ze was 25 jaar oud.

Lees verder >>

Hoe vind je de klemtoon in een woord?

Door Henk Wolf

Klemtonen zijn rare dingen. Een klemtoon maakt een lettergreep opvallender dan overige lettergrepen, maar dat kan op verschillende manieren: beklemtoonde lettergrepen kunnen bijvoorbeeld luider zijn dan hun onbeklemtoonde buren, maar ook op een hogere toon worden uitgesproken of langer worden aangehouden. Nederlandstaligen gebruiken vooral de laatste twee manieren.

Iedereen die als moedertaal Nederlands spreekt, legt klemtonen. Als anderen spreken, hoor ik waar die klemtonen liggen. Dat geldt alleen niet voor iedereen. Elk jaar weer kom ik studenten tegen die met wanhoop in hun stem vragen hoe ze in vredesnaam de klemtoon kunnen vinden. Soms hebben ze al hun toevlucht genomen tot internet en daar allerlei vuistregels gevonden, maar zelf horen doen ze het niet, niet eens in hun eigen spraak.

Uiteraard hebben we het als docenten onderling over zo’n probleem. Dan wisselen we ook de didactische aanpakken uit die we gebruiken om studenten te helpen bij de oplossing van dat probleem. Omdat ik bij het googelen niets vond wat de wanhopige student helpt, zet ik er maar een paar op een rijtje.

Lees verder >>

De huisneerlandicus en zijn rabiate groepje over het eindexamen

Door Marc van Oostendorp

Het eindexamenseizoen is weer begonnen! Het startschot voor de discussie wordt dit jaar afgevuurd door de Utrechtse vakdidacticus Patrick Rooijackers, in het deze week verschenen Levende Talen Magazine.

Tot mijn verrassing lijkt Rooijackers mij te zien als de spil van die discussie. Ik vind dat vererend, al lijkt het me ook niet juist. In ieder geval wordt zijn artikel regelmatig onderbroken door allerlei invectieven die op mij slaan: ik ben de ‘huisneerlandicus’ van de NRC, de ‘vaandeldrager van een klein groepje rabiate critici’, die tot overmaat van ramp ook nog eens ‘geen leesonderzoeker’ is, enzovoort.

Rooijackers heeft zijn artikel geschreven naar aanleiding van een advies van de lerarenvereniging Levende Talen over het eindexamen. Hij verwijt Levende Talen als ik het goed begrijp teveel hun oren naar mij te laten hangen: ook zij willen het eindexamen namelijk veranderen. Ik snap niet zo goed of hij nu wil dat het eindexamen helemaal niet verandert, of op een andere manier, maar hij lijkt zich vooral te storen aan het feit dat er over het onderwerp gediscussieerd wordt. Lees verder >>

Fons 7 is er! – Didactiek Nederlands in de klas

Het zevende nummer van het Vlaamse vaktijdschrift voor het onderwijs Nederlands voor leraren Fons heeft als centrale thema meertaligheidmeegekregen: we presenteren je de recentste cijfers als het over meertaligheid en onderwijs gaat, geven een aantal boeiende leestips, vertellen je meer over de digitale vertelkiosk van Foyer en maken je warm voor functioneel meertalig leren in de klas.

Maar zoals je dat van ons gewoon bent, is er uiteraard ook veel meer. Dit keer krijg je ook inspiratie en praktische tips om je lessen schrijfvaardigheid of poëzie in de klas aan te pakken, kijken we naar taalontwikkeling bij peuters en woordenschatverwerving bij anderstalige nieuwkomers, en laten we leerlingen zelf hun eigen handleiding maken. Lees verder >>

Naar aanleiding van het overlijden van Wim Drop

Door Ghislain Duchâteau

Het overlijden van een belangrijke didacticus Nederlands doet mij denken aan de tijd dat zijn werk in de actualiteit was. Dat is dan wel een hele tijd geleden. Toch blijven een aantal aspecten en ideeën van Wim Drop tot op zekere hoogte doorwerken in het actuele onderwijs Nederlands.

In mijn didactische bibliotheek Nederlands grijp ik dicht bij de hand het werk Taalbeheersing. Handboek voor taalhantering van dr. W. Drop en Drs. J.H.L. de Vries uit 1974. Daarbij hoort een Oefenboek 1 bij Taalbeheersing Preliminaire vaardigheden eveneens van beide auteurs uit 1974. Ook reik ik naar Inlevend lezen. Een cursus verhalen lezen, bij Wolters-Noordhoff in 1983 gepubliceerd. En dat is nog niet alles. Van Drop/De Vries is ook Ter informatie. Leergang samenvatten & schrijven van zakelijke teksten en het daarbij horende Docentenboek steeds bij dezelfde uitgever in 1976 gepubliceerd. Lees verder >>

In memoriam Steven ten Brinke

Door Helge Bonset

Op 26 april is op 89-jarige leeftijd Steven ten Brinke overleden. Hij was van 1980 tot aan zijn emeritaat in 1994 hoogleraar Didactiek van het voortgezet onderwijs, in het bijzonder de brugperiode, aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast was hij in de jaren ’80 van de vorige eeuw bijzonder hoogleraar in de theorie van de moedertaaldidactiek aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, tegenwoordig Radboud Universiteit. Hieronder ga ik vooral in op de bijdragen die hij heeft geleverd aan de ontwikkeling van de didactiek van en het onderwijs in het schoolvak Nederlands, indertijd ook aangeduid als moedertaalonderwijs.

Ten Brinke’s eerste belangrijke bijdrage was de oprichting van de VON (Vereniging voor het Onderwijs in het Nederlands) in 1969, waarvan hij in de beginjaren ook voorzitter was. De VON was een bijzondere vereniging, die een voortrekkersrol heeft gehad in de wending van een vooral literair-grammaticaal naar een meer communicatief gericht moedertaalonderwijs. Daarnaast was de VON ‘longitudinaal’ en ‘latitudinaal’: ze hield zich bezig met het moedertaalonderwijs/Nederlands van basisonderwijs tot en met hoger onderwijs, en met de rol van de moedertaal bij andere schoolvakken dan Nederlands. Ze gaf het blad Moer uit en organiseerde in de jaren zeventig van de vorige eeuw grote, druk bezochte congressen waar ‘stromen’ waren gewijd aan alle denkbare thema’s in en om het moedertaalonderwijs. In 1977 bijvoorbeeld waren dat Werken met prentenboeken. Creatief schrijven, Teksten in het LBO (Lager Beroepsonderwijs), Letterkunde-onderwijs, Luisteronderwijs, Taalonderwijs van morgen, Projectonderwijs, Politieke vorming via dramatische werkvormen en Vertellen. De VON en Moer hebben helaas de 21e eeuw niet overleefd, maar wel vindt de creatieve geest van de VON-congressen vandaag de dag nog zijn uiting in de jaarlijkse conferentie van Het Schoolvak Nederlands (HSN). Lees verder >>

Overleden: Steven ten Brinke (1928-2018)

Door Ghislain Duchâteau 

Op dinsdag 26 april 2018 is de neerlandicus Steven ten Brinke overleden. Ten Brinke was gewoon hoogleraar Didactiek van het voortgezet onderwijs, in het bijzonder in de brugperiode, aan de Universiteit Utrecht.  Hij is op 1 oktober 1963 bij Anton Reichling in Amsterdam gepromoveerd op het onderwerp ‘Onafhankelijke en afhankelijke grootheden in het taalgebruik. Een beschouwing van de theorie van Bloomfield betreffende de ’lexical’ en ’grammatical forms’’.

Hij is bij  neerlandici vooral bekend door de introductie van het principe van ‘normaal functioneel moedertaalonderwijs’. Ten Brinke definieert dat zo:

het betekent dat je je onderwijs zo inricht dat je leerlingen er iets van leren dat ze, naar eigen oordeel,
a) op korte termijn praktisch kunnen gebruiken
b) en/of boeiend vinden.

Wanneer onderwijs niet normaal functioneel is, noemt Ten Brinke het schools functioneel. Hij stelt het zo: ‘Als je, zoals helaas zo ontzettend vaak het geval is, via je school dingen leert waar je niets aan hebt, dan heeft het onderwijs dat jij ‘geniet’ geen normale functie maar een abnormale: wij spreken in dat geval van schools onderwijs’. Lees verder >>

27 april 2018: Lenteconferentie Netwerk Didactiek Nederlands, Antwerpen

Niet altijd (of niet vaak genoeg) wordt een brug gebouwd tussen recente academische strekkingen en inzichten in de neerlandistiek enerzijds en de lerarenopleidingen Nederlands anderzijds. Bovendien dringen academische vernieuwingen of accentverschuivingen vaak te laat of helemaal niet door in het secundair onderwijs. Er lijken soms wel drie eilanden te bestaan, terwijl we uiteindelijk allen in dezelfde zee vissen.

Naar aanleiding van stelling 8 van het Manifest Schoolvak Nederlands over Samenwerking en Uitwisseling, meer bepaald van de zin daaruit: ‘De uitwisseling tussen wetenschap en schoolvak moet intensiever’, groeide binnen NDN een nieuwe conceptuele invulling van de Lenteconferentie 2018. Lees verder >>

Acht baanbrekers in het moedertaalonderwijs tussen 1769 en 1936


Door Hans Hulshof

Pioniers, voortrekkers, wegbereiders, innovators, nieuwlichters, iconen: zij ontsloten elk op hun eigen manier nieuwe wegen en terreinen voor de ontwikkeling van het moedertaalonderwijs. Zij ‘vertaalden’ nieuwe ideeën op het gebied van taal, filosofie en pedagogiek naar de praktijk van het moedertaalonderwijs in artikelen, schoolboeken en didactische handleidingen. Zij spraken zich uit over de inhoud van het schoolvak. Het zijn stuk voor stuk onderwijsmensen (mannen, heren) die je nu nog graag eens zou willen spreken.
In feite gaat het om cultureel erfgoed in het kader van de (helaas nog niet bestaande) canon van het moedertaalonderwijs. Een eerste proeve. Lees verder >>

Nederlands onderzoek naar grammaticaonderwijs: hoe staat dat ervoor?

Een korte positiebepaling en wat eerste resultaten

Door Jimmy van Rijt

Sinds de zogenoemde ‘communicatieve wending’ in het moedertaalonderwijs vanaf eind jaren 60 van de vorige eeuw zijn grammaticaonderwijs en literatuur – toch zeker in de ideologische zin – wat meer naar de achtergrond van het onderwijs Nederlands verdwenen, ten gunste van algemeen communicatieve vaardigheden. In de praktijk van het schoolvak Nederlands wordt, ondanks de nadruk op communicatieve vaardigheden, echter nog altijd veel aan grammaticaonderwijs gedaan. Sterker nog: niet alleen in Nederland, maar zeker ook in internationaal verband staat grammaticaonderwijs weer tamelijk prominent op de (beleids)agenda (zie bijvoorbeeld Myhill, Jones, Lines & Watson, 2012; Watson & Newman, 2017, p. 2).

Naar grammaticaonderwijs wordt dan ook steeds meer onderzoek gedaan, en dan met name naar de relatie tussen expliciet grammaticaonderwijs en schrijfvaardigheid, met de onderzoeksgroep rondom Debra Myhill (Universiteit van Exeter, Verenigd Koninkrijk) als kartrekker. Lange tijd werd verondersteld dat grammaticaonderwijs geen positieve effecten had op schrijfvaardigheid (zie bijvoorbeeld de veel aangehaalde meta-analyse van Graham & Perin (2007)), maar dergelijke resultaten hebben vrijwel zonder uitzondering betrekking op traditioneel grammaticaonderwijs. Dergelijk grammaticaonderwijs is onderhevig aan forse kritiek: trucjes en ezelsbruggetjes domineren de didactiek, terwijl kritisch of reflectief denken en grammaticaal inzicht niet of nauwelijks aangeboord worden (zie bijvoorbeeld Coppen, 2009). Het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat zulk grammaticaonderwijs de schrijfvaardigheid niet ten goede komt.
Lees verder >>

Call voor speciaal nummer Levende Talen Magazine

“De praktische relevantie van vakdidactisch onderzoek MVT en NL”

Dit is een call voor een Special Issue over vakdidactisch promotieonderzoek en het praktisch nut daarvan voor talendocenten. De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor vakdidactisch onderzoek. Daarbij gaat het vaak om de vraag hoe een specifiek schoolvak onderwezen kan worden zodat leerlingen kennis , vaardigheden en attitudes met betrekking tot het​ ​vak verwerven. Dergelijk onderzoek heeft echter alleen zin als de opbrengsten ervan gedeeld wordt worden​met scholen en docenten, en wel op zo’n manier dat zij er ook daadwerkelijk wat aan hebben. Levende Talen Magazine (LTM) is een medium dat gelezen wordt door de doelgroep en een Special Issue over lopend vakdidactisch onderzoek met als thema ‘Vakdidactisch onderzoek en het nut voor de onderwijspraktijk’ kan er voor zorgen dat onderzoeksresultaten ook echt in de klas terecht komen. Voor dit Special Issue van LTM zoeken we bijdragen waarin dergelijk onderzoek wordt beschreven, met daarin nadruk op het praktisch nut voor talendocenten. Lees verder >>

Gesprek over het gesprek

Door Marc van Oostendorp

Een gesprek met Erwin Mantingh (Universiteit Utrecht) over het gesprek: kun je leren om een gesprek te voeren? En valt dat dan ook te toetsen? (De technische kwaliteit van deze video is wat minder dan u van ons gewend bent, maar de kwaliteit van het gesprek maakt hopelijk veel goed.)

Zes DOT’s Nederlands: samen inspirerend onderwijs ontwerpen

Uitnodiging aan docenten: wie doen (denken, ontwikkelen en werken) er mee?

Erwin Mantingh
namens de Meesterschapsteams Nederlands

De Meesterschapsteams Nederlands zoeken voor het schooljaar 2017-2018 enthousiaste docenten die in de geest van het Manifest Nederlands op school samen met ons het schoolvak Nederlands willen vernieuwen. Onder het motto ‘meer inhoud, meer plezier en betere resultaten’ zullen docenten, vakwetenschappers en vakdidactici in zes zogenoemde DOT’s (docentontwikkelteams) samen inspirerend onderwijs gaan ontwerpen.

Zes DOT’s

De docentontwikkelteams opereren verspreid over Nederland en richten zich op verschillende onderwerpen: Lees verder >>

Onderzoekers, docenten en een straatkrantverkoper: een wens vanuit de wetenschap

Door Marloes Schrijvers
promovenda vakdidactiek Nederlands (Universiteit van Amsterdam)

Begin 2017 zag ik met angst en beven de fase tegemoet waarin ik – voor de tweede keer in mijn promotieonderzoek – docenten Nederlands zou gaan werven. Ik zocht docenten die wilden deelnemen aan een interventiestudie naar de effecten van dialogisch leren in literatuurlessen op het zelfinzicht en sociaal inzicht van leerlingen in havo 4. Alleen die zin al – ‘interventiestudie’, ‘effecten’ – leek me voldoende om docenten af te schrikken, maar wat me nog meer dwarszat, was dat ene woord: werven.

Straatkrant

Op een dag in die wervingsperiode zag ik de verkoper van de straatkrant bij de Albert Heijn: hij droeg zijn rode hesje, groette me vriendelijk, wachtte of iemand eens een keer zijn straatkrant zou kopen. Ik groette terug, maar kocht geen krant. Ik had mijn vertrouwde Volkskrant al, en wat zou een straatkrant me dan te bieden hebben? Bovendien had ik geen kleingeld. Lees verder >>

Uitvliegende lio’s

Door Erwin Mantingh, Vakdidacticus Nederlands (Departement TL&C/GST) UU

Voor universitaire leraren-in-opleiding Nederlands is er jaarlijks een oploop of meetup, om het in hipstertaal aan te duiden. Maandag 27 maart jongstleden vond de landelijke liodag voor docenten Nederlands in de dop plaats aan de Universiteit Utrecht. Bijna honderd lio’s namen deel aan de openingslezing en de workshops verzorgd door opleiders en gastsprekers uit den lande, en wisselden onderling lesmateriaal uit in een goedepraktijkenmarkt . Juist dit laatste onderdeel vonden veel lio’s die ik sprak ‘inspirerend’, enigszins tot hun eigen verrassing, zo leek het. Een beproefd en sterk concept, die liodag, maar als een van de organisatoren kan ik er natuurlijk niet onbevangen over oordelen. Het was bovendien een stralende lentedag, geen wolkje aan de lucht, zo’n dag waarop vogels nesten beginnen, waarop je moeiteloos wegwensdroomt.

Hoe houden lerarenopleidingen de band en uitwisseling met hun lio’s in stand als ze eenmaal zijn uitgevlogen? Niet of nauwelijks, als ik voor mijzelf en de Utrechtse lerarenopleiding spreek, terwijl het belang me voor alle betrokkenen overduidelijk lijkt. Lees verder >>

De lat van Boendale

Door Bas Jongenelen

Donderdag 3 november jl. vond in De Brakke Grond te Amsterdam de Dag van de Literatuurkritiek, georganiseerd door De Buren en De Reactor. Ik mocht er de openingslezing verzorgen. De tekst daarvan was:

Hoe hoog leggen we de lat van Boendale? – Middeleeuwse literatuurkritiek in de klas

 

Af en toe, in gezelschap van neerlandici, doe ik een onderzoekje naar waarom zij ooit Nederlands gingen studeren. Deze onderzoekjes zijn niet representatief, niet reproduceerbaar en de uitkomsten ervan zijn niet betrouwbaar – ik zal er dus nooit over publiceren. Toch wil ik er hier en nu wel het een en ander over kwijt. Uit mijn onderzoekjes blijkt steeds weer dat de meeste neerlandici Nederlands zijn gaan studeren, omdat ze zo’n enthousiaste docent Nederlands op de middelbare school hadden. Herkent u dat? Bent u neerlandicus? Kunt u zich nog goed uw docent Ne voor de geest halen? Ik wel. Mijn leraar Nederlands van mijn eindexamenjaar (1988) was meneer De Ridder. Soms oreerde hij over onze hoofden heen, soms zette hij een hoorspel op, soms discussieerde hij over de uitzending van Sonja Barend van de avond ervoor (‘Wat ik gisteren toch bij Sonja gezien heb…’). Zijn lessen over Willem Kloos waren meesterlijk, het facsimile-exemplaar van Mariken van Nieumeghen bezorgde mij een historische sensatie en zijn vraag of je in principe geen principes kunt hebben zette alles wat je dacht te weten op losse schroeven. De Lof der Zotheid van Erasmus stond toen op mijn literatuurlijst en De Lof der Zotheid van Erasmus speelt nu (bijna dertig jaar later) een belangrijke rol in het proefschrift dat ik schrijf over humor in 1561. De lessen Nederlands hebben mijn leven beïnvloed.

Lees verder >>

Voor de komende generatie wordt Nederlands het spannendste vak

Door Yvonne Gerridzen
Uitgever van PLOT26

Nederlands in het VO wordt voor de toekomstige leerlingen wel degelijk spannend.  

Dat is nu niet het geval, dat betoogt onder andere Theo Witte van de RUG. 

Nu is het het vak waar leerlingen voor weglopen: saai, maar ook moeilijk.  En wat heb je er eigenlijk aan, want ‘we kunnen het toch al’? Deze reacties zijn standaard, als ik leerlingen spreek in de klas wanneer ik samen met hen lessen bedenk. Onderzoeken bevestigen dit. De huidige praktijk biedt voor de leerling echt niet genoeg aanknopingspunten om dit vak te verbinden met hun eigen leven en te begrijpen waar het over gaat. Dat moet anders!
Gelukkig kán het ook anders, dat bewijzen veel docenten die met creatieve inzet leerlingen weten te boeien en te activeren.

Lees verder >>

Manifest Nederlands op school
: Meer inhoud, meer plezier, beter resultaat

Dit manifest is opgesteld namens de twee meesterschapsteams Nederlands (letterkunde en taalkunde/taalbeheersing) die zijn ingesteld door acht Nederlandse universitaire faculteiten Letteren en Geesteswetenschappen.

Het schoolvak Nederlands is een belangrijk vak, dat gericht is op de ontwikkeling van taalvaardigheid en geletterdheid. Veel docenten Nederlands geven heel inspirerend en bevlogen les, maar toch is niemand echt helemaal tevreden over het vak. Veel leerlingen vinden Nederlands saai en docenten lijden vaak onder zware werkdruk. Meer algemeen is de kritiek: het programma heeft te weinig inhoud, is niet uitdagend genoeg, en het sluit onvoldoende aan bij de maatschappelijke eisen voor taalvaardigheid en geletterdheid. Dat moet en kan beter.

In 2015 heeft diverse malen intensief overleg plaatsgehad tussen docenten, wetenschappers, didactici, onderwijsonderzoekers en allerlei bij het schoolvak Nederlands betrokken instanties. Uit de discussies bleek een grote eenstemmigheid over de richting waarin het vak verder ontwikkeld en verrijkt dient te worden: het moet meer gaan om bewuste taalvaardigheid en bewuste literaire competentie, kortom bewuste geletterdheid.

Het doel van bewuste geletterdheid is vertaald in een aantal stellingen, die onder docenten op een breed draagvlak lijken te mogen rekenen. In november 2015 schaarde 75% van de neerlandici zich erachter bij een peiling op de conferentie Het Schoolvak Nederlands.

Dit vraagt om een fundamentele herziening van het curriculum Nederlands, een herziening die docenten ondersteunt in hun streven naar betere resultaten en aantrekkelijk en betekenisvol taal- en literatuuronderwijs.