Tag: taalcontact

Nederlanders en Vlamingen houden wél vast aan hun taal!

Door Nicoline van der Sijs

Al eerder werd in Neerlandistiek aandacht besteed aan het pilotonderzoek naar het behoud of verlies van de Nederlandse taal, cultuur en identiteit onder geëmigreerde Nederlanders en Vlamingen, dat wordt uitgevoerd door het Meertens Instituut en de Taalunie [1; 2; 3]. Vandaag maken we de resultaten van dit onderzoek bekend [onderzoeksrapport]. De belangstelling voor dit eerste wereldwijde onderzoek bleek groot te zijn: maar liefst 7000 emigranten uit 130 landen (rood gekleurd op de kaart) hebben gereageerd.

Lees verder >>

Des kegels

Door Henk Wolf

Foto: Omrop Fryslân

Ton den Boon schrijft vandaag in Trouw over des kegels. Dat komt voor in een rijmpje van Romke de Jong uit Kubaard. Het stond op een spandoek dat begin deze week werd gebruikt bij een demonstratie in Den Haag van boeren tegen het agrarisch beleid van de Nederlandse regering.

Het rijmpje gaat zo:

Wij agrariërs zijn des kegels
wij zijn het zat met alle regels!!

Lees verder >>

Call for papers: Nederduits en Nederlands in contact

De 133e jaarvergadering van de Vereniging voor Nederduitse taal- en letterkunde (Verein für niederdeutsche Sprachforschung, VndS) focust op de veelvuldige eeuwenlange contacten tussen het Nederlands en het Nederduits vanuit een methodologisch gevarieerd perspectief, dat zowel contactlinguïstische als taal- en literatuurhistorische onderwerpen beslaat. De interesse gaat hierbij in hoofdzaak uit naar nieuwe inzichten met betrekking tot de vraag of de verschillende contacten eerder asymmetrisch of wellicht toch symmetrisch waren of zijn.

Vanuit taalhistorisch perspectief zou men bijvoorbeeld kunnen denken aan de invloed van Vlaamse kolonisten op de ontwikkeling van de Oostnederduitse dialecten, de Nederduits-Nederlandse taalcontactsituatie in Brugge in de tijd van de Hanze, of de rol van het Nederlands als kerktaal in sommige Westnederduitse streken. Een ander thematisch veld is het ontstaan van een Duits-Nederduitse taalgrens ten gevolge van het ontstaan van de natiestaten, en de daarmee verbonden onderbreking van het traditionele dialectcontinuüm.

Lees verder >>

Is het Friese woord ‘gebeure’ een hollandisme?

Door Henk Wolf

Wie in een Nederlands-Fries woordenboek kijkt of een cursus Fries volgt, die leert dat het Nederlandse gebeuren in het Fries barre zou zijn. Wie dan echter luistert naar het gesproken Fries, ontdekt dat dat barre een zeldzaam woord is, vooral in gebruik bij mensen die een cursus Fries hebben gevolgd. Het woord dat in het gesproken Fries domineert, is gebeure. Leerboeken en ook het wetenschappelijke Woordenboek der Friese Taal wijzen dat af als ‘hollandisme’.

Maar is dat wel correct? Ik heb het eens opgezocht en gebeure komt rond 1500 al in het Fries voor, dan nog in de Oudfriese vorm gebeura. We zitten dan op het randje van de middeleeuwen. We hebben ongetwijfeld te maken met een leenwoord uit het Hollands, maar het is wel een stokoud leenwoord, geleend voordat er überhaupt sprake was van Nederlands als bovenregionale taal.

Lees verder >>

Taalkunde, literatuur en onderwijs: Nederlandse taal in contact

Oproep voor bijdragen CARAN-conferentie
27 – 30 november 2019 – Paramaribo, Suriname

Het bestuur van de Caribische Associatie voor Neerlandistiek nodigt u van harte uit om een bijdrage te leveren aan de vijfde CARAN-conferentie die gehouden wordt van woensdag 27 tot en met zaterdag 30 november aanstaande in Paramaribo.

Voor  de conferentie verwelkomen we bijdragen over taalkunde, literatuur en onderwijs van en over de Caribische context. Het thema van de conferentie is ‘Taalkunde, literatuur en onderwijs: Nederlandse taal in contact’. Bijdragen over de invloeden van en op het Nederlands, meertaligheid, en de raakvlakken in de verschillende domeinen van de Nederlandse taal zijn van harte welkom. Daarnaast worden drie bijzondere sessies georganiseerd: Lees verder >>

Nieuw rapport biedt een actueel overzicht van de contactvariëteiten in Friesland

De Fryske Akademy heeft in opdracht van de Taalunie een onderzoek uitgevoerd naar de taalkundige positie en het functioneren van de zogenaamde contactvariëteiten Fries – Nederlands in Friesland. Het onderzoek ligt in lijn met het implementatieplan taalvariatie van het Algemeen Secretariaat van de Taalunie. Het beschrijven van taalvariatie is een van de beleidslijnen in dat plan.

In de provincie Friesland worden enkele contactvariëteiten gesproken die ontstaan zijn uit het contact tussen het Fries en het Nederlands. Deze Fries-Nederlandse contacttalen worden in de dagelijkse omgang gebruikt. Ze behoren tot het cultuurhistorisch erfgoed en zijn van groot belang voor de taalwetenschap.

Het onderzoek

Het rapport biedt onder andere een beschrijving van de contactvariëteiten in Friesland en een overzicht van de gebruikers, bestaande bronnen en basismaterialen en van partijen en organisaties die met contactvariëteiten bezig zijn. Daarnaast geeft het rapport een aanzet tot een eerste documentatie-, onderzoeks- en ontwikkelingsagenda. Lees verder >>

Vertrokken Nederlands

Door Nicoline van der Sijs

Nederland is altijd al een emigratieland geweest. Alleen al in de periode 1995-2008 hebben volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek meer dan 1,3 miljoen Nederlanders het land verlaten, met als bestemming zowel Europese landen als niet-Europese landen. Vanuit Vlaanderen vertrekken ook steeds meer inwoners: in 2013 ging het om 45.961 personen, 30% meer dan in de twee jaren ervoor. Er wordt algemeen gezegd dat Nederlanders en Vlamingen in den vreemde snel hun moedertaal opgeven, maar hoe geëmigreerde Nederlandstaligen met hun taal en hun identiteit omgaan, is tot dusverre niet systematisch onderzocht.

Over de vraag hoe grootschalig onderzoek naar het Nederlands in het buitenland kan worden opgezet, heeft een groep internationale onderzoekers zich van 3 tot en met 6 april gebogen tijdens een inspirerende workshop op het Leidse Lorentz Center. Het antwoord ligt volgens ons in samenwerking tussen onderzoekers en burgerwetenschappers. De workshop, georganiseerd door Roberta D’Alessandro, Hans Bennis, Frans Hinskens, Steven Krauwer, Marc van Oostendorp, Nicoline van der Sijs en Ton van der Wouden, maakte onderdeel uit van een reeks workshops over de mogelijkheden en beperkingen van Citizen Science, wetenschapsbeoefening waarbij ook niet-wetenschappers (‘burgers’) een actieve rol spelen. Eerder dit jaar hebben natuurwetenschappers in het kader van deze workshoppenreeks overlegd over het meten van luchtvervuiling door burgerwetenschappers. Lees verder >>

Waarom woorden lenen?

Door Marc van Oostendorp

Bron: Facebook-pagina Onnodig Engels taalgebruik.

Waarom lenen we woorden uit andere talen? Ik kende de literatuur niet over die vraag, ik wist eigenlijk alleen maar van populaire verklaringen zoals dat het allemaal aanstellerij is, en dat een leenwoord gebruiken betekent dat je je wereldser voordoet dan je eigenlijk bent. Maar er bestaan dus ook mensen die er uitgebreider over hebben nagedacht. In het nieuwe nummer van Taal en Tongvalgeeft Esme Winter-Froemel een overzicht van de literatuur.

Er zijn, vinden de deskundigen, twee hoofdklassen. Winter-Froemel noemt zecatachretischen niet catachretisch. Catechretisch zijn woorden die een leemte vullen in de woordenschat van de taal, ze zijn niet in competitie met andere woorden. Het gaat bijvoorbeeld om woorden voor nieuwe technologie (smartphone) of voor nieuwe, niet eerder onderzochte manieren om de werkelijkheid te zien, zoals mansplaining Lees verder >>

Anne sei dat er my hie sjoen

Door Marc van Oostendorp

Sommige dingen kun je nu eenmaal op verschillende manieren zeggen. Er lijkt bijvoorbeeld geen verschil of je nu

  • Anne zegt dat hij me gezien heeft.

zegt, of:

  • Anne zegt dat hij me heeft gezien.

De meeste mensen hebben het idee dat allebei de vormen grammaticaal zijn, en dat je ze allebei kunt zeggen (al vind je de ene vorm misschien wat vaker in de ene regio en de andere in de andere).

In het Fries is dat niet zo. Friestaligen hebben een duidelijke voorkeur voor de eerste vorm boven de tweede:

  • Anne sei dat er my sjoen hie.
  • Anne sei dat er my hie sjoen.

De tweede vorm vind je tegenwoordig ook wel, maar dat wordt dan meestal als een neerlandisme beschouwd: invloed van het Nederlands. Lees verder >>

‘Ik zit bhel shi zombi achter de laptop’

Door Marc van Oostendorp

Dat Marokkaanse jongeren in Nederland graag hun taal kruiden met woorden uit het Berber en het Arabisch, dat weet vermoedelijk iedereen. Maar waarom doen ze dat eigenlijk?

De reden is aantoonbaar niet dat ze niet beter weten. Wanneer een Marokkaanse jongere een officiële brief moet schrijven, komt hij heus niet ineens met wollah aanzetten. Maar waarom doen ze het dan wel? In het meeste onderzoek tot nu toe wordt ervan uitgegaan dat de jongeren het doen om hun identiteit uit te drukken of vorm te geven: door dat soort woorden te gebruiken laat je zien wie je bent, wie je wilt zijn, tot welke groep je hoort. Je creëert een onderlinge band door te laten merken dat je Marokkaanse woorden kent.

Maar in een interessant nieuw artikel in Nederlandse Taalkunde laat de hoogleraar Berber-talen Maarten Kossmann zien dat ook nog een andere factor een rol kan spelen: Marokkaanse jongeren gebruiken dat soort woorden ook om een wat lichtere toets aan te slaan – om te laten merken dat ze wat ze zeggen licht ironisch is. Lees verder >>

‘Straattaal In Nederland’ 1997-2017

Door Leonie Cornips en Vincent de Rooij

Eind 1997 brak er in Nederland een moral panic los over de vermeende verloedering van het Nederlands van jongeren van vooral Surinaamse, Turkse, Marokkaanse of Antilliaanse afkomst. In een artikel van Frans van Deijl in Het Parool van 24 december 1997, werd dit taalgebruik door middelbare schooldocenten aangeduid als ‘smurfentaal.’ Met deze benaming wilden ze aangeven dat het hier ging om een lexicaal verarmde variant van het Nederlands. Een variant die bovendien voor buitenstaanders onverstaanbaar was door het mengen van Nederlands, Arabisch, Turks, Surinaams en garant zou staan voor achterblijvende leerprestaties. Lees verder >>

Van Ik heet Jan tot Ik noem Jan

Hoe zijn ontstaan en opmars van een Belgisch-Nederlandse constructie te verklaren?

Door Luc de Grauwe

Volgens het Bijbelboek Genesis (2:4b-25) boetseert Jahwe-God eerst de mens en “toen vormde hij uit aarde alle in het wild levende dieren en alle vogels, en hij bracht die bij de mens om te zien welke namen de mens ze zou geven: zoals hij elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten” (NBV = Nieuwe Bijbelvertaling, 2004).

Dat is inderdaad de regeling in modern Standaardnederlands: het begrip ‘iemand (m.n. een kind) een naam geven’ wordt uitgedrukt met het werkwoord noemen (iemand zus of zo noemen), ‘een naam hebben/dragen’ daarentegen door heten (zus of zo heten). Heten kan tegenwoordig ook nog wel transitief (d.i. met een lijdend voorwerp) gebruikt worden, en wel in contexten of zelfs regelrechte (vaste) wendingen als (o.a.) – ik citeer de jongste dikke Van Dale (15e uitgave, 2015):

  • iemand welkom heten
  • zoals men dat heet (‘pleegt te noemen’)

Maar de normale regeling luidt thans: noemen is transitief (overgankelijk), heten (zonder lijdend voorwerp) is intransitief (onovergankelijk). Lees verder >>

Nederlands op Turkse melodie

Door Marc van Oostendorp

Vloeiend Nederlands spreken ze over het algemeen, de Turken van de tweede generatie in Nederland, en ook nog een behoorlijk mondje Turks. De laatste taal is vaak technisch gezien hun eerste – ze hebben hem van hun ouders meegekregen –, maar omdat een groot deel van hun opleiding en hun maatschappelijk en sociaal leven zich natuurlijk in het Nederlands afspeelt, is die laatste taal in zekere zin sterker.

Je kunt daarom verwachten dat hun Turks meer vernederlandst is dan dat hun Nederlands is verturkst. Over onderzoek naar het eerste heb ik weleens geschreven, maar onderzoek naar het tweede is veel schaarser. Vaak gaat het dan over etnolectisch Nederlands, dat wil zeggen een taalgebruik waarmee mensen zich bewust of onbewust als ‘etnisch’ profileren. Dat kan zelfs betekenen dat Turken met een Marokkaanse z praten.

Maar uit nieuw onderzoek blijkt er dat ook in het ‘gewone’ Nederlands van Turken van de tweede generatie nog heel subtiele spoortjes Turks zitten. Lees verder >>

Call for papers for a colloquium on Monolingual histories – Multilingual practices Issues in historical language contact

Annual colloquium of
Taal & Tongval: Language Variation in the Low Countries
1 December 2017

Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL)
Ghent, Belgium

http://taalentongval2017.blogspot.be

Keynote speakers

Päivi Pahta (University of Tampere)
Joe Salmons (University of Wisconsin – Madison)
Marijke van der Wal (Leiden University)

Lees verder >>

Taalbarrières

Door Leonie Cornips


Limburg is bij uitstek een grensregio waar (samen)werken over de grenzen heen in de praktijk vaak lastig is vanwege cultuur- en taalverschillen, andere wet- en regelgeving en bevoegdheden. Verleden jaar is daarom het expertisecentrum ITEM opgericht, een acroniem voor de heel lange benaming ‘Expertisecentrum Internationale, Transnationale en Euregionale Mobiliteits- en Grensoverschrijdende’ vraagstukken in de regio. De bedoeling van het onderzoek binnen ITEM is om met praktische oplossingen te komen voor de politiek en diverse adviesorganen. Iedereen die over de grens werkt, ook al is dat in Limburg soms maar een afstand van een paar kilometer, komt voor allerlei problemen te staan. Hoe ziet straks mijn pensioen in Nederland eruit als ik in België werk? Hoe is de vergadercultuur in Duitsland? Wat zijn de knelpunten in grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling? Hoe zit het met diploma’s: een Vlaamse verzorger mag bijvoorbeeld geen verpleegtechnische handelingen uitvoeren terwijl een Nederlander daar wel voor opgeleid is. Hoe zit het mijn hypotheek in Nederland als ik in Duitsland werk?

Lees verder >>

Ontheemde talen

Door Leonie Cornips


Begin jaren tachtig vertrok ik voor mijn studie naar Amsterdam. In de eerste week verloor ik al meteen mijn paspoort. Bij de balie van het politiebureau waar ik aangifte doe, luistert een meneer aandachtig naar mijn verhaal. Hij vertelt me dat ik voor aangifte naar boven moet. Ik loop naar de eerste verdieping en wacht in een lange rij. Net als ik het juiste kantoor binnenloop, zie ik vanuit mijn ooghoek het bordje vreemdelingenpolitie hangen. Ik ben erg verbaasd,  maar ja, net in Amsterdam. Ik vertel mijn verhaal aan de dienstdoende agent en tot mijn verrassing zegt hij: ‘Je kan geen aangifte doen want je zal eerst moeten bewijzen dat je Nederlander bent want met zo’n afwijkend accent ben je eerder een Duitser of Belg.’ Achteraf denk ik dat hij een Amsterdams grapje met me uithaalde maar in die tijd begreep ik dat niet. 

Nu is dit verhaal natuurlijk niet uniek.

Lees verder >>

Japan aan de Maas


Door Leonie Cornips
Volgens het CBS leefden er in 2011 achtduizend Japanners in Nederland. De meesten wonen in Amstelveen, ook wel Japan aan de Amstel genoemd. De Japanners daar zijn expats die met hun gezin tijdelijk uitgezonden zijn om in de hoofdkantoren van grote Japanse bedrijven te werken.
Mijn collega Anna Strycharz heeft met een prestigieuze beurs twee jaar lang onderzoek verricht naar de effecten van taalcontact tussen Japanse dialectsprekers in Amstelveen. Japan is net als Limburg beroemd om de vele dialecten. Helaas kregen we van de Japanse school in Amsterdam geen toestemming om kinderen onder elkaar in hun Japans dialect op te nemen. Dus zijn we uitgeweken naar Maastricht waar Japanners om meer uiteenlopende redenen verblijven dan in Amstelveen. In Amstelveen wonen uitsluitend gezinnen van wie de echtgenoot een kort arbeidscontract heeft. In Maastricht wonen Japanse studenten die aan de universiteit studeren vanwege het internationale klimaat. Er zijn Japanse werknemers die voor een aantal jaren hier verblijven, en dan is er een groep die zich in Maastricht en omgeving permanent gevestigd heeft. Deze groep bestaat uit gezinnen met hoofdzakelijk een Limburgse en dialectsprekende echtgenoot en een Japanse echtgenote. Hun kinderen zijn in Japan en in Limburg geboren. Deze gezinnen zijn een typisch voorbeeld van de huidige samenleving waarin mobiliteit zo prominent is. De Limburgse mannen hebben zelf als expat in Japan gewerkt en spreken standaard Japans. Zij hebben in Japan hun vrouw leren kennen. De mannen zijn met hun vrouwen naar Limburg teruggekeerd omdat zij graag in Limburg willen wonen en werken. 

Lees verder >>

Vroeger spraken wij Latijn voor in de mond

Door Marc van Oostendorp

In de vroege middeleeuwen moet een grote groep mensen in het westen van ons taalgebied een (verbasterde) vorm van Latijn hebben gesproken. Dat beweert in ieder geval de Utrechtse hoogleraar Peter Schrijver in een nieuw boek. Pas toen daar in de loop van de tijd de stam van de Franken steeds machtiger werd, schakelden die mensen over op de taal van de machthebbers – en legden zo, omdat de westelijke dialecten heel belangrijk werden, de basis van het Nederlands. Met enige overdrijving kun je dus zeggen: het Nederlands is Germaans in Latijnse mond.

Schrijvers argumentatie is gebaseerd op een nauwkeurige vergelijking van de Nederlandse dialecten en hun Waalse tegenhangers net over de taalgrens. Die lijken volgens Schrijver meer op elkaar dan toevallig kan zijn. De talen moeten elkaar over en weer beïnvloed hebben – en dat diepgaander dan dat men aan weerszijden van de taalgrens eens wat van elkaar heeft overgenomen. De aanwijzingen zijn dat mensen hier vanuit hun Romaanse moedertaal dingen hebben meegenomen naar het Nederlands dialecten.

Een belangrijke stap in de argumentatie spelen woorden als step, zeug en vul.
Lees verder >>

Waarom spreken we toch van Zweuds?

Ik woon al een paar jaar in Zweden. Op bezoek bij vrienden en familie in België duikt regelmatige de vraag op hoe het eigenlijk met mijn Zweuds gesteld is. Jawel, Zweuds en niet Zweeds! Ik dacht eerst dat het een grapje was beperkt tot mijn Vlaamse kennissenkring maar na rondvraag bij enkele Nederlandse vrienden blijkt het Zweuds wel degelijk bekend in het hele Nederlandse taalgebied. De grap zit hem erin dat je alle klinkers in het Nederlands vervangt door een eu. Euk jeu spreukt Zweuds!

Waar komt dat Zweuds toch vandaan? Ik heb die vraag enige tijd geleden gesteld op een onlineforum  voor Nederlanders en Zweden die elkaars taal willen spreken. De vraag houdt blijkbaar velen bezig maar niemand die een echt pasklaar antwoord heeft. Eén ding kwam ik er alvast wel te weten. Zweuds gaat al zeker vijftig jaar mee! Toon Hermans heeft er in het midden van de jaren zestig al een mooie sketch rond gebouwd (die je hier online kunt beluisteren). Hermans start zijn sketch met de mededeling dat hij een boekje tegen de moeheid geschreven heeft, net zoals zijn goede vriend, de Zweedse psycholoog professor Reutelfleut. Op de opname kun je aan het gelach merken dat het publiek Reutelfleut duidelijk een hilarische naam vindt. Hermans vertelt er ook onmiddellijk bij dat je kunt horen dat Reutelfleut uit Zweden komt door ‘die typische Zweedse eu’. Hermans speelt de hele sketch verder met die typische eu. Zo verklapt hij dat de professor eigenlijke Knudde Reutelfleut heet. De goede professor heeft een boekje tegen de moeheid geschreven met de toepasselijke titel Weur meut heut neurteu? met daarin een veurweurd van zijn vrouw.

Lees verder >>