Tag: taalwetenschap

Leidt schoolvorming in de taalwetenschap nergens toe?

Door Marc van Oostendorp

Martin Haspelmath is een van de interessantste taalwetenschappers van dit moment en bovendien een blogger, onder andere vanwege zijn volstrekte eerlijkheid en onafhankelijkheid. Hij vertelt hoe hij denkt dat de zaken in elkaar zitten, los van wat zijn gesprekspartners er eventueel van vinden.

Dat is misschien wel de belangrijkste kwaliteit van een (geestes)wetenschapper. Ik zou zeggen: dat is de reden waarom een samenleving wetenschappers zou moeten betalen, om in ieder geval een paar mensen te hebben die onder alle omstandigheden durven te zeggen waar het op staat.

En de omstandigheden zijn volgens Haspelmath niet zo gunstig. Lees verder >>

Een zoektocht van ‘zo maar’ naar zingeving in taalvariatie

Door Lauren Fonteyn

Toen ik net aan mijn studies Nederlands en Engels begonnen was, besliste ik dat ik zo’n ‘kom-voor-de-literatuur-blijf-voor-de-taalkunde’ student was, omdat ik blijkbaar heel goed was in woorden en zinnen ontleden. Maar wat ik nog leuker vond dan de vorm van zinnen ontleden, en wat uiteindelijk ook de echte reden is dat ik ben blijven plakken in de taalkunde, is het ontdekken dat die vorm niet ‘zo maar’ zo is, het onderzoeken wat het precies betekent als we de ene vorm gebruiken en niet de andere, en ook, vragen waarom er zoveel verschillende vormen zijn om schijnbaar hetzelfde idee uit te drukken.

Het is dan ook met plezier dat ik af en toe stukken lees zoals dat van Marc van Oostendorp over West-Vlaamse zinnen zonder en met V2, waarin er ook over het waarom achter de vorm gesproken wordt. Zo schrijft hij: Lees verder >>

Poleposition

Door Gudrun Reijnierse

Mensen die mij kennen weten dat ik er als autosportliefhebber een sport van maak om in (bijna) elke collegereeks een verwijzing naar de Formule 1 op te nemen. Tijdens de cursus Interculturele Communicatie laat ik bijvoorbeeld het ‘che fai’-gebaar zien dat Max Verstappen na de Gran Prix van Mexico (2016) richting Sebastian Vettel maakte. In niet elke cultuur heeft dat gebaar namelijk (dezelfde) betekenis, en dat kan tot communicatieproblemen leiden. Tijdens de colleges Wetenschapsjournalistiek leg ik graag de link tussen de veronderstelde effect van het drinken van Red Bull energydrink op rijprestaties en de recente overwinning van (inmiddels voormalig) Red Bull Racingcoureur Daniel Ricciardo op het circuit van Monaco – om daarna vooral in te gaan op de aard van die bevindingen in het licht van mogelijke belangenverstrengeling (zie bijvoorbeeld hier en hier). Zo levert autosport me voorbeelden om droge theoretische stof tijdens colleges concreet te maken voor studenten. Lees verder >>

Specialisatie en de toekomst van de taalwetenschap

Door Marc van Oostendorp

Onlangs raakte ik verzeild in een discussie over de toekomst van de taalwetenschap. Een tijdje vroeg ik me af wat ik nu eigenlijk zo vreemd vond aan dat gesprek, tot ik ineens in de gaten kreeg dat mijn gesprekspartners allemaal syntactici waren.

En dat voor syntactici altijd en overal ‘taalwetenschap’ gelijk was aan ‘syntaxis’. Dat gold vroeger, dat geldt nu en wat mijn syntactische vrienden betreft zal het ook in de toekomst gelden.

Naar mijn gevoel lijdt de taalwetenschap al heel lang aan overspecialisatie. Er zijn eigenlijk nauwelijks nog taalkundigen, mensen die een overzicht hebben over een groter deel van het vak. In ieder geval in het onderzoek is het heel ongebruikelijk dat iemand bijvoorbeeld zowel zinsbouw als de klanken van taal bestudeert, laat staan bijvoorbeeld zowel de cognitieve als de sociale aspecten van dat mysterieuze abstracte ding dat we taal noemen.

We doen alsof er een logische manier is om dat onbekende ding op te delen en alsof het aanvaardbaar is om je op één zelf ontworpen puzzelstukje te richten. Zonder dat iemand een idee heeft over hoe dat puzzelstukje ooit aan andere stukjes kan worden gehecht. Lees verder >>

Nee, dankjewel

Door Riny Huijbregts

Naar aanleiding van een onderzoek van N.J. Enfield (MPI, Nijmegen) en collega’s naar hoe, en hoe vaak, universele gevoelens van dankbaarheid en sociale reciprociteit in verschillende taalculturen worden uitgedrukt, merkt mede-auteur Mark Dingemanse in de wetenschapsbijlage van NRC (24 mei 2028) terecht op dat er ook andere dingen zijn om je druk over te maken dan het “in kaart brengen van grammaticale structuren.” Hij zegt letterlijk: “Maar het is net zo belangrijk om te begrijpen hoe taal in het echt gebruikt wordt.” Hier wordt gesteld dat inzicht in het “echte” gebruik van taal “net zo belangrijk” is als inzicht in grammaticale structuren.

Triple I

De keuze van de uitdrukkingen “echt” en “net zo belangrijk” is hier uiterst ongelukkig en geeft blijk van een haast onuitroeibaar dogmatisch denken dat taal gelijkstelt aan communicatie, of tenminste communicatie als primaire functie van taal aanwijst. Maar deze gedachte is volstrekt onjuist. Talige communicatie vooronderstelt taal en niet omgekeerd. Onderzoek naar structuur van taal heeft daarom intellectuele voorrang boven onderzoek naar het gebruik ervan. Lees verder >>

De lineair-gebonden automaat in het mensenhoofd

Door Marc van Oostendorp

Het is een onderwerp waarover veel wordt gezegd, al zeggen de meeste zeggers ook dat er maar weinig over te zeggen valt: de evolutie van taal. Er is geen dierensoort die een subtiel en rijk communicatiesysteem heeft ontwikkeld dat ook maar in de verte lijkt op de taal van de mens. Maar waar komt die taal dan vandaan? Hoe is het menselijk taalvermogen geëvolueerd?

Het probleem is dat we natuurlijk geen fossielen hebben die er iets over zeggen: zelfs uit de botten van Neanderthalers kunnen we niet opmaken of zij konden praten. Toch is het natuurlijk een inspirerend onderwerp, zoals ook het nieuwe speciale nummer over ‘Evolutie van taal’ van het tijdschrift Current Opinion in Behavioral Sciences.

Een mooi artikel vind ik bijvoorbeeld dat van de bioloog Tecumseh Fitch. Hij wijst op een bekend kenmerk van taal dat door de taalkundige Hockett ‘dubbele articulatie’ is genoemd. Menselijke taal is op twee onafhankelijke manieren tegelijk gestructureerd. Aan de ene kant worden op zichzelf betekenisloze klanken zoals p, a en k aaneengeregen tot woorden en uitingen. Die structuurlaag noemen we fonologie. Maar woorden als pak hebben wel betekenis en worden in zinsdelen en zinnen gegroepeerd. Die structuurlaag noemen we syntaxis.

Lees verder >>

De leukste taalkundige van Nederland

Door Marc van Oostendorp

Vandaag wordt in Utrecht een nieuwe hoogleraar taalkunde geïnstalleerd: Roberta D’Alessandro, volgens mij een van de interessantste taalwetenschappers die er momenteel in Nederland zijn. Om vier uur houdt ze haar oratie.

Ik bewonder haar om haar vermogen om bruggen te slaan. D’Alessandro is opgeleid in Stuttgart in het door de Amerikaan Noam Chomsky geïnitieerde zogeheten ‘generatieve’ paradigma in de taalkunde, maar waar aanhangers van Chomsky wel verweten wordt dat ze erg eenzijdig gericht zijn op hun eigen school en alleen met anderen communiceren om te polemiseren. D’Alessandro weet daarentegen juist vriendschappen te sluiten met sommige van de gezworenste vijanden van de Chomskyaanse visie. Ze nodigt ze uit voor discussies en symposia. Haar eigen standpunt verloochent ze daarbij nooit; de ander vervreemdt ze daarbij nooit.

Haar werk gaat ook over bruggen: ze heeft in veel werk laten zien dat dialecten (in haar geval Zuid-Italiaanse dialecten, waarop veel meer wordt neergekeken dan Noord-Italiaanse) minstens even interessant zijn als willekeurig welke standaardtaal. Lees verder >>

Taalcanon lanceert animatiefilmpje: Kun je een nieuwe taal maken?

Vandaag lanceert het taalcanonteam een animatiefilmpje over kunsttalen. Het is het zesde filmpje in een reeks, bedoeld voor het voortgezet onderwijs. De filmpjes geven een korte introductie op een onderwerp uit de taalcanon, en kunnen gebruikt worden als opstapje voor een les over taal in de klas.

Veel kinderen bedenken een eigen taaltje met vooral zelfverzonnen woorden. Maar er zijn ook volwassenen die nieuwe talen maken, inclusief klankleer en grammatica. Denk maar aan Zamenhof, de bedenker van het Esperanto, of Tolkien, die kunsttalen bedacht voor verschillende volkeren in het fictieve Midden-aarde. Maar waarom doen mensen dat? Deze vraag staat centraal in het zesde filmpje dat de taalcanon lanceert in een reeks filmpjes voor het onderwijs. Tekenaar en animator Frank Landsbergen maakte de filmpjes in opdracht van de taalcanon. Het filmpje is gebaseerd op het gelijknamige artikel van Marc van Oostendorp: Kun je een nieuwe taal maken?

Lees verder >>

Profielwerkstuk Taalkunde: alle tools voor jouw profielwerkstuk!

Door Kristel Doreleijers

Een profielwerkstuk schrijven bij het vak Nederlands lijkt misschien niet de meest voor de hand liggende keuze. Want ‘Nederlands dat is toch spelling, zinsontleding en tekstverklaring?’ zullen veel leerlingen denken. En dat is jammer. Het bestuderen van de Nederlandse taal omvat immers veel meer. Als taalkundige bestudeer je een wezenlijk aspect van het menszijn. Hoe verwerven baby’s taal? En waarom kunnen dieren dit niet? Je draagt ook bij aan maatschappelijke vraagstukken. Is het verstandig dat ouders hun kinderen meertalig opvoeden? Leidt meertaligheid tot taalachterstanden of biedt een meertalig brein juist cognitieve voordelen? Door taalgebruik in de maatschappij te bestuderen, leer je bovendien meer over de sociale verhoudingen tussen (groepen) mensen. Hoe zetten sprekers taal in om hun sociale identiteit vorm te geven? Hoe kun je met taal laten zien dat je tot een bepaalde groep behoort, of juist niet? Kennis over taal is bovendien nuttig bij het formuleren van een goed taalbeleid. Is het verstandig en wenselijk dat het Engels in steeds meer domeinen van de samenleving de voertaal wordt? Hoe denken de overheid, de wetenschap, het onderwijs en de ‘gewone Nederlander’ hierover? Om dit soort vraagstukken en taal in brede zin onder de aandacht te brengen, heb ik www.profielwerkstuktaalkunde.nl ontwikkeld: een digitaal kennisplatform waar taalonderwijs en taalwetenschap elkaar ontmoeten. Lees verder >>

Red ons van de normale taalwetenschap

Door Marc van Oostendorp

Het is een eigenaardig artikel, dat Morten Christiansen en Nick Chater onlangs publiceerden in het prestigieuze Nature Human Behaviour. Ze verbinden twee dingen aan elkaar die op het eerste gezicht niet veel met elkaar te maken hebben. In de eerste plaats constateren ze dat de taalwetenschap versnipperd is geraakt en roepen ze op tot meer geïntegreerde taalwetenschap. In de tweede plaats vinden ze dat we af moeten van de taaltheorie van Noam Chomsky.

Hoezo? Staat die taaltheorie dan integratie in de weg? Voor zover ik kan zien, is daar geen sprake van, en de auteurs dragen ook geen echte argumenten voor aan deze toch opmerkelijke stelling. Er worden of zijn in de loop van de tijd onderzoeken gedaan naar taal in het brein, taal in de vroegste fasen van het mensenleven, taal in ontwikkeling, taal in variatie, taal in de samenleving en noem maar op die op de een of andere manier aansloten op die theorie van Chomsky. Die theorie kan daarom best fout zijn – gegeven de feilbaarheid van de mens is dat zelfs zeer waarschijnlijk – maar om te zeggen dat deze inherent de integratie van de taalwetenschappen stuit, dat lijkt mij nu echt klinkklare onzin. Het past geloof ik vooral in een techniek die taalonderzoekers al decennia gebruiken om aandacht te trekken: te beweren dat ze nu definitief afrekenen met Chomsky, want die kennen de meeste mensen tenminste. Beweren dat je afrekent met Marc van Oostendorp heeft veel minder dat effect. Lees verder >>

Zijn creooltalen wel zo bijzonder?

Door Marc van Oostendorp

Zijn creooltalen wel zo bijzonder? Ook ik heb dat denk ik wel verteld bij eerstejaarscolleges. Het soort talen dat vooral in de slavernij is ontstaan – het Sranan bijvoorbeeld – zouden door hun bijzondere geschiedenis allemaal iets met elkaar gemeen hebben. De afwezigheid van verbuiging en vervoeging. Een uniforme woordvolgorde onderwerp – werkwoord – lijdend voorwerp (subject verbum object, SVO). Het zou allemaal komen door de unieke geschiedenis van die talen. Slaven op plantages zouden eerst op een onvolmaakte manier moeizaam de taal van hun meesters hebben opgepikt – of eigenlijk niet meer dan een verzameling losse woorden en kreten uit die taal, met nauwelijks een grammatica, een zogeheten pidgin. Pas als hun nageslacht die pidgin leerde, zou er een creooltaal zijn ontstaan.

Over dit serieuze wordt nu serieuze twijfel gezaaid een recent artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Human BehaviourVoorheen waren de claims altijd gebaseerd op een soort oppervlakkige analyse van een paar kenmerken van talen; voor het eerst hebben onderzoekers serieus gekeken naar een grote database van grammaticale eigenschappen van talen op de wereld (de WALS, gratis toegankelijk en sowieso de moeite waard) en een voor creooltalen (APiCS, ook gratis en ook de moeite waard). Dat was ook nu pas mogelijk omdat deze databases nu pas bestaan, net als de nodige statistische technieken. Lees verder >>

Wie bepaalt welke taal mooi is?

Door Marten van der Meulen

Mooi of lelijk? Dat onderscheid is een van de fundamenteelste die we hebben. Misschien wel iedere dag doen we uitspraken over of we iets mooi of lelijk vinden. We keuren van alles: boeken, films, gezichten, muziek, kleding, en ook taal. En we zijn het heel vaak niet met elkaar eens. Dat is prima: mooi en lelijk zijn geen absolute waarheden, het zijn meningen. Nu kun je het daarbij laten: ik vind iets mooi, jij iets lelijk, let’s agree to disagree. Maar dat is niet hoe wetenschap werkt. Zo’n verschil van mening, dat is pas waar het interessant wordt. Want waar komen die meningen eigenlijk vandaan? En waarom vinden we het een mooi maar het ander lelijk? Bij schoonheidsoordelen over taal zijn dat goede vragen, die laten zien hoe gelaagd een ogenschijnlijk oppervlakkige uitspraak als ‘Dit dialect vind ik lelijk’ eigenlijk is.

Het oor van de moedertaalspreker

Eerst even over het beoordelen van mooie taal. Vanaf de jaren ’60 wordt er onderzoek gedaan naar hoe taalgebruikers verschillende variëteiten van een taal evalueren. Vaak wordt in dat onderzoek standaardtaal afgezet tegen niet-standaardtalige variëteiten, zoals dialecten. Uit zulk onderzoek bleek in Engeland bijvoorbeeld dat mensen standaardtaal over het algemeen het best evalueren. Regionale accenten kunnen er ook nog wel mee door, terwijl stedelijke dialecten het negatiefst worden ervaren. Onderzoek in Nederland leidde tot vergelijkbare resultaten: ook hier kwam Standaardnederlands als beste uit de bus. Het gaat in dit soort onderzoek niet alleen om of iets mooi is. Een aantal verschillende parameters wordt bekeken, waaronder schoonheid, maar ook status en solidariteit. Lees verder >>

Taalcanon lanceert tweede animatiefilmpje: Hoe sprak de oermens?

Vandaag lanceert het taalcanonteam een animatiefilmpje over de taal van de oermens. Het is het tweede filmpje in een reeks, bedoeld voor het voortgezet onderwijs. De filmpjes geven een korte introductie op een onderwerp uit de taalcanon, en kunnen gebruikt worden als opstapje voor een les over taal in de klas.

Grumpf. Grunt. Burp. Zo praten oermensen in strips en tekenfilms. Dat lijken eerder geluiden van een aap dan van een mens. Maar klopt dat met de werkelijkheid? Hoe klonk de oermens eigenlijk? Deze vraag staat centraal in het tweede filmpje dat de taalcanon lanceert in een reeks filmpjes voor het onderwijs. Tekenaar en animator Frank Landsbergen maakte de filmpjes in opdracht van de taalcanon.

De filmpjes geven een korte introductie (van 3 tot 5 minuten) op een onderwerp uit de taalcanon, zoals kindertaal, de taal van de oermens of het ontstaan van het Nederlands. Deze filmpjes kunnen docenten in de klas laten zien, of als huiswerk meegeven alvorens een onderwerp klassikaal te bespreken. Vervolgens lezen leerlingen de bijbehorende artikelen op de website of gaan docenten aan de slag met een van de lesbrieven op de site. Lees verder >>

Klinkerbotsingen en borden pasta

Door Marc van Oostendorp

We hadden nog wat geld te besteden en toen we daarover nadachten, zeiden we tegen elkaar: waarom niet wat taalkundigen van over de hele wereld naar Crecchio brengen. Dat is een beeldschoon dorp dat naast het geboortedorp van Roberta, mijn vrouw, ligt – er is nauwelijks infrastructuur, geen hotels, geen conferentiezalen, geen openbaar vervoer.

Dat maakt het lastig om er iets te organiseren. Maar het zorgt er ook voor dat wie er eenmaal is, niet zo gemakkelijk meer wegkomt – geen pauze neemt voor een lezing die hem even wat minder interesseert, niet urenlang alleen met die ene collega gaat kletsen met wie hij een project wil gaan schrijven. We zouden de mensen lokken met het eten en de zon, en we zouden ze vervolgens met elkaar opsluiten met discussie over zogeheten passiefconstructies en klinkerbotsingen. Lees verder >>

Naar Manchester voor de fonologie

Door Marc van Oostendorp

Vandaag reis ik weer naar Manchester, voor het grootste evenement voor fonologen ter wereld: de Manchester Phonology Meeting. Het is mijn favoriete congres, en vorig jaar maakte ik er het bovenstaande vrolijke filmpje over.

Of het dit jaar weer zo vrolijk wordt, valt natuurlijk te bezien. Het is de 25e editie, maar de feestelijkheden worden – neem ik aan – opgeschort. Lees verder >>

Marc van Oostendorp – taalkundige

Door Marc van Oostendorp

We hebben nieuwe visitekaartjes! Ik vergeet die dingen weliswaar altijd mee te nemen naar gelegenheden waar ik ze aan iemand uit kan delen, maar ik ben er nu heel blij mee.

Dat komt doordat we zelf onze functie-omschrijving mochten bedenken. Dus nu heb ik een kaartje waar niet een of andere bizarre rangaanduiding op staat, maar wat ik eigenlijk, in diepste wezen, ben: taalkundige.

Er is van alles mis met het academische bedrijf; er werken behalve een paar aardige en gevoelige mensen ook veel nare, bange, opportunistische; er is een vloed aan onzinnige dingen die van de moderne academicus worden verlangd. Dus academicus zijn is eigenlijk alleen maar een manier om te bereiken wat je eigenlijk wilt zijn – taalkundige. Er zijn trouwens – gelukkig – ook andere manieren.

Wereld

Waarom iemand iets anders zou willen zijn dan dat, is mij nog altijd een raadsel.  Lees verder >>

38th edition of TABU Dag 2017 – Call for abstracts

The Center for Language and Cognition Groningen is pleased to announce the 38th TABUDag, which will take place at the University of Groningen on 22 & 23 June 2017. TABU Dag is an annual international broad linguistics conference which offers excellent opportunities to meet other linguists and discuss current research. Graduate students and (post)doctoral researchers in particular are encouraged to present their work.

The keynote speakers of this year’s edition are

  • Risto Näätänen, Academy Professor em. of the Academy of Finland, Professor of Cognitive Neuroscience of the University of Tartu, and Visiting professor of the University of Aarhus
  • Bart Geurts, Professor Philosophy of Language and Logic, Radboud University Nijmegen
  • Mark Dingemanse, from the Max Planck Institute of Psycholinguistics, Nijmegen will give an invited presentation on Open Access publishing
  • Anna Papafragou, Professor of Psychology (Language and Cognition Lab),  University of Delaware
  • Lucia Specia, Professor of Language Engineering, University of Sheffield

Lees verder >>

Het vrolijke taalverraad van Milfje Meulskens

Door Marc van Oostendorp

Taalkundigen zitten ook wel eens aan de tequila. Zij praten dan over de vraag wat ze eigenlijk ontdekt hebben in het leven. Een van ons had in de Amazone een taal gevonden met een klank waarvoor nog geen symbool bestond in het Internationaal Fonetisch Alfabet. Een ander dat menselijke hersenen rta moeilijker vinden dan tra, zelfs als er in die hersenen alleen talen zitten waarin je zowel rta als tra kunt zeggen. Een derde kwam aanzetten met het feit dat Nederlandse dialecten waarin je een v zegt in ik geloov in ringen op de landkaart liggen.

Het was heel gezellig, maar geen van deze ontdekkingen heeft Milfjes eerste soloboek gehaald, Opzienbarende ontdekkingen over taal.

Gelukkig, er gloort hoop! Lees verder >>

De online taal van Nederland en Vlaanderen

Door Redactie Neerlandistiek voor de klas

Welke talen gebruiken mensen online? Nederlands, Fries Engels, of iets anders? Onderzoek laat zien dat jongeren online vaak verschillende talen gebruiken voor verschillende situaties.

Als je denkt dat er in Nederland alleen Nederlands wordt gesproken, dan heb je het goed mis. Meertaligheid is aan de orde van de dag in Nederland. Migranten spreken misschien hun moedertaal naast Nederlands, maar ook geboren Nederlanders kunnen naast Standaardnederlands dialect spreken. Om van de honderdduizenden sprekers van het Fries nog maar te zwijgen. En in het bedrijfsleven spreken mensen misschien Engels, of Chinees. Maar hoe gaan mensen om met verschillende talen? Gebruiken ze voor verschillende situaties ook verschillende talen of gebruiken ze talen door elkaar heen? Recent onderzoek richt zich steeds meer op de taal van jongeren, en in het bijzonder op hun taalkeuze online. Kiezen ze voor Nederlands, voor dialect, voor hun moedertaal, of voor een combinatie van talen? Lees verder >>

Te verschijnen: Opzienbarende ontdekkingen over taal

(Persbericht Van Dale)

Iedereen gebruikt taal, maar hoe werkt het? Dat onderzoeken taalwetenschappers en zij doen aan de lopende band spectaculaire ontdekkingen. Wist je bijvoorbeeld dat sprekers van talen met veel woorden voor geur, ook daadwerkelijk beter kunnen ruiken? Of dat vogels op dezelfde manier leren zingen als wij taal leren?

Bloggers en taalwetenschappers Sterre Leufkens en Marten van der Meulen (samen Milfje Meulskens) geven in dit boek een breed overzicht van ontdekkingen uit de taalkunde – en dit is nog maar het topje van een ijsberg aan waanzinnig taalwetenschappelijk onderzoek, zo massief dat er wel honderd Titanics op stuk zouden kunnen lopen. (Hier is een voorproefje.) Lees verder >>

In Memoriam Henk Schultink

Door Wim Klooster

Op 7 januari van dit jaar overleed Prof. dr. Henk (Hendrik) Schultink op 92-jarige leeftijd. De eerste keer dat ik hem zag moet zo’n 56, 57 jaar geleden zijn, toen ik de pre-candidaatscolleges van Reichling volgde, en hem dan altijd vooraan in de zaal aantekeningen zag zitten maken. Hij was toen assistent (zoals dat toen heette) van Reichling. In die periode was hij ook medewerker van de Nieuwe Rotterdamsche Courant, een voortzetting van zijn Deens correspondentschap bij diezelfde krant. Zo kon hij betrekkelijk heet van de naald “kritische voorlichting geven uit de werkplaats der taalkunde”.  (Voor de lezer van vandaag geen lichte kost, meende J.J. Heldring in 2005 in in zijn rubriek ‘Dezer dagen’ in NRC Handelsblad, ietwat meewarig. “Ik vraag mij af of de huidige lezer er nog tijd en geduld voor zou hebben.”) Henk Schultinks kronieken werden in 2005 gebundeld uitgegeven onder de titel Van onze taalkundige medewerker, bezorgd door Cecile Portielje en Jan Noordegraaf.

Erg lang kan zijn assistentschap bij Reichling niet geduurd hebben, aangezien Henks plaats kort daarna werd ingenomen door Pieter Seuren, die later bij Henk zou promoveren. Henk had al een aanstelling als docent aan de Rijkuniversiteit Leiden, waar Uhlenbeck in de Algemene Taalwetenschap de scepter zwaaide, en bij wie hij in 1962 promoveerde op De morfologische valentie van het ongelede adjectief in modern Nederlands. Onder taalkundigen, en zeker onder morfologen, kreeg zijn proefschrift grote bekendheid. Ook voor niet-morfologen werd sindsdien groen-groenig-groenerig een overbekende trits. Kort na zijn promotie werd hij datzelfde jaar hoogleraar Algemene Taalwetenschap aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Lees verder >>

Linkse politiek en taalwetenschap

Door Marc van Oostendorp

imagesIn het begin begreep ik niet welk probleem de Britse antropoloog Chris Knight nu precies wilde oplossen in zijn nieuwe boek Decoding Chomsky. Wat viel er te decoderen? Ja, hij legt in het begin vrij duidelijk uit dat het gaat over een kwestie die anderen ook bezighoudt. Maar die kwestie heb ik ook nooit echt begrepen: hoe is het mogelijk dat Noam Chomsky beroemd is om twee soorten boeken: over taalwetenschap en over internationale politiek?

Ik zou zeggen: sommige mensen hebben nu eenmaal een brede belangstelling, en het is een beetje vreemd om dan per se te willen dat hun liefhebberijen met elkaar in verband staan. Ik kan bijvoorbeeld niet onverdienstelijk stamppot maken, maar men moet mij niet komen vragen wat er overkoepelend is aan mijn taalwetenschap en mijn hutspot. Ik maak ze allebei, dus ik ben het verband,dat is het hele antwoord, en het is ook mutatis mutandis het antwoord dat Chomsky geeft. Het enige verschil is dat hij zoveel energie, talent en concentratie heeft dat hij met allebei zijn belangstellingen wereldberoemd is geworden. Dat kun je op zichzelf dan weer een raadsel noemen, hoe komt iemand zo, maar daar gaat Knights boek niet over. Lees verder >>

Sjef Barbiers benoemd tot hoogleraar Nederlandse Taalkunde Universiteit Leiden

Dr. Sjef Barbiers (Meertens Instituut en Universiteit Utrecht) is benoemd tot hoogleraar Nederlandse Taalkunde aan de Universiteit Leiden. Hij zal werkzaam zijn bij het Leiden University Centre for Linguistics (LUCL). Barbiers is een internationaal erkend expert op het gebied van de Nederlandse Taalkunde. Zijn onderzoeksgebied is variatie in de Nederlandse syntaxis. Barbiers’ onderzoek profiteert van het beschikbaar komen van een digitale onderzoeks-infrastructuur voor de Nederlandse taalkunde. Daarin heeft hijzelf een belangrijke rol gespeld door zijn sterke betrokkenheid bij grote onderzoeks-infrastructuur-projecten zoals SAND, Edisyn, CLARIN, Nederlab en CLARIAH. Barbiers hoopt dat deze digitale infrastructuur ook een vernieuwende bijdrage kan leveren aan het onderzoek aan LUCL en het digital humanities initiatief van de Faculteit Geesteswetenschappen in Leiden een impuls kan geven.

Lees verder >>

Vacature Ph.D-onderzoeker (doctoraatsbursaal) Nederlandse Taalkunde, Universiteit Gent

Aan de Universiteit Gent is er een vacature voor een voltijds (100%) Ph.D.-onderzoeker (doctoraatsbursaal) op een BOF-onderzoeksproject over de rol van stilistische variatie in grammaticale alternanties in het hedendaagse Nederlands (promotoren: Timothy Colleman en Gert De Sutter).

Het betreft een aanstelling voor twee jaar, die na een gunstige tussentijdse evaluatie verlengbaar is met een nieuwe termijn van twee jaar. De ingangsdatum is 1/10/2016. Lees verder >>