Tag: Turks

Stijl en taal, dichterlijke vrijheid en grenzen

De poëzie van Mustafa Kör

Door Fabian R.W. Stolk

Tot de plaatsen waartegen zich onze bezwaren richten en waarvan de overdenking uitwijst, dat de dichter er niet in geslaagd is precies onder woorden te brengen hetgeen hij bedoelde, kan men afwijkingen van de grammaticale vormen alleen dan rekenen, wanneer zij niet een kennelijk plastische of muzikale werking beoogen en ook werkelijk teweegbrengen, maar zonder nawijsbare en tot voordeel van het gedicht komende reden en noodzaak zijn toegepast.  (Donker 1946: 11)

Voor een poëzielezer kan het anno 2017 moeilijk zijn een taalfout te onderscheiden van welbewuste dichterlijke vrijheid. Taal verandert voortdurend, normen worden minder strikt, regels worden losser gehanteerd, Nederlandstalige dichters komen uit allerlei windrichtingen, taalgebieden. Dat was vlak na de Tweede Wereldoorlog wel anders, althans voor dichter en criticus Anthonie Donker, gezien zijn essay De vrijheid van den dichter en de dichterlijke vrijheid (1946).

Onze vrijheid nu is groter dan die van Donker. Maar ook hij onderkende dat de kracht van poëzie kan schuilen in talige aberraties, zeker wanneer die het de dichter mogelijk maken precies dàt uit te drukken wat hij/zij bedoelt. En poëzie, vooral goede (om in Donkers lijn te denken), kan de lezer bewust maken van de in het dagelijks leven vergeten rijkdom van de taal.

Toch zijn er dichters, ook dichters van belang, die fouten maken. Lees verder >>

Je bent als granaatappels

Door Marc van Oostendorp

Sinds ik naar verluidt ben doorgedrongen tot de top-100 van bekendste neerlandistische bloggers aller tijden (tot nu toe), word ik op straat weleens aangesproken. Ik liep onlangs door het Utrechtse stadje U., toen er ineens een neerlandicus op een fiets kwam aangesneld, die afstapte en mij toeriep dat hij een probleem voor me had.

Ik was zo verbouwereerd dat ik het probleem niet eens helemaal precies onthouden heb. Het kwam erop neer dat de neerlandicus-fietsenrijder bezig was met een vertaling van een Turks gedicht waarin een regel voorkwam die ongeveer luidde:

Je bent als granaatappels.

De vraag is nu waarom dat meervoud in het Nederlands gek klinkt, terwijl dat in het Turks kennelijk niet het geval was. Lees verder >>

Baby’s die zinnen in woorden hakken

Door Marc van Oostendorp

Nooit worden we meer zulke sponzen als we in de eerste jaren van ons leven waren. Stel, je bent een paar maanden oud en je wil je moedertaal leren. Het lijkt misschien een goed idee om dan te beginnen met woorden, maar helaas spreken mensen eigenlijk nooit in losse woorden. Ze zeggen alles aan elkaar en je hoort dan bijvoorbeeld dingen als:

Wanneer je Turks spreekt, hoor je de woorden wel, maar dat komt omdat je die woorden al kent. Maar wie geen Turks kent, hoort alleen een lange stroom klanken. Hoe kun je nu bepalen waar  het ene woord begint en het andere ophoudt? Lees verder >>

Nederlands op Turkse melodie

Door Marc van Oostendorp

Vloeiend Nederlands spreken ze over het algemeen, de Turken van de tweede generatie in Nederland, en ook nog een behoorlijk mondje Turks. De laatste taal is vaak technisch gezien hun eerste – ze hebben hem van hun ouders meegekregen –, maar omdat een groot deel van hun opleiding en hun maatschappelijk en sociaal leven zich natuurlijk in het Nederlands afspeelt, is die laatste taal in zekere zin sterker.

Je kunt daarom verwachten dat hun Turks meer vernederlandst is dan dat hun Nederlands is verturkst. Over onderzoek naar het eerste heb ik weleens geschreven, maar onderzoek naar het tweede is veel schaarser. Vaak gaat het dan over etnolectisch Nederlands, dat wil zeggen een taalgebruik waarmee mensen zich bewust of onbewust als ‘etnisch’ profileren. Dat kan zelfs betekenen dat Turken met een Marokkaanse z praten.

Maar uit nieuw onderzoek blijkt er dat ook in het ‘gewone’ Nederlands van Turken van de tweede generatie nog heel subtiele spoortjes Turks zitten. Lees verder >>

Het Nederturks heeft nog altijd naamvallen

Door Marc van Oostendorp

Langzaam maar zeker groeien er op Nederlandse bodem nieuwe talen. Het Nederlands-Turks bijvoorbeeld – de taal van de nakomelingen van migranten uit Turkije die hier opgroeien, over het algemeen vloeiend Nederlands spreken, maar daarnaast ook nog altijd Turks als moedertaal hebben. 

Alleen groeit dat Turks vermoedelijk zachtjes weg van de taal zoals die in Turkije gesproken wordt. Julie hoeven niet raar op te kijken als je over honderd jaar wakker wordt en dan ineens ontdekt dat er in de loop van de tijd een nieuwe taal is ontstaan, het Nederturks, dat afwijkt van wat er in Anatolië gesproken wordt – doordat het Turks hier doorlopend in aanraking is met het Nederlands, maar ook doordat een taal als ze in verschillende gebieden gesproken wordt vanzelf uiteenvalt.

Hülya Şahin beschrijft in haar onlangs in Nijmegen verdedigde proefschrift Cross-linguistic influences de eerste stapjes van dat proces. In de loop van de afgelopen jaren deed ze een aantal onderzoekingen die ze in dit proefschrift bundelt (een ervan gaat overigens niet over het Turks, maar over het Papiamento). De conclusie: de veranderingen zijn nog heel voorzichtig, maar ze zijn er wel. 


Lees verder >>