Tag: Utrecht

Utrechts stadsgedicht Denk aan de Dom

Klik voor een vergroting

In september 2018 werd de motie Denk aan de Dom door de Utrechtse Gemeenteraad aangenomen. Daarin werd het College van B&W opgedragen ‘te zorgen dat over 40 jaar de raad een herinnering zal ontvangen dat de Dom binnenkort een restauratie nodig zal hebben’ en ‘de vorm [van die herinnering] nader te bepalen en hierover te rapporteren aan de Gemeenteraad.’ Met deze opdracht kwam het gemeentelijk projectteam dat verantwoordelijk is voor de restauratie uit bij het Utrechts Stadsdichtersgilde. Onno Kosters schreef het Stadsgedicht ‘Denk aan de Dom’, een 112 regels hoog en in de vorm van de 112-meter hoge Domtoren uitgevoerd gedicht – een vorm die de komende vijf jaar door de steigers aan het oog zal zijn onttrokken. Het gedicht zal worden geplaatst in het gemeentehuis, als herinnering aan alle toekomstige colleges om in 2059 na te gaan denken over de volgende restauratiefase.

Vrouwelijke Utrechtse dichters op straat

Door Kila van der Starre

Afgelopen zaterdag publiceerde Trouw een artikel over straatpoëzie in Utrecht (‘Dichtend door de Domstad’, 29 juni 2019). Een onderwerp dat ik graag voorbij zie komen in de media, onder andere omdat ik als literatuurwetenschapper, werkzaam bij Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Utrecht, onderzoek doe naar straatpoëzie.

In mijn proefschrift over ‘poëzie buiten het boek’ gaat één van de zes casushoofdstukken over straatpoëzie. In het kader daarvan richtte ik begin 2017 de website Straatpoezie.nl op: een crowdsourcingwebsite waarop met behulp van het publiek een inventarisatie wordt gemaakt van alle gedichten die te lezen zijn in de openbare ruimte van Nederland en Vlaanderen. De interactieve kaart bevat ondertussen meer dan 2.300 straatgedichten, waaronder meer dan 160 in Utrecht.

Lees verder >>

Straat en kanaal

Door Wiel Kusters

De sluis

De stilte en koelte waren weergekeerd,
Het nachtlijk feest lag als een glas versmeten.
– Ik heb dit late donker nooit vergeten,
Want deze dingen blijven ongedeerd.

Een ongeweten, innerlijk geweld
Had naar een zwart kanaal mij heengedreven.
– Het was het uur, dat de wiekslag van ’t leven
Weer trilt in die de slaap heeft neergeveld.

Daar hoorde ik het vervoerende geruis:
– Wateren, die van vóór de tijden bronden,
Bezweringen van lang-gestorven monden –
Het zachte stroomen door de nauwe sluis.

Ik stond, alleen gebleven, ongekend,
In doodlijke verrukking opgetogen,
Naar onweerstaanbre diepten neergezogen,
Gebannen in het ademloos moment.

– Toen werden ’t water grijzer en de straat,
En ging hun nachtelijk geheim verloren,
En boven donkre huizen werd geboren
Een kille en groezelige dageraad.

Weerdsluis (Wikipedia)

Nóg een gedicht van J.C. Bloem, nu uit de bundel Media vita (1931) – de dichter was vierenveertig. De sluis waarnaar het gedicht verwijst, is de Weerdsluis in Utrecht, tussen de Stadsbuitengracht en de Vecht, waarop ook het veel latere gedicht ‘Utrecht: Bemuurde Weerd’ (in de bundel Afscheid, 1957) betrekking heeft.

Voor ik inga op de inhoud van het gedicht, eerst even iets over de grote klankdichtheid ervan. Die is, naast de inzet van omarmend eindrijm, het resultaat van een met een hoge frequentie terugkerende ee- en (korte) e-klanken en oo- en (korte) o-klanken – assonanties die aansluiten bij de eindrijmen. Lees verder >>

11 november 2018: Ida Gerhardt-symposium: Lucretius. De natuur en haar vormen

Ida Gerhardt. (Bron: WIkipedia)

Naar aanleiding van het Lucretius-proefschrift van Ida Gerhardt, 75 jaar geleden cum laude verdedigd aan de Universiteit Utrecht, organiseert het Ida Gerhardt genootschap in samenwerking met de VU (Mieke Koenen) en de UU (Keimpe Algra) een symposium. Dit symposium, met als titel Lucretius. De natuur en haar vormen, vindt op 11 november plaats in de Senaatszaal van het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht. Lees verder >>