Tag: taalfouten

Is ‘hele goede’ een taalfout?

Door Marten van der Meulen

De huidige campagne van het CDA zal nog enige tijd herinnerd worden. Niet vanwege de inhoud, wel vanwege de leus ‘Een Hele Goede Morgen’. Eerst was er al een tweet van filosoof en schrijver Ger Groot, die zich héél flauw (en onterecht) afvroeg of je “iemand ook een halve morgen [kan] wensen”. Nu werd ik gewezen op een ingezonden brief in NRC, waarin briefschrijver Ad Bouwen (Oosterhout) van deze leus zei dat ze een “massaal gemaakte taalfout” bevat. Voor iedereen die zich niet óf dood ergert aan deze vermeende fout óf aan het gezeur daarover biedt deze casus best een interessant onderzoeksobject: is ‘hele goede’ een taalfout?

Wat is een taalfout?

Op die ogenschijnlijk eenvoudige vraag bestaan meerdere antwoorden. De meest taalwetenschappelijke benadering (zie bijvoorbeeld Hubers & De Hoop 2016, of iedere lezing van Jan Stroop) zou zeggen dat een taalfout iets is wat echt niet voor kán komen. Het voordeel aan dit soort fouten is dat ze dan ook niet voorkomen. Niemand bedenkt ze, en niemand gebruikt ze. Een zin als de volgende bijvoorbeeld is volgens deze definitie fout:

  • Koe de mens slaan vinden op op

Lees verder >>

Van taalvitter naar taalfitter

Door Jan Renkema

Vijf jaar lang verzamelde het Instituut voor de Nederlandse Taal taalirritaties in verkiezingen onder de titel Weg met dat woord! In dit boekje worden de inzendingen besproken en gaan de auteurs dieper in op die ergernissen. Ik kreeg het boekje en ik irriteerde mij zó dat ik het heb weggeven aan een man die mij tijdens het baantjes trekken steeds probeerde naar de kant te socializen (‘druk hè, u was er vorige week niet hè’). Hij zag het zwembad als een watersociëteit en bestond het zelfs om mij, met toch al enig emeritaat achter de rug, aan te spreken met ‘Dag jongeman’. Ik haat dat!

Irritatie over taal? Tot mijn ergernis had het maandblad Onze Taal jarenlang een rubriek Taalergernissen. Nooit zal ik het artikeltje vergeten van Caroline Hoonhout uit Arnhem (2009:71) onder de titel ‘Grootste ergernis’: “Ik heb vele ergernissen. (volgen acht voorbeelden) Maar de grootste ergernis ben ikzelf, omdat ik het mezelf zo moeilijk maak. Waarom ergeren deze dingen mij toch, terwijl de meeste mensen zulke fouten niet eens opmerken en daar ook helemaal niet mee zitten.” Volgens mij moet deze Caroline Hoonhout erelid worden van het Genootschap Onze Taal. Lees verder >>

Wanneer werd tante Betje geboren?

Door Marten van der Meulen

Er zijn maar weinig taalfouten die zo iconisch zijn dat ze een eigen naam hebben gekregen. Tante Betje is er daar een van. Deze fout is te vinden na nevenschikkende voegwoorden (zoals en en maar), en wordt hij al heel lang bekritiseerd. In de voorgaande zin zal het je snel opvallen: het werkwoord ‘wordt’ en het onderwerp ‘hij’ zijn omgedraaid. Foutieve inversie heet dat. Er is flink wat over te zeggen, en dat is dan ook al wel gedaan. Maar ik heb daar nog wel iets aan toe te voegen. Over de vraag wanneer deze naam nou eigenlijk voor het eerst voor dit probleem gebruikt werd. Met andere woorden: wanneer werd tante Betje geboren?

Ik kom tante Betje als gebruiksprobleem vrij vaak tegen in de taaladviesboeken die ik op dit moment bestudeer. Lees verder >>

Is ‘groter als’ dan echt fout? Je hoofd vindt van niet!

Door Marten van der Meulen

Groter als, nooit geen, hun hebben: veel mensen gruwen ervan. Sommige puristen verbeteren de fouten wanneer ze die tegenkomen, door overtreders aan te spreken of door brieven naar de krant te sturen. Vroeger zouden taalwetenschappers maar al te graag hebben meegedaan met deze verbeterzucht, maar tegenwoordig nemen zij afstand. Vandaag de dag bestuderen zij taalfouten vooral om te proberen erachter te komen hoe ze veroorzaakt worden. Recent onderzoek richt zich bijvoorbeeld op de vraag wat er eigenlijk gebeurt in onze hersenen als we een normfout tegenkomen. Verwerken we zo’n fout als goede taal of als slechte taal? Lees verder >>

Schrijven PVV’ers een apendialect?

Door Marc van Oostendorp

Mag je iemand ooit afrekenen op een taalfout? Mag je bijvoorbeeld in een discussie over willekeurig onderwerp naar voren brengen dat je tegenstander een woord verkeerd gespeld heeft? 

Het lijkt mij dat beschaafde mensen zoiets niet doen; net zoals je iemand nooit voor de voeten mag werpen dat hij een raar kapsel heeft. De uitzondering is natuurlijk: als iemand zich erop laat voorstaan dat hij altijd foutloos Algemeen Beschaafd Nederlands spreekt of dat zijn kapsel altijd zoveel beter is dan dat van anderen. 
In alle andere gevallen is het taboe. Het is onbeleefd en het gaat er bovendien volkomen ten onrechte vanuit dat een fout in het Nederlands iets anders onthult dan wat het is: een ander idee over wat de norm is, of minder belangstelling ervoor. Er bestaat bijvoorbeeld bij mijn weten geen aangetoonde correlatie tussen het aantal fouten in iemands taalgebruik en zijn algemene intelligentie, de gehechtheid aan zijn moeder of de mate van vaderlandslievendheid. Sommige mensen vinden foutloosheid om de een of andere reden belangrijk en andere niet, precies zoals sommige mensen veel moeite besteden aan hun coiffure en andere niet.
De verleiding is natuurlijk altijd groot, bijvoorbeeld als het gaat om politieke tegenstanders en dan natuurlijk vooral als het gaat om tegenstanders die zich laten voorstaan op hun patriottisme of hun grote belezenheid.
Lees verder >>

Het leven van een taalfout

Door Leonie Cornips


Ik hoorde voor het eerst ‘hun hebben dat gedaan’ toen ik begin jaren tachtig naar Amsterdam verhuisde. In ‘hun hebben’ is ‘hun’ onderwerp dat volgens de norm ‘zij’ zou moeten zijn zoals in ‘zij hebben dat gedaan’. De toenmalige minister Plasterk, als voorzitter van de Nederlandse Taalunie verfoeide sterk dit gebruik van hun in zijn column in NRC.Next van 2010. Hij gaf taalkundigen ervan langs. Hij schreef: ‘Elke paar jaar zijn er weer goedbedoelende taalkundigen die via “vereenvoudigingen” de taal logischer willen maken’. Als taalkundige begreep ik die uitspraak toen en nu nog steeds niet want taalkundigen hebben tegenwoordig echt de macht niet om taal logischer te maken.

Hoe taalgebruikers bepaalde taalvarianten waarderen, heeft alles te maken met maatschappelijke verhoudingen. Komt de verandering ‘van boven’ dus van de elite of ‘van onder’ dus van het ‘volk’? Nieuwe varianten ‘van boven’ vallen snel op zoals gevleugelde uitspraken van Marten Toonder met Minkukel en Als je begrijpt wat ik bedoel. En Van Kooten en De Bie met doemdenken, regelneef en jemig de pemig. Deze vormen ervaren we als een verrijking van het Nederlands.

Lees verder >>

Geen zin om verschillende kanten van een verhaal te onderzoeken? Dan maak je maar zin!

Ophef alom: Nederlandse studenten kunnen niet meer schrijven. Wie dacht dat het onderwerp, dat steeds opnieuwstof doet opwaaien, te ruste was gelegd, komt bedrogen uit: vorige week stond er wéér een opiniestuk in de Volkskrant over de kwestie. Helaas lijkt de schrijver hiervan, Martin Slagter, de discussie totaal niet te hebben gevolgd, zo constateert ook dit stuk op Neder-L. Schrijven jongeren slechter dan vroeger? Geen idee: er is alleen anekdotisch bewijs. 

Sommige punten die in het stuk worden gemaakt zijn absoluut waar: schrijfvaardigheid is ontzettend belangrijk, en inderdaad denken ook wij dat alleen door middel van onderwijs de schrijfvaardigheid van jongeren verbeterd kan worden.
Lees verder >>

Maken studenten wel zoveel taalfouten?

Door Marc van Oostendorp


Hoe slecht staat het ervoor met de taalvaardigheid van studenten? Heel, heel, heel slecht – onder het niveau van basisschoolleerlingen.  Althans wanneer we de media mogen geloven (BNR, Metro, Spitsnieuwsde Volkskrant) die gisteren verslag uitbrachten over het onderzoek waarop Anouk van Eerden en Mik van Es volgende week in Groningen promoveren.

Maar we mogen die media misschien niet geloven. Uit het proefschrift zelf blijkt in ieder geval dat die conclusie wel wat voorbarig is. Zo wordt eigenlijk nergens in het proefschrift beweerd of in ieder geval hard gemaakt dat basisschoolleerlingen beter schrijven dan studenten. Sterker nog, feitelijk ontbreekt iedere vergelijking: we weten ook niet of studenten het nu beter of slechter doen dan hun voorgangers tien of honderd jaar geleden, of dan de gemiddelde journalist van de Volkskrant.

Wat we weten is dat studenten in de International Business Communication aan de Hanzehogeschool zo’n 80 ‘fouten’ maken in een tekst van een A4’tje. Voordat we daar moord en brand over roepen, is het zinnig om te zien over wat voor fouten het eigenlijk gaat.
Lees verder >>

Opmerkelijk: Amnesty vóór recht op martelen

Door Bart FM Droog

Al even opmerkelijk als de doventolk bij Nelson Mandela’s herdenkingsplechtigheid was Carien Eijkman, woordvoerder van Amnesty International, die gisteren in het Radio 1-programma De Gids.fm een vurig pleidooi hield vóór het schenden van mensenrechten.

In een interview door Felix Meurders verklaarde ze aanvankelijk dat “Amnesty lobbyt met name vóór … eh tegen ernstige mensenrechtenschendingen”. Dat klonk nog vrij onschuldig. Maar vervolgens toonde ze zich voorstander van marteling en beknotting van de vrijheid van meningsuiting:

“Wij lobbyen echt voor hele ernstige mensenrechtenschendingen. Die kunnen te maken hebben met marteling of vrijheid van meningsuiting. Wat echt een groot goed is.” (…)

“Ik denk dat wij ons inzetten als Amnesty International echt voor hele ernstige mensenrechtenschendingen. (…) Wij hebben niet gelobbyd voor de toegang tot musea. (…) Als mensen dat wordt onthouden daar lobbyen we niet tegen.”

“Ik ben zelf een groot voorstander van dat we ons toch focussen op de ernstige mensenrechtenschendingen en dat we die verdragen gebruiken om naleving daarvan af te dwingen en geloof me, Amnesty International is daar met drie miljoen mensen echt heel erg actief mee bezig.”

Luister dit opmerkelijke interview na op:
http://www.radio1.nl/popup/terugluisteren-programma/84/2013-12-12
Van 11.39 uur, 56 seconden tot 11.46 uur, 31 seconden.

Oppassen met die Vlamingen

Voor onnozele clichés over taal kun je in Nederland het best bij de Volkskrant zijn. Er is echt geen enkel ander medium in ons land waar gebrek aan inzicht in taal de eerste voorwaarde lijkt te zijn om toe te treden tot de redactie. Ik geloof niet dat ik in de afgelopen twintig jaar ooit één verstandig woord over taal in die krant gelezen heb.

De krant waar de taalwetenschap wordt overgelaten aan de redactrice die ook mode doet en de taalcolumn aan de man die lollige stukjes schrijft over tv, heeft sinds enige tijd ook een ‘redactieblog‘ waar de redactie ingaat op fouten in de krant. Vaak zijn dat taalfouten, of wat de redactie van de Volkskrant als ‘taafouten’ beschouwt.

Deze week was het weer raak.
Lees verder >>