Tag: usage-based

De klank van woorden in je hoofd

Door Marc van Oostendorp

Annika Nijveld

Ergens in ons hoofd zit verborgen dat we de viervoetige beste vriend van de mens aanduiden met hond: een bepaalde klankvorm die ruwweg begint met een geruis in de keel en eindigt met een tikje van de tong tegen de corona achter de tanden. Maar hoe zit die klankvorm precies in ons hoofd opgeslagen? Daarover gaat een interessant proefschrift, dat vandaag in Nijmegen verdedigd wordt: The role of exemplars in speech comprehension van Annika Nijveld.

Er zijn ruwweg twee antwoorden op die vraag in de vakliteratuur. De ene zegt dat we de vorm hebben opgeslagen als een aantal goed afgebakende en heldere instructies: één lettergreep, die begint met een medeklinker die gevormd wordt door het geruis, dan een korte klinker met geronde lippen en de achterkant van de tong iets omhoog, dan met een opgeheven puntje van de tong eerst een medeklinker waarbij lucht door de neus gaat, en dan een medeklinker de lucht tijdelijk helemaal gestopt wordt. In totaal zijn er vier duidelijk afgebakende klanken, ieder gevormd met een beperkt aantal eenduidige instructies.

Lees verder >>

Een kinderachtig idee als spannend nieuw paradigma

Door Marc van Oostendorp

Processed with Snapseed.
Illustratie: MvO

De moed zakt me in de schoenen wanneer ik artikelen lees die de titel dragen Evidence Rebuts Chomsky’s Theory of Language Learning. Is dat nu het niveau van ons vakgebied? Dat kranten, tijdschriften en websites  jaar in jaar uit dit soort artikelen plaatsen? Ook de inhoud maakt me niet echt vrolijker. Wat een kleuters, die taalkundigen, moet de enigszins geïnformeerde lezer wel denken. Bedenken ze nou nooit iets anders dan dat eeuwige gekissebis?

Dat komt in de eerste plaats natuurlijk door die titel. Ik mag mij met ingang van deze maand inmiddels 30 jaar taalkundestudent noemen, en in al die jaren lees ik in de kranten nooit iets anders dan dat die en die geleerde nu eindelijk heeft bewezen dat Noam Chomsky ongelijk heeft. Wat is de lol daarvan? En waarom altijd maar diezelfde theorie? Heeft er in de afgelopen decennia nooit iemand anders iets beweerd waarvan je zou kunnen aantonen dat hij ongelijk heeft?

Ja, zullen de krantenjongens en de bloggers en de auteurs van dit artikel in Scientific American zeggen, maar Chomsky is nu eenmaal beroemd. (Het is het argument van Tom Wolfe, waar ik gisteren over schreef. Wolfe heeft overigens natuurlijk óók al bewezen dat Chomsky ongelijk heeft.)

Lees verder >>

Hoe vernietigend zijn parasitaire gaten voor de gebruiksgebaseerde taalkunde?

Maandag stond in Neder-L een bijdrage van Riny Huijbregts. Getiteld: ‘Recursie en evolutie van taal’. Zo’n stuk ga je meteen lezen, want je voelt dat hier grote thema’s aangesneden gaan worden. De eigenlijke bijdrage van Huijbregts is een reactie op een reactie van Mark Dingemanse op een blogpost van Marc van Oostendorp over een stuk in het tijdschift Trends in Cognitive Science (TICS) van een groep taalkundigen uit Utrecht en het MIT (ingewikkelde stapeling van voorzetselgroepen, maar daar heeft de gemiddelde generatieve taalkundige geen moeite mee, geloof ik). Dat stuk in TICS zelf is een verdediging van het generatieve program, dat uitblinkt door leesbaarheid. Dat is een zeldzame combinatie. Hedendaagse generatieve taalkunde heeft namelijk niet de naam erg leesbaar te zijn. Maar dat stuk in TICS dus wel, en het loont de moeite om dat te lezen. Dat vindt Dingemanse trouwens ook.

Wat me opvalt in de reactie van Huijbregts is de hartstochtelijke, of wat onvriendelijker uitgedrukt: agressieve, stijl. De gebruiksgebaseerde taalkunde wordt een beetje minachtend terzijde geschoven als ‘naïef’, met opvattingen die als ‘relict’ beschouwd moeten worden. Met name als het gaat om het geringe taalaanbod waarop de taal-leerder zich moet baseren om zeldzame constructies onder de knie te krijgen. Dat is het klassieke ‘Poverty of Stimulus’ argument.
Lees verder >>