Tag: taalnormen

Numeri fixi, numerus fixussen of numerus fixi? Dat is geen groeneboekjeskwestie

Door Henk Wolf

Mensen in het Nederlandse taalgebied kennen ten onrechte allerlei vormen van autoriteit aan het Groene Boekje toe. Marc van Oostendorp deed dat recent ook, toen hij de vraag kreeg wat het meervoud was van numerus fixus.

Om die vraag te beantwoorden raadpleegde Marc het Groene Boekje. Tijdschrift Ad Valvas citeert hem als volgt: “Ik kan weinig anders doen. Een hoogleraar heeft geen betere toegang tot de norm dan een ander. Er zijn boekjes waar de norm in opgeschreven staat en die sla je dan open.”

Het Groene Boekje is alleen niet zo’n boekje. Er staat wel een norm in beschreven, maar dat is een spellingnorm: je kunt erin opzoeken op een bepaalde schrijfwijze is toegestaan onder de spelregels die de overheid zichzelf en het onderwijs heeft opgelegd.

Lees verder >>

Leven als een prescriptivist in Frankrijk

Door Marc van Oostendorp

Grapje op Twitter over de rampzalige gevolgen voor de communicatie van de spellingverandering. Het grapje klopt niet, want de spelling van sûr verandert niet.

Het is maar goed dat Neerlandistiek een blog is, zo kan ik jullie tenminste in real time op de hoogte houden van de nieuwste voortschrijdingen in mijn inzicht. Ik had het stukje van gisteren nog niet geschreven, of er diende zich alweer een nieuw artikel aan, dat een nieuw licht wierp op de zaak. En wel een Frans licht.

Waar komen taalnormen vandaan? Een wat simpele versie zegt: van de machthebbers. Dat het standaard-Nederlands meer lijkt op Hollands dan op Limburgs komt doordat Holland al eeuwen lang een politiek-cultureel centrum van de Lage Landen is. “Netjes praten” is praten als de baas.

Gisteren besprak ik een artikel waaruit al bleek dat het iets ingewikkelder is. Zo’n norm kan oorspronkelijk van hogerhand komen, maar op zeker moment kan hij in handen vallen van wat Geoff Nunberg treffend pedanten noemt. Dat zijn mensen die helemaal niet zelf per se macht hebben, maar wel kennis hebben van hoe het bijvoorbeeld ‘vroeger’ was (dus hoe de rijken van vroeger het wilden) en die nu iedereen lastig beginnen te vallen die zich daar niet aan houdt. Met als gevolg dat taaladviesboeken adviseren om niet te doen wat die betweters afkeuren. Lees verder >>

Wat was het effect van een officiële spelling op het Nederlands?

Dit stuk verschijnt in het kader van de Nieuwsbrief Neerlandistiek voor de klas. Het bevat geen origineel onderzoek, maar is een vereenvoudigde weergave van recent onderzoek op het gebied van het Nederlands, speciaal bedoeld voor leerlingen van de middelbare school.

Door Marten van der Meulen

Als je een willekeurig iemand op straat vraagt: “Wat gebeurde er in 1804 en 1805?” dan zullen ze je hoogstwaarschijnlijk glazig aankijken. Misschien dat een geschiedkundige nog weet dat Napoleon in 1804 tot keizer werd gekroond; een pianist zal misschien paraat hebben dat Beethoven zijn 23e Sonata ‘Appassionata’ in 1805 componeerde. Of je veel meer dan dat krijgt durf ik te betwijfelen. Maar vraag een neerlandicus, en zijn ogen zullen beginnen te stralen. In die twee jaar verschenen er namelijk twee belangrijke werken op het gebied van de neerlandistiek: de eerste officiële spelling en grammatica. Een Leidse onderzoeker zocht uit hoeveel effect die hadden. Lees verder >>

’T FoKSCHaaP, Nu!

Door Roland de Bonth

Generaties leerlingen hebben de werkwoordspelling onder de knie gekregen met het door L.A. te Winkel populair gemaakte ezelsbruggetje van ’T KoFSCHiP. Het enkel noemen van dit woord was jarenlang afdoende om een leerling een fout gespeld werkwoord te laten verbeteren. Meer dan honderd jaar later wisten leerlingen echter niet meer wat een kofschip was. En omdat de aanwezige klinker i verwarring opleverde bij de spelling van werkwoorden als gooien en stoeien is, heeft vanaf het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw ’T FoKSCHaaP zijn intrede gedaan in het spellingonderwijs. Soms wordt aan dit beest ook nog het epitheton SeXy toegevoegd, om de vervoeging van aan het Engels ontleende werkwoorden als faxen eenvoudiger uit te kunnen leggen.

Hoewel het enige moeite kost om dit ezelsbruggetje onder de knie te krijgen – denk aan het geworstel met werkwoorden als verhuizen en verloven – lukt het de meeste leerlingen na gedurige oefening (exercitatio) deze regels toe te passen in hun schriftelijk taalgebruik. Lees verder >>

Pre-discussie en quasi-discussie

Door Marc van Oostendorp

YouTube is een belangrijke bron voor zelfhulp. Of je vaatwasser nu kapot is, je vast zit met een spelletje op je telefoon, of je een papieren hoedje wil vouwen, voor al die problemen bestaat een filmpje. Sinds gisteren is daar een nieuwe kwestie bij: hoe moet je een goede taaldiscussie voeren?

Ik weet niet precies waarom iemand zoiets zou willen weten. Het voornaamste doel van een taaldiscussie lijkt mij dat iedereen door elkaar kakelt en aan het eind volkomen overtuigd is van het eigen gelijk en de stupiditeit van de andere discussiedeelnemers. Wanneer je dan onderling begrip kweekt, bederf je de pret.

Maar aan de andere kant worden de tips gegeven door zonder twijfel de beste taaldiscussiantvan de Benelux, Peter-Arno Coppen. Al tientallen jaren treedt hij onvermoeibaar met allerlei mensen in discussie over taal. Dus als iemand kan uitleggen hoe die discussie in elkaar zit, is hij het. Hier is het filmpje:

Lees verder >>

Stijl en taal, dichterlijke vrijheid en grenzen

De poëzie van Mustafa Kör

Door Fabian R.W. Stolk

Tot de plaatsen waartegen zich onze bezwaren richten en waarvan de overdenking uitwijst, dat de dichter er niet in geslaagd is precies onder woorden te brengen hetgeen hij bedoelde, kan men afwijkingen van de grammaticale vormen alleen dan rekenen, wanneer zij niet een kennelijk plastische of muzikale werking beoogen en ook werkelijk teweegbrengen, maar zonder nawijsbare en tot voordeel van het gedicht komende reden en noodzaak zijn toegepast.  (Donker 1946: 11)

Voor een poëzielezer kan het anno 2017 moeilijk zijn een taalfout te onderscheiden van welbewuste dichterlijke vrijheid. Taal verandert voortdurend, normen worden minder strikt, regels worden losser gehanteerd, Nederlandstalige dichters komen uit allerlei windrichtingen, taalgebieden. Dat was vlak na de Tweede Wereldoorlog wel anders, althans voor dichter en criticus Anthonie Donker, gezien zijn essay De vrijheid van den dichter en de dichterlijke vrijheid (1946).

Onze vrijheid nu is groter dan die van Donker. Maar ook hij onderkende dat de kracht van poëzie kan schuilen in talige aberraties, zeker wanneer die het de dichter mogelijk maken precies dàt uit te drukken wat hij/zij bedoelt. En poëzie, vooral goede (om in Donkers lijn te denken), kan de lezer bewust maken van de in het dagelijks leven vergeten rijkdom van de taal.

Toch zijn er dichters, ook dichters van belang, die fouten maken. Lees verder >>

Niemand die er verstand van heeft, zal dat zeggen.

Door Marc van Oostendorp

Wat is een goed taalvoorschrift? Stel dat iemand, een moedertaalspreker, naar je toekomt – ‘jij bent toch neerlandicus?’ – met de vraag of het nu ‘hij wil’ is of ‘hij wilt’, wat zeg je dan? En vooral: wat voor argumenten gebruik je?

Een voorschrift moet uiteindelijk altijd gebaseerd zijn op een autoriteit – iets of iemand die de knoop doorhakt, een persoon die om de een of andere reden het juiste taalgevoel heeft, of de kracht van de traditie (‘zo hebben we dat altijd gedaan’) kent, van de rede (‘zo is het logischer’) of van de esthetiek (‘zo is het mooier’). Maar van die mogelijke bronnen van autoriteit blijft er bij nadere beschouwing geen een echt overeind, zo blijkt uit het nieuwe boek van Wouter van Wingerden.

Lees verder >>

Waarom zeggen mensen ‘hun hebben’?

Door Marten van der Meulen

Hun als onderwerp is waarschijnlijk voor veel mensen één van de ergste taalfouten. Het is ook één van de bekendste taalfouten: zo figureert hun in de titels van twee boeken over taalnormen (Hun hebben de taal verkwanseld van Jan Stroop uit 2011, en Hun hebben gelijk van Peter Burger uit 2004). En toch kom je geregeld zinnen tegen als “Hun hebben een heerlijke nacht gehad en uitstekende bedden.” of “Ook al heb ik het moeilijk, ik kan wel anderen steunen, hun doen dat ook bij mij“. In spreektaal is hun zelfs vrij gebruikelijk. Waarom gebruiken mensen hun eigenlijk als onderwerp? Daar zijn verschillende oorzaken voor geopperd.

Efficiëntie

De eerste mogelijke oorzaak is dat mensen op zoek gaan naar efficiëntie in hun taalgebruik. Je ziet die efficiëntie op verschillende manieren terug. Zo spreken mensen langere woorden vaak verkort uit. Luister maar eens: als iemand in een gewoon gesprek zegt ‘Ik kom eigenlijk voor je zus’, dan zal diegene het woord eigenlijk waarschijnlijk uitspreken als eik. Sneller, en dus efficiënter. Een andere manier van efficiënter met taal omgaan is om één woord meerdere functies te geven. Je zou kunnen denken dat je dan begripsproblemen krijgt: hoe weet je nou welke functie wordt bedoeld? Toch gaat dat vaak goed. We hebben zelfs al persoonlijke voornaamwoorden die in de functies onderwerp, lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp kunnen voorkomen. En die bovendien als bezittelijk voornaamwoord kunnen worden gebruikt. Kijk maar naar deze zinnen: Lees verder >>

Standaardnederlands op school

Door Jan Uyttendaele

In mijn bespreking van Nederlands voor Taalhelden heb ik de wens geuit dat de Taalunie ooit eens een publicatie voor het onderwijs zou laten verschijnen, waarin duidelijkheid wordt gegeven over het standaardtalige gebruik van een aantal courante schooltermen. Wat is het nu eigenlijk: kopies of kopieën, klassenleraar of klastitularis, nota’s of notities, beraadslagen of delibereren, bordveger of bordenwisser, quoteren of beoordelen, onderlijnen of onderstrepen, schoolagenda of klasagenda, uurrooster of lesrooster enz.? Wat is precies het verschil tussen verlof en vakantie, alinea en paragraaf, synthese en samenvatting, examen en proefwerk enz.? Ook in mijn bespreking van het boekje Hoe Vlaams mag uw Nederlands zijn? heb ik gepleit voor de publicatie van een woordenlijst met taaladvies voor leraren. Ik ben er nog altijd van overtuigd dat we daarmee met name de Vlaamse leerkrachten een grote dienst zouden kunnen bewijzen, maar ik heb moeten constateren dat mijn wens bij de Taalunie (en elders) in dovemansoren is gevallen. Ik heb dan maar zelf het initiatief genomen en ik heb zelf zo’n (beperkte) lijst samengesteld en gepubliceerd op de website van KlasCement, het leermiddelennetwerk van het Departement Onderwijs en Vorming van de Vlaamse Gemeenschap. <Zie hier.> Lees verder >>

Pas verschenen: ‘Maar zo heb ik het geleerd’ van Wouter van Wingerden

(Persbericht uitgeverij Van Dale)

Een aantal is enkelvoud! Geen komma voor en! Een cadeau gehad – nee, gekregen! We kennen ze allemaal, de regels van het Nederlands die echte en zelfbenoemde schoolmeesters al generaties lang verspreiden. Maar kloppen ze eigenlijk wel?

Taalexpert Wouter van Wingerden zocht 50 hete hangijzers tot op de bodem uit, dook in de Nederlandse taalgeschiedenis en vroeg 17.000 mensen om hun mening over kwesties als (zich) beseffen, zwaar wegen en de regel die/welke. Het resultaat: strenge oordelen (hun hebben), verrassingen (hij wil/wilt) en verfrissende inzichten (reizigers wordt/worden verzocht).

Met vrolijke illustraties van Frank Landsbergen is dit een onmisbaar boek voor wie graag bijblijft over het Nederlands! Lees verder >>

20 april 2017: Studieavond ‘Welke (moeder)taal in de (multiculturele) klas?’

Op donderdag 20 april (19-21u) organiseren de Vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie van de Universiteit Gent, de onderzoeksgroep MULTIPLES (Research Centre for Multilingual Practices and Language Learning in Society) en het tijdschrift ‘Over taal’ de studieavond ‘Welke (moeder)taal in de (multiculturele) klas?’

Actueler kan het thema niet zijn. Welke taal gebruiken we in de klas? Welke taal voor moedertaalsprekers van het ‘Nederlands’ of voor vreemdetaalleerders van het ‘Nederlands’? Jarenlang was er geen twijfel over het antwoord: ‘Standaardnederlands, natuurlijk!’. Anno 2017, en in een context van een multiculturele samenleving en van aandacht voor variëteiten van het ‘Nederlands’, is dat antwoord allicht aan herziening toe.

Verdere info in bijlage en op de website van de vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie.

Is ‘groter als’ dan echt fout? Je hoofd vindt van niet!

Door Marten van der Meulen

Groter als, nooit geen, hun hebben: veel mensen gruwen ervan. Sommige puristen verbeteren de fouten wanneer ze die tegenkomen, door overtreders aan te spreken of door brieven naar de krant te sturen. Vroeger zouden taalwetenschappers maar al te graag hebben meegedaan met deze verbeterzucht, maar tegenwoordig nemen zij afstand. Vandaag de dag bestuderen zij taalfouten vooral om te proberen erachter te komen hoe ze veroorzaakt worden. Recent onderzoek richt zich bijvoorbeeld op de vraag wat er eigenlijk gebeurt in onze hersenen als we een normfout tegenkomen. Verwerken we zo’n fout als goede taal of als slechte taal? Lees verder >>

Hoe de Académie het Frans bedreigt

Door Marc van Oostendorp

imageOf ze nu nog bestaan, weet ik eigenlijk niet, maar dertig jaar geleden hadden ze zelfs nog een belangrijke stem in het Nederlands debat over taal: de mensen die beweerden dat het in Frankrijk allemaal zoveel beter geregeld was. Schrijvers als Willem Frederik Hermans en Rudy Kousbroek wezen er regelmatig op: die Fransen, die hielden pas echt van hun taal! Die wisten haar nog te verzorgen en lief te hebben! Die hadden de Académie française!

Met Frankrijk, het Frans en de Franse literatuur gaat het niet zo goed meer. “De Franse literatuur is de spiegel van een depressief land” kopte de Volkskrant onlangs. En wereldwijd verliest de taal meer terrein. Toen de Britten voor hun Brexit gestemd hadden, flakkerde er bij een paar Franse politici nog de hoop op dat het Engels nu misschien de EU uitgegoodbyed kon worden. Maar daar horen we inmiddels ook al niks meer van.

Taalcultuur

En dat komt minstens deels door de Académie française, schrijft de Israëlische taalwetenschapper Aviv Amit in het nieuwste nummer van het tijdschrift Language Problems and Language Planning.   Lees verder >>

Lang leve de kommaneukers?

Door Marc van Oostendorp

Attachment-1 (3)Het is een bekende anekdote, die Jolenta Weijers onlangs ophaalde op het weblog van het NWO-project Begrijpelijke taalZe trekt er, zoals veel mensen, alleen de verkeerde conclusie uit. Of in ieder geval een onvolledige.

Een man is veroordeeld ter dood. Terwijl hij over de binnenplaats van de gevangenis in de richting van de galg schrijdt, komt er ineens een bode binnen met een telegram. Halt! Wat zou de koning te melden hebben? Nieuwsgierig opent de gevangenisdirecteur de brief, en leest:

  • Wacht niet, hangen! [1]

Onverwijld wordt de gevangene inderdaad ter dood gebracht. Pas later constateert men dat de boodschap van de koning eigenlijk luidde:

  • Wacht, niet hangen! [2]

Conclusie van de meeste mensen: wanneer men in de tijd van strop en telegram de komma juist had weten te plaatsen, was er menig mensenleven gespaard gebleven. Wat fijn dat er zulke duidelijke afspraken zijn. Lees verder >>

In ’t zuiden wordt niet meer ALS gezegd dan elders.

door Jan Stroop

  
 

Met de conclusie die Hubers en De Hoop trekken kan ik ’t eens zijn. Ze presenteren die aan ’t eind van hun artikel “The effect of prescriptivism on comparative markers in spoken Dutch”, waar Marc van Oostendorp onlangs de aandacht op gevestigd heeft. H&H; hebben ’t Corpus Gesproken Nederlands onderzocht op ’t gebruik van als en dan bij vergelijkingen. Hun conclusie luidt, vrij vertaald:  Zonder de strenge normatieve regel (na een comparatief volgt DAN) zou dat danallang door als vervangen zijn. En dat gaat gebeuren want als is veel geschikter voor de functie van markeerder van de comparatief dan dan. Maar zover is ’t niet. Het Nederlands heeft twee voegwoorden bij een vergrotende trap, die allebei gebruikt worden.

Als-zeggers zijn lager opgeleid en wonen in het zuiden

Door Marc van Oostendorp


Taalmopperaars, verheug u. Het is eindelijk officieel: mensen die groter als zeggen zijn gemiddeld minder hoog opgeleid dan degenen die groter dan zeggen. Ze komen trouwens ook vaker uit de Nederlandse provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg dan uit de rest van Nederland dan uit Vlaanderen. Dit alles blijkt uit een artikel van de Nijmeegse onderzoekers Ferdy Hubers en Helen de Hoop in de net verschenen bundel Linguistics in the Netherlands 2013.

Het merkwaardige is natuurlijk in de eerste plaats dat dit nog nooit eerder getest wordt. Al sinds jaar en dag wordt er beweerd dat personeelsfunctionarissen sollicitatiebrieven terzijde zouden leggen waarin mensen zeggen dat ze beter zijn als een andere kandidaat, maar een wetenschappelijke basis voor dit gedrag van die personeelsfunctionarissen ontbrak vooralsnog.

Vanaf dit moment is die er dus wel: het is wetenschappelijk bewezen dat iemand die groter als schrijft niet zo’n goeie opleiding heeft gehad.
Lees verder >>

Pas verschenen: Over Taal (jrg. 52, nr. 4)


In het nieuwe nummer van Over taal, tijdschrift over taal, tekst en communicatie, onder meer een artikel van Els Heindrickx over ‘de invloed van lexicale taaladviezen op Belgisch-Nederlandse krantentaal’:

‘Kunnen taalnormen de taalrealiteit beïnvloeden? Met andere woorden: slagen taaladviseurs erin om bepaalde taalvormen uit het taalgebruik te weren en andere te promoten?’ Op die vraag heeft Els Hendrickx een antwoord geformuleerd in haar proefschrift.

Lees verder >>

Wie is de baas over de taal?

Door Wannie Carstens

Wannie Carstens is hoogleraar Afrikaanse taalkunde en lid van de Afrikaanse Taalraad. Hij zal vanaf nu regelmatig in zijn moedertaal bijdragen aan Neder-L.

Op 15 Junie vanjaar was daar in Leiden ‘n publieke simposium wat georganiseer is deur die Leiden University Centre for Linguistics (LUCL) van die Universiteit Leiden. Hierdie simposium is aangebied in die bekende Academiegebou op die Rapenburg in Leiden.  Die organiseerders van die byeenkoms was proff. Jaap de Jong en Marc van Oostendorp, beide verbonde aan LUCL. Die simposium is besonder goed bygewoon en die saal was vol. En dit op ‘n Saterdagmiddag! Die kwessie van taal is duidelik van groot belang vir Nederlanders en dit is ook goed so. Die aanwesiges het volgens wat ek kon waarneem, uit ‘n groot verskeidenheid velde gekom: akademici, onderwysers (leraars), studente, belangstellende lede van die publiek.

Die sprekers het ook uit ‘n verskeidenheid vertrekpunte gekom:
Lees verder >>