Tag: taalverandering

Die Muur, was dat ook een Taalmuur?

door Jan Stroop
Door alle aandacht die ’t 25-jarig jubileum van de Val van de Berlijnse  Muur krijgt, komt bij mij de herinnering boven aan ’t  Colloquium ‘Dialect and Standard Language’ dat in Amsterdam plaatsvond, aan de Vrije Universiteit, van 15-18 oktober 1990, dat wil zeggen nog geen jaar na de val van die muur.
Aan dat congres nam ook deel Professor Dr. Helmut Schönfeld,  lid van de Akademie der Wissenschaft der DDR. Die hield een voordracht over ‘Dialekt, Umgangssprache und Standardsprache auf dem Gebiet der ehemalige DDR im 20. Jahrhundert’. Het enige wat in zijn lezing herinnerde aan de actuele toestand was dat ‘ehemalige’ in de titel.

Lees verder >>

De burgers dreigt een vreselijk lot

Door Marc van Oostendorp


Een nieuwe stap in de ontwikkeling van het werkwoord dreigen werd deze week mogelijk gemaakt door een koppenmaker van de Volkskrant: ‘Burgers Aleppo dreigt vreselijk lot‘ schreef deze boven een artikel over de situatie in Syrië.

Over het werkwoord dreigen hebben Nederlandse taalkundigen tamelijk veel geschreven (zie hier bijvoorbeeld wat bij elkaar gegoogelde bijdragen van Sjef Barbiersde elektronische ANSGertjan Postma en Arie Verhagen. De aandacht van die geleerden werd vooral getrokken door het feit dat het werkwoord twee verschillende betekenissen kan hebben in zinnen als de volgende:

  •  De chauffeur dreigde een andere route te kiezen.

Spanneld!

Door Marc van Oostendorp

Wie nog nooit op Marktplaats.nl geweest is, kent de Nederlandse taal niet. Zo iemand mist bijvoorbeeld advertenties waarin gezocht wordt naar een ‘mooie vrouw voor spannelde foto’s maken samen’: “Ben op zoek naar een mooi vrouwtje voor spannelde foto ’s te maken voor hobby geen foto modellen of betalingen puur voor hobby en spannelde locaties opzoeken enz.”

Drie keer spanneld. Dat kan geen typfout meer heten. Op Facebook schrijft iemand over een tochtje naar Vinkeveen in 1955: “Vond het ook wel spanneld dat uitstapje, want in onze tijd kwam dat (behalve het schoolreisje) eigenlijk nooit voor.” En al tien jaar geleden schreef iemand in het gastenboek van Citygirl: “lieve sil en mike ik vind het heel erg leuk om julie zwangerschap van zo dicht bij te mogen meemaken vind het ook supper spanneld kan ook niet wachten om die kleine in me armen te nemen en straks op te passen”.

Veel komt het niet voor, en of het allemaal doorzet valt in dit stadium niet te voorspellen, maar hier borrelt toch wel een mogelijke taalverandering. Waar komt die vandaan?
Lees verder >>

Een wijze kind in de middeleeuwen

Door Marc van Oostendorp


Dat we ‘het mooie meisje’ zeggen, met een buigings-e maar ‘een mooi meisje’ zonder, is een wonderlijk fenomeen. Wie heeft er eigenlijk wat aan dat onderscheid? Het is dan ook langzaam maar zeker aan het verdwijnen, nu steeds meer jonge mensen ‘een mooie meisje’ zeggen. Als we dat eerdaags allemaal doen, is een taalverandering voltooid en zeggen we altijd een vorm met e voor een zelfstandig naamwoord, en een vorm zonder op andere plaatsen (het meisje is mooi, dat is mooi geborduurd).

Nee, dan de middeleeuwen! In een artikel in het nieuwste nummer van het wetenschappelijk tijdschrift TNTL beschrijft Joost Robbe heel precies hoe bijvoeglijk naamwoord werd verbogen in het boek Spieghel onser behoudenisse – waarschijnlijk het eerste boek dat ooit (rond 1470) in Nederland (door Laurens Janszoon Coster) gedrukt werd.

Het system was in ieder geval in dat boek nog een stuk ingewikkelder dan nu.
Lees verder >>

Analoog roken

Door Marc van Oostendorp


De wereld wordt steeds analoger. Het bewijs: vijftig jaar geleden zou niemand de vorige zin begrepen hebben, nee, hem zelfs ongrammaticaal hebben gevonden. Wanneer je zou hebben gezegd dat je analoog ging leven, zou men even over zijn hoornen bril hebben gekeken en meewarig gevraagd hebben: “analoog aan wat?” En hebben getrokken aan zijn analoge sigaret, zonder enig benul van wat men eigenlijk aan het doen was.

Het woord analoog heeft een verbazingwekkend snelle betekenisverandering doorgemaakt. In 1949 betekende het volgens het WNT alleen nog ‘een analogie inhoudend, overeenkomstig’: de belevenissen van de ene kunstzwemmer waren analoog aan die van de ander.

Dit veranderde door de komst van de cd.
Lees verder >>

Ofzo: het landingsgestel van de Nederlandse zin

Door Jan Stroop
of               zo

In mijn boek Hun hebben de taal verkwanseld staat een hoofdstuk ‘Wauwelwoorden’. Dat gaat onder andere over zeg maar en ofzo. Ik noemde ze daar stopwoorden, omdat ze geen betekenis hebben en dus overbodig zijn. Betekenis hadden ze aanvankelijk natuurlijk wel en soms nog, in deze zin bijvoorbeeld): ik vermoed dat wij ongeveer op een negende plaats van veertien ploegen staan of zo. Of zo kan hier betekenen: ‘ongeveer op de negende plaats’. De zin is uit het Corpus Gesproken Nederlands, zoals alle zinnen in dit stukje.

Ook zeg maar in bijvoorbeeld: d’r moet gewoon hele nieuwe sfeer gecreëerd worden zeg maar, heeft betekenis. Spreker vindt dat ’t woord ‘sfeer’ niet helemaal uitdrukt wat hij wil zeggen. Het ofzodat in deze zinnen gebruikt wordt, kunnen we herleiden tot of zoiets (of zoiets). Van die betekenis is bij het tegenwoordige ofzo niet veel  meer over, maar waarom wordt het dan toch zo vaak gebruikt?

‘Spannend’ verandert van betekenis

Door Marc van Oostendorp


Het gebruik van het woord spannend is geloof ik aan het verschuiven. Het gebeurt langzaam – daar is het een verschuiving voor – en het is daarom moeilijk om er de vinger op te leggen. 

Neem de recente aflevering van Zomergifjes hierboven. Na ongeveer 35 seconden ontspint zich de volgende dialoog tussen de presentator en de gast, Linda Duits:
Lees verder >>

Wil ik een doosje voor je zoeken?

Door Marc van Oostendorp
Zoals de meeste mensen heb ik specifiekere herinneringen aan de taal van mijn vader dan die van mijn moeder. Zoals je moeder praten, dat is wat je leert als kind, en dus is alles wat je moeder zegt, allemaal volkomen normaal. Ik kan me in ieder geval niets voor de geest halen dat mijn moeder zei en dat ik als kind vreemd vond. Maar bij je vader begint de taalvariatie: die zegt soms dingen die je als kind kennelijk niet overneemt, maar tot nadenken stemmen.
Gisteren was ik aan het lezen in De tranen der acacia’s en ineens hoorde ik daar uit de mond van de zus van de hoofdpersoon (Carola) een zinnetje van mijn vader voorbijkomen:
Wil ik een doosje voor je zoeken?

Ik herinner me dat mijn vader zulke dingen zei en dat ik als twaalfjarige dacht: maar dat moet je mij toch niet vragen, of jij dat wil. Want ik dacht dat ik slim was en wist niet beter.

Lees verder >>

Voetbaltaal: ‘Het werd vrouwen en kinderen eerst’

Door Marc van Oostendorp

Thomas M. Hemy:
Wreck of the Birkenhead

“In een finale mag alles hoor,” sprak de voetballer W. Sneijder gisteren in het avondblad. “Vrouwen en kinderen eerst. Dat gebeurt in elke finale. Ik heb nog nooit in een finale slappe hap gezien.”

Mijn Amsterdamse collega Ingrid van Alphen zag hem het eerst, en plaatste hem op Facebook. Wat werd hier bedoeld met ‘vrouwen en kinderen eerst’? We hadden hem geen van allen ooit eerder gezien.

De uitdrukking is natuurlijk niet nieuw: er bestaat zelfs sinds 2008 een Wikipedia-pagina over. Maar de betekenis die er daar wordt gegeven is een van een morele regel, een die een wereld oproept van ridderlijkheid en goede manieren. Een wereld van de Titanic waar bijna 80% van de vrouwen overleeft en slechts 20% van de mannen, omdat de laatste met de hoed in hun hand de eersten laten voorgaan. Maar dat is toch niet speciaal in overeenstemming te brengen met ‘In de finale mag alles hoor’.

De uitdrukking blijkt de laatste maanden vaker gebruikt te worden – alle vindplaatsen komen uit de voetbalwereld.
Lees verder >>

‘Dames Spaghetti Top’

Door Marc van Oostendorp

Afb. 1: Dames spaghetti top
Gisteren ging ik naar de supermarkt met een Italiaanse collega die interesse heeft voor het woord spaghetti in het Nederlands. 
We hadden geluk: we kwamen voorbij een vestiging van Zeeman die adverteerde met een “dames spaghetti top” (afb. 1) Mijn boodschappengezel bleek niet te kunnen raden waar het over ging, terwijl ik daar meteen wel een idee over had: de dunne bandjes die over de schouder liepen lijken op spaghetti. 
Het woord spaghetti top blijkt in de textielwereld heel gebruikelijk te zijn. Alle mogelijke bedrijven hebben er een in hun assortiment, al spellen sommigen het als spaghettitop. Dezelfde metafoor wordt kennelijk ook gebruikt in het Engels (spaghetti strap) en het Duits (Spaghettiträger).
Lees verder >>

Bindend advies

Door Marc van Oostendorp

Het intrigerendst zijn de misplaatste taalergernissen, de boosheid die geen duidelijke grond heeft, de mensen die op Meldpunt taal zaken schrijven als:

Als je aan een universiteit studeert moet je in het eerste studiejaar 45 van de te behalen 60 studiepunten halen. Aan het eind van het jaar volgt een weging. Voldoe je niet aan de eisen, dan mag je niet verder studeren. (…) Waar het om gaat is de naam van dit fenomeen: Bindend Studieadvies. Heeft u ooit zo iets geks gehoord? Hoofdkenmerk van elk advies is toch juist dat het vrijblijvend is: je kunt in een advies meegaan of het in de wind slaan. Maar hier niet, dus hebben ze het malle ‘bindend’ eraan toegevoegd, aldus een heel lelijke, eufemistische contradictio in terminis creërend. En dat allemaal op academisch niveau! Het zou natuurlijk gewoon ‘Studie-eis’ moeten heten, want dat is wat het is. Maar kennelijk mogen eisen niet gesteld en is verbloemend praten de norm. (09-05-2014; 11:08)

De crux zit in het ‘hoofdkenmerk’ dat ‘elk advies’ volgens deze melder heeft: vrijblijvendheid. Hoe komt die melder daarbij?
Lees verder >>

Sommige fouten zijn verre van menselijk verwijderd

Door Marc van Oostendorp


De linksback Patrice Evra “hield zich’, volgens De Telegraaf van maandag, “verre van in”, toen hij maandag kritiek leverde op zijn club, Manchester United. Verre van in! Probeer dat maar eens te ontleden.

Ik kon me nog herinneren dat het verschijnsel zijdelings aan de orde kwam in een artikel dat Hendrik De Smet een tijdje geleden publiceerde in Language (hier een gratis versie). In dat artikel beschrijft De Smet hoe verre van in de zeventiende eeuw alleen gebruikt werd in beeldspraak:

Het zy verre van my dat ick soude roemen anders dan in het kruyce onses Heeren (1688, WNT) 
– ’t Geen zy voorsloeghen […] bleek verre van hem te bedrukken, ende strekte veel eer t’zyner verlichting (1642, WNT) 

In deze zinnen is verre nog een bijvoeglijk naamwoord en van een voorzetsel. Samen drukken ze uit dat er afstand bestaat, zij het natuurlijk alleen maar in figuurlijke zin: iets roemen bevindt zich op kilometers afstand van mij, om van hun voorstel te komen tot een staat waar ‘hij’ bedrukt zou zijn, zou je eerst uren moeten lopen.
Lees verder >>

De taal aan verandering onderheven

Door Marc van Oostendorp

Terwijl wij mensen door het park wandelen, een potje klaverjassen of onze neuzen snuiten, gaat de taal door met veranderen.

Studentenwerkstukken zijn daarbij voor iedere academicus een bekende, zij het in publicaties om ethische redenen bijna onbruikbare bron. Gisteren aan het nakijken en vond daarbij de volgende zin: “Zij wilden de taal aan verandering onderheven.”

Wat een vondst!
Lees verder >>

De opmars der genitieven

Door Marc van Oostendorp


Een dik en groen boek over de genetivus in het Nederlands en het Duits – ja, ik weet wel waarop ik mij een zaterdagmiddag trakteer, terwijl ik net doe alsof het helemaal niet heel guur is op een terras.

De ‘tweede naamval’ heeft in het Nederlands een vreemde geschiedenis gehad. Net als andere naamvallen begon hij in de veertiende eeuw of daaromtrent langzaamaan weg te slijten, zoals dat bijvoorbeeld ook in het Engels en de Scandinavische talen gebeurde. Maar anders dan in die andere talen, gebeurde er iets waardoor we nu nog steeds met de iPod der iPods zitten opgescheept.
Lees verder >>

De zon komt erbij

Door Marc van Oostendorp

Het irritante van taal is dat ze verandert waar je bij staat. Je keek net even de andere kant op en ineens blijkt er zich alweer ergens een nieuwe constructie te hebben gevormd. Zo meldde iemand op Meldpunt Taal deze week ineens het bestaan ‘de zo’n komt erbij’ als equivalent voor ‘de zo’n breekt door’.

Gelukkig hebben we sinds kort Delpher, de zoekmachine waarmee je miljoenen pagina’s gedigitaliseerde boeken, kranten en tijdschriften van de KB kunt doorzoeken. Daarmee hebben we nu ook een prachtige, objectieve formule voor taalverandering: een constructie is nieuw als ze wel via Google gevonden kan worden, maar niet via Delpher.

Volgens die formule is ‘de zon komt erbij’ inderdaad nieuw.

Lees verder >>

De terugkeer van het huwelijken

Door Marc van Oostendorp

“Mendy en haar man”, schreef de Leidse universiteitskrant Mare vorige week in een artikel over studenten die getrouwd zijn, “werden aangestoken door stelletjes om hun heen, die bij bosjes aan het huwelijken sloegen.” Aan het wat?

Het woord huwelijken komt, anders dan het afgeleide woord uithuwelijken, nauwelijks voor in het Nederlands. Je vindt het in de bijbel (‘Verbiedende te huwelijken, gebiedende van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft,…’ 1 Timotheüs 4:3) en het staat in het WNT met alleen maar 17e-eeuwse citaten (‘Sal ick dan… moeten Houwelijcken?’, Coornhert). In Van Dale staat het werkwoord niet.

Verbogen vormen van het werkwoord zijn bijna niet te vinden. Je moet waden door een bad van hij huwelijkt zijn dochter uit. Toch vind je een enkele vorm wel, zoals in een berichtje van tien jaar geleden  in een wat specialistischere betekenis op een forum voor audiofielen:
Lees verder >>

Ik heb dat ik naar huis wil

Door Marc van Oostendorp

Gisteren begaf ik mij tijdens een lange treinreis weer eens temidden van de inheemse stam waar ik nu al meer dan 45 jaar dagelijks veldwerk doe: de Nederlandse.

Twee jonge vrouwen hadden plaatsgenomen zoals modern mensen in de trein gaan zitten als ze met de trein reizen: schuin tegenover elkaar in een vierzitter, zodat ze urenlang hun stem moesten verheffen om lichamelijk maar niet te nabij te hoeven zijn.
Zelden heb ik zo vaak ‘ik heb’ horen zeggen in de loop van tweeëneenhalf uur.

Lees verder >>

Ongemakkelijke beleefdheid

Door Suzanne Aalberse

In hun opiniestuk “Laten we het woordje ‘u’ in ere herstellen” van 21 januari betogen Lotte Schouten en Noortje Pelikaan dat het woord u teloor gaat en dat die teloorgang een symptoom is van een steeds verdergaande respectloze omgang in de samenleving. 

De grote sympathie waarop het woordje u zich in hun bijdrage mag verheugen is een relatief nieuw verschijnsel. In zijn roman Klaasje Zevenster (1866) laat van Lennep zijn personage dominee Bol bij het horen van de aanspreekvorm u de retorische vraag stellen: Is dat nu gezond en gangbaar Hollandsch?”.Het impliciete antwoord is dat u als onderwerp (in bijvoorbeeld ‘Wilt u’) geen gezond en gangbaar Nederlands is.

Lees verder >>

Een teloorgang van onze beschaving

Door Marc van Oostendorp


Soms probeer ik me voor te stellen hoe het is om iemand anders te zijn: de vrouw die een roze fiets met een lekke band meesleurt over de kades, de treinconducteur met een koortslip, een jongen die een totaal versleten rokkostuum draagt. Meestal lukt het in ieder geval naar mijn eigen tevredenheid. Maar hoe het is om iemand te zijn die ‘een teloorgang van onze beschaving’ afkondigt, daar kan ik me echt niets bij voorstellen.

Het gebeurde deze week voor de zoveelste keer in de Volkskrant, de krant die zich specialiseert in het onbeheerst moord en brand schreeuwen als het over taalzaken gaat. Vorige week mocht René Appel al melden dat het feit dat de Universiteit van Maastricht een bestuurslid heeft die uit het buitenland komt (man, man) ‘een reele dreiging voor het Nederlands als cultuurtaal’ vormt. Deze week was het de beurt aan twee historicae die de kladderadatsj voorzien in het ‘ongebreideld tutoyeren van jan en alleman’.

 Wanneer men met een dergelijke boodschap komt, hoeft men natuurlijk niet meer te kunnen redeneren of te formuleren om de kolommen van de Volkskrant te halen.
Lees verder >>

Dat of die

Door Leonie Cornips

Elke week ontvang ik wel een of meerdere keren een Veldgewas in mijn e-mailbox. Veldgewas, onder redactie van Wim Kuipers en Har Sniekers, heeft als doel de poëzie in het Limburgs te bevorderen. In Veldgewas W090 schrijft Wim Kuipers iets heel interessants over het woordje dat. Hij noteert de volgende zin uit het L1 nieuwsbericht: “A67 dicht na ongeval bij Geldrop, Alderkienjer: De ANWB verwacht dat het weggedeelte voorlopig nog dicht blijft. Er ligt olie op het wegdek en dat moet eerst verwijderd worden.” Wim schrijft het volgende commentaar: “Ik liet die zin lezen: niemand vond het erg dat daar staat dat het wegdek verwijderd moest worden. Kan toch niet! Dat snap je wel!”

Wim signaleert hier variatie en wellicht wel veranderingen in het Nederlands.
Lees verder >>

Over de tand des tijds

Door Marc van Oostendorp

Ik denk dezer dagen veel na over de tand des tijds. Talen veranderen langzaam maar zeker een bepaalde richting op. Soms gaat die verandering heel langzaam, en duurt vele generaties. 
Hoe kan dat? Een verandering die plotsklaps, laten we zeggen in 50 jaar tijd, plaatsvindt is wel te begrijpen: een nieuwe generatie begint anders te spreken dan de ouders. Misschien heeft de nieuwe generatie het anders opgepikt, misschien willen ze zich bewust of onbewust afzetten tegen de anderen.
Maar sommige veranderingen vinden plaats over de duur van eeuwen. Hoe kan dat? Het betekent dat iedere generatie de taal overneemt van de ouders en deze verandert – steeds in ongeveer dezelfde richting. Waarom? Waarom doen ze het niet in een keer? Hoe pikken kinderen op dat de taal überhaupt aan het veranderen is, en wat motiveert hen mee te doen.
Hier is een voorbeeld.

Lees verder >>

Ben je ofzo dom?

Door Suzanne Aalberse
Een van de spannende momenten als docent op een nieuwe plek is het tentamen. Kan ik het tentamen zelf wel maken? Er zit bijna altijd wel een vraag bij waar ik twijfel. Die twijfel kan handig zijn, het is mogelijk dat zo een minder sterke vraag uit de toets geweerd kan worden, maar het is ook een eng moment. Wie weet ontdek je gaten in je kennis waarvan je gehoopt had dat ze er niet waren of in ieder geval nog even niet ontdekt werden.
Een tentamenvraag waar ik aan het twijfelen sloeg was:
– Leg uit waarom taalverandering vaak niet opvalt.
Het normantwoord was: taalverandering valt niet op, omdat taalverandering geleidelijk gaat. Een ijverige student had bij dit antwoord nog een s-curve getekend: de verandering raakt in het begin maar een paar woorden/constructies, dan gaat de verandering snel en dan weer langzaam.
Maakt geleidelijke verspreiding nu echt dat je de verandering niet direct opmerkt?

Lees verder >>

De taal van barbaren

Een elegant essay over afscheid nemen, naamvallen, en kijkcijfertaalkunde

Door Marc van Oostendorp

Dat talen veranderen is op zichzelf al een wonderlijk verschijnsel, merkt Joop van der Horst op in zijn deze week verschenen boek Taal op drift; maar nog wonderlijker is dat ze soms beginnen aan een langdurig proces dat wel honderden jaren kan duren. Terwijl de taalgebruikers hetzelf niet eens in de gaten hebben, veranderen ze gaandeweg, generatie na generatie, hun taal een bepaalde richting op.<

Het bekendste voorbeeld van dat verschijnsel – dat drift wordt genoemd – is het verdwijnen van naamvallen in, bijvoorbeeld het Nederlands. In de middeleeuwen hadden we nog een compleet systeem van naamvallen op lidwoorden, bijvoeglijk en (soms) zelfstandig naamwoorden (ik vraag den jongen coninge belet). In de loop van vele eeuwen zijn die naamvallen afgesleten tot er momenteel alleen nog verschil wordt gemaakt in de persoonlijk voornaamwoorden (ik/mij, jij/jou). Ook dat systeem wordt langzaam aangetast: het feit dat Nederlanders hun hebben zeggen en Vlamingen hem heeft is daar een voorbeeld van.

Het gekke is: datzelfde proces heeft in de loop der eeuwen ook allerlei andere talen al even langzaam veranderd. Ook het Engels, het Frans en het Italiaans hebben alleen voor de persoonlijk voornaamwoorden nog wat naamvalsvormen. Hoe is dat mogelijk?
Lees verder >>

Djoegoedjoegoe revisited

Door Marc van Oostendorp


Zouden er nog weleens mensen slecht slapen van djoegoedjoegoe? Het woord (dat uit het Surinaams komt en ‘gezellig gedoe’ betekent, weet u nog) werd vorig jaar op koninginnedag (weet u dát nog, koninginnedag?) door een mevrouw gebruikt in het NOS Journaal. Het werd trending topic op Twitter en allerlei mensen begonnen zich ermee te bemoeien.

Robert Vuijsje zou het in zijn volgende roman verwerken en Kathleen Ferrier zou het in de Tweede Kamer gaan gebruiken.

Op internet werd er (natuurlijk) (weer eens) verontwaardigd gereageerd: wat dachten die schrijvers en politici wel, dat ze ons het mooie woord gedoe konden ontnemen en zomaar door een Surinaams woord vervangen! (Ik schreef daar op dit weblog over.)

Lees verder >>