Tag: taalgeschiedenis

Wereldgeschiedenis is de geschiedenis van metaforen

Door Marc van Oostendorp

Als de Amerikanen Sapir en Whorf gelijk hadden, zou er een goede wereldgeschiedenis te schrijven zijn aan de hand van de taalgeschiedenis. Volgens de zogeheten Sapir-Whorf-hypothese bepaalt de taal het denken. En als we aannemen dat de manier waarop de mensen denken de loop van de geschiedenis bepaalt, zijn taalveranderingen dus belangrijk bij het begrijpen van de veranderingen in de wereld.

De Amerikaanse schrijver Jeremy Lent heeft geprobeerd precies zo’n boek te schrijven: een dat de grote lijnen van de wereldgeschiedenis beschrijft in termen van veranderingen in de taal.

Zijn voornaamste uitgangspunt daarbij is de tak van de taalkunde die de laatste decennia sowieso de sterkste invloed heeft gehad in andere geesteswetenschappen: de cognitieve taalwetenschap, met name de theorieën over  het belang van metaforen voor het denken van George Lakoff (Lucas schreef er onlangs over op Neerlandistiek; en gisteren had De Correspondent er een aardig overzichtsartikel over).

Volgens die theorie kan de mens over abstracte dingen alleen in beeldspraak denken. We hebben misschien ons lichaam dat we kunnen voelen en waarover we rechtstreeks denken, net als over sommige zaken die we min of meer rechtstreeks waarnemen. Maar alles dat een beetje complexer is dan dat, kunnen we alleen begrijpen in metaforische termen.

Lakoff en zijn medewerkers hebben laten zien dat (cultureel bepaalde) metaforen ons hele denken doordesemen. In veel culturen staat boven bijvoorbeeld voor goed en beneden voor slecht (hij zit in de put, het gaat bergafwaarts). Uiteindelijk zijn misschien wel alle categorieën waarin we denken te zien als metaforen en bouwen we uiteindelijk weer nieuwe metaforen bovenop oude.  Lees verder >>

Pas verschenen: Die storie van Afrikaans (deel 1)

Door Wannie Carstens

Daar het sedert 2000 ʼn opvallende oplewing gekom in studies oor die geskiedenis van Afrikaans. Van hierdie publikasies was gefokus op die toekoms van Afrikaans eerder as die verlede, maar dit het nietemin aangedui mense wil meer weet as die gewone storie. Boeke soos Giliomee & Schlemmer (reds.) se KruispadDie toekoms van Afrikaans as openbare taal (2001), F.I.J. van Rensburg (red.) se Afrikaans, lewende taal van miljoene (2004), Giliomee & Schlemmer se ʼn Vaste plek vir Afrikaans. Taaluitdagings op kampus (2006), Christo van Rensburg se So kry ons Afrikaans (2012), Hein Grebe se Op die keper beskou. Oor die ontstaan van Afrikaans (2012) en ook Jaap Steyn se bekroonde ‘Ons gaan ʼn taal maak’: Afrikaans sedert die Patriot-jare (2014) is tekenend hiervan en dui ook op ʼn lewendige belangstelling in die herkoms én toekoms van Afrikaans. Dit is ook goed so dat die Afrikaanse gemeenskap belang stel in hulle taal.

Die bogenoemde boeke betrek wel slegs besondere aspekte van die studie van Afrikaans – die toekoms, die invloed van die Khoi op die ontwikkeling van Afrikaans, die tydperk 1870-2010, teorieë oor die herkoms van Afrikaans, en so meer.  Lees verder >>

Een Duits-Nederlands feestbundelfeestje

Door Miet Ooms

SONY DSC
SONY DSC

Op 29 juni 2016 kreeg Luk Draye tijdens een mini-symposium de feestbundel overhandigd die was samengesteld naar aanleiding van zijn emeritaat vorig jaar. De bundel kreeg de titel Sprache in Raum und Geschichte, System und Kultur. Festschrift für Luk Draye. Ze vormt tevens de nummers 99 en 100 van het tijdschrift Leuvense Bijdragen, waarvan de gevierde al sinds 1995  redactiesecretaris is.

Hoewel Draye zelf, naast zijn uitgebreide administratieve functies als departementsvoorzitter en decaan, vooral actief was als professor Duitse taalkunde, is zijn invloed op de neerlandistiek niet te onderschatten. Lees verder >>

Als vlugge sylph in ’t stralend zonlicht zweven

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (73)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

160508184400146k
Illustratie: Susanne van der Kleij

Jan Jacob Lodewijk ten Kate heeft lang een fascinatie gehad voor een sonnet. In de tijd waarin hij leefde was het allesbehalve een populair genre en de afgelopen weken besprak ik sonnetten uit de jaren veertig waarin hij de vorm bespotte. Maar hij had ook genuanceerdere ideeën; uit dezelfde tijd stamt namelijk ook nog dit bijna Perkiaans gedicht:

Op luchte wiek nauw merkbaar opgeheven,
Rondfladderend langs ’t geurend bloemenbed,
Zien wij u meest, o dartelend Sonnet!
Als vlugge sylph in ’t stralend zonlicht zweven.
Maar schoon u dan de lachjens meest omgeven,
Toch volgt ook vaak de mijmerende Ernst uw tred,
Die ’t myrthegroen u van de lokken zet,
En in uw oog een stillen traan doét beven.

O ja, uw stem, uw zoete fluistertaal,
Verkwikt, vertroost, verrukt ons menigmaal,
Als wij vergeefs uw schooner Zusters wachten ! ….
Zóo laaft, wanneer de lenteregen faalt,
De malsche dauw, bij drupplen neêrgedaald,
De rozenknop, van hitte en dorst aan ’t smachten.

Lees verder >>

Fast auß dem Holländischen

Door Marc van Oostendorp

Dat wij hier vanuit Leiden en Amsterdam een weblog maken in het Nederlands en niet in het Duits, dat had je tweeduizend jaar geleden toch ook niet kunnen zien aankomen. Er was in die tijd weinig reden om aan te nemen dat wij zouden vinden dat we een andere taal spreken dan de Dusseldorpers, terwijl de laatsten op hun beurt dan wél weer dezelfde taal spreken als de mensen in München en Berlijn. Er werden overal in onze contreien allerlei – overwegend – Germaanse dialecten gesproken, die op allerlei manieren door elkaar liepen. En pas in de afgelopen pakweg vijfhonderd jaar zijn wij een andere taal.

Onder meer dat verhaal wordt verteld in Jelle Stegemans Handbuch Niederländisch. Sprache und Sprachkultur von den Anfängen bis 1800. Het is een boek dat vermoedelijk geschreven is met Duitse studenten in het achterhoofd, al valt het denk ik ook goed te lezen door wat wel ‘de geïnteresseerde leek’ genoemd wordt – degene die misschien geen officiële taalkundige training ambieert, maar bereid is om iets te leren.

Lees verder >>

Call for Papers: The Effects of Prescriptivism in Language History

Leiden University Centre for Linguistics
21-22 January 2016

Invited speakers
Lieselotte Anderwald (Kiel)
Stephan Elspaß (Salzburg)
Shana Poplack (Ottawa)
Ingrid Tieken-Boon van Ostade (Leiden)
Rik Vosters (Brussels)

Language norms and prescriptivism play an important role in many histories of European languages. Standardization is often the central topic in chapters about the post-medieval period. But what were the effects of norms and prescriptions on variation and change in actual language use? With the advent of historical sociolinguistics and the compilation of large corpora of usage data we can reassess the importance of norms and prescriptions, and gain a deeper understanding of their relation to usage patterns.

Lees verder >>

Frühkost und Entbiss

Tropisches Frühstück. (J. Wilkins, CC-BY-SA 3.0)

In den letzten Tagen saß ich einen Artikel über Neg… über Cariolisch zu schreiben. In der Forschung ist längst etabliert, dass diese niederländisch-basierte Kreolsprache nur sehr, sehr wenige dänische Elemente in ihren Wortschatz aufgenommen hat, obwohl sie in einer praktisch durchgehend dänisch verwalteten Kolonie gesprochen wurde.

Eines der wenigen Beispiele für ein auf den ersten Blick dänisches Wort findet man in einem kleinen Artikel des Dänen Erik Pontoppidan aus dem Jahr 1887. In dem Text heißt es:

Wat ju sal jeet fo frukost van dag?
(Was wirst du heute zum Frühstück essen?)

Lees verder >>

Hoe zeggen we ‘suiker’?

door Jan Stroop
(Dit is de uitwerking van de presentatie die ik op 15 december 2013 te Roosendaal gehouden heb, in ’t kader van de expositie ‘Suikergoed’.)




Van ’t woord suiker bestaan in de  Nederlandse dialecten minstens negen verschillende uitspraken:  suiker, suker, sökker, soiker, seuker, soeker, soker, sokker en sukker. En ze gaan allemaal terug op één oervorm.

De herkomst van ’t woord suiker is bekend. De oudste vorm is sakkharâ. Dat woord is uit India, waar ’t eerst riet verbouwd werd dat suiker opleverde. Vanuit India zijn de rietsuikercultuur en de benaming voor ‘suiker’ overgenomen door andere gebieden in ’t Midden-Oosten. Rond 600 leerden de Perzen die techniek van suiker winnen; de benaming kreeg een Perzische gedaante: šakar. Daarna maakten de Arabieren er kennis mee. Zij verbreidden de kunst van het telen van suikerriet naar Egypte, in de 8e eeuw naar Andalusië en vervolgens naar Sicilië.

Lees verder >>

18 maart, Rotterdam: Het einde van het Nederlands

Het onderwijs en het bedrijfsleven luiden – gesteund door taalliefhebbers – de noodklok: de Nederlandse taal verloedert. Jongeren lezen geen boeken meer en sollicitanten krijgen geen zin meer fatsoenlijk op papier. Althans, zo luidt de klacht. Maar waarom is dat eigenlijk erg?

Hoogleraar Joop van der Horst schreef Het einde van de standaardtaal, waarin hij de ontwikkeling van de taal beschrijft vanaf de Middeleeuwen tot de sms-taal op mobiele telefoons. Volgens Van der Horst is er geen sprake van een verloedering van het Nederlands, maar verdwijnt het standaard Nederlands om plaats te maken voor verschillende talen. Dit is een ontwikkeling die al lang aan de gang is maar pas vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw aan de oppervlakte is gekomen. Wat heeft dat voor gevolgen? Moet het ABN overboord? Spreken we over vijftig jaar allemaal straattaal? En in hoeverre is taal een machtsmiddel dat bepaalde groepen buitensluit van het onderwijs of de arbeidsmarkt?

Joop van der Horst is hoogleraar Nederlandse Taalkunde aan de Universiteit van Leuven. Hij schreef een lange reeks boeken en artikelen over de geschiedenis van de taal en was jarenlang medewerker aan het radioprogramma Wat is Taal.

woensdag 18 maart 20:00 – 22:00
meer informatie / vooraanmelding: Arminius, Rotterdam

Het Denkcafé is maandelijkse samenwerking van Arminius en SG Erasmus. Het Denkcafé is ook thuis via de livestream te volgen op de homepage.

Ik had het verstand zo grof

Een geschiedenis van het Nederlands aan de hand van 196 sonnetten (4)

Door Marc van Oostendorp


Laten we eerlijk zijn: zestiende-eeuwers schreven soms behoorlijke onzin in hun sonnetten. De Vlaamse dichter en politicus August Vermeylen mag dan hebben gevonden dat het volgende gedicht van Jan van der Noot een bewijs was “hoe dat persoonlijk leven reeds bepaald genoeg was om een sonnet tot een volkomen geheel te maken, het gans te dragen, bijna zonder stoplappen“, maar mij lijkt het vooral te getuigen van gebrek aan de meest elementaire mensenkennis. En kom me niet aanzetten met dat Van der Noot en Vermeylen in zo’n andere tijd leefden! Ze hadden beter moeten weten en daarmee uit:
Lees verder >>

Hoezo de liefde?

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (2)

Het eerste Nederlandse sonnet bestaat dit jaar 450 jaar. Hoe is het de taal sindsdien vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Toegegeven, als het bij het allereerste sonnet was gebleven, was er weinig vreugde in de moderne tijd geweest. Maar Lucas de Heere was gelukkig niet de enige dichter die rond het midden van de zestiende eeuw sonnetten begon te schrijven. Beroemd werd vooral zijn kennis Jan van der Noot (1539-1595).
Het is wonderlijk hoe zo snel meesters in een genre opstaan. De mooiste films werden aan het begin van de twintigste eeuw gemaakt, de mooiste tv-programma’s in de jaren zestig, de mooiste computerspellen ooit worden ongetwijfeld nu gemaakt. En zo kon Van der Noot zonder Nederlandse voorbeelden – zij het met veel dank aan Franse en Italiaanse dichters – ineens het Nederlands gebruiken om dingen te schrijven als:
Lees verder >>

450 jaar naarvolging

Een geschiedenis van het Nederlands aan de hand van 196 sonnetten (1)

Door Marc van Oostendorp


Het Nederlandse sonnet viert dit jaar zijn 450e verjaardag! Het is daarmee ongeveer even oud als de taal zelf. Althans, wanneer we met het Nederlands de moderne standaardtaal bedoelen, kunnen we het begin ergens in het midden van de zestiende eeuw plaatsen. Dat was ook de tijd dat Nederlandse dichters sonnetten begonnen te schrijven. Dit jaar precies 450 jaar geleden verschenen de eerste.

Neder-L publiceert de komende jaren een geschiedenis van het Nederlands aan de hand van 196 sonnetten uit de afgelopen viereneenhalve eeuw. Nieuwe afleveringen zullen vrijwel iedere zaterdag verschijnen gedurende de komende vier jaar. Ik denk niet dat ik heel erg systematisch te werk ga, en ook niet per se strikt chronologisch. Ik houd me het recht voor om uitstapjes naar voor en achter in de tijd te maken.
Lees verder >>

Vroeger spraken wij Latijn voor in de mond

Door Marc van Oostendorp

In de vroege middeleeuwen moet een grote groep mensen in het westen van ons taalgebied een (verbasterde) vorm van Latijn hebben gesproken. Dat beweert in ieder geval de Utrechtse hoogleraar Peter Schrijver in een nieuw boek. Pas toen daar in de loop van de tijd de stam van de Franken steeds machtiger werd, schakelden die mensen over op de taal van de machthebbers – en legden zo, omdat de westelijke dialecten heel belangrijk werden, de basis van het Nederlands. Met enige overdrijving kun je dus zeggen: het Nederlands is Germaans in Latijnse mond.

Schrijvers argumentatie is gebaseerd op een nauwkeurige vergelijking van de Nederlandse dialecten en hun Waalse tegenhangers net over de taalgrens. Die lijken volgens Schrijver meer op elkaar dan toevallig kan zijn. De talen moeten elkaar over en weer beïnvloed hebben – en dat diepgaander dan dat men aan weerszijden van de taalgrens eens wat van elkaar heeft overgenomen. De aanwijzingen zijn dat mensen hier vanuit hun Romaanse moedertaal dingen hebben meegenomen naar het Nederlands dialecten.

Een belangrijke stap in de argumentatie spelen woorden als step, zeug en vul.
Lees verder >>

Wat er rond 1864 verdween

Door Marc van Oostendorp

Zodadelijk vertrek ik naar Antwerpen, waar vanmiddag de conferentie Woorden in beweging plaatsvindt, ter gelegenheid van het feit dat Van Dale 150 jaar bestaat.

Die eerste Van Dale werd samengesteld door Calisch en Calisch in 1864. Dat waren roerige tijden voor de Nederlandse taal: vooraanstaande wetenschappers en schrijvers begonnen haar ineens op een heel andere manier te behandelen en te beschouwen. Zelf schreven de samenstellers dat de taal “niet ten onregte bij een gebouw [wordt] vergeleken, waaraan het volk sedert zijne wording arbeidt”, maar dat begon in die tijd net een achterhaalde opinie te worden.
Lees verder >>

Een laatste restje ‘sch’

Door Marc van Oostendorp

Sommige taalkundigen beweren wel dat ze zich niet met spelling bezighouden, maar een collega van me had de afgelopen week wel degelijk ruzie gehad met zijn vrouw over de juiste schrijfwijze van het woord ‘Chinezen’. Zij wilde het zo, maar hij beweerde bij hoog en laag dat het ‘Chinese’ moest zijn. Tot ze erachter kwamen dat zij het zelfstandig en hij het bijvoeglijk naamwoord bedoelde.

Hij kwam zijn echtelijke sores met me delen, en we praatten er nog even over door. Het geldt voor meer woordparen: je hebt ook Friese Friezen en Balinese Balinezen. Het is bovendien natuurlijk niet strikt genomen een spellingkwestie, of in ieder geval niet alléén maar, want sommige sprekers maken ook verschil in uitspraak tussen de [s] en de [z].

Ik dacht dat ik een leuke regel had gevonden, een lekker ingewikkelde, maar die ging niet op.

Lees verder >>

De opmars der genitieven

Door Marc van Oostendorp


Een dik en groen boek over de genetivus in het Nederlands en het Duits – ja, ik weet wel waarop ik mij een zaterdagmiddag trakteer, terwijl ik net doe alsof het helemaal niet heel guur is op een terras.

De ‘tweede naamval’ heeft in het Nederlands een vreemde geschiedenis gehad. Net als andere naamvallen begon hij in de veertiende eeuw of daaromtrent langzaamaan weg te slijten, zoals dat bijvoorbeeld ook in het Engels en de Scandinavische talen gebeurde. Maar anders dan in die andere talen, gebeurde er iets waardoor we nu nog steeds met de iPod der iPods zitten opgescheept.
Lees verder >>

De doorbraak van niks

Door Marc van Oostendorp


Ik schrok even op toen ik vanochtend het nieuwe nummer van Nederlandse Taalkunde las. Temidden van een interessante discussie over de vraag of zullen nu wel of niet een hulpwerkwoord van toekomstige tijd is, schrijft Ronny Boogaart ineens plompverloren:

Maar V&B; doen iets anders. Voor hen heeft de toekomstlezing van zinnen met zullen helemaal niks met de betekenis van zullen te maken.

Ik schrok daar ondanks mezelf even van, en dacht terug aan de middelbare school. Daar ben ik een keer door een leraar toegesproken omdat ik in de schoolkrant niks geschreven had. Foei! En nog geen vijfendertig jaar later schrijft een zeergeleerde neerlandicus, die niet veel jonger is dan ik, het zomaar in een geleerde discussie: de alinea waar dit uitkomt bevat verder woorden als modaal, temporeel, lokaliseren en oppositie.

Lees verder >>

Zuiver Fries heeft nooit bestaan

(Net zo min als zuiver Nederlands)

Door Marc van Oostendorp

De geschiedenis van het Fries begint met het Latijn. Dat was in ieder geval de eerste geschreven taal waarvan we weten dat hij in onze streken gebruikt werd. Daarnaast werden er pakweg tweeduizend jaar geleden in onze streken ook allerlei Germaanse dialecten gesproken, waar we weinig vanaf weten, maar die mogelijk nog niet zoveel van elkaar verschilden als later het geval was. En die bovendien allerlei woorden aan het Latijn ontleenden, zoals het Friese finster (venster) en kers van het Latijnse fenestra en ceresia.

De recente geschiedenis van het Fries is er een van kompjûter, update en trener – van uit het Engels geleende leenwoorden, en van toenadering van het Nederlands, die tegelijk eigenlijk ook al zo’n beetje van alle tijden is.
Lees verder >>

Pas verschenen: Joop van der Horst, Taal op drift.

Joop van der Horst, Taalopdrift;lange-termijnontwikkelingenintaalensamenleving, uitg. Meulenhoff Amsterdam, 542 blzz.; ISBN 978-90-290-8886-2. (ook verkrijgbaar als e-boek).
Meer dan honderd jaar geleden werd al vastgesteld dat een aantal Europese talen lange-termijnontwikkelingen te zien geven. Edward Sapir, en eigenlijk ook al Otto Jespersen, hebben al gewezen op verlies van naamvallen, verlies van werkwoordelijke flexie en een toenemend belang van woordvolgorde. Na hen worden vaak ook andere verschijnselen tot Sapirs driftgerekend, zoals de opkomst van lidwoorden, een sterke uitbreiding van het gebruik van voorzetsels en grammaticalisatie van hulpwerkwoorden.
Taalopdriftknoopt aan bij deze vaststellingen. Maar in het boek wordt meteen ook geconstateerd dat deze ontwikkelingen de jongste eeuwen vaart lijken te verliezen of zelfs helemaal uitgewerkt zijn.
Lees verder >>

Een taal die nooit geboren is en nooit sterft

Engelstalige ‘biografie’ van het Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Weinig talen zijn beter in het Engels beschreven dan het Nederlands. Je kunt enorm veel gedetailleerd te weten komen over onze taal, zonder haar ooit te leren. Er verschenen de afgelopen vijftien jaar boeken over de klankleer, de vormleer en de zinsbouw, en online wordt gewerkt aan een grootschalig taalportaal waarin al die onderwerpen nog veel uitvoeriger aan de orde komen.
Nu is er ook een boek over de (externe) taalgeschiedenis van het Nederlands: Dutch. Biography of a language, geschreven door de vooraanstaande Vlaamse sociolinguïst Roland Willemyns.
Het woord biografie suggereert een geboorte en een dood. 

Lees verder >>

Een andere naam voor (zuidelijk) Nederlands?

Begin dit jaar riep Anne Provoost in Taalschrift op voor een andere naam voor het Nederlands, en zeker het Nederlands in België (http://taalschrift.org/editie/94/gezocht-andere-naam-voor-nederlands). Haar voornaamste reden: zij, als Belgische/Vlaamse, wordt in het buitenland als Nederlands auteur aanzien en omschreven, omdat ze in het ‘Nederlands’ schrijft. Daar lijkt in eerste instantie veel voor te zeggen, maar er zitten toch wat haken en ogen aan.
Lees verder >>

Pas verschenen: Hoorcollege over het Nederlands

Bij uitgeverij Home Academy verscheen deze week voor het eerst een cd-box over taal: 4cd’s met een college van Marc van Oostendorp over het Nederlands.

Behalve de standaardtaal worden er in Nederland nog duizenden andere soorten Nederlands gesproken: de oude dialecten, de nieuwe straattaal, chat-taal en veel meer. Hoe komt het dat onze taal voortdurend aan het veranderen is? Is het niet onhandig voor de communicatie dat iedereen net een beetje anders praat? Moeten we ons zorgen maken over taalverloedering of ons juist verheugen in de vitaliteit van onze taal? Marc van Oostendorp behandelt in zijn college duizend jaar geschiedenis van het Nederlands.

De colleges kunnen worden besteld op cd of gedownloaded als mp3. Meer (bestel)informatie is te vinden op de website van de uitgever.

Steeds weer nieuwe taalscheurtjes

De geschiedenis van België

Een van de menselijke breuklijnen die al een paar duizend jaar door het Europese continent loopt is de grens tussen het gebied van de Germaanse en dat van de Romaanse talen. En op weinig plaatsen heeft die grens tot zoveel schermutselingen geleid als in België.

De schrijfster Brigitte Raskin – in de jaren tachtig een van de eerste winnaars van de AKO-prijs – schreef een helder en beknopt geschiedenisboek over de bijna tweeduizend jaar dat die grens zich door de Lage Landen slingert: vanaf de Romeinse bezetting via de eindeloze wisselingen van de wacht tijdens de middeleeuwen, met steeds weer andere indelingen van het gebied en steeds weer andere grote rijken waar de verschillende gebieden toe behoorden.
Lees verder >>