Tag: tussenwerpsels

De h is goedkoop

Door Peter Nieuwenhuijsen

Van de bekende versregel ‘O, kom er eens kijken’ bestaan, zo leert het internet, diverse varianten. Een daarvan is dat het eerste woord ook wel als ‘Oh’ wordt geschreven. In Van Dale (ik gebruik de 15e druk) vormt zowel O als Oh een lemma.

Bij O lezen we dat het een uitroep is van (ik doe een greep) verrukking, bewondering, verwondering, verbazing, vreugde of voldoening. Voorbeelden worden gegeven als ‘O, rijkdom van het onvoltooide’, maar ook: o foei, o wee, o gut, o ja? en o zo netjes. (Tussen twee haakjes: wat we precies met ‘O!’ willen uitdrukken, maken we duidelijk via de toonhoogte. Zo is het Nederlands toch een toontaal.)

Bij Oh vallen woorden als spijt, droefheid, schrik en (wederom) verbazing. Bij wijze van uitzondering geeft Van Dale ook een fonetische notatie: oh wordt gerealiseerd als de o van os. Het rijmt dus, heel logisch, op joh en goh. Lees verder >>

Doeslief = toe, hou je mond

Door Henk Wolf

Het duurde even voor ik de nieuwe slogan van Sire begreep. #doeslief, wat voor cryptisch was dat? Dat dat hekje een Twitterconventie is en dat het nu hashtag heet en als grapje voor allerlei kreten wordt uitgesproken, weet ik als niet-Twitteraar ondertussen ook. Maar wat was dat doeslief?

Ik dacht eerst dat het mogelijk iets Engels was, met does als werkwoordsvorm. Toen dat het een variant was op poeslief. Nu heb ik begrepen dat het ‘Doe eens lief’ is, geschreven zoals je het uitspreekt, zonder spaties, want ook dat is een Twitterconventie. Lees verder >>

Luisteraars houden precies bij wanneer ze ‘uh’ horen

(Persbericht Radboud Universiteit)

Als mensen ‘uh’ zeggen doen ze dat vaak vlak voor weinig voorkomende woorden (‘uh… iglo’). Inhttp://een eye-tracking experiment laten onderzoekers van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen zien dat luisteraars kunnen voorspellen welk soort woord er na ‘uh’ komt. Zelfs als ‘atypische’ sprekers ‘uh’ zeggen voor ‘alledaagse’ woorden (‘uh… hand’) leren mensen de juiste (simpele) woorden te voorspellen – behalve als de spreker een buitenlands accent heeft.

Haperingen zoals pauzes, herhalingen en ‘uh’ of ‘uhm’ komen vaak voor in onze spraak: naar schatting zes keer per 100 woorden. Maar ‘uh’ komt niet zomaar willekeurig voor. Sprekers zeggen vooral ‘uh’ voor ‘lastige’ weinig voorkomende woorden (‘uh…iglo’). Eerder onderzoek van Hans Rutger Bosker van het Max Planck Instituut liet al zien dat luisteraars dit klassieke patroon van haperingen in spraak kunnen gebruiken om woorden te voorspellen: ‘uh’ is een aanwijzing dat er een ‘ongewoon’ of ‘moeilijker’ woord aankomt. Maar Bosker en zijn collega’s gingen nog een stap verder. Ze onderzochten of luisteraars ook een ander patroon van ‘uh’ zeggen zouden kunnen oppikken – bijvoorbeeld als ‘uh’ ineens op een heel onverwachte plek voorkomt. Lees verder >>

‘Eigenlijk’ is eigenlijk best nuttig

 (Persbericht Max Planck Instituut)

Woorden als ‘inderdaad’ en ‘eigenlijk’ hebben geen inhoudelijke betekenis en roepen daardoor bij veel mensen irritatie op. Toch hebben ze nut, zo laten onderzoekers van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek zien. Deze zogenaamde ‘discoursemarkeerders’ vergemakkelijken de taalverwerking en maken zo communicatie efficiënter.

Bij de jaarlijkse verkiezing ‘Weg met dat woord!’, georganiseerd door het Nederlandse instituut voor de Nederlandse Taal, eindigde eigenlijk in de top 10 van meest irritante woorden van 2017. Zonde, volgens Geertje van Bergen en Hans Rutger Bosker, onderzoekers aan het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen. Zij onderzochten het effect van inderdaad en eigenlijk op luisteraars en zagen dat die na het horen van een van deze woorden hun verwachtingen over het verdere verloop van het gesprek direct bijstellen. Hun bevindingen worden begin september gepubliceerd in het Journal of Memory and Language. Lees verder >>

De Minister van eh Defensie

Ank Bijleveld (Ministerie van Defensie) en let op de penvoering

Door Siemon Reker

Waarschijnlijk scoort eh hoog als we de frequentie van alle woorden nagaan in het gesproken Nederlands. Maar ook als het toevallig de absolute top van de ranglijst aan bijvoorbeeld een lidwoord zou moeten laten, dan nog is het verrassend dat eh in de grote Nederlandse grammatica die de ANS is, geen plekje in het register van behandelde woorden heeft gekregen en evenmin voorkomt in het stuk over de tussenwerpsels. Zó gewoon in het Nederlands en daar dan toch absent?

Op 11 juli 2018 mocht minister Ank Bijleveld van Defensie optreden in een uitzending van het programma Spraakmakers van Radio 1, nog net niet op weg naar een NATO-bijeenkomst in Brussel. Daar was ook de Amerikaanse president verwacht en die zou er de trom roeren over de kwestie van de verhoging van de afdrachten van de lidstaten. Dat was het onderwerp van gesprek met de minister, aan de tand gevoeld door Ghislaine Plag. Het was echt een soort verhoor, de interviewster gaf de excellentie geen kans om lange antwoorden te formuleren. Lees verder >>

nou / nu

Verwarwoordenboek Vervolg (50)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

nou / nu         

Er is overlap in betekenis, maar verschil in gebruik. De woordjes worden gebruikt als bijwoord, tussenwerpsel en voegwoord. Als bijwoord is nou iets intensiever, en als tussenwerpsel is nu heel formeel. Lees verder >>

Joh!

Door Marc van Oostendorp

Ik wil niet zeggen dat de satirische website De Speld de belangrijkste bron voor taalkundig onderzoek moet zijn, maar de redacteuren daar hebben een goed afgestelde antenne voor moderniteiten, en ook voor taalgebruik. Een recent artikel heet Redelijke man begint al zijn zinnen met ‘joh’ maar eindigt toch in kroeggevecht, en beschrijft de wederwaardigheden van een man die de hele tijd allerlei dingen zegt zoals:

“Ik zeg donderdag al tegen de jongens, joh, we gaan eerst pokeren en dan zien we wel waar het schip strandt.”
“Ik zeg tegen tegen de jongens, joh, ik zit goed in de olie, Ubertje delen en we staan in drie kwartier op het Rembrandtplein.”
“Ik zeg tegen die uitsmijters, joh, ik wil een gezellige avond, jullie willen een gezellige avond, mag ik misschien naar binnen?”
“Dus ik dacht, joh, dan gaan we toch lekker naar de Prime?”

Toevallig zat ik vorige week te roddelen met een niet-moedertaalsprekende collega, die me vroeg naar de taal van een van de bekendste taalkundigen van Nederland, die precies zo praat. Zij dacht dat joh misschien een nieuw voegwoord, een complementeerder was. Lees verder >>

Amsterdamned!

Door Marc van Oostendorp

Om te vieren dat Ester Naomi Perquin de Dichteres des Vaderlands is geworden, bewijs ik in mijn zondagochtendminicollege (nou ja, ochtend) van vandaag dat Perquin haar best doet om niet te liegen in haar recente gedicht ‘Amsterdamned’! Ik haal er ook nog een forensisch wetenschapper bij die deze week in de Volkskrant werd geïnterviewd.

Let op: de film Amsterdamned staat ook in zijn geheel op YouTube. Ik heb het fragmentje waar dit gedicht over gaat niet kunnen vinden. Prijs voor wie het wel vindt!

De syntaxis van tja

Wat we nog niet weten over het werkwoord (16)

Door Marc van Oostendorp

Tja, wat zal ik zeggen!

De vier klassieke woordsoorten zijn bijvoeglijk en zelfstandig naamwoorden, werkwoorden en voorzetsels. Dat dit de klassieken zijn wordt ook weerspiegeld in het monumentale Syntax of Dutch, waarvan onlangs het zevende deel verscheen. De delen gaan over die woordsoorten en de woordgroepen die je eromheen kunt bouwen – zij het dat aan het zelfstandig naamwoord twee delen worden gewijd en aan het werkwoord zelfs drie.

Andere woordsoorten komen er maar bekaaid vanaf. Veel worden gezien als onderknuppels van de grote jongens: het lidwoord is een accessoire van het zelfstandig naamwoord, het bijwoord een wat zonderling gebruikt bijvoeglijk naamwoord. En dan zijn er ook nog een paar die nergens bijhoren. De tussenwerpsels bijvoorbeeld.

Lees verder >>

Nieuw ontdekte betekenisloze krachtterm: Gggg!

Door Marc van Oostendorp


Soms schrijven taalliefhebbers mij in het holst van de nacht. Zo kreeg ik dit weekeinde een lange mail van een lezer van dit blog, omdat een vriend van hem zojuist biljartkampioen geworden was. De mail bestond vooral uit een lange opsomming van alle pech die deze vriend in zijn leven was overkomen, nooit, nee, nooit was er iets goed gegaan. En nu dan ineens dat kampioenschap.

“Om kort te gaan,” schreef de lezer. “Diederik was wel de laatste aan wie men vooraf het snookerkampioenschap zou toeschrijven. Toen ik dan ook van Liane, caféhoudster, vernam wie snookerkampioen werd, was mijn mijn reactie: ‘Ggggg…’ Liane had daarop de tegenwoordigheid van geest om aan de andere kant van de bar te melden dat iedereen zo reageerde op de mededeling van het kampioenschap van Diederik, namelijk ‘Ggggg…’.”

Hij ging nog even verder met uitvoerig beschrijven hoe die gggg precies klonk.
Lees verder >>