Tag: uitspraak

Competatief

Door Marc van Oostendorp

De man met de beste taaloren van Nederland is zonder twijfel Siemon Reker. Deze emeritus hoogleraar Gronings was de eerste die het verschijnsel opmerkte dat Jan Stroop later Poldernederlands zou noemen. Nu hoorde hij drie jaar geleden al iets bij Mark Rutte dat anderen, pas recentelijk begint op te vallen: de man zegt competatief. Net als tal van anderen, die trouwens ook bijvoorbeeld repetatief zeggen.

Lees verder >>

Verkansie

Door Henk Wolf

Vrijdag schreef columniste Nadia Ezzeroili in de Volkskrant een stukje over het woord verkansie, een variant van vakantie.

De columniste observeert een groeiende populariteit van de geschreven vorm verkansie op de sociale media. Dat kan heel goed een juiste observatie zijn, daar wil ik af blijven, maar de suggestie dat de variant verkansie nieuw zou zijn of een “lelijke verbastering” van vakantie is niet correct. Nadia Ezzeroili neemt aan dat het nu als Standaardnederlands geldende vakantie als model wordt gebruikt om een onvolmaakte kopie (‘een verbastering’) als verkansie te vormen. Die denkfout wordt heel veel gemaakt, maar beide vormen komen al eeuwenlang in het Nederlands voor, naast talloze andere varianten. Op schrift is vakantie de norm geworden, maar in de spreektaal bestaat die vormvariatie nog steeds.

Vakantie en verkansie zijn allebei ‘verbasteringen’

Vakantie en verkansie zijn allebei gevormd naar het voorbeeld van een woord uit een Romaanse taal. Dat is vermoedelijk niet, zoals de columniste schrijft, het Latijnse vacatio. Het is onwaarschijnlijk dat de mensen in Nederland en Vlaanderen het [n]’etje in het woord zelf hebben verzonnen. Volgens de meeste etymologische woordenboeken is het Latijnse vacantia of het Franse vacances de waarschijnlijke inspiratiebron geweest (of allebei). Vernederlandste vormen kwamen in de vijftiende eeuw al in het Nederlands voor, toen nog alleen in de betekenis ‘periode waarin geen recht werd gesproken’.

Lees verder >>

Met de ‘g’ van ‘googelen’

Door Christopher Bergmann

Het Nederlands is een rare taal – althans, als je het vanuit het perspectief van zijn buurtalen bekijkt. Anders dan het Duits, Engels of Frans heeft het Nederlands geen foneem /ɡ/ (behalve in een aantal vrij recente leenwoorden). De letter ⟨g⟩ die in veel andere talen voor het foneem /ɡ/ staat, duidt in het Ne­der­lands meestal het foneem /ɣ/ aan. De fonetische realisatie van dat foneem varieert: in het noorden, oosten en westen van het taalgebied is het meestal [χ], in het zuiden kan het [ɣ] of  [ʝ] zijn en in het zuidwesten zelfs [ɦ]. Aan het einde van een woord worden al die klanken stemloos uitgesproken (voor zover ze dat niet sowieso al zijn). Hoe dan ook, het komt erop neer dat sprekers van het Nederlands die de letter ⟨g⟩ zien, waarschijnlijk niet direct de neiging zullen hebben om die als /ɡ/ uit te spreken. Maar Ne­der­landers spreken talen waarin er wél een foneem /ɡ/ is dat door de letter ⟨g⟩ wordt weergegeven. En ze weten heus dat hun taal een beetje gek doet in vergelijking met alle buurtalen. Wat gebeurt er dus als een woord met een ⟨g⟩ de grens oversteekt? Zo’n woord is ‘goal’ (doelpunt), ontleend aan het Engels. Dat wordt vaak gebruikt als voorbeeld van een woord dat in het Nederlands met /ɡ/ wordt uitgesproken. Hier is in het verleden al onderzoek naar gedaan (van Bezooijen & Gerritsen, 1994); daaruit bleek dat het woord ‘goal’ door rond een derde van de ondervraagde sprekers met een /ɣ/ werd uitgesproken. Alle sprekers die aangaven dat ze ‘goal’ met een /ɣ/ uitspreken, waren uit het zuiden van het taalgebied afkomstig (Valkenburg in Nederlands-Limburg of Tielt in het Belgische West-Vlaanderen). Dat zijn resultaten van 25 jaar geleden; ik weet niet of er nieuwer onderzoek naar de uitspraak van dat woord is. Lees verder >>

Basta pasta!

Door Marc van Oostendorp

Peppa Pig wil tot wanhoop van papa niet slapen want de zon schijnt.

Nene is vijf jaar, ze is geboren in Hongarije, en ze is net begonnen met Nederlands te leren. Dat is een behoorlijke opgave omdat ze niet alle mogelijkheden heeft gekregen om haar Hongaars net zo te ontwikkelen als een andere vijfjarige. Ze kan verschillende medeklinkers nog niet zeggen, zoals de l, de r, de j en de v (die in het Hongaars wel wat weg heeft van een w), waar andere kinderen dat al wel kunnen.

Ze moet daar allerlei nieuwe klanken bij leren. De Nederlandse g bijvoorbeeld. Soms vervangt ze die door een h (“Papa hek”) en in andere gevallendoor een k (“Reken”). Allebei die vervangingen zijn te begrijpen: de h behoudt de wrijving in de klank en de k wordt juist ongeveer op dezelfde plaats in de mond gemaakt als de g. Wanneer ze wat doet (ze zegt altijd hek, ze zegt altijd reken), en waarom, daar heb ik nog te weinig datapunten voor. Lees verder >>

Herzie het eerste woord van elk woordenboek!

Door Peter Nieuwenhuijsen

Behalve de uitroep ‘oh!’, waarover ik eerder publiceerde op Neerlandistiek, vermeldt Van Dale (15e dr.) ook de uitroep ‘ah!’. Die zie je dan ook geregeld voorkomen in teksten: ‘Ah. Op de paal!’. Het is de ongespannen a van bak, al maakt Van Dale dit deze keer niet duidelijk met een fonetische notatie. Wel wijzen de woorden die het woordenboek opsomt als ‘betekenisomschrijving’ ondubbelzinnig in die richting: verwondering, toorn, ongeduld, droefheid, verdriet. Het gebruik van de h is een slimme manier om met behulp van een medeklinker een gesloten lettergreep te schrijven, waarin (dus) een ongespannen a klinkt, zonder dat die medeklinker zelf te horen is.

Zoals je van uitroepen kunt verwachten,  wordt ah nogal eens danig uitgerekt: ‘Ahhh! Dat kán toch niet?’ ‘Aàààh! Tegen de lat!’ Niet zelden krijg ik echter de indruk dat met ah helemaal niet de a van bak wordt bedoeld. Wat zeg je bijvoorbeeld als je naar iemand uitkijkt die te laat is, op het moment dat je hem of haar eindelijk in het vizier krijgt: 1 of 2? Lees verder >>

‘The TH will surely trouble you’

Een gedicht op rijm als cursus Engelse uitspraak voor Nederlandse docenten die college geven in het Engels

Door Nico Keuning

Charivarius

Wetenschappelijk onderzoek van cognitiewetenschapper Johanna de Vos aan de Radboud Universiteit Nijmegen heeft uitgewezen dat studenten die college krijgen in het Engels op het examen lager scoren dan studenten die het college in het Nederlands hebben gevolgd. Een van de mogelijke oorzaken is dat studenten in het Engels de lesstof ‘minder goed begrijpen’. Dit laatste lijkt mij zeer aannemelijk. Nog los van de woordenschat is voor een goede verstaanbaarheid en begrijpelijkheid de uitspraak, the pronunciation, van de docent van eminent belang. Een verkeerde uitspraak leidt tot onverstaanbaarheid, verwarring, misverstanden. Wie in Londen de weg vraagt naar Islington met de uitspraak als in island, wordt niet begrepen. Het is, op z’n Nederlands, Is-lington.

Niemand die dat beter weet dan Gerard Nolst Trenité (1870-1946), Nederlands letterkundige en anglist, die onder het pseudoniem Charivarius, tal van taalkwesties in proza en gedichten aan de orde heeft gesteld die nog steeds actueel zijn. Hij is vooral bekend door zijn boek Is dat goed Nederlands?, Ruize rijmen en Klusjes en kliekjes. Maar hij zette ook De geschiedenis des vaderlands, in twee delen, op rijm: ‘O jeugd van Nederland! Door burgerzin gedreven, / Heb ik dit heldendicht om uwentwil geschreven,’. Lees verder >>

De h is goedkoop

Door Peter Nieuwenhuijsen

Van de bekende versregel ‘O, kom er eens kijken’ bestaan, zo leert het internet, diverse varianten. Een daarvan is dat het eerste woord ook wel als ‘Oh’ wordt geschreven. In Van Dale (ik gebruik de 15e druk) vormt zowel O als Oh een lemma.

Bij O lezen we dat het een uitroep is van (ik doe een greep) verrukking, bewondering, verwondering, verbazing, vreugde of voldoening. Voorbeelden worden gegeven als ‘O, rijkdom van het onvoltooide’, maar ook: o foei, o wee, o gut, o ja? en o zo netjes. (Tussen twee haakjes: wat we precies met ‘O!’ willen uitdrukken, maken we duidelijk via de toonhoogte. Zo is het Nederlands toch een toontaal.)

Bij Oh vallen woorden als spijt, droefheid, schrik en (wederom) verbazing. Bij wijze van uitzondering geeft Van Dale ook een fonetische notatie: oh wordt gerealiseerd als de o van os. Het rijmt dus, heel logisch, op joh en goh. Lees verder >>

De ‘Friese zachte g’

Door Henk Wolf

Al een jaar of twintig geleden zei een Duitse kennis tegen me dat naar zijn idee jonge Friezen Nederlandser klonken dan oudere. Hij kwam vaak in Friesland en had een scherp oor voor taal, dus ik nam zijn opmerking serieus en vroeg hem wat er volgens hem veranderde. Vooral de uitspraak van de g, zei hij. Bij jonge Friezen klonk die net als in het Nederlands schraperig, bij oudere mensen niet.

Dat gesprek kwam begin 2015 weer bij me op. Ik zat toen in de trein en in het zitje naast mij zaten drie conducteurs over de Friese g te praten. Ik begreep uit het gesprek dat een van hen uit Gelderland kwam, een ander uit Groningen en de derde uit Friesland. De Friese conducteur had net omgeroepen dat de trein om ‘negentien uur veertien’ op het station zou aankomen. De Gelderse conducteur had de uitspraak van de g in negentien opvallend gevonden en er tegen z’n Groningse collega een grapje over gemaakt. Toen de Friese collega weer aanschoof, had de Geldersman de Friese uitspraak gecontrasteerd met wat hij ‘de ABN-uitspraak’ noemde. Lees verder >>

Hoe je kind talig op te voeden? Beïnvloedt het Limburgs de uitspraak van het Nederlands of niet?

Door Romy Roumans

Een regionaal accent, anders dan het randstedelijk accent, wordt vaak als iets negatiefs en afwijkends beschouwd. Onderzoek van Grondelaers, van Hout en Steegs (2010) naar de attitude tegenover het Limburgse accent toont aan dat mensen uit heel Nederland het Limburgs accent beoordelen als monotoon, koud en het zien als een minderwaardig accent. Ouders in Limburg lijken daarom bang te zijn voor een mogelijk negatief effect en het stigma dat rondom het Limburgse accent hangt, zoals uit de volgende advertentie blijkt in De Limburger:

Per februari 2004 zoeken wij voor onze baby en incidenteel voor onze zoontjes van 4 en 7 jaar een lieve OPPAS aan huis. Wij vragen om gemiddeld 20 uur/week een helpende hand maar gezien onze werkzaamheden zal dat soms om wat minder en soms om wat meer uren per week gaan. Onze voorkeur gaat uit naar een oppas die geen dialect spreekt
(Kroon & Vallen, 2004).

Kinderen zouden volgens veel mensen de standaardtaal, het Nederlands, moeten leren zonder regionale accenten. Lees verder >>

Taal is hoe je tong beweegt

Door Marc van Oostendorp

Hoe hebben we pakweg de l, de o en de t in ons hoofd zitten? Ja, als letters die allerlei verschillende vormen kunnen hebben, maar verder? Die letters corresponderen toch ook nog met iets uit de gesproken taal? Wat is dat dan – is het geluid (een soort specificatie van hoe die klanken klinken) of is het de manier waarop je met je stembanden, tong en lippen die klanken maakt?

Veel taalkundig werk is gebaseerd op de veronderstelling dat het gaat om het geluid (‘de /t/ is een plofklank’), maar er zijn aanwijzingen dat de articulatie eigenlijk fundamenteler is; dat dit bijvoorbeeld de vorm is waarin je klinkers en medeklinkers in je hoofd hebt opgeslagen. Ook wanneer we luisteren naar taal, maken we als het ware in ons hoofd de vereiste bewegingen mee: het binnenkomende akoestische signaal wordt onmiddellijk en volautomatisch omgezet in articulatorische bewegingen. Lees verder >>

Het Nedersaksisch kan het leren van ei en ij scaffolden

Door Willemijn Zwart

Woorden met ei of ij leren spellen is lastig. De meeste spellingmethoden laten leerlingen vanaf groep drie of vier zoveel mogelijk woorden met ei uit het hoofd leren, ondersteund door een ei-verhaal, een ei-plaat, een ei-rap of een ei-poster. Woorden die ze niet als ei-woord geleerd hebben, schrijven ze met een ij. Deze aanpak is erop gebaseerd dat er minder woorden met ei dan met ij zijn. Woorden met achtervoegsels als –lijk, –heid en –teit worden hierbij buiten beschouwing gelaten: deze worden aangeleerd met een andere didactiek.

Stel nu dat streektaal kinderen zou kunnen ondersteunen bij het aanleren van woorden met ei of ij, dan zou dit de cognitieve belasting verminderen en daarmee lucht creëren in een vaak als overvol ervaren lesprogramma. Lees verder >>

Spanjaarden horen het verschil niet tussen can en can’t

Door Marc van Oostendorp

Je taal bepaalt wat je hoort. Wie Nederlands spreekt, heeft bijvoorbeeld een veel grotere kans om het verschil tussen het Engelse can en can’t te horen dan wie Spaans of Chinees spreekt. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Nijmeegse onderzoekers Mirjam Ernestus, Huib Kouwenhoven en Margot van Mulken.

Er was al wel iets bekend over het effect, maar het blijft een van de vele wonderlijke aspecten van taal: sommige Aziatische sprekers vinden het niet alleen lastig om het verschil tussen r en l te maken. Lees verder >>

Manupilatie

Door Marc van Oostendorp

Sommige verschrijvingen maak je gemakkelijker dan andere. Het internet staat bijvoorbeeld vol met ‘minitieus’ beschreven ‘manupilaties’, want om de een of andere reden lijken de i en de u gemakkelijk met elkaar verwisseld te kunnen worden. En zo vind je dus ook vormen als minutie voor munitie en indistrueel.

Het zijn trouwens ook niet per se verschrijvingen. Veel mensen verwisselen i en u ook in de uitspraak. Hoe kan dat? Dat ligt aan de stand van je mond tijdens het uitspreken van de klanken.

Om te beginnen maak je de i en de u hoog in je mond – hoger dan andere Nederlandse klinkers. Lees verder >>

Kangeroe

Door Marc van Oostendorp

Omdat het vandaag de Dag van de Herontdekte Klassieker is, heb ik mijn zondagochtendminicollege vandaag ook uitgeschreven – onder de video.

Als ik jou de afgelopen dagen nog niet heb gevraagd hoe je kangoeroe uitspreekt, ken ik je waarschijnlijk niet. Dat er variatie zit in de klinker is geen verrassing: sommige mensen zeggen kang[a]roe, sommigen kang[u]roe en sommigen kang[ə]roe. Die variatie laat zich ook in spelling vatten, en dus zijn er vragen en antwoorden op het internet te vinden.

Bij de informele enquêtes die ik erover hield, op het internet en daarbuiten, bleek een solide meerderheid te kiezen voor kang[ə]roe. Dat is ook logisch: de lettergreep is onbeklemtoond, en ombeklemtoonde lettergrepen zijn het liefst een toonloze [e]. (Dat sommige mensen [a] zeggen in plaats van de etymologische [u] is ook logisch. Als je die klinker toch een kleurtje wil geven, leen je er een van de buren links of rechts. (Dat het in de Twitter-enquête vaker de [a] was dan de [u], daar heb ik dan weer geen verklaring voor.) Lees verder >>