Tag: taalcanon

Antwoorden Taalcanon Kerstquiz 2018

De Taalcanon Kerstquiz leverde 31 goede inzendingen op. Uit de inzenders hebben we drie winnaars getrokken. Maxim Baetens, Nynke de Vries en Jan Michielsen ontvangen ieder een exemplaar van de nieuwste uitgave van de Taalcanon. De antwoorden zijn hieronder terug te lezen met verwijzing naar de artikelen op de website www.taalcanon.nl.

  • Taal leren begint al voor de geboorte. Wat pikken kinderen op die nog in de buik zitten?

Antwoord: het ritme van de taal. “Zodra de oren goed functioneren – doorgaans in het laatste trimester van de zwangerschap – luisteren kinderen naar de taal om hen heen. Ze horen dan nog geen spraakklanken, maar wel het ritme van taal”, Lees verder in Waarom leren niet alle kinderen hun moedertaal even snel? door Paula Fikkert.

  • Welke taalkundige schreef de allereerste grammatica, van het Sanskriet?

Antwoord: Panini. “In zijn Ashtadhyayi (‘Acht Boeken’) omschrijft Panini een taal, in zijn geval het Sanskriet, als een systeem van een eindig aantal regels waarmee een oneindig aantal zinnen kan worden afgedekt. Zo’n systeem wordt tegenwoordig een ‘grammatica’ genoemd.” Lees verder in Topstukken uit de taalwetenschap door Rens Bod. Lees verder >>

Taalcanon Kerstquiz: win een nieuwe taalcanon!

Door redactie Taalcanon

In november is er een heruitgave van de taalcanon verschenen in een handzaam pocketformaat met luxe harde kaft. Om dit te vieren hebben we een kerstquiz gemaakt. De antwoorden zijn te vinden in de taalcanon (ook op de website www.taalcanon.nl). Door de letters van de goede antwoorden te verzamelen ontstaat een zin. De zin kunt u insturen naar redactie@taalcanon.nl o.v.v. Taalcanon Kerstquiz. Onder de goede inzenders verloten wij een aantal exemplaren van de nieuwe taalcanon.

  1. Taal leren begint al voor de geboorte. Wat pikken kinderen op die nog in de buik zitten?

Lees verder >>

Taal op tv is zeg maar een ding.

Een reisprogramma over taal en cultuur als inspiratiebron.

Door Petra Poelmans

Met enige regelmaat kunnen we ons verheugen op aandacht voor taal op de televisie. Vaak is dat in de vorm van een spelletje zoals bij 10 voor Taal en S.P.E.L. Marc van Oostendorp schreef al eerder over hoe jammer het is dat taal veelal tot spelling en regeltjes verwordt in een spelformat. Over taal valt zoveel meer te zeggen en mét taal zoveel meer te doen.

Taal kunnen we gebruiken om onze gedachten te uiten, om met elkaar te communiceren. Dat communiceren gaat heel vaak goed, maar soms ook niet. Dan begrijpen we niet wat de ander zegt, of we zeggen niet wat de ander begrijpt. Elkaar begrijpen kan nog complexer worden wanneer er sprake is van communicatie tussen sprekers van verschillende culturen. Een programma waarin een cultuur bekeken wordt aan de hand van taal, dat zou best leuk én interessant kunnen zijn. Dat moeten Paulien Cornelissen (presentator) en Jelle Brandt Corstius (regie) ook gedacht hebben. Zij maakten voor de VPRO het programma Tokidoki, dat soms in het Japans betekent. Tokidoki (vanaf 16 september te zien op NPO2), is een reisprogramma waarin Paulien Cornelissen Japan bezoekt en waarin elke aflevering opgehangen wordt aan een woord uit het Japans. Hoe het programma er precies uit gaat zien en hoezeer taal werkelijk een centrale plaats krijgt, weten we natuurlijk niet. Maar de aankondiging ‘In Tokidoki kijkt Paulien Cornelisse met haar blik op taal naar het land’ klink in elk geval veelbelovend. Lees verder >>

Lesopdrachten bij Taalcanonfilmpjes

Door Mathilde Jansen

Bij de zes animatiefilmpjes van de taalcanon zijn ook lesopdrachten verschenen. Deze zijn ontwikkeld door de makers van de gratis digitale lesbrief TLPST. TLPST is de lesbrief die Nieuw Nederlands (Noordhoff uitgevers) samen ontwikkelt met Genootschap Onze Taal. De lesbrieven verschijnen 10 x per jaar en zijn gemaakt voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Hieronder geven we bij elk filmpje de link naar de betreffende lesbrief.

Kun je een nieuwe taal maken?

Er zijn op de wereld ongeveer zesduizend verschillende talen. Voor sommige mensen is dat nog niet genoeg: zij bedenken er nieuwe talen bij. Waarom doen ze dat? En kan dat eigenlijk wel, een nieuwe taal maken?

TLPST48-mei2018 Lees verder >>

Wat is de taalcanon?

Vandaag lanceert het taalcanonteam een laatste animatiefilmpje ter promotie van de taalcanon. Daarmee wordt een reeks van zes taalfilmpjes afgesloten, bedoeld voor het voortgezet onderwijs. De volgende onderwerpen kwamen aan bod: kindertaalverwerving, taalevolutie, taalgeschiedenis, taal en denken, tweetaligheid en kunsttalen.

De filmpjes geven een korte introductie (van 3 tot 5 minuten) op een onderwerp uit de taalcanon. Deze filmpjes kunnen docenten in de klas laten zien, of als huiswerk meegeven alvorens een onderwerp klassikaal te bespreken. Vervolgens lezen leerlingen de artikelen op de website of gaan docenten aan de slag met een van de lesbrieven, te vinden via deze link. Lees verder >>

Taalcanon lanceert animatiefilmpje: Hebben tweetalige kinderen een taalachterstand?

Vandaag lanceert het taalcanonteam een animatiefilmpje over tweetaligheid. Het is het vijfde filmpje in een reeks, bedoeld voor het voortgezet onderwijs. De filmpjes geven een korte introductie op een onderwerp uit de taalcanon, en kunnen gebruikt worden als opstapje voor een les over taal in de klas.

De taalontwikkeling van een kind verloopt via verschillende fases. De meeste kinderen beginnen rond de zes maanden met brabbelen en zeggen hun eerste woordje rond hun eerste verjaardag. Maar hoe zit dat met kinderen die opgroeien met twee talen? Hebben zij meer tijd nodig bij het doorlopen van deze fases? Deze vragen staan centraal in het vijfde filmpje dat de taalcanon lanceert in een reeks filmpjes voor het onderwijs. Tekenaar en animator Frank Landsbergen maakte de filmpjes in opdracht van de taalcanon. Het filmpje is gebaseerd op het gelijknamige artikel van Elma Blom: Hebben tweetalige kinderen een taalachterstand?

Lees verder >>

Taalcanon lanceert nieuw animatiefilmpje: Kleurt taal je wereldbeeld?

Vandaag lanceert het taalcanonteam een animatiefilmpje over de relatie tussen taal en denken. Het is het vierde filmpje in een reeks, bedoeld voor het voortgezet onderwijs. De filmpjes geven een korte introductie op een onderwerp uit de taalcanon, en kunnen gebruikt worden als opstapje voor een les over taal in de klas. 

Mensen groeien op in verschillende omgevingen, met verschillende ervaringen en verschillende talen. Betekent dat ook dat ze verschillend denken? En als er invloed is van taal op denken, hoe ver reikt die dan? Deze en meer vragen komen aan bod in het vierde filmpje dat de taalcanon lanceert in een reeks filmpjes voor het onderwijs. Tekenaar en animator Frank Landsbergen maakte de filmpjes in opdracht van de taalcanon. Het filmpje is gebaseerd op de gelijknamige taalcanontekst van Mark Dingemanse: Kleurt taal je wereldbeeld?

Lees verder >>

Dialect in de klas

Door Astrid Wijnands

Eind september publiceerde de NOS een drieluik geheten ‘Dealen met je dialect’ <1|2|3>. De NOS had eerder een oproep op Facebook geplaatst om erachter te komen of dialectsprekers last zouden hebben van negatieve reacties en welke reacties dat dan zouden zijn. Op die oproep kwamen 28.000 reacties binnen en zo’n 150 mensen wilden graag hun ervaringen delen.

In het drieluik maken we kennis met jongeren en volwassenen uit heel Nederlands, van Groningen tot Maastricht, van Zeeland tot Twente. Allen geven aan trots te zijn op hun dialect en zij spreken hun dialect dan ook graag. De keerzijde van de medaille is dat zij ook vaak niet serieus genomen worden als zij hun dialect spreken. Zo moet acteur Bart logopedie volgen om zijn Achterhoekse accent kwijt te raken, wil hij als acteur rollen aangeboden krijgen en voorziet Myriam uit Terneuzen dat zij haar Zeeuwse accent moet aanpassen aan het Standaardnederlands als zij straks als afgestudeerd advocate aan de slag gaat. Soms gaat het nog verder en worden dialectsprekers uitgescholden als domme boeren of krijgen ze te horen dat ze maar terug moeten naar hun ‘eigen land’. Docent Adele Spikker van het Deltion College in Zwolle besteedt juist in haar lessen aandacht aan de meerwaarde van streektaal in de zorg. Door de taal van de patiënten te spreken is er sprake van een beter contact tussen zorgverlener en zorgdrager. Lees verder >>

Waar komt het Nederlands vandaan?

Vandaag lanceert het taalcanonteam een animatiefilmpje over het oudste Nederlands. Het is het derde filmpje in een reeks, bedoeld voor het voortgezet onderwijs. De filmpjes geven een korte introductie op een onderwerp uit de taalcanon, en kunnen gebruikt worden als opstapje voor een les over taal in de klas.

Hebban olla vogala nestas hagunnan. Het is misschien het bekendste Oudnederlandse zinnetje, maar niet het oudste. Wat is dan wel het oudste Nederlands volgens de nieuwste wetenschappelijke inzichten? En waarin verschilt het van modern Nederlands? Deze vragen staan centraal in het derde filmpje dat de taalcanon lanceert in een reeks filmpjes voor het onderwijs. Tekenaar en animator Frank Landsbergen maakte de filmpjes in opdracht van de taalcanon. Lees verder >>

Taalcanon lanceert tweede animatiefilmpje: Hoe sprak de oermens?

Vandaag lanceert het taalcanonteam een animatiefilmpje over de taal van de oermens. Het is het tweede filmpje in een reeks, bedoeld voor het voortgezet onderwijs. De filmpjes geven een korte introductie op een onderwerp uit de taalcanon, en kunnen gebruikt worden als opstapje voor een les over taal in de klas.

Grumpf. Grunt. Burp. Zo praten oermensen in strips en tekenfilms. Dat lijken eerder geluiden van een aap dan van een mens. Maar klopt dat met de werkelijkheid? Hoe klonk de oermens eigenlijk? Deze vraag staat centraal in het tweede filmpje dat de taalcanon lanceert in een reeks filmpjes voor het onderwijs. Tekenaar en animator Frank Landsbergen maakte de filmpjes in opdracht van de taalcanon.

De filmpjes geven een korte introductie (van 3 tot 5 minuten) op een onderwerp uit de taalcanon, zoals kindertaal, de taal van de oermens of het ontstaan van het Nederlands. Deze filmpjes kunnen docenten in de klas laten zien, of als huiswerk meegeven alvorens een onderwerp klassikaal te bespreken. Vervolgens lezen leerlingen de bijbehorende artikelen op de website of gaan docenten aan de slag met een van de lesbrieven op de site. Lees verder >>

Taalcanon lanceert eerste animatiefilmpje: Hoe leert een kind zijn moedertaal?

Door Mathilde Jansen

Vandaag, op de Internationale Dag van het Kind, lanceert het taalcanonteam vol trots een animatiefilmpje over kindertaal. Het is het eerste filmpje in een reeks, bedoeld voor het voortgezet onderwijs. De filmpjes geven een korte introductie op een onderwerp uit de taalcanon, en kunnen gebruikt worden als opstapje voor een les over taal in de klas.

Wanneer begint een kind met het leren van taal? Hoe leert een kind woorden herkennen? En hoe kun je eigenlijk taalonderzoek doen met baby’s? Deze en meer vragen komen aan bod in het eerste filmpje dat de taalcanon lanceert in een reeks filmpjes voor het onderwijs. Tekenaar en animator Frank Landsbergen maakte de filmpjes in opdracht van de taalcanon. Lees verder >>

Creatief met taal voor 2032-leerlingen

Door Marianne Boogaard

Volgens Platform-2032 is ‘toekomstgericht onderwijs’ onderwijs waarin leerlingen in de eerste plaats kennis en vaardigheden opdoen door creatief en nieuwsgierig te zijn. Vorige week besloot de Tweede Kamer om de curriculumherziening volgens die 2032-plannen in enigszins aangepaste vorm te laten doorgaan. Nederlands is een van de eerste onderdelen uit het curriculum waarvoor een ontwikkelteam van leraren, schoolleiders en diverse soorten experts aan de slag gaat met het omschrijven van de bouwstenen voor de uiteindelijke eindtermen, kerndoelen en referentieniveaus. Lees verder >>

Taalkunde geeft glans aan je les Nederlands

Door Mathilde Jansen

Waarom hebben wij mensen taal en dieren niet? Wat kunnen we allemaal doen met taal, behalve opstellen schrijven? Hoe leren we eigenlijk een taal? Allemaal vragen die iedereen boeiend vindt, want kennis over taal is kennis over onszelf én de wereld om ons heen. Waarom leren we op school wel hoe ons lichaam werkt, hoe de natuur werkt en de politiek, maar bijna niets over taal?

Het vak Nederlands draait meer en meer om taalvaardigheid: spreken, luisteren, lezen en schrijven. Stuk voor stuk nuttige vaardigheden, maar leerlingen zullen zich niet altijd even gemotiveerd op hun zoveelste opstel storten. Verschillende taalkundigen hebben hier in het (recente) verleden al kritiek op geleverd, omdat daardoor te weinig aandacht wordt besteed aan de kenniscomponent.

Lees verder >>