Tag: taalnorm

Numeri fixi, numerus fixussen of numerus fixi? Dat is geen groeneboekjeskwestie

Door Henk Wolf

Mensen in het Nederlandse taalgebied kennen ten onrechte allerlei vormen van autoriteit aan het Groene Boekje toe. Marc van Oostendorp deed dat recent ook, toen hij de vraag kreeg wat het meervoud was van numerus fixus.

Om die vraag te beantwoorden raadpleegde Marc het Groene Boekje. Tijdschrift Ad Valvas citeert hem als volgt: “Ik kan weinig anders doen. Een hoogleraar heeft geen betere toegang tot de norm dan een ander. Er zijn boekjes waar de norm in opgeschreven staat en die sla je dan open.”

Het Groene Boekje is alleen niet zo’n boekje. Er staat wel een norm in beschreven, maar dat is een spellingnorm: je kunt erin opzoeken op een bepaalde schrijfwijze is toegestaan onder de spelregels die de overheid zichzelf en het onderwijs heeft opgelegd.

Lees verder >>

Een aantal mensen is of zijn?

Door Marten van der Meulen

Een van de casus die ik onderzoek in het kader van mijn proefschrift is de kwestie ‘een aantal mensen is/zijn’. De laatste dagen heb ik flink wat data doorgespit, en dat heeft mij in ieder geval wat nieuwe inzichten gegeven. Meervoud of enkelvoud, dat gaat namelijk helemaal niet alleen maar over het werkwoord, maar ook over iets anders. En juist dat andere aspect laat heel duidelijk zien: ‘een aantal mensen’ is meervoud.

Regels

De traditionele interpretatie zegt dat ‘aantal’ het hoofd van de zelfstandig naamwoordgroep is. Aantal staat in het enkelvoud, en dus moet een opvolgend werkwoord ook in het enkelvoud staan. Dat levert dit soort zinnen op:

  • Een aantal mensen is gekomen.
  • Een aantal mensen las mijn blogpost.
Lees verder >>

Welke taalvoorschriften willen we zo langzamerhand weleens kwijt?

Door Henk Wolf

In het onderwijzen van taalvoorschriften zit een rare paradox. Aan de ene kant is het nuttig om mensen taalvoorschriften te leren. Als ze die kennen, kunnen ze zich eraan houden en dat heeft een aantal voordelen. Ze worden dan serieuzer genomen en het komt minder vaak voor dat discussies over de vorm van hun taal de aandacht afleiden van de inhoud.

Aan de andere kant creëert het onderwijs de maatschappelijke afkeer van allerlei taalvormen juist zelf. Nederlandstaligen maken zich alleen maar druk over een zinnetje als ‘Janneke is slimmer als Durkje’ omdat ze ooit op school hebben geleerd dat ze zich daar druk over moeten maken. Onderwijzers proberen zo een maatschappelijk probleem te verkleinen dat een vorige generatie onderwijzers heeft gecreëerd. En ze creëren het probleem opnieuw voor de kinderen die hun leerlingen ooit gaan krijgen.

Lees verder >>

Is het Friese woord ‘gebeure’ een hollandisme?

Door Henk Wolf

Wie in een Nederlands-Fries woordenboek kijkt of een cursus Fries volgt, die leert dat het Nederlandse gebeuren in het Fries barre zou zijn. Wie dan echter luistert naar het gesproken Fries, ontdekt dat dat barre een zeldzaam woord is, vooral in gebruik bij mensen die een cursus Fries hebben gevolgd. Het woord dat in het gesproken Fries domineert, is gebeure. Leerboeken en ook het wetenschappelijke Woordenboek der Friese Taal wijzen dat af als ‘hollandisme’.

Maar is dat wel correct? Ik heb het eens opgezocht en gebeure komt rond 1500 al in het Fries voor, dan nog in de Oudfriese vorm gebeura. We zitten dan op het randje van de middeleeuwen. We hebben ongetwijfeld te maken met een leenwoord uit het Hollands, maar het is wel een stokoud leenwoord, geleend voordat er überhaupt sprake was van Nederlands als bovenregionale taal.

Lees verder >>

De zegen van de standaardtaal

Door Peter Debrabandere

Het Vlaamse denken over standaardtaal moet ‘genezen’ en ‘gedeïdeologiseerd’ worden. Er moet een ‘grote schoonmaak’ gehouden worden. Vlamingen hebben ‘verlammende ideeën’ over taal. En het wordt tijd dat die ideeën ‘uit de voegen loskomen’. Zo valt te lezen in een opiniestuk van Stefan Grondelaers: De kwaal van de standaardtaal (De Standaard, 22-02-2019). Dat is even schrikken, vooral omdat Grondelaers lid was van de commissie die op verzoek van de Nederlandse Taalunie de nieuwe Visie op taalvariatie en taalvariatiebeleid (2019) geschreven heeft. En daar is de toon een stuk milder.

Vreemd is dat Grondelaers de overtuiging van de verdedigers van de Nederlandse standaardtaal een ideologie noemt, terwijl zijn eigen visie op het functioneren van taal in een maatschappij net zo goed ideologisch gekleurd is. Het is de ideologie van de variatie- of sociolinguïstiek. De hierboven al genoemde commissie bestond uitsluitend uit sociolinguïsten en dialectologen en steunde op een literatuur die voor een goed deel door henzelf geschreven is. Alleen al daardoor is de visie van de Taalunie (nu geleid door de sociolinguïst Hans Bennis) ideologisch gekleurd door de sociolinguïstiek. Lees verder >>

Distantiëring

Door Henk Wolf

Van de week kreeg ik een vraag van een Vlaamse collega over het verschijnsel distantiëring. In het Friese taalwereldje is dat een begrip, maar daarbuiten is het ook bij taalkundigen lang niet altijd bekend. Daarom is het misschien aardig als ik er hier een paar regels aan wijd.

Belangryk of wichtich?

Als het begrip distantiëring met betrekking tot het Fries wordt gebruikt, dan wordt ermee bedoeld dat de afstand tussen het Fries en het Nederlands zo groot mogelijk wordt gemaakt. Een standaardvoorbeeld: je kunt in het Fries kiezen tussen de synoniemen belangryk en wichtich. Omdat de eerste vorm erg lijkt op de Nederlandse vertaling belangrijk, kies je voor de tweede. Bij de vorming van het Standaardfries heeft distantiëring een rol gespeeld, maar je komt het begrip vooral tegen als mensen hun persoonlijke taalnorm beredeneren, zeker op schrift. Zo is er maar een klein deel van het Friese taalgebied waar woorden op -ing de meervoudsuitgang -s krijgen (tekenings, ûntdekkings) en de Fryske Akademy beveelt aan om de uitgang -en te gebruiken (tekeningen, ûntdekkingen), maar veel Friezen kiezen op schrift voor tekenings en ûntdekkings, omdat die vormen minder op hun Nederlandse vertalingen lijken. Lees verder >>

Wat is het nou?

Door Henk Wolf

Zoals religieuze discussies zich vaak verhouden tot natuurwetenschappelijke, zo verhouden publieke discussies over taal zich vaak tot taalkundige. In beide gevallen contrasteert de wil om voor te schrijven met de wil om te beschrijven, contrasteren dogma’s met nieuwsgierigheid, contrasteert het zoeken naar bevestiging met het zoeken naar ontkrachting. En net als het religieuze discours heeft het publieke taaldiscours formuleringen waaraan veel gewicht wordt toegekend, maar die bij nadere beschouwing niets betekenen en waaraan iedereen die zich geroepen voelt betekenis kan geven.

In het religieuze discours zijn voorbeelden van betekenisloze maar gewichtige formuleringen zonde en onrein. Die woorden betekenen precies wat de spreker ermee wil bedoelen. En ook sprekers die er niets mee willen bedoelen, gebruiken ze, in de verwachting dat er ergens een betekenis verborgen is, die de schriftgeleerden hun kunnen mededelen. Het zijn de mensen die een dominee mailen met de vraag of een voorhuwelijkse kus zonde is. Lees verder >>

Leven als een prescriptivist in Frankrijk

Door Marc van Oostendorp

Grapje op Twitter over de rampzalige gevolgen voor de communicatie van de spellingverandering. Het grapje klopt niet, want de spelling van sûr verandert niet.

Het is maar goed dat Neerlandistiek een blog is, zo kan ik jullie tenminste in real time op de hoogte houden van de nieuwste voortschrijdingen in mijn inzicht. Ik had het stukje van gisteren nog niet geschreven, of er diende zich alweer een nieuw artikel aan, dat een nieuw licht wierp op de zaak. En wel een Frans licht.

Waar komen taalnormen vandaan? Een wat simpele versie zegt: van de machthebbers. Dat het standaard-Nederlands meer lijkt op Hollands dan op Limburgs komt doordat Holland al eeuwen lang een politiek-cultureel centrum van de Lage Landen is. “Netjes praten” is praten als de baas.

Gisteren besprak ik een artikel waaruit al bleek dat het iets ingewikkelder is. Zo’n norm kan oorspronkelijk van hogerhand komen, maar op zeker moment kan hij in handen vallen van wat Geoff Nunberg treffend pedanten noemt. Dat zijn mensen die helemaal niet zelf per se macht hebben, maar wel kennis hebben van hoe het bijvoorbeeld ‘vroeger’ was (dus hoe de rijken van vroeger het wilden) en die nu iedereen lastig beginnen te vallen die zich daar niet aan houdt. Met als gevolg dat taaladviesboeken adviseren om niet te doen wat die betweters afkeuren. Lees verder >>

Wat was het effect van een officiële spelling op het Nederlands?

Dit stuk verschijnt in het kader van de Nieuwsbrief Neerlandistiek voor de klas. Het bevat geen origineel onderzoek, maar is een vereenvoudigde weergave van recent onderzoek op het gebied van het Nederlands, speciaal bedoeld voor leerlingen van de middelbare school.

Door Marten van der Meulen

Als je een willekeurig iemand op straat vraagt: “Wat gebeurde er in 1804 en 1805?” dan zullen ze je hoogstwaarschijnlijk glazig aankijken. Misschien dat een geschiedkundige nog weet dat Napoleon in 1804 tot keizer werd gekroond; een pianist zal misschien paraat hebben dat Beethoven zijn 23e Sonata ‘Appassionata’ in 1805 componeerde. Of je veel meer dan dat krijgt durf ik te betwijfelen. Maar vraag een neerlandicus, en zijn ogen zullen beginnen te stralen. In die twee jaar verschenen er namelijk twee belangrijke werken op het gebied van de neerlandistiek: de eerste officiële spelling en grammatica. Een Leidse onderzoeker zocht uit hoeveel effect die hadden. Lees verder >>