Tag: Tweede Wereldoorlog

Jan Campert als man

Door Marc van Oostendorp

Jan Campert

Jan Campert (1902) is de dichter van één gedicht, De achttien dooden (‘Een cel is maar één meter lang / en nauw twee meter breed’). Maaike Meijer analyseert het in het nieuwe nummer van Nederlandse letterkunde. Dat nummer is helemaal gewijd aan mannelijkheid‘ en Meijers artikel gaat specifiek over de rol van mannelijkheid in drie ‘telsten’: behalve dat gedicht van Campert ook De donkere kamer van Damokles en de film Casablanca.

Het interessante van Meijers aanpak is dat ze haar smaak altijd laat meewegen. Ja, Nederlandse letterkunde is een wetenschappelijk tijdschrift; maar voor Meijer is dat geen belemmering om te vermelden dat de laatste strofe van De achttien dooden haar ontroert:

Lees verder >>

Pas verschenen: Max Nord, Onder voorbehoud.

Deze aantekeningen van de literator, dichter en journalist Max Nord (1916-2008) vormen een uitzonderlijk document over leven en schrijven tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Over de hartverscheurende deportatie door de Duitse bezetter van zijn joodse vriend Sally en zijn familie naar het doorgangskamp Westerbork en verder naar de Duitse concentratiekampen. Over de zware morele keuzes waarvoor de bezettingspolitiek hemzelf en zijn literaire vrienden plaatste (onder wie Ed. Hoornik, Gerard den Brabander, Simon Carmiggelt, Albert Helman, Jacques Gans, Jan Greshoff en Jacques Bloem). Wel of niet lid worden van de Kultuurkamer? Wel of niet schrijven in de gelijkgeschakelde pers? Zijn leven lang zou Max Nord varen op het morele en literaire kompas van Menno ter Braak, met wie hij Hermann Rauschnings Gespräche mit Hitler had vertaald en die in mei 1940 zelfmoord pleegde.

Lees verder >>

Nieuwe Parelduiker: ‘Schierbeek en de oorlog’

De oorlogsdagboeken van Bert Schierbeek
Tot zijn verrassing trof biograaf Graa Boomsma ze aan in het Literatuurmuseum: de oorlogsdagboeken van Bert Schierbeek. Fascinerende, openharige lectuur van de latere Vijftiger en levenslange vriend van Lucebert. Schierbeek was in 1942-’43 niet alleen voedselbonnenleverancier aan Joden, die hij zelf bij duikadressen onderbracht, maar hij had ook zeer nauwe contacten met de Amsterdamse verzetsgroep CS-6. Schierbeek ontsnapte ternauwernood aan liquidatie. Na lezing van deze dagboekjes blijkt: het verhaal over de Vijftigers, stuk voor stuk getekend door de Tweede Wereldoorlog, is nog steeds niet volledig verteld. (foto omslag © Giny Oedekerk / Leo Klatser, 1953)

Lees verder >>

Leiden, 23 mei 2019: Symposium Lucebert opnieuw lezen, maar hoe? Het zwijgen van de dichter en zijn oorlogsverleden

Op 8 februari 2018 publiceerde Wim Hazeu zijn biografie van Lucebert, en dat leverde nogal wat commotie op. In de biografie onthulde Hazeu dat de de dichter in zijn tienerjaren nazisympathieën koesterde. Ook bleek Lucebert tijdens de Tweede Wereldoorlog antisemitische brieven te hebben geschreven, waarin hij het bijvoorbeeld had over hoe ‘de Joodse sjacherige zwetsaard (…) ons Nederduitsers erg, erg besmet’ heeft en die hij ondertekende met ‘Sieg Heil’ en ‘Heil Hitler’. Naar aanleiding van deze controverse kwam eind april het boek Door de schaduwen bestormd uit bij Uitgeverij Oevers, dat reflecties bevat op de controverse rond de oorlogsjaren van Lucebert.

In de nasleep van die publicatie zal aan de Universiteit Leiden op 23 mei van 13.00-17.00 het symposium “Lucebert opnieuw lezen, maar hoe? Het zwijgen van de dichter en zijn oorlogsverleden” plaats vinden. Op het symposium zullen verschillende sprekers reflecteren op zowel de letterkundige als maatschappelijke betekenis van de controverse die ontstond rond Luceberts oorlogsjaren. Lees verder >>

stom draaien de laatste woorden om de oude hete brij

Door Marc van Oostendorp

“De Joodse sjacherige zwetsaard,” schreef de grote dichter Lucebert, “heeft ons Nederduitsers erg, erg besmet, in plaats van een rustig kalm, langs stille grachten wandelende en in middags onbeschenen kamers peinzende stam, zijn we 136 een klap en kletsvolkje, een grote groep machtjoden geworden.”

Vorig jaar onthulde de biograaf Wim Hazeu deze en nog een paar andere heel nare passages in zijn biografie van de dichter. Die klap dreunt nog steeds na.

Het is een mooi initiatief van de jonge literatuurwetenschappers en essayisten Yi Fong Au en Tommy van Avermaete dat zij nu, ruim een jaar na dato met een bundel komen over de kwesties: Door schaduwen bestormd. De kern van die bundel vormt een ‘kettingbrief’ die een aantal critici en onderzoekers elkaar vorig jaar schreven over de hele kwestie, maar er staan ook essays in van onder andere Cyrille Offermans, Sander Bax en Piet Gerbrandy. Lees verder >>

Waarom zelfs de suggestie dat Armando sympathie voor het fascistische gedachtegoed gekoesterd zou hebben al misselijkmakend genoeg is

Door Wiljan van den Akker

Volgens een bericht op de website van de NOS gaat een gepland eerbetoon aan Armando niet door, mogelijk omdat de schrijver volgens sommigen gesympathiseerd zou hebben met de SS.

Als eerste een disclaimer: mocht met feiten worden aangetoond dat Armando – die 3 jaar ‘oud’ was toen Hitler aan de macht kwam, 9 jaar toen de Duitsers in 1939 Polen de oorlog verklaarden en in groep 6 zat (om het ook voor de jongsten onder ons begrijpelijk te maken) op het moment dat Nederland werd bezet – sympathiseerde met het fascistische/nazistische gedachtegoed, dan bied ik iedereen onmiddellijk mijn nederige excuses aan, om vervolgens mijn oudste en smerigste schoenen op te eten. Lees verder >>

Nieuwe Parelduiker over literatuur en WO II

Jodenvervolging in de Nederlandse literatuur 1945-1950

Onderbelicht is gebleven dat de Jodenvervolging al vaak eerder in de Nederlandse literatuur aan de orde kwamen dan in de geschiedschrijving en het publieke debat. Veel auteurs, Joods en niet-Joods, verwerkten dit gegeven al kort na de oorlog in romans en novellen. Naast bekende namen als Gerard Kornelis van het Reve, Theun de Vries, Willy Corsari en Jan de Hartog waren er ook minder bekenden, onder hen François Pauwels, Hélène Swildens, Daniël Dresden en Eugène van Herpen. Er waren zelfs romanciers die het aandurfden de gang naar de gaskamer te fictionaliseren of met een relativerende tongue-in-cheektoon te schrijven over onderduik en vervolging. Lees verder >>

Verborgen boodschap van Lucebert

Door Jos Joosten

Hoe je blik met je aan de haal gaat.

Als student werkte ik bij Albert Heijn. In die tijd – om precies te zijn in 1987 – vierde het bedrijf zijn 100-jarig bestaan. De directie had ter viering (werkelijk) een prachtplan opgevat. Het bedrijf zocht 25 Nederlandse beeldend kunstenaars aan die elk vier werken maakten voor AH. 100 in totaal, voor elk jubileumjaar één. Het voltallige personeel kreeg een fraaie catalogus met al deze kunstwerken en mocht er vervolgens één uitkiezen. Lees verder >>

Lucebert valt niet ver van de boom

Door Jos Joosten

Karel Appel tentoonstelling in Haags Gemeentemuseum
*22 januari 1982

Gisteren schreef Marc van Oostendorp op  Neerlandistiek een verstandig stuk over Wim Hazeu’s biografie van Lucebert, strekking: had de biograaf niet bezonkener te werk moeten gaan en zijn materiaal verdergaand moeten analyseren? Ik denk dat Van Oostendorp een goed punt heeft. Hazeu’s eigen verhaal is dat hij, nadat hij de beruchte brieven van de jonge Lucebert in handen kreeg, zijn hele boek heeft herschreven. In werkelijkheid vallen de lezer vooral evident ingevoegde passages (vaak tussen haakjes) op in het genre: zou hij hier niet hebben teruggedacht aan zijn eigen misstap?

Veel curieuzer dan die, vaak nogal hineininterpretierende, overwegingen is de schets van de historische context. In het oog springt bijvoorbeeld Hazeu’s omgang met Karel Appel.

‘Karel Appel dacht niet aan gevaar.’, schrijft Hazeu. Om meteen daarop een karakterisering van de held in kwestie te geven: ‘Om pragmatische redenen was hij lid geworden van de Kultuurkamer, een variant van de Duitse Reichskulturkammer. (…) Het Departement van Voorlichting en Kunsten gaf hem financiële ondersteuning voor kostgeld en studie: 65 gulden (430 Euro in 2018) per maand. Het departement kocht van hem bovendien zes impressionistische schilderijen (…).’ Ten slotte meldt Hazeu dat Appel ‘een protégé was van de matige portretschilder en NSB-er Ed Gerdes, prominent heerschap van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten’.[p.78] Lees verder >>

Hoe nu verder met Lucebert?

Door Sander Bax

De jonge Lucebert was in de ban van het nazisme. Dat kopten de kranten op de dag waarop het boek Lucebert verscheen, de kersverse biografie die Wim Hazeu schreef over de ‘keizer der vijftigers’. De biograaf had zijn boek zo goed als af toen hij brieven in handen kreeg die de 19-jarige Bertus Swaanswijk (die toen nog geen Lucebert heette) schreef aan zijn jeugdvriendin Tiny Koppijn. De brieven waren geschreven in Duitsland en onthulden dat de toekomstige dichter niet tegen zijn wil was opgeroepen voor de Arbeitseinsatz, maar dat hij zich uit vrije wil en vol enthousiasme had aangemeld.

De aanmelding vond plaats in 1943. Op dat moment was de vervolging van de joden al in volle gang. De Februaristaking had al plaatsgevonden, uit Amsterdam werden de joden in trams weggevoerd en overal liepen joden met Jodensterren op. In die dagen raakte Swaanswijk volgens zijn biograaf in de ban van Nietzsche. Daardoor kwam hij – net als veel schrijvers uit het interbellum voor hem deden – in de ban van een utopie voor een nieuwe gemeenschap: ‘M’n ideeën aangaande het leven en de wereld worden gesteund door een zeer groot, erg groot vertrouwen in enkele mensen, uitverkorenen, die in staat zijn, en bereid, met mij te vechten om een grote nieuwe cultuur en een nieuwe gemeenschap.’ (p. 69) Lees verder >>

“We zijn het immers weer totaal vergeten?”

Poëzie en de Tweede Wereldoorlog

Door Marc van Oostendorp

Adorno zei dat je na de Tweede Wereldoorlog geen gedichten meer kon schrijven. Die uitspraak heeft verschillende interpretaties gekregen, maar hij kan in ieder geval niet betekenen dat het onmogelijk was om zulke gedichten nog te schrijven. Alleen al in de Nederlanse literatuur vond Liesbeth Vonhögen, die onlangs aan de Open Universiteit promoveerde ruim drieduizend gedichten, allemaal gewijd aan de oorlog. En dat is waarschijnlijk maar het topje van de ijsberg, want Vonhögen heeft zich op allerlei manieren beperkt – het betreft alleen bundels waarvan gedichten in gezaghebbende bloemlezingen zijn terechtgekomen. Daarbuiten is, al is het maar door onbekende dichters, waarschijnlijk nog veel meer geschreven.

Vonhögen heeft haar drieduizend gedichten heel nauwkeurig gelezen en ze presenteert er in haar proefschrift een uitgebreide classificatie van. Ze begint daarbij in de jaren dertig, toen belangrijke stemmen (Van Duinkerken, bijvoorbeeld, of Achterberg) ‘waarschuwingsgedichten’ schreven voor het onheil dat ze vanuit Duitsland op hun land zagen afkomen. Tijdens de oorlog zelf werden er ook enorm veel gedichten geschreven – in een enkel geval door gelovers in de Nieuwe Orde, maar vooral ook heel veel door het verzet: in het begin vooral strijdbaar, maar later soms ook gelatener.  Lees verder >>

Wanneer het lichaam ginds hoog in een boom zal hangen

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (154)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Toen ik mijn eenge zoon op Gods gebod ging slachten
liet hij het blinkend mes plots uit mijn handen slaan;
wat zal hij doen, mijn vriend, als zij U villen gaan
en krijgt gij wel den tijd die engel af te wachten?

Wanneer het lichaam ginds hoog in een boom zal hangen,
dan valt Uw veege ziel, ellendig tot den dood,
de diepte in, voorgoed, maar niet in mijnen schoot,
en barst de wereld los in psalm- en vreugdezangen.

Nu laat gij nog vandaag uw rijke tafels dekken,
en niemand van mijn volk wordt aan den disch genood;
er valt geen kruimel af voor Christen of voor Jood.

Maar eenmaal komt de tijd dat u de honden lekken,
dan zult gij, als de vrek, in vuur en dorst bezwijken,
en zal geen vinger u een druppel water reiken.

(Anoniem)

In de illegale pers circuleerde dit gedicht als een van Drie sonnetten op den 50en verjaardag van den Heer A. Mussert. Het is, voor zover ik heb kunnen nagaan, altijd anoniem gebleven. De doorgaans goed geïnformeerde website Het geheugen van Nederland classificeert het bijvoorbeeld als zodanig.  Lees verder >>

Laat dus niet af maar vecht en vecht en vecht

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (153)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

In de decembermaand houdt Neerlandistiek een crowdfunding-actie. Lees je graag Neerlandistiek? Help ons een hartewens van onze hoofdredacteur te verwerkelijken.

Illustratie: Susanne van der Kleij

Rebel, mijn hart, gekerkerd en geknecht,
die aan de tralies van den al-dag rukt;
weest om uw tijdlijk lot geenszins bedrukt,
al zijn de kluisters hard, de muren hecht.

Want in den aanvang werd het u voor-zegd,
dat het aan enkelen steeds is gelukt
het juk te breken, dat hun schouders drukt,
laat dus niet af maar vecht en vecht en vecht.

Breekt uit en blaast de doove sintels aan,
die zijn verdoken onder ’t rookend puin;
vaart stormgelijk over den lagen tuin,

die Holland heet; slaat doodlijk toe en snel,
opdat het kwaad schrikk’lijk zal ondergaan,
o hart, mijn hart, o bloedroode rebel.

(Jan Campert)

Wat is het nut van literaire tradities? Er is geen sterker pleidooi denkbaar dan dit beroemde sonnet van Jan Campert. Lees verder >>

Ach, toen brak mijn hart natuurlijk niet

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (152)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Een lentemorgen trad je uit ons huis,
In een dun bloesje, zonnig en tevreden
En geen van beiden hoorde ’t zacht geruisch
Of zag de vale schaduw neergegleden
Van ’t noodlot wiekend boven ’t jonge hoofd,
Dat glimlachend zich nog eens naar me wendde……

Ik heb een ganschen nacht en dag geloofd,
Dat ik die vlotte, lichte tred herkende
En toen niet meer. Toen kwam het formulier
Met naam en stempel, nummer van barak,
Verzoek om warme kleeren. Ach, toen brak
Mijn hart natuurlijk niet. Mijn oogen zagen
Jou ergens ver, heel ver, aan een rivier
Van Babylon de slavenketen dragen

(J. Presser)

Over sommige onderwerpen kun je misschien alleen schrijven door je slecht uit te drukken. Een van de bekendste sonnetten dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd geschreven is dit, van de bekende historicus Jacques Presser. Na de oorlog zou hij het indrukwekkende Ondergang schrijven, een historisch werk waarin hij zakelijk de verschrikkingen uiteenzette. Lees verder >>