Tag: taalverandering

Praten ouders écht minder met hun kinderen door smartphones?

Taalkundige factcheck

Door Sterre Leufkens

Een levende taal gaat met zijn tijd mee. Het is dan ook geen gekke gedachte dat het Nederlands (en ons gebruik daarvan) verandert als gevolg van nieuwe technologie, zoals de smartphone. Vorige week was er opeens een golfje nieuws over dat thema. In berichten in o.a. het Parool en Metronieuws werd verslag gedaan van onderzoek waaruit zou blijken dat ouders tegenwoordig zó afgeleid zijn door hun smartphone dat ze minder met hun kinderen praten, met uiteraard allerlei rampzaligs tot gevolg.

Lees verder >>

Keukenstafels

Door Henk Wolf

Waar het Nederlands één woord keukentafel heeft, heeft het Fries er minimaal twee: keukentafel en keukenstafel. Die twee vormen zijn niet onderling uitwisselbaar.

Een keukentafel (zonder tussen-s en met de woordklemtoon op keuken) is een willekeurige tafel die in een keuken staat of die gemaakt is om in een keuken te staan. De Ikea en de Kwantum verkopen een heleboel van die keukentafels.

Lees verder >>

Competatief

Door Marc van Oostendorp

De man met de beste taaloren van Nederland is zonder twijfel Siemon Reker. Deze emeritus hoogleraar Gronings was de eerste die het verschijnsel opmerkte dat Jan Stroop later Poldernederlands zou noemen. Nu hoorde hij drie jaar geleden al iets bij Mark Rutte dat anderen, pas recentelijk begint op te vallen: de man zegt competatief. Net als tal van anderen, die trouwens ook bijvoorbeeld repetatief zeggen.

Lees verder >>

Meer neerlandistiek is meer beter

Door Marc van Oostendorp

Ik zie toch echt regelmatig allerlei jonge mensen. Al tientallen jaren sta ik regelmatig voor groepen twintigers en sinds ik vader ben verkeer ik ineens ook weer in de wondere wereld der moderne dertigers. Maar ze zeggen nooit iets tegen mij, althans nooit iets waar ik iets aan heb.

Ik moet het allemaal van collega’s hebben. Zoals mijn Nijmeegse collega Edwin die vrijdag ineens tweette:

Of dit wel of niet ‘fout’ is, lijkt me niet het belangrijkste aspect van deze constructie. Belangrijk is dat het inderdaad kennelijk al minstens 12 jaar gezegd wordt en dat ik er nog nooit van gehoord had.

Lees verder >>

Niet gevangen zijn of hebben, maar zitten: hoe zit dat?

Door Maarten Bogaards

Prinses zit gevangen bij Goejanverwellesluis. Bron: Pricryl

Werk moet lonen voor iedereen die in de bijstand gevangen zit’, betoogt NRC eerder dit jaar in het redactioneel commentaar. Op zich geen baanbrekend standpunt, maar de formulering ervan bevat wel een interessante constructie van het Nederlands: de combinatie van een voltooid deelwoord, gevangen, met het houdingswerkwoord zitten.

Zo’n soort combinatie kennen we vooral van de voltooide tijd. Daarin gaat een voltooid deelwoord vergezeld van een hulpwerkwoord van tijd, zijn of hebben. ‘Zelfs de choreografie van de zangers is gevangen in notenschrift’, schrijft NRC bijvoorbeeld over de recente uitvoering van een experimentele opera van de twintigste-eeuwse componist Stockhausen. En over het werk van fotograaf Christian Voigt, die dinosaurusskeletten vastlegde in ultrahoge resolutie: ‘zoals Voigt ze heeft gevangen zag je ze nog niet’. Is en heeft gevangen zijn voorbeelden van de voltooide tijd. Maar in het voorbeeld waarmee we begonnen, staat geen is of heeft, maar zit. De vraag ligt voor de hand: hoe zit dat?

Lees verder >>

Verkansie

Door Henk Wolf

Vrijdag schreef columniste Nadia Ezzeroili in de Volkskrant een stukje over het woord verkansie, een variant van vakantie.

De columniste observeert een groeiende populariteit van de geschreven vorm verkansie op de sociale media. Dat kan heel goed een juiste observatie zijn, daar wil ik af blijven, maar de suggestie dat de variant verkansie nieuw zou zijn of een “lelijke verbastering” van vakantie is niet correct. Nadia Ezzeroili neemt aan dat het nu als Standaardnederlands geldende vakantie als model wordt gebruikt om een onvolmaakte kopie (‘een verbastering’) als verkansie te vormen. Die denkfout wordt heel veel gemaakt, maar beide vormen komen al eeuwenlang in het Nederlands voor, naast talloze andere varianten. Op schrift is vakantie de norm geworden, maar in de spreektaal bestaat die vormvariatie nog steeds.

Vakantie en verkansie zijn allebei ‘verbasteringen’

Vakantie en verkansie zijn allebei gevormd naar het voorbeeld van een woord uit een Romaanse taal. Dat is vermoedelijk niet, zoals de columniste schrijft, het Latijnse vacatio. Het is onwaarschijnlijk dat de mensen in Nederland en Vlaanderen het [n]’etje in het woord zelf hebben verzonnen. Volgens de meeste etymologische woordenboeken is het Latijnse vacantia of het Franse vacances de waarschijnlijke inspiratiebron geweest (of allebei). Vernederlandste vormen kwamen in de vijftiende eeuw al in het Nederlands voor, toen nog alleen in de betekenis ‘periode waarin geen recht werd gesproken’.

Lees verder >>

Sam Smith en hun voornaamwoorden

Door Ronny Boogaart

Sam Smith. Bron: Wikimedia

Volgens het Algemeen Dagblad van 13 september jl. wil de Britse zanger Sam Smith voortaan niet meer met hij worden aangesproken, maar met hen of hun, aangezien hij zich niet exclusief mannelijk of vrouwelijk voelt. Ik vraag me af hoeveel lezers van het AD dit bericht begrijpen. Ikzelf in elk geval niet meteen. Wat moet ik nou zeggen als ik Sam tegenkom of een stukje over hem/hen/hun schrijf?

Als je Sam Smith tegenkomt

Om te beginnen suggereert het bericht dat Sam Smith nu wel steeds met hij wordt aangesproken, maar dat lijkt mij sterk. Als mensen dat bij mij zouden doen, zou mij dat ook irriteren, maar dat heeft niet zoveel met non-binariteit te maken. Bovendien is het erg verwarrend:

  • Zeg Sam, komt hij dit jaar nog in de Ziggo Dome optreden?  

Als deze vraag aan Sam Smith wordt gesteld, kan hij niet naar de zanger zelf verwijzen. Dat probleem bestaat ook als je hen of hun gebruikt, zoals Sam Smith volgens het AD ‘aangesproken wil worden’:

Lees verder >>

Het reflex

Door Henk Wolf

Er zijn Nederlandstaligen voor wie reflex een onzijdig woord is. Laatst sprak ik met iemand die dingen zei als ‘het reflex’ en ‘een sterk reflex’. Ik vroeg of reflex voor haar een de-woord of een het-woord was en ze antwoordde zonder aarzelen: ‘een het-woord’.

Op internet zijn ook voorkomens te vinden van ‘het reflex’. Het zijn er geen duizenden, maar wel te veel om alleen typfouten te zijn. Hieronder staan een paar voorbeelden:

  • Het reflex zorgt voor de productie van endorfines, een neurotransmitter dat pijnstillend werkt en een fijn en verzadigd gevoel geeft.
  • Dat heeft te maken met het reflex dat ontstaat als je zenuwen geprikkeld worden. 
  • Het reflex wordt getriggerd door het kijken naar de hand waardoor een onbewuste knijpbeweging ontstaat.
  • Je kan je voorstellen dat het lastig is naar links te kijken en tegelijk je armen en benen mee te bewegen volgens het reflex (die ga je dan strekken).
  • Het reflex van de musculus stapedius zou normaal gesproken pas in werking treden als er een geluid harder dan 100 decibel wordt …
  • toeschietreflex zelfst.naamw. [biologie] het reflex van het naar buiten laten spuiten van moedermelk uit de melkklieren Bron: Wikiwoordenboek – toeschietreflex.
  • Hierna verdwijnt het reflex langzaam.
Lees verder >>

Waarom hangen hun al ruim een eeuw aan de kapstok?

Door Henk Wolf

Misschien herinnert u zich nog de aflevering van De wereld draait door uit 2012 waarin taalkundige Helen de Hoop en toenmalig minister van onderwijs Ronald Plasterk spraken over het voornaamwoord hun. Bij m’n collega’s en mij op NHL Stenden Hogeschool is het een populaire onderwijsvideo. Ik gebruik ‘m zelf om studenten te laten zien hoe mensen gesprekstechnieken toepassen om derden te overtuigen.

De video illustreert hoe twee mensen wel aan dezelfde tafel kunnen zitten en ogenschijnlijk over hetzelfde onderwerp spreken, maar toch finaal aan elkaar voorbij praten. Ik heb bij het zien van de video altijd wat medelijden met Helen de Hoop, die probeert iets inhoudelijk interessants te vertellen, maar daar nauwelijks de ruimte voor krijgt en ook nog erg weinig respect krijgt van zowel Plasterk als de presentator.

Lees verder >>

Over lijken

Door Henk Wolf

Ik heb jarenlang een abonnement gehad op een Deenstalige krant. Daarin vielen me altijd de berichtjes op van het overlijden van bekende mensen. Die-en-die ‘er død’, stond er dan als kop: die-en-die ‘is dood’. In Nederlandse kranten zie je, dat is althans mijn indruk, doorgaans wat omfloerstere formuleringen.

In z’n taalcolumn in de Trouw schrijft Ton den Boon vandaag over een verwante kwestie, namelijk die van de gevoeligheden rondom het woord lijk. Daarover wordt de afgelopen maanden wel vaker geschreven. De aanleiding is een initiatiefnota van Kamerlid Monica den Boer van D66. In die nota van november vorig jaar staat over het woordgebruik:

3.1 Gebruik niet het woord “lijk” op gemeenteformulieren

Nadat iemand is overleden en de arts een verklaring van overlijden heeft gegeven, moet een nabestaande of de uitvaartverzorger verlof tot cremeren of begraven aanvragen bij de gemeente (artikel 11 en 11a WBL). Pas dan kan iemand worden begraven of gecremeerd. De formulieren voor deze verloven zijn vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken. In deze formulieren wordt voor de overledene het woord “lijk” gebruikt. Uit de ervaring van gemeenten blijkt dat deze term als onnodig confronterend en soms zelfs als kwetsend wordt ervaren door nabestaanden. Deze formulieren voor de verloven moeten daarom gewijzigd worden, zodat deze minder emotioneel belastend zijn.
Vanuit deze gedachte kan ook de naam van de wet gewijzigd worden.

Lees verder >>

Koppeltje duikelen

Door Marc van Oostendorp

Het begon een paar weken geleden met een tweet van Michelle van Dijk:

Inderdaad klinkt kopje duikelen heel raar. Iemand die dat schrijft, bezigt misschien wel ‘correct’ maar geen goed Nederlands. Iemand die Nederlands écht beheerst zegt koppeltje duiken of eventueel koppeltje duikelen. (Van Dale noemt ook nog kopje tuimelen, maar dat heb ik ook nooit gehoord. Bovendien schrijft Van Dale al die woorden aan mekaar, maar daar trap ik ook niet in.)

Lees verder >>

Sterft ‘dromedaris’ uit?

Door Jona Lendering

Pasgeboren dromedarisjes kunnen meteen lopen, zoals deze in een karavanserai in Iran.
Foto: Jona Lendering

Om redenen die u morgen zult begrijpen, ben ik eens gaan turven of de dromedaris in het Nederlands aan het uitsterven is. Ik heb namelijk al jaren de indruk (en blogde daar al over) dat steeds meer mensen het normaal vinden een eenbulter aan te duiden als kameel, hoewel dat een totaal ander dier is, en niet alleen door het dubbele bultenaantal. De dromedaris leeft in het hete Syrië terwijl de kameel is gebouwd op de koude van Centraal-Azië. Meer hier. In mijn herinnering – opa spreekt – werd het onderscheid vroeger veel preciezer gemaakt. Niemand zou toen hebben gezegd dat het normaal is een dromedaris een kameel te noemen.

Maar goed, dat is slechts mijn indruk. Hoe weet je zeker of die indruk klopt? Ooit zou het uitzoeken eindeloos veel werk hebben gekost maar tegenwoordig zijn er allerlei digitale databanken en doe je het in een paar minuten. Ik heb het eerst geprobeerd bij Nederlab, wat beslist het leukste speeltje is in de taaltuin, maar dat bleek nog niet alle kranten van na 1900 te hebben, terwijl ik die het liefste had. Delpher bood uitkomst, het enorme archief van gedigitaliseerde kranten in de Nationale Bibliotheek. Lees verder >>

Twittertaal wordt alledaagser

Door Marc van Oostendorp

Het is altijd bevredigend als een idee wordt bevestigd. Jarenlang heb ik gestreden tegen het idee dat de sociale media de taal zouden veranderen (bijvoorbeeld hier en hier), en met name dat de taal ‘korter’ zou worden door sms en Twitter.

Mijn argument was vooral gebaseerd op de logica. Het is onwaarschijnlijk dat zoiets belangrijks voor het menselijk leven als taal, iets dat zich in de loop van duizenden jaren heeft ontwikkeld, zou veranderen door zoiets efemeers als de sociale media. Zelfs de gehardste Twitteraar spreekt op een dag waarschijnlijk nog steeds meer woorden dan hij tweet. En de proportie geharde Twitteraars op de gehele populatie is te verwaarlozen. De sociale media zijn bovendien zelf zo veranderlijk dat je eerder verwacht dat zij zich langzaam aan de behoefte van de mens aanpassen om de taal op een natuurlijke manier te gebruiken.

Lees verder >>

De hetterigheid van outfitten

Door Suzanne Aalberse

Marc schreef gisterenochtend dat dat typo’s een genrekenmerk van blogs zijn. Die constatering stemt me blij. Een blog moet eruit zien of hij erin een paar minuten uitgeknald is. Een bijna dagboek.  Toevallig hoorde ik eergisteren iets wat ik meteen zou opschrijven als ik nog steeds een dagboek bijhield en ik ben enorm goed in typo’s. Mijn promotor dacht dat ik misschien dyslectisch was. Dat is niet zo. Ik lees heel snel en type heel snel en ben gewoon slordig. Als ik lees zie ik geen losse letters en dus vallen typo’s vaak ook niet op. Maar goed. Het dagboekmoment: eergisteren hoorde ik een puber voor de spiegel zeggen: ‘dit outfit is helemaal mijn stijl’. Ik vroeg haar het nog een keer te herhalen. En toen vroeg ik haar een bijvoegelijk naamwoord erbij te zetten. Voor haar is het ‘leuk outfit’ en ook ‘het outfit’. Je kunt wel ‘deze outfits’ zeggen hoor, zei ze lief. Maar niet in het enkelvoud ‘deze outfit’. Dat klinkt een beetje buitenlands. 

Lees verder >>

Het raad?

Door Henk Wolf

  • Zeker, en we weten daar nog altijd geen goed raad mee.

Bovenstaande zin stond op 1 juli in de Volkskrant. Hij is opgetekend uit de mond van historicus Gert Oostindië, die geïnterviewd werd door Sander van Walsum. Het is een aparte zin, althans het stukje geen goed raad is onverwacht.

Waarom? Wel, raad is allereerst geen het-woord, maar een de-woord. En tussen geen en een de-woord krijgen bijvoeglijke naamwoorden de uitgang -e. Kijk maar:

  • geen goed huis (‘het huis’)
  • geen goede schuur (‘de schuur’)

Natuurlijk kan ‘geen goed raad’ een typfoutje zijn, dus ik heb even gegoogeld om te kijken of het vaker is gebruikt. Dat bleek zo te zijn. De woordreeks ‘geen goed raad’ komt honderden keren op internet voor. Er lijkt dus iets aan de hand te zijn.

Lees verder >>

Un(nen) oma?

Door Marc van Oostendorp

Kristel Doreleijers studeerde Nederlands in Utrecht en werkt tegenwoordig op het Meertens Instituut. In september gaat ze in Tilburg werken aan een proefschrift onder begeleiding van professor Jos Swanenberg. Dat proefschrift zal gaan over de manier waarop jongere sprekers van het Brabants omgaan met het verschil tussen mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden. Wat vertelt ons dat over taal?

(Bekijk deze video op YouTube)

Was taal altijd hetzelfde?

Door Marc van Oostendorp

We beleven volgens sommigen bijzondere tijden. Zelfs gediplomeerde taalkundigen heb ik het weleens horen zeggen: ja, talen veranderen altijd en overal, maar in onze tijd gaat het wel heel hard.

Mensen die dat zeggen geven vaak wel een verklaring waarom onze tijd zo anders zou zijn dan andere tijden (sociale media, de tweefasestructuur, de algehele verwildering der zeden), maar zelden een empirisch bewijs dat het vroeger inderdaad allemaal anders was.

Nu is de studie van hoe taal verandert, de historische taalkunde, een van de oudste en eerbiedwaardige takken van de taalwetenschap. De beoefenaars van dit vak gaan soms van het tegenovergestelde uit, namelijk van wat de bekende Amerikaanse taalkundige William Labov (1927) de ‘Uniformitarische hypothese’ heeft genoemd en die zegt dat het verleden hetzelfde was als het heden.

Lees verder >>

Jouw iedere beweging

Door Kristel Doreleijers

Op 8 mei 2019 kwam de nieuwe Nederlandstalige single Hoe Het Danst van Marco Borsato, Armin van Buuren en Davina Michelle uit. Borsato omschrijft het nummer op zijn website als ‘een liefdeslied waarin het verhaal wordt verteld van twee mensen die niet goed weten hoe ze met elkaar verder moeten’. De single is de eerste in een nieuwe reeks samenwerkingen tussen Borsato en andere artiesten, een idee van songwriter en producent John Ewbank. Die laatste naam zal menig taalkundige en (met name) taalpurist zeker nog in het geheugen gegrift staan, denkend aan het Koningslied en de veelbesproken regel “de dag die je wist dat zou komen”. En laat in de nieuwe single nu precies weer zo’n (op)merk(ens)waardige zinsconstructie ten gehore worden gebracht! In Hoe Het Danst begint Borsato als volgt:  

Sleutels vast de deurknop heb ik in mijn hand 
Maar ik twijfel of ik nog wel echt naar binnen kan
Jouw iedere beweging lijkt bij mij vandaan
Ik heb je hart zo lang niet open meer zien staan 

Nu gaat het natuurlijk om de woordgroep “jouw iedere beweging” in de derde regel.

Lees verder >>

400 Jaar Geleden: ik zijn

Door Ton Goeman

Een oostelijke dialect-onderstroom in de schrijftaal van de landsadvocaat:de ick-vorm van het werkwoord “zijn” in de bescheiden van Oldenbarnevelt

Op 13 mei 1619, vier eeuwen geleden, werd Van Oldenbarnevelt na een zeer dubieus proces in Den Haag onthoofd wegens landverraad en majesteitschennis. De procesgang was zelfs voor die tijd al dubieus; en buitengewoon dubieus was de samenstelling van de rechtbank, een speciale commissie gevuld met verklaarde vijanden van de landsadvocaat.

Dat was het voorlopige eindstation van jaren maatschappelijke onrust die het gevolg was van het feit dat er wel een kerkorde was afgesproken maar niet ingevoerd, dat, parallel daaraan er een functionerend staatsbestel was, maar met nog maar half uitgewerkte rollen voor de staatsinstellingen, dat er onenigheid was of men financiëel gezien de oorlog kon volhouden of dat er behoefte was aan veiligheid voor handel, dat er wel een wapenstilstand was, maar met tweedracht over de te volgen lijn en parallel daaraan of men coalities moest sluiten met Engeland of met Frankrijk. Hardliners die uit Vlaanderen en Brabant gevlucht waren dreven de kerk in fundamentalistische richting, en steunden de oorlogspartij. Daarbij raken de twee hoofdpersonen stadhouder Maurits en de landsadvocaat van Holland Oldenbarnevelt al van langer meer en meer van elkaar verwijderd.  Het land dreigde te bezwijken onder de polarisatie.

Lees verder >>

Hoe kijkt u daarnaar?

Door Ronny Boogaart

Interviewers op tv vragen tegenwoordig niet meer aan hun gasten wat die ergens van vinden maar hoe ze ergens naar kijken. Zelf kijk ik daarnaar met mijn voeten op tafel en een glas wijn in de hand. Maar dat is niet het soort antwoord waar die interviewers op zitten te wachten.

Als je antwoord moet geven op de vraag ‘Hoe kijkt u daarnaar?’, heb je niet zoveel aan de letterlijke betekenis en de grammaticale structuur van de vraag. Na vragen als ‘Wat vindt u daarvan?’ of ‘Hoe vindt u dat?’, kan de geïnterviewde zijn/haar antwoord beginnen met ‘Ik vind (dat) x’. Op de plek van x kun je allerlei positief en negatief gekleurde adjectieven invullen of een complete bijzin:

  • Ik vind dat leuk/erg
  • Ik vind dat het leuk/erg is

Maar de vraag ‘Hoe kijkt u daarnaar?’ heeft geen bevestigende variant die voor de interviewer een bevredigend antwoord vormt. Er is in de grammaticale structuur wel plek voor een bepaling (‘Ik kijk daar x naar’), maar op die plek kun je niet goed een mening kwijt. Lees verder >>

Doet mèn maah een bieahtje: het gebruik van mijn voor mij in het zeventiende-eeuwse Nederlands

Door Giulia Mazzola en Peter Alexander Kerkhof

Als je ooit met een Hagenees hebt gepraat, heb je het vast weleens gehoord: de dialectvorm “mèn” voor ‘mij’ in zinnen zoals “doet mèn maah un bieahtje”. Deze dialectvorm komt voor in de grammaticale functies van het meewerkend voorwerp, het lijdend voorwerp en na voorzetsels. Als klinkend kenmerk van het Haagse dialect komen we hem natuurlijk tegen in de beroemde dialectstrip Haagse Harrie. Maar wat weinigen zullen weten is dat “mijn” voor “mij” vroeger een goede kans maakte om Standaard Nederlands te worden. Wat blijkt namelijk? In zeventiende en achttiende eeuwse brieven vinden we geregeld “mijn” waar we in het standaard Nederlands “mij” gebruiken. In dit artikeltje willen we kort uit de doeken doen waar de mijn-vorm vandaan komt en hoe uiteindelijk “mij” in de standaardtaal de overhand heeft gekregen. Lees verder >>

Engels? Doe eens opletten!

Door Marc van Oostendorp

Als iemand zegt ‘dit of dat komt uit het Engels’, komt dit of dat meestal niet uit het Engels. Zaterdag was het weer raak: De Taalstaat besteedde aandacht aan de campagne #doeslief waarmee Sire mensen oproept om lief te doen. Aan het woord kwam een van de reclamemakers die verantwoordelijk is voor die slogan:

Ik denk dat dat vanuit het Engels komt. Je hoort de laatste tijd wel vaker ook ‘Doe eens dat pakken’, ‘Doe eens opletten’. Dus wij dachten ‘Doe eens lief’. Dus mijn maatje Antoine en ik zaten dus te denken van hoe kun je dat het beste opschrijven (…)
(De Taalstaat, 9 maart 2019, ongeveer vanaf 15:30)

Het laat allemaal zien hoe weinig zelfs taalprofessionals eigenlijk nadenken over het belangrijkste instrument dat ze hebben. Deze man zegt echt zo maar wat. Let wel, het is hier dus de auteur van de slogan zélf die denkt een Engelse constructie te pakken te hebben. Wat die constructie dan precies is, zegt hij niet. Doe eens lief lijkt mij in ieder geval niet woord voor woord in het Engels te vertalen (‘Do once sweet’), en om er idiomatisch Engels van te maken moet je ongeveer alles veranderen (ik als anglofonieleek zou zeggen: ‘be good’). Lees verder >>

Het verwrongenste Nederlands spreken de Haarlemse vrouwen

Door Marc van Oostendorp

Johan Winkler. Bron: Wikipedia

Voor het volgende voorbeeld van hoe vrouwen de schuld kregen van taalverandering moeten we naar Haarlem. (Het vorige voorbeeld staat hier.)

Een keer in de paar jaar word ik opgebeld door iemand van een Haarlemse krant, podcast of zendpiraat, met de vraag of het waar is dat men in Haarlem het beste Nederlands spreekt. Ik stel dan altijd voor om naar een bruine kroeg te gaan en daar ons oor te luisteren te leggen. En dan blijkt het natuurlijk niet waar, maar zo heb ik op kosten van de Haarlemse media al menige euro verbrast.

De mythe komt volgens sommigen van Johan Winkler, een schoolmeester die in 1874 een dik boek uitgaf, het Dialecticon, waarin hij vertalingen verzamelde van het verhaal van de verloren zoon uit de Bijbel. Winkler zou dat bij zijn vertaling van het Haarlems gezegd hebben, van dat mooie Nederlands. Lees verder >>

Jah met een verveelde h

Door Marc van Oostendorp

Waar wordt geklaagd, spitst de taalliefhebber zijn oren, want daar is kennelijk iets aan de hand. Groot was dan ook mijn vreugde toen dit

Gevraagd om een toelichting meldde de twitteraarster (een MA-studente Rechten in Groningen, ik vermoed dat de 95 in haar Twitter-handle haar geboortejaar is):

Veel duidelijkheid heb ik tot nu toe niet. Wanneer je begint rond te vragen, komen er altijd mensen vertellen dat dit ‘invloed van het Engels’ is (echt, probeer maar, stel willekeurig welk taalverschijnsel aan de orde in een gezelschap van meer dan 10 personen en geheid zegt op zeker moment iemand ‘invloed van het Engels’). Ik zie geen reden waarom dit zo zou zijn. Ja, in het Engels schrijven mensen soms yeah, maar als je dat wilt navolgen, waarom schrijf je dan niet óók yeah? Lees verder >>