Tag: taalgeschiedenis

Steeds weer nieuwe taalscheurtjes

De geschiedenis van België

Een van de menselijke breuklijnen die al een paar duizend jaar door het Europese continent loopt is de grens tussen het gebied van de Germaanse en dat van de Romaanse talen. En op weinig plaatsen heeft die grens tot zoveel schermutselingen geleid als in België.

De schrijfster Brigitte Raskin – in de jaren tachtig een van de eerste winnaars van de AKO-prijs – schreef een helder en beknopt geschiedenisboek over de bijna tweeduizend jaar dat die grens zich door de Lage Landen slingert: vanaf de Romeinse bezetting via de eindeloze wisselingen van de wacht tijdens de middeleeuwen, met steeds weer andere indelingen van het gebied en steeds weer andere grote rijken waar de verschillende gebieden toe behoorden.
Lees verder >>

Zin in een pruim?

Klaarkomen, wippen, soppen, naaien, pijpen, rukken, poesje, lid, meesteres: ik verklap geen geheim als ik zeg dat al deze woorden er een seksuele betekenis bij hebben gekregen. Sterker nog, de seksuele betekenis van deze woorden is op weg de niet-seksuele te verdringen. Bij andere, zoals pruim en paal, overheerst de oorspronkelijke betekenis nog (of ik ben naïef).

Waarom deze observatie? De leeftijd dat ik het leuk vond om zulke woorden op schrift te stellen heb ik wel achter me gelaten, en de grote waarschijnlijkheid dat deze blogpost de komende jaren een gestage stroom zoekmachinegebruikers zal trekken én teleurstellen, verschaft me wel wat voorpret, maar mijn drijfveer is het toch niet. Nee, wat me boeit is een historische vraag.
Lees verder >>

Nederlab – voor al uw diachrone onderzoeksvragen

door Nicoline van der Sijs
Op 12 juniis in Neder-L gemeld dat het project ‘Nederlab – een laboratorium voor onderzoek naar de veranderingspatronen in de Nederlandse taal en cultuur’ 4 miljoen euro subsidie heeft ontvangen van NWO, KNAW, CLARIAH en CLARIN, inclusief matching van wetenschappelijke instituten en universiteiten. Inmiddels is er een projectwebsite in de lucht, http://www.nederlab.nl, waarop de oorspronkelijke aanvraag, de organisatiestructuur van het project en enkele persberichten zijn te vinden. Ik grijp de lancering van de website graag aan om wat achtergrondinformatie te geven over het project en een oproepje te doen.

Lees verder >>

Het Nederlands uit Turkije

De beroemde schrijver en piloot Adriaan Viruly vertelde toen hij al heel oud was eens hoe hij zo lenig van geest bleef: door dagelijks de kranten te lezen. Alleen de artikelen over luchtvaart sloeg hij over. ‘Want daar klopt nooit iets van.’

Zo kan een onderzoeker geen wetenschapskatern doornemen. U heeft het vast ook gelezen: deze week werd alom bericht over de geografische oorsprong van onze Indo-Europese voorouders. Hoe zit dat in elkaar?

Lees verder >>

Geil in de U-bocht

Christelijke huisvrouwen geilen op hun eigen echtgenoot, had er in juli in NRC Handelsblad gestaan. Een lezer had zich daaraan gestoord en de ‘ombudsman’ van de krant, Sjoerd de Jong, schreef er daarom gisteren een stukje over (Opiniebijlage, pagina 25).

De Jong rekent in zijn stukje voor dat het gebruik van het woord geil in de krant de afgelopen decennia een beetje is gestegen – al is zijn empirische basis daarvoor een beetje wankel (in de eerste helft van 1992 stond het woord twee keer in de krant, in de eerste helft van 2002 elf keer, en in de eerste helft van dit jaar weer elf keer). Dan volgt een bespiegeling over de verruwing van het taalgebruik in de hele samenleving en het probleem van de journalist die aan de ene kant niet te nuffig wil doen, maar aan de andere kant ook geen opzichtige ‘straattaal’ gebruiken. De Jong noemt dat laatste ‘een burgerlijke vorm van antiburgerlijkheid’.

Eén ding meldt De Jong niet: behalve straattaal is geil ook een keurig woord (in de gewenste betekenis) dat we al bij Vondel en in zestiende-eeuwse vertalingen van de bijbel tegenkomen.
Lees verder >>

HET bestaat niet!

Er zijn mensen die jeuk krijgen van een woord met een apostrof erin (’t en ’n bijvoorbeeld); zie de commentaren bij mijn blog EYE: ’n doorn in ’t oog  Anderen voelen zo’n weerzin dat ze niet verder kunnen lezen. Arme apostrof. En hij heeft nog wel zo’n lange traditie en ’t is juist zo’n zinvol letterteken.

De oudste vermelding van ’t TEKEN apostrof dateert uit 1550, maar de apostrof werd al veel eerder gebruikt, bijvoorbeeld door Jan van Boendale (ca. 1300) : in ’t lant van Ludicke.  De apostrof diende om aan te geven dat er letters weggelaten waren. Die letters werden ook niet uitgesproken. ’t Citaat van Van Boendale, in ’t lant klonk waarschijnlijk als intlant. Die t is een reductie van ’t toenmalige lidwoord dat, als dat z’n klinker verloor doordat ’t ‘aanleunde’ tegen een volgend of voorafgaand woord:  tvolc (’t volk); int lant.

Lees verder >>

Taal als kleurplaat

Dat onze taal een mengeling is van woorden uit alle tijden, dat kun je laten zien met kleuren. Neem bijvoorbeeld de eerste zin uit de Max Havelaar:

Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, 37. Het is myn gewoonte niet, romans te schryven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aantevangen, dat gy, lieve lezer, zoo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffi zyt, of als ge wat anders zyt. Niet alleen dat ik nooit iets schreef wat naar een roman geleek, maar ik houd er zelfs niet van, iets dergelyks te lezen, omdat ik een man van zaken ben.

Ik heb hier de leenwoorden uit het Frans lichtoranje gemaakt, die uit het Latijn donkeroranje en die (dat) uit het Turks groen. Dat het Nederlands veel minder woorden geleend heeft dan het Engels blijkt dan in één oogopslag uit de vergelijking met de eerste zin Tom Sawyer (gekopieerd van deze pagina, waaraan ik ook het idee om leenwoorden te kleuren ontleend heb):
Lees verder >>

Taalverloedering in de middeleeuwen

Dezer dagen bezoek ik een Amerikaans congres over Germaanse talen. Het is een rare gewaarwording: inclusief het wachten op vliegvelden bijna 16 uur reizen vanuit Leiden en dan gaat de eerste lezing, van een groep Amerikaanse geleerden, over het dialect van Leiden en uitdrukkingen als dezer dagen.

Ik heb daar dan meteen ook wel iets geleerd: dat migratie ook in de late middeleeuwen al verantwoordelijk was voor de ‘verloedering’ van onze taal.

Lees verder >>