Tag: taalwetenschap

Te moeilijk voor natuurkundigen

In een interview met het Amerikaanse webtijdschrift Slate zei de taalkundige Noam Chomsky deze week:

Neem nu de natuurkunde. Dat vak beperkt zich tot extreem eenvoudige vraagstukken. Als een molecule te ingewikkeld wordt, geven ze het door aan de scheikundigen. Als het te ingewikkeld wordt voor de scheikundigen, geven die het door aan de biologen. En als het systeem ook voor hen te ingewikkeld wordt, geven ze het door aan de psychologen… en zo verder tot het in de handen komt van geschiedkundigen of romanschrijvers.

Daar zit wat in, vond ik, maar toen ik het mijn vriendin wilde uitleggen, begon ze meteen te protesteren: natuurkunde is juist een heel moeilijke studie, veel moeilijker dan psychologie of geschiedenis. En natuurkundigen zijn ook vaak veel slimmer dan geesteswetenschappers.

Lees verder >>

De wereld in een tussen-n

Het is zoiets kleins, de –en in ideeënwereld, maar je kunt er eindeloos over soebatten. Over de spelling is dat ook al uitentreuren (uitetreuren) gedaan, maar er is meer. De uitspraak, bijvoorbeeld (spreek je die n nu wel of niet uit?), maar ook de betekenis: waarom zeggen we niet ideewereld? Heeft dat er echt iets mee te maken dat het gaat over een wereld van meer dan één idee?

Vorige week promoveerde Esther Hanssen in Nijmegen op een proefschrift over dit onderwerp. Ik was op reis en kon jammer genoeg niet bij de promotie aanwezig zijn. Ik heb haar proefschrift nu pas gelezen (u kunt het hier gratis downloaden).

Het leuke is dat Hanssen de vraag uit allerlei invalshoeken benadert: ze bekijkt hoe die tussenklank wordt uitgesproken in verschillende dialectgebieden — daar waar ze de n van het meervoud altijd uitspreken, daar waar ze dat nooit of alleen maar soms doen. Ze laat sprekers in experimenten luisteren naar samenstellingen om te zien of ze de associatie maken met een meervoudige vorm. En ze gaat na of mensen bij het onzinwoord moelengarmik eerder denken aan de garmik van een moel of aan de garmik van moelen.

De conclusie is steeds dezelfde: Lees verder >>

De nu-wij-taalwetenschap

Door Marc van Oostendorp

Wat is de taalwetenschap toch een prachtig vak! De taal is zo belangrijk voor de mens en zijn maatschappij, de taal is zo veelzijdig en rijk, dat je haar op allerlei manieren kunt bestuderen en dat is zeker de afgelopen decennia ook met vrucht gedaan. De taalkunde is het mooiste vak dat er is, als je haar niet nodeloos beperkt. Wie eerstejaarsstudenten taalkunde slechts een heel beperkt beeld voorzet, wie doet alsof de taalkunde slechts bestaat uit zijn of haar persoonlijke belangstelling (dat alles dan natuurlijk met beroep op de ‘beperkte ruimte’ die er in het programma is), die doet zijn vak en de studenten onrecht. Lees verder >>

Taalkunde en taalgevoel

Door Marc van Oostendorp

Aan mensen met taalgevoel heb ik een broertje dood. Ze hebben vaak zo weinig plezier in het leven. Muziekliefhebbers kunnen nog wel eens enthousiast vertellen over een mooie opname van de Winterreise zonder de hele tijd aan je kop te zeuren over het deuntje dat het 8-uurjournaal inluidt.

Vogelliefhebbers leven hun liefde niet alleen maar uit door ingezonden brieven te schrijven over de lelijkheid van de tegenwoordige duiven op de Dam. Van sommige francofielen heb je de indruk dat ze liever over een fles goede wijn praten dan over een natte kurk. Maar voor taalminnaars lijkt de ergernis zwaarder dan het enthousiasme: hen hoor je nooit over een prachtige nieuwe ontwikkeling in de taal, hen hoor je alleen maar klagen over hoe lelijk alles is en hoeveel lelijker alles almaar wordt. Lees verder >>