Tag: taboewoorden

Foute boeken? Uit de kast (2)

Door Nico Keuning

In de huidige overgevoelige identiteitsmaatschappij is onder andere het woord ‘neger’ tot taboewoord verklaard. Vandaar dat een boek als De negerhut van oom Tom van Harriet Beecher Stowe deel uitmaakt van de collectie van de tentoonstelling Foute boeken? in het Meermanno Museum in Den Haag. Het gaat om het woord neger in de vertaalde titel, dat het boek in onze tijd verdacht maakt, maar de inhoud van Uncle Tom’s cabin or life among the lowly (1852) is juist een aanklacht tegen de slavernij. Lees verder >>

Over lijken

Door Henk Wolf

Ik heb jarenlang een abonnement gehad op een Deenstalige krant. Daarin vielen me altijd de berichtjes op van het overlijden van bekende mensen. Die-en-die ‘er død’, stond er dan als kop: die-en-die ‘is dood’. In Nederlandse kranten zie je, dat is althans mijn indruk, doorgaans wat omfloerstere formuleringen.

In z’n taalcolumn in de Trouw schrijft Ton den Boon vandaag over een verwante kwestie, namelijk die van de gevoeligheden rondom het woord lijk. Daarover wordt de afgelopen maanden wel vaker geschreven. De aanleiding is een initiatiefnota van Kamerlid Monica den Boer van D66. In die nota van november vorig jaar staat over het woordgebruik:

3.1 Gebruik niet het woord “lijk” op gemeenteformulieren

Nadat iemand is overleden en de arts een verklaring van overlijden heeft gegeven, moet een nabestaande of de uitvaartverzorger verlof tot cremeren of begraven aanvragen bij de gemeente (artikel 11 en 11a WBL). Pas dan kan iemand worden begraven of gecremeerd. De formulieren voor deze verloven zijn vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken. In deze formulieren wordt voor de overledene het woord “lijk” gebruikt. Uit de ervaring van gemeenten blijkt dat deze term als onnodig confronterend en soms zelfs als kwetsend wordt ervaren door nabestaanden. Deze formulieren voor de verloven moeten daarom gewijzigd worden, zodat deze minder emotioneel belastend zijn.
Vanuit deze gedachte kan ook de naam van de wet gewijzigd worden.

Lees verder >>

Kom me dan maar naaien, lachte zij rustig

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (147)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Toen, met haar nachtmuts, droogde zij hem af.
Zoo was Agaath nu: de meest onverschrokken
maar tevens braafste ziel in vrouwenrokken
die ooit haar kittelaar te knabblen gaf.
Ik zal het nooit vergeeten: ééns, voor straf,
wijl zij steeds weer mijn klooten wilde slokken,
wat pijn deed, deed ik in haar bed twee brokken,
halfzachte stront en schold haar dan voor laf
wanneer ze ook dat niet in haar slokdarm stopte.
‘Nee, daar niet!, zei ze, maar wel hier!’ en propte
haar scheede voller dan een beurs met geld.
‘Nog wat?’ – ‘Nee’, zeide ik. ‘Kom me dan maar naaien’,
lachte zij rustig. En ik? stond te draaien:
‘k was van ons beiden vast de kleinste held.

(W.C. Kloot van Neukema [ps. van E. du Perron], In memoriam Agatha)

Met de erotische woordenschat zijn verschillende eigenaardige dingen aan de hand. Er is al vaak op gewezen dat het moeilijk is om geschikte woorden te gebruiken voor des mensen edele delen in een poëtische context: er zijn platte woorden zoals kut en lul en er zijn medische termen zoals vagina en penis, maar neutrale woorden zijn er eigenlijk niet.

Lees verder >>

Vet kutte dingen

Door Marc van Oostendorp

Bron: Kakhiel. Merk op dat ’10 vet kutdingen’ ongrammaticaal zou zijn.

Twitter schijnt op zijn laatste benen te lopen, maar tot het zo ver is, hebben de taaltwitterati wel weer een productief weekeindje. Het begon met een tamelijk onschuldige vraag die alleen aan Onze Taal gericht was:

Al snel begonnen allerlei mensen zich ermee te bemoeien. Hoe bepaal je eigenlijk dat super en hyper hier noodzakelijk voorvoegsels zijn en geen bijwoorden? Wat is het verschil tussen extreem mooi en super mooi? Lees verder >>

Dat zeg je toch niet tegen kinderen?

“Gekanker over kanker-onderzoek”, kopte De Sumatra Post in 1931. Wat destijds niet meer dan een flauwe woordspeling was, zou een krant nu op boze ingezonden brieven komen te staan.
Als je het probleem niet ziet, dan ben je waarschijnlijk niet meer de jongste. Meestal nemen ouderen meer aanstoot aan stevig taalgebruik dan jongeren, maar bij kankeren is het omgekeerd. Babyboomers gebruiken dit woord voor ‘morrend mopperen’ nog vrij neutraal, terwijl jongeren het als erg grof ervaren. Ikzelf (30) zou het ook nooit gebruiken.
Een reactie op FOK!forum illustreert deze generatiekloof heel mooi:
Lees verder >>