Tag: taalgebruik

28 juni, Leiden: Paneldiscussie ‘Hij, zij of hen? Hoe moet de universiteit jou aanspreken?’

‘Beste reizigers…’

Genderneutrale aanspreekvormen, non-binair taalgebruik: het debat op een inclusievere Nederlandse taal is immens. Hoe zorgen we dat de taal niet achterblijft op de maatschappij? Hoe moeten leraren studenten aanspreken in een collegezaal? Hoe zit het met officiële brieven die de universiteit rondstuurt? Zijn neutrale aanspreekvormen zoals hen/hun te gebruiken? Het LGBT+ Netwerk van de Universiteit Leiden organiseert op 28 juni om 15.30 uur een paneldiscussie in het Kamerlingh Onnes Gebouw, zaal A0.08 (Steenschuur 25, Leiden) waar deskundigen een antwoord zullen proberen te vinden op deze vragen. Lees verder >>

De taal van Wilders: Ok lijken en difficulteren

Door Marc van Oostendorp

Over de taal van Geert Wilders heeft menigeen zich al gebogen, er is zelfs al jaren geleden een heel boek over verschenen, en toch blijft hij ons, zelfs nu het einde van zijn carrière in zicht lijkt, verbazen. Wat te denken, bijvoorbeeld, van deze recente tweet:

Allereerst is natuurlijk de uitdrukking ‘leek ok’ interessant. Zeker in de hier vermoedelijk bedoelde betekenis – geen problemen hebben – is het vermoedelijk ontleend aan het Engels. In de oude kranten op Delpher kan ik het niet vinden, het is dus vermoedelijk in ieder geval een nieuwe constructie. Lees verder >>

Alleen de taal is Alders

Door Jos Joosten 

Het was ongetwijfeld voor iedereen even onverwacht als voor mij en voor Hans Alders zélf. Het trending nieuws van gisteren: voor het eerst in zijn veertigjarige politiek-maatschappelijke carrière neemt Hans Alders een uitgesproken standpunt in! Meer nog: hij is consequent en handelt ernaar! Zijn standpunt droeg hij fier uit in maar liefst zeven A4-tjes aan de minister!

Ik was op slag ronduit benieuwd naar Alders’ Acte van Verlatinghe, zijn ‘hier-sta-ik-ik-kan-niet-anders’, zijn Lijkrede voor Eric Wiebes. ‘Burgers van Stad en Ommelanden, leen me uw oren…’ Lees verder >>

We zitten met een onthullende zinsconstructie

Door Marijke De Belder

In een groots feministisch gebaar zei Gatz deze week op het laatste nippertje zijn deelname aan een studentendebat met een all male panel af. Toen hij daarover in het actualiteitenprogramma De Afspraak geïnterviewd werd, zei hij terloops de volgende zin: “In Brussel en Vlaanderen is het nu zo dat we met geritste lijsten zitten.” (13’58’’)

Zelf zit ik soms ook wel met iets; soms zit ik met een vraag of een probleem, met de vodden of de gebakken peren. Soms zit ik met de handen in het haar. Soms zit ik met iets dat op het eerste gezicht nog leuk lijkt, zoals een kind waarvoor ik zorgen moet, maar goed, ik zit er toch maar mee. Als ik de string “we zitten met” google, is de eerste hit: “We zitten met een bospoeper in de familie.” Het punt is daarmee wel gemaakt, denk ik: als we met iets zitten, is dat hinderlijk. En Sven Gatz zit dus met geritste lijsten. Lees verder >>

Die Utrechters, die Friezen, die Limburgers: een verbazend staatje

Door Siemon Reker

Groninger vlag

Wát een aandacht in de afgelopen dagen voor Groningen en de aardbevingen daar. En dat terwijl NRC Handelsblad het geheime rapport tussen overheid en mijnbouwfirma’s al enkele dagen lang na de scoop van het Dagblad van het Noorden links laat liggen. Dat rapport dat ook voor twee specialisten nieuw was in de hoorzitting gisteren in de Tweede Kamer.

In die hoorzitting hadden voorzitter Farid Arkazan en Thierry Baudet het enkele malen – toch een beetje genant – met elkaar aan de stok. Baudet was me een paar weken geleden opgevallen toen hij in de Tweede Kamer pleitte voor een simpele oplossing: “hup, we gaan het doen; over twee weken hebben we het geregeld en op 1 juli hebben al die Groningers uiterlijk het geld op hun rekening.”

Dat was een directe aanpak waar vanaf de tribune niet voor geapplaudisseerd werd en minister Wiebes reageerde er evenmin op. Toch gebeurde in de formulering van Baudet iets bijzonders, want hij sprak van die Groningers met aanwijzend voornaamwoord en al. Gebeurt dat vaak in ons belangrijkste Nationale Parlement, dat talig op afstand gaan ten opzichte van een deel van de inwoners van het land? Een rondje langs de velden op basis van de Handelingen vanaf het parlementaire jaar 1994-1995. Lees verder >>

Stijl en taal, dichterlijke vrijheid en grenzen

De poëzie van Mustafa Kör

Door Fabian R.W. Stolk

Tot de plaatsen waartegen zich onze bezwaren richten en waarvan de overdenking uitwijst, dat de dichter er niet in geslaagd is precies onder woorden te brengen hetgeen hij bedoelde, kan men afwijkingen van de grammaticale vormen alleen dan rekenen, wanneer zij niet een kennelijk plastische of muzikale werking beoogen en ook werkelijk teweegbrengen, maar zonder nawijsbare en tot voordeel van het gedicht komende reden en noodzaak zijn toegepast.  (Donker 1946: 11)

Voor een poëzielezer kan het anno 2017 moeilijk zijn een taalfout te onderscheiden van welbewuste dichterlijke vrijheid. Taal verandert voortdurend, normen worden minder strikt, regels worden losser gehanteerd, Nederlandstalige dichters komen uit allerlei windrichtingen, taalgebieden. Dat was vlak na de Tweede Wereldoorlog wel anders, althans voor dichter en criticus Anthonie Donker, gezien zijn essay De vrijheid van den dichter en de dichterlijke vrijheid (1946).

Onze vrijheid nu is groter dan die van Donker. Maar ook hij onderkende dat de kracht van poëzie kan schuilen in talige aberraties, zeker wanneer die het de dichter mogelijk maken precies dàt uit te drukken wat hij/zij bedoelt. En poëzie, vooral goede (om in Donkers lijn te denken), kan de lezer bewust maken van de in het dagelijks leven vergeten rijkdom van de taal.

Toch zijn er dichters, ook dichters van belang, die fouten maken. Lees verder >>

De bus kwam van links

Door Ad Foolen

In het praatprogramma Pauw (30 oktober, minuut 36) vertelt een man over een onverwacht telefoontje waarin hij een onaangename mededeling moest vernemen. Hij vervolgt: “Daar schrok ik van, toen kwam de bus van links”. Uit de context kunnen we opmaken dat de spreker met de uitdrukking toen kwam de bus van links wil zeggen dat hij bij het horen van het onaangename bericht niet wist wat hem overkwam en dat hij er flink van schrok. Hij versterkt dus eigenlijk zijn eerdere daar schrok ik van met een beeldende, expressieve uitdrukking die ongeveer dezelfde betekenis heeft.

Ik had de uitdrukking niet eerder gehoord. Googelen leverde één treffer op: www.one-liners.nl, met de tekst: “Dit komt als een bus van links. = Dit komt geheel onverwachts.” De datering van de vermelding op de website is 28 maart 2017. Lees verder >>

WhatsAppachtig taalgebruik

Door Lucas Seuren

Onlangs kreeg ik een mailtje doorgestuurd waarin de zender, een docent van een hogeschool, de studenten waarschuwde dat ze zich in hun mailtjes moeten houden aan de ‘professionele omgangsvormen’. Gebeurt dat niet, dan krijgen ze het mailtje terug met het verzoek om het te herformuleren. Aanleiding voor deze waarschuwing was dat er ‘steeds vaker gebruik gemaakt werd van whats-app-achtige [sic] omgangsvormen,’ en blijkbaar dachten de docenten dat dat van invloed was op de manier waarop studenten hun e-mails formuleerden.

Er is een aantal redenen om je te verwonderen over een mailtje als dit. Zo bestaat WhatsApp al acht jaar, en voor veel studenten – het zijn nu eenmaal jongeren – zal het al jaren een vertrouwd communicatiemedium zijn. Het is dus niet alsof er plots vaker gebruikt van wordt gemaakt. Dat jongeren tegenwoordig overstappen op services als Snapchat doet daar niks aan af, ongetwijfeld valt dat onder WhatsAppachtig. Lees verder >>

Nee, fucking hard juist

Door Marc van Oostendorp

De jeugd! Altijd op zoek naar manieren om haar bewondering uit te drukken. En altijd moeten dat nieuwe begrippen zijn, omdat iedere nieuwe generatie weer nieuwe dingen bewondert, die natuurlijk heel anders zijn dan de dingen die de oude generatie bewonderde.

En zo kun je laten horen tot welke generatie je behoort door tot op hoge leeftijd het positieve woord van jouw generatie te gebruiken. Waar J.J. Voskuil tot in zijn graf soms dingen mieters vond, zal Mark Rutte nog hopelijk vele jaren plezier vinden in de gaafheid der dingen.

Nu komt er een generatie aanwaaien die alles dom gaat vinden. Het fijne van de sociale media is dat je daar dan snel van op de hoogte kunt worden gesteld. Zo wees iemand me op de volgende tweet:

Lees verder >>

Trumps fantastische taalgebruik: 3 redenen waarom het werkt (of niet)

Door Christine Liebrecht

Fantastisch was de satirische welkomstboodschap van Arjen Lubach aan Donald J. Trump waarin hij Nederland voorstelde aan de kersverse president van de Verenigde Staten. Amerika mocht in de ogen van de machtigste man van de wereld dan misschien wel op een staan (‘America first!’), maar mag ons kikkerlandje dan op de tweede plaats komen (‘The Neterlands second!’)? De hilarische video ging viral en haalde zelfs mainstream media zoals CNN en de New York Times, inmiddels hebben ook andere landen een dergelijk filmpje gemaakt.

Superlatieven liefhebber

Een van de elementen die het filmpje van Lubach zo sterk maakte, was het taalgebruik. In één klap was duidelijk dat er maar één man in de wereld praat zoals de voice over. Lees verder >>

Culturele omwentelingen: etsen bekijken en chill

Door Freek Van de Velde

In zijn stuk ‘Seinfeld als wetenschap’ vertelt Lucas Seuren over het wedervaren van het personage George, een man die na een afspraakje ongelukkigerwijs de uitnodiging voor koffie al te letterlijk interpreteert. Lachen, want de meeste mensen zullen die faux pas als een aandoenlijke wereldvreemdheid interpreteren. Seuren vertelt in zijn stukje dat de koffie vervangen kan worden door WiFi, en dat hij zo in Los Angeles een persoonlijk Seinfeld-moment heeft meegemaakt. In de commentaarsectie wordt terecht opgemerkt dat de spreekwoordelijke koffie onder jongelui tegenwoordig Netflix & Chill heet.

Die koffie is een gemeenplaats, en zelfs al je die gemeenplaats niet kent, zo legt Seuren uit, kun je de boodschap toch decoderen. Met WiFi is het wat moeilijker, want die wending is niet geconventionaliseerd. Netflix & Chill is dan weer wel geconventionaliseerd, maar je moet wéten dat het een culturele code is, als je niet te vaak een modderfiguur wilt slaan. Ik denk trouwens niet dat de uitdrukking in enig schoolhandboek staat, dus je bent een beetje op jezelf, op je vrienden, of op tv-series aangewezen als je gesocialiseerd wil raken. Lees verder >>

Is ‘jij’ netter dan ‘je’?

man-407083_1920Door Maartje Lindhout

Wat is dat toch dat sommige mensen hardnekkig jij, jou en jouw schrijven in plaats van gewoon je? Vandaag weer. Een onbekende beantwoordde mijn e-mail en koos ervoor me te tutoyeren. Geen probleem wat mij betreft. We wisten beide van elkaar dat we twintigers waren. Ik had hem overigens – terecht of onterecht – gevousvoyeerd, want ja, we kenden elkaar dan weer niet persoonlijk.

Maar hij schreef dus jij. En jou en jouw. Gestaag vermeed hij de je die hij hoogstwaarschijnlijk wel zou zeggen. De jij’s en jou(w)’s zorgden voor een nadruk waar dat helemaal niet de bedoeling was. “Hartelijk dank voor JOUW mail.”

Lees verder >>

Nieuw weblog: de taal van Mark Rutte

De taalkundige Siemon Reker is deze week met een interessant nieuw weblog begonnen, dat geheel en al gewijd is aan de taal van Mark Rutte. Behalve nauwkeurige analyse van de taal van onze premier uit ruwweg de afgelopen zes jaar raadpleegde Reker ook allerlei andere online-bronnen. Hieronder bij wijze van voorproefje, een van Rekers blogs, verschenen onder de titel Bevallen van.

Verrassing: de vroegste bewijsplaatsen van het komische gebruik van bevallen van dateren van de jaren ’60 van de vorige eeuw.  Enkele tientallen jaren later was minister Dijkstal er een enthousiast gebruiker van. Knipogend kon hij bijvoorbeeld zeggen: “Het kabinet staat op het punt, te bevallen van twee standpunten” en “Ik kan de Kamer meedelen dat ik op het punt sta te bevallen van concept-aanwijzingen in de richting van het kabinet.” Mark Rutte hanteert het onveranderd met een komische ondertoon: Lees verder >>

Lang leve de kommaneukers?

Door Marc van Oostendorp

Attachment-1 (3)Het is een bekende anekdote, die Jolenta Weijers onlangs ophaalde op het weblog van het NWO-project Begrijpelijke taalZe trekt er, zoals veel mensen, alleen de verkeerde conclusie uit. Of in ieder geval een onvolledige.

Een man is veroordeeld ter dood. Terwijl hij over de binnenplaats van de gevangenis in de richting van de galg schrijdt, komt er ineens een bode binnen met een telegram. Halt! Wat zou de koning te melden hebben? Nieuwsgierig opent de gevangenisdirecteur de brief, en leest:

  • Wacht niet, hangen! [1]

Onverwijld wordt de gevangene inderdaad ter dood gebracht. Pas later constateert men dat de boodschap van de koning eigenlijk luidde:

  • Wacht, niet hangen! [2]

Conclusie van de meeste mensen: wanneer men in de tijd van strop en telegram de komma juist had weten te plaatsen, was er menig mensenleven gespaard gebleven. Wat fijn dat er zulke duidelijke afspraken zijn. Lees verder >>

‘Een spreker met gebonden handen en een zak over het hoofd’

Door Marc Kregting

StijlBehalve op een onwillige echtgenoot stuit Renate Rubinstein in haar scheidingsboek Niets te verliezen en toch bang (1978) op de stoorzender die voornaamwoord heet. Wanneer ze ‘zij/haar’ gebruikt, meent ze, dan denken lezers dat ze over zichzelf schrijft. Maar wanneer ze dat koppel vervangt door ‘hij/zijn’, dan heft ‘de “feministisch” getrainde lezer – dat is iemand die de wereld verdeelt in twee groepen, te weten mannen en vrouwen, naar aloud en nu weer bijdetijds seksistisch gebruik – zijn vinger en wijst mij op “masculinisme”.’ Rubinstein beslist dat het mannelijke voornaamwoord voor haar neutraal genoeg is.

Bijna veertig jaar later komt Tim Parks in Waarom ik lees (2014) met dezelfde oplossing als hij deze verwijskwestie benoemt. Hij heeft ‘hij/zijn’ altijd als ‘onpersoonlijk en geslachtsloos’ ervaren, en de nuance door vermelding van de dubbeloptie (‘hij/zij’, ‘zijn/haar’) als ‘pietluttig en onelegant’. Lezers zouden constant geconfronteerd worden met een probleem ‘dat er niet is’. Parks volhardt dan maar in zijn gewoonte, ‘om de aandacht scherp te houden’.

Lees verder >>

Zelf concrete voorbeelden gebruiken

Door Marc van Oostendorp

Het vak van taalbeheersing en communicatiewetenschap wordt in Nederland maar matig gepopulariseerd. Er bestaat wel wat (boekje van Van Eemeren en Grootendorst over argumentatie naar aanleiding van cartoons van Peter van Straaten, boekje van Jaap de Jong over toespraken naar aanleiding van Max Havelaar, een weblog van het project Begrijpelijke taal), maar erg -opulair is het genre niet. Misschien komt het doordat taalbeheersers andere vormen van valorisatie hebben (praktisch adviezen geven aan overheid en bedrijven), en misschien doordat zij nog meer dan andere neerlandici gevangen zitten in de ijzeren banden van massa-onderwijs en publicaties in A-tijdschriften.

Hoe dan ook valt er natuurlijk wel wat te vertellen over de inzichten die er achter adviezen voor aantrekkelijk schrijven kunnen steken. Christine Liebrecht van de Universiteit van Tilburg doet dat met haar boekje Fan-tas-tisch om hier te zijn! Ondanks de praktische ondertitel Verbeter je taalgebruik gaat dit boek meer over waaróm technieken als overdrijving en ironie soms wel werken en andere keren niet dan dat het praktische tips geeft. Het doel is vooral om inzicht bij te brengen – al is de aanname natuurlijk dat iemand met dat inzicht ook effectiever communiceert.

Lees verder >>

Zó niet cool

Af en toe hoor ik het iemand zeggen, soms ben ik dat zelf: Dat is echt zó niet aardig, zó niet cool, zó niet leuk. Altijd met nadruk op ‘zo’. Volgens mij is dit een redelijk nieuw verschijnsel. Als je dit zegt, wil je benadrukken dat iets in sterke mate alles behalve aardig, cool of leuk is. Toch? Hoe zit het met dit verschijnsel? Hoe ver kun je gaan en is het dan nog wel grammaticaal?

Lees verder >>

Uiteenlopend volgens Karel van het Reve

Door Marc van Oostendorp


Karel van het Reve had een bijzondere manier van schrijven en spreken: zijn toon ademt zoveel nuchter ik-laat-me-de-kaas-niet-van-het-brood-eten uit, dat je geneigd bent ieder zijn beweringen klakkeloos aan te nemen. Iemand die zo tegen onzin is, die moet de wereld toch wel zien zoals hij is?

Dat verschijnsel valt goed te illustreren aan de hand van de causerieën die Van het Reve aan het eind van zijn leven hield voor de Wereldomroep. Een liefhebber heeft die enige tijd geleden op YouTube gezet, zodat je ze kunt afluisteren.

Een van die causerieën gaat over weerberichten. Nadat de schrijver gespeculeerd heeft over de vraag hoe het feit dat men in weerberichten vijf dagen vooruit kan kijken het levensgeluk negatief gaat beïnvloeden, gaat hij over op de taal van het weer. Hij heeft iemand gevonden die denkt dat er te moeilijke woorden in het weerbericht voorkomen:

Lees verder >>

Beleefd zijn in de zeventiende en de achttiende eeuw

Door Marc van Oostendorp


In 1664 schreef Maartje Jaspers een brief aan haar zeevarende echtgenoot Gerrit Ariaanse van den Broek waarin ze hem vertelde hoe ze hem miste.  “Ick seer verlangh,” schreef ze, “om van ul eens schrijvens te hebbe, want ick suent den drieden mei geen schrivens van ul gesien en hebt (…) o doet toch sooveel en schrift eens metten eerste soo dree als ghi kent hoe het daer al met ul is en hoe het daer al gaen of of ie den toback al verkoopt.”

Wat gaan we nu krijgen! Waarom schreef Maartje eerst een paar keer ul aan haar man – een vorm die waarschijnlijk een afkorting was van uw liefde – en dan aan het eind ineens ie (je)? Liet ze aan het eind van die brief ineens alle beleefdheid varen en gaf zich over aan de hartstocht? Maar is dat niet een beetje vreemd, om dat uitgerekend te doen op het moment dat het over de handel gaat.
Lees verder >>

De directeur van het Rijks museum weet het beter

Door Marc van Oostendorp


Wim Pijbes van het Rijksmuseum – ja de man die beroemd werd doordat hij een halve spatie introduceerde in de naam van zijn instelling–  liet dit weekeinde met veel aplomb in Trouw weten dat hij zodra hij aantrad de tekstbordjes liet veranderen. Want wat er op die oude bordjes stond, dat was echt zó vreselijk ouderwets:

“Ik heb extra teksten gemaakt naast een aantal bestaande bordjes. Om te laten zien dat het anders moest. Korte teksten van maximaal zestig tot tachtig woorden, hooguit tien woorden per zin. Geen vakjargon. Meteen met de deur in huis vallen. To the point, op de kijker geschreven. Actief taalgebruik, dus niet: Rembrandt heeft dit geschilderd. Nee, Rembrandt schilderde dit.”

Actief taalgebruik? Zou Willem Pijbes echt denken dat heeft dit geschilderd een passieve vorm is? Wat is daar gebeurd in zijn hoofd? Of beter (meer to the point) geformuleerd: wat gebeurde daar in zijn hoofd?
Lees verder >>

Vergadertalen

Door Leonie Cornips

Limburg is een grensprovincie bij uitstek. Het maakt deel uit van maar liefst vier Euregio’s. Drie van die Euregio’s zijn naar de grote rivieren genoemd: Maas-Rijn, Rijn-Waal, Rijn-Maas-Noord en Euregio Benelux Middengebied. In die Euregio’s overleggen bestuurders uit Duitsland, Nederland en België regelmatig met elkaar. In welke taal of talen doen ze dat?
Lonne Snijkers observeert voor haar scriptieonderzoek een aantal gezamenlijke Nederlandse en Duitse grensoverschrijdende vergaderingen. Zij interviewt de aanwezige bestuurders daar over hun taalkeuze. Er blijkt een taalafspraak van bovenaf gemaakt te zijn: in het overleg spreekt iedereen zijn of haar eigen taal. Maar hoe pakt zo’n taalafspraak in de praktijk uit? Hoe denken bestuurders over een dergelijke taalafspraak?

Lees verder >>

Bye bye, verantwoord gebruik van de Nederlandse taal

Door Marc van Oostendorp
Bijna ongemerkt is gisterenavond een nieuwe periode in de geschiedenis van de Nederlandse taal ingetreden. In een klein zaaltje achter een Haags café, kwamen de leden van het Genootschap Onze Taal bijeen en besloten de doelstelling van hun vereniging te veranderen.
Nu is het doel volgens de statuten nog om “het verantwoorde gebruik van de Nederlandse taal in woord en geschrift te handhaven en te bevorderen en aan hen die haar gebruiken meer begrip en kennis daarvan bij te brengen.” Maar voortaan wordt dat verantwoorde gebruik losgelaten, en staat zelfs de Nederlandse taal niet meer per se centraal. Sinds gisteren wil het genootschap “op een toegankelijke manier informeren en adviseren over alles wat te maken heeft met taal in het algemeen en het Nederlands in het bijzonder, te enthousiasmeren voor taal en een podium te zijn voor de uitwisseling van ideeën en meningen over taal.”
Er was in de vergadering wel één meneer die me in de pauze vertelde dat hij dacht dat het ‘verantwoorde gebruik’ over twintig jaar weer terug zou komen in de statuten. Maar verder waren er geen grote klachten.

Lees verder >>

Even kijken hoor

Door Marc van Oostendorp


Een van de raarste dingen die ik regelmatig zeg is even kijken hoor. En ik ben niet de enige. Het is inmiddels een algemeen gangbare Nederlandse uitdrukking geworden, en buitenlanders kunnen op het Internet zelfs nazoeken hoe het zinnetje moet worden uitgesproken. Ik ken sprekers die het ongeveer iedere drie minuten zeggen. Zo ver durf ik zelf nog niet te gaan, maar ik hoor het toch weleens uit mijn mond komen. Terwijl ik geen idee heb wat het eigenlijk betekent.

Ja, de pragmatiek begrijp ik wel. Je zegt het wanneer je lichtelijk in paniek bent omdat je even niet meer weet wat je moet zeggen, en toch nog even aan het woord wil blijven. Het is een aanmaning aan de luisteraar om nog even zijn gemak te houden terwijl jij je gedachten aan het ordenen bent.

Maar valt er voor mij te kijken? En waarom moet jij horen? Niemand zegt even horen, kijk, met dezelfde betekenis.
Lees verder >>