Tag: toponiemen

Toponymisch woordenboek van Oost- en Zeeuws-Vlaanderen online

Het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) publiceerde recent een toponymisch woordenboek van Oost- en Zeeuws-Vlaanderen op het internet.

Het gaat om een online publicatie van honderdduizenden (!) steekkaarten met informatie over historische plaatsnamen. In een volgende fase wordt die collectie aangevuld met nog meer Oost-Vlaamse toponymen en  met plaatsnamen uit Zeeuws-Vlaanderen.

De publicatie kwam tot stand na een vruchtbare samenwerking met de Provincie Oost-Vlaanderen. Ze is de bekroning van het jarenlange, grondige onderzoekswerk van Luc Van Durme, erelid van de KANTL, en de bibliotheekmedewerkers van de provincie Oost-Vlaanderen. Door de publicatie wordt het onvoltooid gebleven maar erg belangrijke werk van de legendarische taal- en naamkundige Maurits Gijsseling alsnog tot een goed einde gebracht.

De publicatie van het toponymisch woordenboek past in de opdracht van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) om grote collecties taalkundige bronnen te verzamelen, te bewaren en (digitaal) te publiceren. De KANTL verzamelt die bronnen via de website digitalebouwstoffen.be, die wordt beheerd door haar onderzoekscentrum, het CTB.

Wat is nu de naam van dat plekje?

Door Karel Leenders

De Blaak op de topografische kaart van rond 1925.

In de zestiende eeuw was de rivier de Mark waar ze tussen Etten en Zevenbergen doorstroomde erg breed. Te breed, omdat door het bedijken van de gorzen de functie van dit water veranderde van getijdengeul in die van regenrivier. Door die omschakeling trad er opslibbing op: er ontstond een vlak zanderig eilandje in de rivier, een plaat. In 1611 werd die voor het eerst in de archieven vermeld, 7½ hectare groot. Het jaar daarop werd het eilandje verkocht. Langzaam werd het groter en zo groeide het vast aan de Ettense oever. In 1677 heette die grond De Plaat. In 1827 mat het volgens het kadaster, dat deze plek ook nog steeds De Plaat noemde, ruim 40 hectare. De Mark, die hier in 1560 nog tot 450 meter breed was, had nu genoeg aan 22 meter.

Toen stichtten de Belgen hun eigen koninkrijk en lag het Nederlandse leger in Noord-Brabant te niksen. Lees verder >>

Over de plaatsbepaling van de toponiemen in het Cartularium van Radbod

Door Gerald van Berkel

Begin dit jaar verscheen opnieuw een vertaling door Marcel Otten van een IJslandse saga. Dit keer is het de Egilssaga en ik wil deze bijdrage graag beginnen met een toepasselijk fragment uit wat Otten noemt De saga van Egil, de zoon van Kale Grim.

“Toen het herfst werd koersten ze weer naar het noorden en gingen bij Friesland voor anker.

Op een nacht bij kalm weer voeren ze een brede rivier op waar het moeilijk was om te ankeren, terwijl het snel eb werd. Landinwaarts lagen grote vlakten met bossen vlak in de buurt. De velden waren drassig omdat het hard geregend had. Ze besloten aan land te gaan, en lieten een derde van hun troep achter om de schepen te bewaken. Ze liepen langs de oever, tussen de rivier en het bos, en algauw stuitten ze op een dorp waar veel boeren woonden. Toen zij het krijgsvolk gewaar werden renden de bewoners, die weg konden komen, het dorp uit naar het land erachter, en de Vikingen gingen achter hen aan. Vervolgens stuitten de Vikingen op een tweede dorp en een derde, en alle bewoners die daartoe in staat waren, vluchtten. Het land was vlak, met weidse weiden die overal werden doorsneden door sloten waar water in stond. Ze werden gebruikt om de akkers en weiden af te bakenen, maar bij sommige waren lange palen over de sloten gelegd zodat je eroverheen kon gaan. Dwars op de palen lagen planken en zo vormden ze bruggen.

De bewoners vluchtten het bos in. Toen de Vikingen ver in het bewoonde gebied waren doorgedrongen, verzamelden de Friezen zich in het bos, en toen ze zo’n driehonderdzestig mannen bij elkaar hadden, trokken ze op tegen de Vikingen en vielen ze aan. Het werd een hard gevecht, maar het eindigde ermee dat de Friezen op de vlucht sloegen en de Vikingen hen achtervolgden…”

Deze episode uit de Egilssaga wordt gedateerd rond het jaar 955 en zij wordt vaak aangehaald vanwege de beschrijving van een Nederlands veenontginningslandschap. Lees verder >>