Tag: Troonrede

Deze Troonrede kon zoveel beter

Door Wouter van der Land

Vorige week probeerde ik hier het begin van de Troonrede te voorspellen. Ik zat er dichtbij. Mijn voorspelling luidde: ‘Leden van de Staten-Generaal, vandaag is het precies 75 jaar geleden dat operatie Market Garden plaatsvond.’ De koning begon als volgt: ‘Leden van de Staten-Generaal, vandaag precies 75 jaar geleden begon operatie Market Garden.’

Daarnaast dacht ik dat de regering het beroemde ‘zoet’ uit zou gaan delen, vanwege het naderende verkiezingsjaar. Daarmee zat ik er compleet naast; het werd een Troonrede van vaagheden, wegduiken en een ‘winstwaarschuwing’. 

Opening

De Troonrede is geen toespraak-toespraak, maar het is ook geen droog beleidsstuk, want anders zou het wel de ‘Troonnota’ heten. Meestal gaat aan de uiteenzetting van het voorgenomen beleid een bespreking van de stand van het land vooraf. De opening verwijst vaak naar een belangrijke gebeurtenis of herdenking. Dat was in dit geval het jubileum van Market Garden: 

Lees verder >>

Hoe begin je een Troonrede?

Door Wouter van der Land

Bron: Pixabay

Een goed gepoetste koets, hoedjes en een gloedvolle toespraak. Volgende week is het Prinsjesdag en dat is niet alleen een feest voor het oog, maar ook van de taal. De Troonrede is onze belangrijkste nationale redevoering. Nederlanders van Willemstad tot Pietersburen schakelen de tv of radio aan om naar de koning te luisteren. Wat zal hij ons dit jaar beloven?

Het raadsel van de stijl

De Troonrede is een interessante speech voor taalliefhebbers. Ten eerste is er het raadsel van het ambtelijke jargon. In de rede van 2018 zaten bijvoorbeeld passages als ‘We mogen niet berusten in het feit dat meer dan de helft van de 75+’ers zegt zich eenzaam te voelen’ en ‘Het spreekt vanzelf dat de problemen niet met één druk op de knop zijn op te lossen. Maar het is wel noodzakelijk het tij te keren.’ Wie hier geen vlekken van in zijn nek krijgt, is zelf een ambtenaar.

Lees verder >>

De schijnduidelijkheid van begrippen 1/2: inflatiecorrectie

Nultaal (20)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

In deze serie gaat het niet alleen over niets dat iets is, maar ook over iets dat soms zo verwarrend is dat we er niets mee kunnen beginnen. In deze aflevering een anekdote, in de letterlijke betekenis van het Griekse ‘anekdotos’, een nog onuitgegeven, vaak historisch,  grappig verhaaltje over een  bijzonderheid. Het volgende verhaaltje komt nu voor het eerst op schrift.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw mocht ik op initiatief van de toenmalige Tweede Kamervoorzitter, Anne Vondeling, een pas uitgesproken troonrede vertalen, een rede die ook voor de huiskamers bestemd is maar die bekritiseerd werd als onbegrijpelijke, rituele Ridderzaal-tekst. We waren aangekomen bij de zin die ging over handhaving van tijdelijke, verzachtende belastingmaatregelen in verband met de hoge inflatie in die jaren. We konden achterhalen dat de zin heel concreet het volgende betekende: Lees verder >>