Tag: taalwetenschap

Afscheidsrede Anneke Neijt

Door Anneke Neijt

“Maar taalkunde is een prachtig vak”, dat zeg ik aan het begin van de rede waarmee ik afgelopen vrijdag afscheid nam van de Radboud Universiteit Nijmegen. De rede, getiteld “Zelf taalkundige worden” is hier te vinden. De voorpublicatie van de uitgebreidere tekst staat hier.

Met “geen mooier vak dan Nederlands” sluit ik af. Voor iedereen een aanrader: zelf taalkundige worden.

In memoriam prof. dr. Leopold Peeters

Door Els Ruijsendaal

Op 26 maart 2016 is prof. dr. Leopold Peeters, de bescheiden, maar zeer gedegen en zeer breed georiënteerde docent en gekend geleerde, heengegaan.

Pol Peeters werd op 14 februari 1925 geboren in Heppen (thans deelgemeente van Leopoldsburg) in de Belgische provincie Limburg. Na de middelbare school ging hij studeren aan de Universiteit van Leuven: Germaanse filologie, waar hij ‘met grote onderscheiding’ afstudeerde. Na zijn studie werd hij leraar in het middelbaar onderwijs en behaalde hij achtereenvolgens de doctoraalexamens Nederlands én Duits aan de Universiteit van Utrecht.

Het jaar erop werd Peeters docent aan de Nutsacademie in Rotterdam (MO) en in 1967 volgde een benoeming tot wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Amsterdam, afdeling Historische Taalkunde van het Nederlands. Hij promoveerde in 1968 op het proefschrift Historische und literarische Studien zum dritten Teil des Kudrunepos bij prof. dr. Jan Huisman.

Lees verder >>

Taalwetenschap van het Niets

Onbegonnen werk van een emeritus

Door Jan Renkema

Na veertig jaar taal- en tekstwetenschap komt er in het emeritaat ruimte voor onbegonnen onderzoek. De projecten lagen al lange tijd klaar, maar door alle andere werkzaamheden heb ik er nooit eerder aan kunnen beginnen. De projecten hebben alle het woordje ‘niets’ of ‘geen’ gemeen. Met dit onderzoek hoop ik het vak verder te kunnen dienen. Resultaten zullen te zijner tijd, of iets later, gepubliceerd worden via www.neerlandistiek.nl  en/of de sites www.janrenkema.nl en www.schrijfwijzer.nl. Het gaat om vier onderzoeksactiviteiten.

1 Projecten die tot niets leiden

Hier ligt het accent op het verzamelen van variatiemogelijkheden of verschijnselen in actueel taalgebruik. Hier is het puur de vreugde van het verzamelen. Het gaat niet om een systeem of het testen van een theorie. Deze projecten leiden tot niets, behalve dan de voldaanheid weer een exemplaar gevonden te hebben. Zoiets als vlinders vangen. Twee voorbeelden. Lees verder >>

Lezing Marc van Oostendorp in Leiden: Taalkundige zijn is het mooiste wat er is

Hoera, de Leidse vereniging voor studenten taalwetenschap T.W.I.S.T. en de Leidse vereniging voor studenten Nederlands NNP organiseren samen een lezing!

Onze spreker is niemand minder dan Marc van Oostendorp, die niet over een taalkundig verschijnsel gaat vertellen, maar over de taalkunde zelf. De titel van de lezing is ‘Taalkundige zijn is het mooiste wat er is’. In zijn woorden is “de taalkunde het mooiste, interessantste en belangrijkste vak dat er bestaat. Dat komt door het onderwerp dat bestudeerd wordt: de menselijke taal die het menselijk denken, de menselijke samenleving en de menselijke cultuur bepaalt. Bijna niets dat belangrijk is in ons leven zou kunnen bestaan zonder taal. Het komt ook doordat het vak je leert op heel verschillende manieren na te denken: als een natuurwetenschapper, als een sociale én als een geesteswetenschapper. Er zijn zoveel verschillende dimensies aan taal dat je als taalkundige vanzelf gedwongen wordt om ieder probleem op heel veel manieren te bekijken.
Waarom zou je taalkundige willen zijn? Tijdens de studie wordt er weinig aandacht aan besteed, maar eigenlijk is het een vraag die iedere student zich wel eens stelt. Mijn antwoord is: niet omdat het leuk is of interessant – al is dat allebei ook waar –, maar omdat het vreselijk belangrijk is dat de mens de taal begrijpt waarmee hij zo is vergroeid. De vraag is dus eerder waarom er mensen zijn die geen taalkundige willen zijn.”

De lezing begint op 3 mei om 17:00 in Lipsius 0.11 en na afloop zal er een borrel zijn in de Grote Beer (Rembrandtstraat 27). Iedereen is welkom!
(Je kunt je belangstelling voor dit evenement kenbaar maken via Facebook.)

Taalkunde in Nederland: systematisch uitgekleed!

Emeritus hoogleraar Vergelijking van Grammaticamodellen, Universiteit Tilburg
In de jaren 70 en 80 ontwikkelde zich de moderne theoretische taalwetenschap in Nederland in hoog tempo en stond aan de top van Europa. Een ministeriele nota in de 80er jaren stelde vast dat van alle aan Nederlandse universiteiten bedreven takken van wetenschap de sterrenkunde en de theoretische taalwetenschap mondiaal veruit de meest zichtbare en succesvolle vakgebieden waren.  Wat doen de universitaire bestuurders en de politici en ambtenaren op het ministerie daarmee? Je zou verwachten dat ze in overleg met de coryfeeën van de desbetreffende disciplines zouden zoeken naar manieren om hun toppositie veilig te stellen, uit te bouwen, te belonen met financiële injecties. Wat gebeurt er in werkelijkheid? Het tegendeel. 

De taalwetenschap, deel van de politiek niet bepaald sterk staande letteren en geesteswetenschappen in tijden van financiële bezuinigingen, is stukje bij beetje om zeep geholpen.  De wellicht grootste boosdoener was en is het financieringsmodel  van de universiteiten. Studentenaantallen en uitgereikte diploma’s bepalen het budget in belangrijke mate terwijl wetenschappelijke prestaties, internationale zichtbaarheid, aantallen publicaties in toptijdschriften, binnengehaalde subsidies en dergelijke nauwelijks in het gewicht vallen. Mijn eigen kleine maar fijne vakgroep Vergelijking van Grammaticamodellen aan de Universiteit Tilburg werd luttele jaren nadat wij het derde millennium binnengestapt waren opgeheven: te weinig undergraduate studenten die allemaal modieuze en vooral makkelijke vakken kiezen en te veel activiteit in de Ph.D. opleiding. 

Lees verder >>

Waarom zijn wij de enigen met taal?

Door Marc van Oostendorp

Taal heeft de mens veel gebracht: de naakte, zwakke aap die niet noemenswaardig kan rennen of verscheuren vinden we in grote – sommige zouden zeggen: veel te grote – aantallen over de gehele wereld, en er komen er nog steeds bij.  En dat komt waarschijnlijk voor een groot deel door de vele voordelen die de taal biedt.

Wanneer taal zo belangrijk is voor de evolutie van de menselijke soort, waarom zijn wij dan de enigen die taal hebben? Dat is de vraag die de taalkundigen Bob Berwick en Noam Chomsky stellen in hun onlangs verschenen boek Why only us?

Eén mogelijk antwoord is: wij zijn niet de enigen. Andere diersoorten – apen, dolfijnen, zangvogels – hebben op zijn minst een rudimentaire vorm van taal.
Lees verder >>

Mag je frisisten beledigen?

Door Marc van Oostendorp


Kun je je als taalwetenschapper ook met goed fatsoen mengen in taalpolitieke strijd? Voor de frisiste Tony Feitsma (1928-2009) was dit nauwelijks een vraag. Haar leven was gewijd aan het Fries en moet tot de nok gevuld zijn geweest met de Friese taal en de Friese letteren: vol onderzoek, maar ook vol strijd.

Over zo iemand kun je natuurlijk makkelijk een boek vullen en dat hebben vier frisisten onlangs dan ook gedaan: Wittenskip en beweging, waarin ze studies door deskundigen verzamelden over allerlei aspecten van het werk.

Het is een interessant boek, maar ook een beetje een gemiste kans.
Lees verder >>

Vacature: onderzoeker taalwetenschap, Universiteit Münster

Aan het instituut voor Nederlandse Filologie van de Universiteit Münster (Duitsland) is een deeltijdse baan (75%) voor een

Onderzoeker (promovendus of postdoc) 

vacant. De baan behelst het opzetten en uitvoeren van een onderzoeksproject binnen één van de onderzoekszwaartepunten van het instituut. Passende thema’s zijn de verwerving van sociolinguïstische variatie in het Nederlands, morfologie en syntaxis van nietstandaardvariëteiten, de structuur van linguïstische repertoires, en attitudes over geografische variatie. De baan omvat ook een lesopdracht van 3 uur per week.

Kandidaten beschikken over een masterdiploma (of equivalent) met een zwaartepunt neerlandistiek of linguïstiek, in bezit op 1 april 2016. Een uitstekende beheersing van het Nederlands is noodzakelijk. Een goede beheersing van het Engels en ervaringen met kwantitatieve of experimentele onderzoeksmethodes strekken tot de aanbeveling.

Lees verder >>

De vergissing van Saussure?

Door Marc van Oostendorp

Dit jaar precies een eeuw geleden verscheen een van de invloedrijkste boeken uit de geschiedenis van de taalwetenschap: de Cours de linguistique générale (Cursus Algemene Taalwetenschap) van Ferdinand de Saussure (1857-1913).

Het boek verscheen postuum en bevat uitgewerkte collegeaantekeningen van de beroemde taalwetenschapper die bekend was geworden door zijn briljante reconstructies van onderdelen van het Indo-Europees en daarna jarenlang had gezwegen. In de cursus zette hij een nieuwe vorm van taalwetenschap uiteen.

Belangrijk was daarbij onder andere het verschil dat Saussure maakte tussen diachrone en synchrone taalwetenschap. De termen komen allebei van het Griekse chronos, tijd. Diachroon betekent min of meer ‘door de tijd heen’ en synchroon ‘gelijktijdig in de tijd’.

Lees verder >>

UG, Evolutie en E. coli: gemeenschappelijke trekjes

In reactie op mijn recente blogpost op Neder-L verweest Mark Dingemanse naar een artikel van Lenski et al uit Nature 2012. Dat artikel is inderdaad interessant, maar wel met een onverwachte twist. 

Een genverdubbeling in E. coli leidt tot een transcriptie factor die een mechanisme (Cit+) in werking stelt dat ervoor zorgt dat het organisme citraat kan metaboliseren. Het effect van de transcriptie factor is catastrofaal, dwz. het aangemaakte eiwit heeft repercussies die plotseling en totaal zijn. Er is geen half transport. Het soort van inzichten dat dit biologisch onderzoek oplevert is precies analoog aan de inzichten die wij in onze branche van linguistiek Principles and Parameters genoemd hebben. In feite waren de moleculair biologen en Nobel Laureaten Jacques Monod en François Jacob, de ontdekkers van regulerende genen, de intellectuele medestanders van Chomsky in het beroemde Piaget-Chomsky debat in de abdij van Royaumont in 1975. Eigenlijk kan deze vergelijking nog verder worden uitgediept. Wat generativisten UG (voor Universal Grammar) noemen, nl. één bouwplan voor taal, noemen Evo-Devo biologen ook UG (voor Universal Genome), nl. één bouwplan voor lichaam. Hetzelfde soort van problemen, hetzelfde type benadering, en tenslotte analoge resultaten (Michael Sherman 2007). 

Lees verder >>

Waarom is het voor Russen zo fijn om Russisch te praten?

Door Marc van Oostendorp


Hoe verhouden taal en cultuur zich tot elkaar? Over die kwestie is nu eindelijk een heus  handboek verschenen, het Routledge Handbook of Language and Culture. Wat is bijvoorbeeld de relatie van de Nederlandse taal tot de Nederlandse cultuur? Wij schelden bijvoorbeeld in vergelijking met anderen veel met namen die naar ziektes verwijzen. Je kunt dan zeggen: in het Nederlands, maar niet in het Engels, is kanker een negatief voorvoegsel – een eigenschap van de taal.

Je kunt ook zeggen: Nederlanders hebben een eigenaardige obsessie voor ziektes, die veroorzaakt wordt door de calvinistische predestinatieleer (ik zeg maar wat). Maar wordt nu onze taal beïnvloed door onze cultuur? Of is die taal zelf eigenlijk neutraal met betrekking tot ziektes en zou je er op zich ook wel in kunnen schelden door bijvoorbeeld iemands voorouders te beledigen?

Lees verder >>

Emoji’s: waarom we taal en schrift niet moeten verwarren


Het team achter het Oxford Dictionary verkoos dit jaar een wel heel bijzonder woord van het jaar: een emoji. Lucas Seuren wijdde er hier op Neder-L een columnaan, waarin hij zijn ongemak beschreef met de classificatie van emoji’s als woorden: “Ik zou liever de enge betekenis van woord hanteren. Een emoji is gewoon een andere vorm van communicatie; het is in zekere zin taalloos.”
De impliciete opvatting van taal hier lijkt er één te zijn die sterk aan het schrift gebonden is. Volgens die opvatting, breed gedeeld, telt iets als taal als we het netjes op kunnen schrijven in ons conventionele alfabet en als het niet al te iconisch of visueel is. Handig voor schrijvers, vertalers en docenten, dat geef ik gelijk toe. Maar moeten we als taalwetenschappers ons vakgebied laten begrenzen door de conventies van een cultureel bepaald schriftsysteem?

Lees verder >>

Welke rol spelen verschillen in spreek- en schrijftaal bij internationale en intranationale conflicten?

Onverwachte taalvragen in de Nationale Wetenschapsagenda (4)
Door Marc van Oostendorp

Een van de mooie kanten van de taalkunde is, vind ik, dat het zo’n enorm breed vak is. Je kunt experimenten doen, of oude folianten doorwerken, je kunt boeren in Flevoland interviewen of je in je bed terugtrekken met een stompje potlood en een stuk papier; en je in al die gevallen toch nog taalwetenschapper noemen.
Maar wanneer je de vragen leest die mensen hebben gesteld aan de Nationale Wetenschapsagenda besef je dat het vak misschien nog niet breed genoeg is, dat we nog veel meer taalwetenschappers nodig hebben die nog veel meer aspecten van taal bestuderen. Mensen die bijvoorbeeld de volgende vraag zouden kunnen beantwoorden: 

RE: Echte taaldata

Door Lucas Seuren
Vorige week stelde Marc van Oostendorp ter discussie wat nu zogenaamd echte taaldata zijn. Het ging daarbij grof gezegd om een onderscheid tussen taaldata die gegenereerd worden op basis van intuïtie – bijvoorbeeld, is zin X acceptabel Nederlands/Frans/Swahili volgens een moedertaalspreker? – ten opzichte van taaldata die op een of andere manier ontlokt zijn of spontaan voorkomen – grote corpora van uitingen/zinnen geproduceerd in experimenten of niet-experimentele settings. Wat maakt dat sommige onderzoekers de tweede categorie echte taaldata noemen, maar de eerste niet?
Introspectie

Er zijn twee belangrijke kritiekpunten volgens Marc op de intuïtiedata: we analyseren ons eigen gedrag en we doen dat met zeer kleine steekproeven. Op beide punten hebben de echtetaaldatafanaten (ETDF) natuurlijk wel een punt, zoals Marc ook onderkent in zijn stuk.
Lees verder >>

Echte taaldata

Door Marc van Oostendorp


Af en toe kom ik ze tegen: onderzoekers die zeggen zich bezig te houden met ‘echte taaldata’. Ze zeggen dat zonder blikken of blozen, althans, ik heb er nog nooit een ontmoet die erbij blikte of bloosde.

Waarom niet? Zijn er ook ónechte taaldata, en zo ja, wie bestuderen die dan? En waarom?

Het probleem is dat onechte gegevens in ieder wetenschappelijk vakgebied door iemand verzonnen zijn. Taalgegevens zijn echter altijd per definitie door iemand verzonnen. Nog nooit is ergens een zin aangetroffen die spontaan uit de aarde kwam opgeweld.

Nu kun je natuurlijk taalkundige gegevens voorstellen die verzonnen zijn en dan betrekkelijk waardeloos worden. Iemand zou bijvoorbeeld kunnen beweren dat alle talen op de wereld de klinker a en de medeklinker t hebben en dan zou ik een taal kunnen verzinnen, Doepidoepi, die hierbij geen a heeft en ook geen t. Maar veel bewijskracht heeft zo’n taal dan natuurlijk niet.

Suzan

Dat is echter niet het soort onechte taaldata waar de liefhebbers van de echte zich tegen afzetten.
Lees verder >>

Dag van de Friese taalkunde 2015

Het Taalkundich Wurkferbân van de Fryske Akademy organiseert dit jaar de zevende Dag van de Friese taalkunde. De dag is bedoeld voor iedereen die zich direct of indirect bezig houdt met de taalkunde van het Fries: grammatica, fonetiek/fonologie, naamkunde, lexicologie, sociolinguïstiek, historische taalkunde. In de lezing kan over wetenschappelijk onderzoek gerapporteerd worden, maar presentaties van onderzoeksplannen, van speculaties of van taaldatabanken zijn ook welkom. Lezingen kunnen gehouden worden in alle talen die tot de West-Germaanse taalfamilie behoren.
Wanneer:       vrijdag 23 oktober 2015
Waar:              de locatie wordt later bekend gemaakt
De lezingen duren 30 minuten (20 minuten lezing plus 10 minuten discussie).
Wij roepen iedereen op, zich aan te melden voor een lezing. Stuur – graag zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk op woensdag 1 juli – een abstract van een halve A4 met naam en adres naar Willem Visser (secretaris van het Wurkferbân):
wvisser@fryske-akademy.nl
Of met de gewone post naar:
Fryske Akademy,
Taalkundich Wurkferbân,
Postbus 54,

8900 AB  Ljouwert/Leeuwarden.

Een gratis cursus taalwetenschap, in je luie stoel

Heel veel mensen lijken geinteresseerd te zijn in taal. Besproken proefschriften in de Volkskrant zorgen voor veel deining, anglicismen voor reuring, OnzeTaal heeft veel leden, om van Taalvoutjes nog maar te zwijgen. Maar “interesse in” is natuurlijk niet hetzelfde als “iets leren over”, laat staan “iets weten van”. Daarom presenteert de Universiteit Leiden nu de MOOC Miracles of Human Language: an Introduction to Linguistics. Een online inleiding taalwetenschap, gratis toegankelijk voor iedereen met internet. Als je dit bericht leest, ben je doelgroep: de cursus richt zich op iedereen die geinteresseerd is in taal. Meer lees je na de break.

Wat is een MOOC?

MOOC staat voor Massive Open Online Course. Het massieve heeft met aantallen te maken: onze cursus heeft bijvoorbeeld al 23.000 aanmeldingen. Open staat voor vrij beschikbaar. Je moet je wel aanmelden bij Coursera, de aanbieder van de cursus, maar daar zitten geen verplichtingen aan vast. Het online gedeelte spreekt voor zich, net als course, da’s dus Engels voor cursus.
Lees verder >>

Vacature: Docent Nederlands in het vakgebied meertalige communicatie, Gent

In de faculteit Letteren en Wijsbegeerte is vanaf 1 oktober 2015 een voltijds ambt van docent Nederlands in het Tenure Track stelsel te begeven binnen de vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie, voor een opdracht omvattend academisch onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening in het vakgebied van de meertalige communicatie.
Lees verder >>

Waar moet het heen met de taalwetenschap?

Door Marc van Oostendorp


In ’s levens eindeloze reeks bespiegelingen over de vraag ‘waar moet het heen?’ presenteren we op deze nieuwjaarsdag vandaag: de taalwetenschap.

Een dag of tien geleden verscheen namelijk op het internet een interessant van een verslag van een discussie tussen enkele vooraanstaande wetenschappers over dit onderwerp (Quo vadis linguistics in the 21st Century).

De deelnemers aan die discussie verdedigen natuurlijk allemaal een beetje een eigen winkel: wie goed leest en de sprekers kent, weet dat ze allemaal in de eerste plaats hun éigen vorm van onderzoek als de hoop van de 21e eeuw zien. Maar het zou natuurlijk ook wel een beetje raar zijn als het anders was, want wat zaten die lui dan hun tijd te verdoen.

Maar er is ook wel veel overeenstemming. Twee zaken worden door alle deelnemers genoemd, en eigenlijk ook steeds centraal gesteld: experimenteel werk en meer (hernieuwde) aansluiting bij andere wetenschappen. Dat klinkt allebei nobel, en het zal die kant ook wel opgaan. Maar is dat ook inderdaad wenselijk?
Lees verder >>

Anéla/VIOT Juniorendag



Op vrijdag 6 maart 2015 wordt de jaarlijkse Juniorendag van Anéla (Nederlandse Vereniging voor Toegepaste Taalwetenschap) en VIOT (Vereniging Interuniversitair Overleg Taalbeheersing) georganiseerd in Nijmegen. Studenten, net afgestudeerden en promovendi kunnen op de Juniorendag hun scriptie- of promotieonderzoek op het gebied van toegepaste taalkunde (taalgebruik, taalverwerving, taalonderwijs, taalbeheersing of communicatie) in een informele sfeer presenteren tijdens een lezing of een posterpresentatie. Daarnaast wordt op deze dag de jaarlijkse Anéla-VIOT Scriptieprijsuitgereikt voor de beste scriptie binnen het vakgebied. 
Abstracts voor een mondelinge of posterpresentatie kunnen tot 5 januari 2015 om 17.00 uur ingediend worden via dit formulier.

http://www.anela.nl/activiteiten/juniorendag/

Taalkunde voor kinderen

Door Marc van Oostendorp


Er is vermoedelijk geen beter publiek voor taalkundepraatjes dan schoolkinderen. Ik heb het nu een paar keer gedaan – gisteren bijvoorbeeld in het Museum voor Communicatie in Den Haag – en daarbij valt me iedere keer op hoeveel meer kinderen er van begrijpen dan volwassenen.

Daar zijn een aantal redenen voor. In de eerste plaats worden kinderen natuurlijk nog niet gehinderd door de gedachte dat het de laatste jaren wel héél snel bergafwaarts gaat met de taal, dat het in hun jeugd allemaal zoveel beter was. Die gedachte gaan ze onherroepelijk over een jaar of dertig wel ontwikkelen (zoals de jeugd dan gaat praten, hemeltjelief!), maar nu is het nog niet zo ver. Ze kunnen nog onbekommerd kijken naar hun moedertaal.

Ze durven bovendien meer.
Lees verder >>

Te gast in mijn rommelige werkkamer: Jan Stroop

Door Marc van Oostendorp


Welkom in de chaos van mijn werkkamer op het Meertens Instituut. Deze week verscheen Jan Stroops nieuwe boek De taal, die weet wat. In bovenstaande video praat ik met Jan over dat boek.

Deze video is een eerste poging om Neder-L multimedialer te maken. Ik hoop dat het jullie bevalt, al zal ik voorlopig toch wel vooral blijven schrijven.

Hier is het boek waar het over gaat:

Jan Stroop. De taal die weet wat. Over wat kan en niet kan in het Nederlands. Amsterdam: Athenaeum, 2014. Bestellen bij de uitgever.

In het interview verwijst Jan ook naar het boek Language and Space: Dutch, geredigeerd door Frans Hinskens en Johan Taeldeman.