Tag: uitgeverij

Jubileumboek van een bedrijf dat ten onder ging

Door Marc van Oostendorp

“Het is waarachtig geen toeval”, schrijft Bob Jongschaap aan het begin van zijn boek Martinus Nijhoff N.V. 1853-2002, “dat zelfs van de bekendste Nijhoff-telg, de dichter Marinus Nijhoff, geen volwaardige biografie bestaat”. Daarvoor is volgens Jongschaap het leven van de Nijhoffs op het persoonlijk vlak te weinig opwindend. De familie Nijhoff was kennelijk te druk met werken bezig om er ook nog een interessant leven op na te houden.

Jongschaap, die zelf decennialang voor de firma heeft gewerkt, schreef daarom een boek over dat werk: de prachtige firma Martinus Nijhoff, die niet alleen (vooral wetenschappelijke) boeken uitgaf, maar ook een heel fraaie boekwinkel en antiquariaat op het Lange Voorhout in Den Haag had, en in de hoogtijdagen misschien nog wel het succesvolst was als exporteur van boeken.

Lees verder >>

Prominent-reeks op eigen benen

Baarn – Vanaf 1 januari 2016 vaart de literaire PROMINENT-reeks onder eigen vlag. De serie wordt voortaan uitgegeven door uitgeverij PROMINENT. Uitgever is Cok de Zwart. Hij wordt met raad en daad bijgestaan door oud-uitgever en biograaf Wim Hazeu.

In februari 2013 verscheen het eerste deel van de PROMINENT-reeks als een imprint van uitgeverij TIEM. In december 2015 kwam deel 26 uit: Kortere verhalenvan Ben Wolken (1924-1988).
De uitgave van de literaire serie bleek te gaan knellen in uitgeverij TIEM, die in 2004 is opgericht en gespecialiseerd in het uitbrengen van tijdschriften en boeken op het gebied van informatiemanagement.

Daarom is besloten de activiteiten te splitsen. Uitgeverij TIEM wordt voortgezet en De Zwart brengt de PROMINENT-boeken per 1 januari 2016 onder in de nieuw opgerichte uitgeverij PROMINENT.

Moeten we dan alles zelf doen?

Over de toekomst van de taalkundige publicatie


Door Marc van Oostendorp

Foto: R.A.G. D’Alessandro

Het jaarlijkse congres van de Societas Linguistica Europaea begon dinsdag met een verontrustende bijeenkomst. Het onderwerp: de toekomst van het taalkundige publiceren. Mijn conclusie na drie uur discussie: niemand die het weet.

De bijeenkomst is georganiseerd door Martin Haspelmath. Uit ergernis over allerlei misstanden – de exorbitante winsten die wetenschappelijke uitgevers maken, problemen met het peer review systeem – is hij enige tijd geleden een nieuwe uitgeverij begonnen: Language Science Press. Die geeft taalkundige boeken uit van – hopelijk – hoge kwaliteit die gratis te downloaden zijn via internet. Open access heet dat, en wel van de allerbijzonderste soort: ook de auteurs betalen niet voor publicatie. (De uitgeverij heeft een subsidie gekregen van de Duitse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek DFG.)

Er was een bont gezelschap naar het Leidse Lipsius-gebouw gekomen: vertegenwoordigers van voor de taalwetenschap belangrijke uitgevers als John Benjamins en Mouton de Gruyter, redacteuren van tijdschriften en boeken, en consumenten van taalwetenschap zoals ik.
Lees verder >>

Open access: de uitgevers gaan toch weer winnen

Door Marc van Oostendorp


Een van de beloftes van het internet, zo’n twintig jaar geleden, was dat het publicatiemogelijkheden zou democratiseren. Ineens kon iedereen zijn eigen krant uitgeven, ineens kon iedere mening gehoord worden, ook al waren er wereldwijd slechts zeven mensen in die mening geïnteresseerd. Ineens konden mensen met heel kleine en gespecialiseerde belangstellingsgebieden met elkaar communiceren. Iets op het internet zetten kostte immers zo goed als niets, en in ieder geval vele malen minder dan iets op papier laten afdrukken.

En dus zou het internet de manier bij uitstek zijn om onderzoeksresultaten – de artikelen en boeken die onderzoekers schrijven, vaak met publieke middelen – gratis voor iedereen toegankelijk te maken. Eindelijk zouden we ons uit de ketenen van de commerciële uitgevers kunnen slaan, die weinig toevoegen aan de producten die we maken, maar daar wel veel geld voor krijgen: uiteindelijk dus ook publiek geld.

Open access heet dat. Maar tot de verbijstering van velen blijkt nu dat begrip twintig jaar na dato eindelijk gemeengoed begint te worden, de commerciële uitgevers daar alsnog een slaatje uit blijken te slaan – en er misschien wel meer geld mee gaan verdienen dan voorheen.
Lees verder >>

Nieuwe regels






Omdat dit nogal veel gelezen werd en misschien niet iedereen belendende websites bijhoudt: over de fotografe met haar rekening van 968 euro doen momenteel verschillende juridische argumentaties de ronde. Op de website van Boekblad gaat jurist Hans Bousie uit van het citaatrecht. Het plaatsen van een fotootje bij een bespreking is functioneel. Wanneer aan de eisen van een citaat wordt voldaan, het vermelden van de naam van de fotograaf bijvoorbeeld, is er niet veel aan de hand. Literairedebuten.nl kan gewoon doorgaan met wat het deed. Op de website van fotografe Quintalle Nix wordt dat bestreden. Een fotootje bij een bespreking is niet noodzakelijk: “de indruk van het betreffende boek bij de lezer verandert niet wanneer er een andere foto bij de recensie zou zijn geplaatst”. Niet noodzakelijk en niet functioneel: op basis van het auteursrecht heeft Nix recht op een vergoeding.


Als de geciteerde zin op de site van Nix de crux van de kwestie vormt, zou het interessant zijn wat de rechter over de zaak te zeggen heeft. Aan de ene kant de wereld van letters en boeken waar iedereen de overtuiging heeft dat een portret van een auteur de lezer helpt bij zijn beeldvorming – zelfs noodzakelijk is voor het proces van identificatie dat ‘lezen’ heet. Om die reden huren uitgeverijen fotografen in. Aan de andere kant de wereld van het beeld waarin het belang van het beeld wordt ontkend – fotootjes zijn alleen maar ‘illustratie’. Om die reden krijgt Vervoort zijn rekening.


Regels

De foto’s komen van de promotionele pagina’s van een uitgeverij. Die pagina’s barsten van de recensentenquotes en ander juichend proza, ze bevatten You Tubefilmpjes, biografische informatie en steevast een minuscuul fotootje. Het laatste zonder vermelding van een fotograaf.

De uitgeverij geeft onder meer debuten uit. Nooit is het uitgeversrisico zo groot als bij een debuut. Op de meeste debuten lijdt een uitgever verlies. De meeste debuten krijgen nauwelijks kritische aandacht. Om die reden begint Hans Vervoort een website waarop alleen debuten besproken worden. Hij recruteert recensenten van allerlei slag. Bij die recensie plaatst hij de minuscule fotootjes die op de promotionele pagina’s van de uitgeverij te vinden zijn. Een debutant krijgt een gezicht.

Nieuw! Uitgeverij Link

Als we de kranten mogen geloven, dan gaat het heel slecht met de boekenbranche. Er wordt steeds minder gelezen, er worden steeds minder boeken verkocht. Uitgeverijen fuseren, boekhandels richten koffiecorners in om nog een beetje omzet te draaien. In dit geweld van de neerwaartse spiraal is er iemand die gewoon gelooft in het boek en die nu gewoon een uitgeverij opricht: Jürgen Snoeren. Een dappere held? Een visionair? Of iemand die op het verkeerde paard aan het wedden is?

Lees verder >>

De activiteiten van uitgeverijen op sociale media worden steedsHet valt me op dat uitgeverijen op de sociale media steeds meer berichten plaatsen dieHet lijkt niet onmogelijk dat sociale media de Nederlandse uitgeverijen in toenemende mate verlokken tot
Ik weet niet hoe ik het netjes moet zeggen. Het effect, laat ik het daar dan op houden, zou te omschrijven kunnen zijn als: stupéficatie. Of, iets alledaagser: ik zit werkelijk met mijn bek vol tanden en plaatsvervangende schaamte te kijken naar wat Nederlandse uitgeverijen op het internet en dan speciaal via sociale media weten te vertonen. Ik doel hier niet op de inerte, petrosauriërachtige appdie Van Oorschot heeft laten ontwikkelen voor de Ipad van mijn gade, maar meer in het bijzonder op een tweet en een Facebook-bericht van twee andere huizen.