Tag: taalbeleid

Nieuwjaarsboodschap Taalunie

Door Leonie Cornips

Onder de ‘beste-wensen’-boodschappen kreeg ik ook de nieuwjaarsfolder Tal van Talen. In en Om het Nederlands van de Taalunie onder ogen. De folder visualiseert en verwoordt de boodschap van de Taalunie anno 2018: Nederland en België is rijk aan variatie en meertaligheid. De strip op de voorkant van de folder bevat noodgedwongen een dosis versimpeling in de poging om de complexiteiten van taalvariatie en meertaligheid als een soort netwerk van knooppunten in kaart te brengen. Meer precies beeldt de strip uit dat talen aan plekken en zelfs heel expliciet aan gebouwen in Nederland en België verankerd zijn. Lees verder >>

Kamerleden: handen uit de mouwen!

Door Marc van Oostendorp

Er is in Nederland één taalminderheid die grote behoefte heeft aan erkenning, één groep van ongeveer 60.000 mensen die een mooie en expressieve taal hebben, een taal van eigen bodem, een taal die nauwelijks te vergelijken is met het Nederlands, een taal die onze steun verdient, die de overheid voor een betrekkelijk klein bedrag zou kunnen verlenen. De Nederlandse Gebarentaal.

Al twintig jaar geleden, in 1997, heeft een commissie een rapport opgesteld waarom die erkenning er zou moeten komen. Sindsdien is er maar weinig gebeurd. Een tijdje werd als excuus gebruikt dat de taal eerst maar eens moest standaardiseren (er zijn kleine dialectverschillen tussen de taal op de verschillende doveninstituten, maar het bestaan van dergelijke verschillen heeft de overheid er bijvoorbeeld niet van weerhouden om het Nedersaksisch of het Limburgs te erkennen). Toen die standaardisering rond was gebeurde er alsnog niets. Lees verder >>

Peutertaalbeleid

Door Leonie Cornips

Tijdens het streektaalsymposium, georganiseerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken in Deventer, heb ik gepleit voor een taalbeleid voor peuterspeelzalen in Limburg. Hoe ben ik tot dit advies gekomen? (Groot)ouders vertellen: ‘Ons kind weigert sinds de peuterspeelzaal Limburgs te spreken, ook al houden we thuis Limburgs aan.’ Juist peuterspeelzalen, veel meer dan basisscholen, blijken het spreken van een regionale taal een halt toe te roepen. Ook elders in Europa is dat zo. Lees verder >>

Verplicht boek voor alle Nederlandse taalkundigen

Door Marc van Oostendorp

Het kan niet gemakkelijk zijn om een Vlaamse intellectueel te zijn. Er is altijd gedoe om taal, op een manier die een Nederlander zich over het algemeen niet kan voorstellen: iedere keuze die je maakt in taalzaken – hoe nauwkeurig je je aan de standaard houdt, wat je precies als standaard beschouwt, hoeveel dialect je je permitteert – is niet alleen onderhevig aan de vooroordelen die overal aan taal vastzitten, maar ook al snel een politieke kwestie.

Een docent op de middelbare school moet bijvoorbeeld heel precies over deze zaken nadenken: wat voor regels hanteer ik voor gebruik van dialect in de klas? Hoeveel trek ik me aan van de normtaal zoals die in een ander land, Nederland, geldt?  Lees verder >>

4 november 2017: het Nationale Taaldebat

Komt het Nederlands in de verdrukking nu het Engels op de universiteit oprukt? Zijn er ook politici die niet hun betogen framen en spinnen? Kunnen en willen we wel genderneutraal praten (denk aan het gebruik van “reizigers” door de NS)? Doe mee aan het eerste Nationale Taaldebat op zaterdag 4 november. Het debat wordt geleid door Frits Spits en wordt live uitgezonden in het programma De Taalstaat (11.00 tot 13.00) op NPO Radio 1.

Het debat vindt plaats aan de Radboud Universiteit Nijmegen. U kunt zich hier aanmelden voor deelname.

Over streektaalgrenzen heen

Door Marcel Plaatsman

Als bierliefhebber bezoek ik regelmatig bierfestivals, als thuisdialectoloog voortaan ook taalconferenties. Gisteren was ik in Amsterdam voor een streektaalconferentie – dat is een soort festival met in plaats van bier lezingen, en in plaats van bierliefhebbers taalkundigen om mee te praten. Voor mij toch wel gefundenes Fressen, zoiets. Ik heb er ′n welbestede dag gehad.

De titel van de conferentie luidde: De wondere wereld van streektaalgrenzen en over de grenzen tussen dialecten, en over de grenzen tussen taal en dialect, gingen de lezingen, die werden afgesloten met een debat.

streektaalconferentieZoeken naar streektaalgrenzen

Het ochtendprogramma was gevuld met lezingen over dialectverschijnselen en hun verspreiding, met daarbij de vraag of die verschijnselen harde streektaalgrenzen konden opleveren. De actualiteit van het Catalaanse referendum gaf die vraag nog wat welkome urgentie. Kun je op basis van wat taalverschijnselen werkelijk grenzen trekken? Ja, je kunt kaarten tekenen, met isoglossen, met kruisverbanden, Wilbert Heeringa van de Fryske Akademy liet er prachtige zien. Maar zijn dat nu echt de taalgrenzen zoals we die voelen? Lees verder >>

Koen Jaspaert (1956-2017) als Algemeen Secretaris van de Nederlandse Taalunie

Door Elisabeth D’Halleweyn

Koen Jaspaert kende ik enkel van naam toen ik zitting nam in de driekoppig personeelsafvaardiging die in 1998 de beoogde nieuwe algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie moest ‘keuren’. Daar zat hij dan: een imposante man met priemende ogen, zware wenkbrauwen, kort stekelig haar maar wonderlijk zachte stem. ‘En?’ vroegen de collega’s na het gesprek. ‘We krijgen een geweldige nieuwe algemeen secretaris’, antwoordden we met volle overtuiging.

En dat bleek de waarheid.

Koen werd algemeen secretaris vanuit een diep verlangen zijn visie op taalbeleid in werkelijkheid te kunnen omzetten. Lees verder >>

De wondere wereld van streektaalgrenzen

Indelingskaart Nederlandse dialecten
Indelingskaart Nederlandse dialecten. Jo Daan, 1968

Op 13 oktober 2017 organiseren de Stichting Nederlandse Dialecten (SND), Variaties vzw en het Meertens Instituut de jaarlijkse streektaalconferentie in de Posthumuszaal in het Internationaal instituut voor sociale geschiedenis (IISG) in Amsterdam (Cruquiusweg 31, 1019 AT Amsterdam). Tijdens deze conferentie gaan wetenschappers, beleidsmensen en dialectliefhebbers op zoek naar welke criteria er bestaan om van een dialectgebied of een streektaal te kunnen spreken. Lees verder >>

Taalhiërarchie

door Leonie Cornips

Net ben ik begonnen aan de Universiteit Maastricht als een ongeruste moeder me opbelt om te vertellen dat zij haar kind ’s ochtends dialectsprekend naar de peuterspeelzaal brengt om het ’s avonds Nederlandssprekend mee naar huis te nemen. Met studente Vivianne Smeets van de Universiteit Utrecht spreek ik hierover tijdens het jaarlijkse DRONGO-Talenfestival en vervolgens kiest zij dit onderwerp uit voor haar BA-scriptie: welke talen spreken leerkrachten tijdens de alledaagse praktijk in de peuterspeelzaal? Om die vraag te beantwoorden, observeert Vivianne kinderen tussen twee en vier jaar oud in vier verschillende kinderopvangcentra in midden-Limburg. Al zittend op een bank op een afstand van de kinderen en de leerkrachten let ze op hoe en in welke situatie leerkrachten al dan niet wisselen tussen Nederlands en dialect of andere taal. Haar observaties schrijft ze meteen op in een notitieblok. Ze observeert zoveel mogelijk zonder verwachtingen en zo onbevooroordeeld mogelijk. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als baas van de taal

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (28)

Door Marc van Oostendorp

Ooit, lang geleden, voordat zelfs de oudste onder ons jong was, behelsde de grammatica de taal van de beste schrijvers. Wie op school, pakweg, Latijn wilde leren schrijven, wilde dat leren volgens het model van de grote stilisten. Goed schrijven leerde je vooral door heel veel goede teksten te lezen; maar om de lessen van al dat gelees voor de jeugd handzaam samen te vatten, was er de grammatica.

In die tijd was er geen verschil tussen taalvoorschrift en taalbeschrijving: een grammaticus beschreef de sierlijkste taal en het sprak vanzelf dat je je daar naar wilde richten. Gaandeweg veranderde dat. De grote schrijvers en redenaars waren niet langer het model van de taalbeschrijving: dat werd de taal van ons allemaal – wetenschappelijk een minstens even interessant onderwerp. De taalkunde emancipeerde zich er door en werd een van de aantrekkelijkste wetenschappen die er zijn.

Af te schaffen

Maar de voorschriften bleven achter. Lees verder >>

13 oktober 2017: Conferentie ‘De wondere wereld van de streektaalgrenzen’

Op 13 oktober 2017 organiseren de Stichting Nederlandse Dialecten (SND), Variaties vzw en het Meertens Instituut de jaarlijkse streektaalconferentie in de Posthumuszaal in het Internationaal instituut voor sociale geschiedenis (IISG) in Amsterdam (Cruquiusweg 31, 1019 AT Amsterdam). Tijdens deze conferentie gaan wetenschappers, beleidsmensen en dialectliefhebbers op zoek naar welke criteria er bestaan om van een dialectgebied of een streektaal te kunnen spreken.

Erkende streektalen: criteria?

Zoals bekend zijn binnen het Nederlandse taalgebied de Limburgse en de Nedersaksische regionale variëteiten officieel erkend als ‘streektalen’. De criteria die hiervoor als argument worden aangedragen zijn meestal van historische, sociologische, psychologische of politieke aard. Een voorbeeld: het Limburgs is een ‘Duits dialect’ en het heeft op die gronden de status van officieel erkende streektaal. Het Brabants en het Zeeuws, daarentegen, hebben dat niet, want dat zijn ‘dialectvarianten’ van het Nederlands. Een vraag die gesteld zou kunnen worden is in hoeverre deze criteria geobjectiveerd kunnen worden en in hoeverre ze valide zijn. Lees verder >>

Alleen Engels is niet internationaal

Door Marc van Oostendorp

Het nieuwe KNAW-rapport Nederlands en/of Engels. Taalkeuze met beleid in het Nederlands hoger onderwijs doet precies wat een rapport van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen moet doen: het pleit voor redelijkheid in een verhit debat. Redelijkheid is in dit geval: niet een van de twee mogelijkheden in het keuzeblokje en/of door te strepen, maar ze allebei te laten staan. Het is Nederlands en Engels en Nederlands of Engels. We moeten goed bekijken wat ieder vakgebied nodig heeft, en we moeten ervoor zorgen dat instellingen hun eigen keuze maken – zolang dit maar een beredeneerde keuze is.

Het rapport is een van de weinige op dit gebied die gebaseerd zijn op onderzoek. Zo wijst de commissie erop dat je niet moet denken dat je ineens internationaal bent geworden omdat je een zootje Britse en Chinese studenten binnen de muren hebt gehaald en de taal van je cursussen hebt aangepast. Wie college in het Engels wil geven, moet ook zorgen dat zijn studieprogramma op andere manieren internationaliseert: dat de studenten met hun verschillende culturele achtergronden zich allemaal voldoende thuis voelen in de collegezaal. Studenten moeten worden aangemoedigd en geholpen om te integreren, en docenten moeten zich bewust zijn van de specifieke complicaties die zich voordoen bij het leren in internationale omgevingen.

Minstens even belangrijk als een taalbeleid (‘iedere docent bij ons moet op niveau C2 in het Engels kunnen communiceren’) is een goed internationaliseringsbeleid. Lees verder >>

De onmogelijke relatie van de Vlaming met het Nederlands

Door Wim van Rooy

Het tijdschrift Onze Taal heeft zowat 33.000 abonnees, van wie een behoorlijk deel in België/Vlaanderen. Dat is erg veel voor een taalkundig tijdschrift dat zich o.m. ten doel stelt het verantwoorde gebruik van de Nederlandse taal te bevorderen. De scholingsgraad van de Vlaamse bevolking ligt hoog en ook kranten besteden regelmatig aandacht aan het Nederlands, aan het nut van de Taalunie, aan de ondertiteling van Vlaamse films, aan de bastaardisering van onze taal, aan het feit dat we tot een middelgroot taalgebied behoren. In sommige kranten beschikte men tot een paar jaar geleden zelfs nog over een soort taaltuinier, maar dat werd postmoderngewijs algauw als oubollig gekwalificeerd. Het jaarlijks terugkerende taaldictee, zowel regionaal als binationaal, zowel kleinschalig als grootschalig, heeft een immens succes: degenen die anders alleen maar naar voze spelprogramma’s kijken, halen balpen en papier te voorschijn en beginnen frenetiek te noteren, alsof een correcte spelling het hoogste is wat men in een mensenleven kan bereiken. En dan is er de immer geestige weblog van de Taalprof, een anonymus die van taalkundige wanten weet en die door al zijn artikelen een soortement plezier jaagt dat aanstekelijk werkt. Er zijn verschillende taaltelefoons, en die worden gretig geconsulteerd. Er zijn de vele taalwebsites (taalpost@onzetaal.nl, taaldrop@milesgroup.be, taallink@vlaanderen.be, enzovoort).

Woestijnvisacteur Bruno Vanden Broecke stelt zich in een interview de vraag wat écht belangrijk is. Naast gezin en vrienden, noemt hij taal, en terecht – maar ondertussen spreekt hij wel over ‘ingangsexamen’ en ‘theatermiddens’. Die alomtegenwoordige belangstelling voor taal heeft er intussen meestal niet toe geleid dat de zogenaamde aandacht die de Vlaming heeft voor taal, van een dusdanige oprechtheid en kwaliteit is dat hij die ook zou verzorgen. Taaltuiniers: dat is immers iets van vroeger, dat was modern, uit de stal van de volksverheffing. Nu zijn we postmodern bezig en dan mag alles, ook in taal. Er was een tijd dat de onverwoestbare politiek columnist van de NRC, Jerôme Heldring, elke week opmerkte hoeveel taalfouten er in de krant hadden gestaan. Die tijd is voorbij: nu maalt men niet meer om een taalfoutje meer of minder. De correctoren had men al gedefenestreerd, de taaltuiniers werden als frikkerige schoolmeesters gelabeld.

Lees verder

 

‘Limburgs’, dialect, mosterd en de onderbuik

Een open brief aan Leonie Cornips

Door Frans Hinskens
Coördinator van de Nederlandse poot van het StaatNed project

Beste Leonie,

Anderhalve week geleden is het eindverslag gepresenteerd van een grootschalig onderzoek naar de plaats van het Nederlands in de huidige Nederlandse en Vlaamse samenlevingen. Het door de Nederlandse Taalunie (NTU) geïnitieerde onderzoek, dat alle twee jaar herhaald zal worden, heet Staat van het Nederlands (oftewel StaatNed). Het onderzoek is gebaseerd op twee typen gegevens: enerzijds de antwoorden van ruim 6.500 Nederlandstalige Nederlanders en Vlamingen op een serie online enquêtevragen, anderzijds cijfers in bijv. jaarverslagen en verkooplijsten en eigen tellingen van allerlei zaken waarvoor al dan niet het Nederlands ingezet kan worden. Naar aanleiding van de enquête (waarin de antwoordoptie ‘dialect’ ontbrak) en een onwelwillende uitleg van een antwoord van een ambtenaar van de Taalunie op een vraag daarover van een Limburger, heb jij een actie ontketend die onder meer bestaat uit columns van jouw hand, een TV optreden van jou op L1 en een petitie.

Verschuiven

Dat je dat allemaal gedaan hebt verbaast mij nogal. Toen je hiermee begon, wist je al (onder meer uit een gesprek met mij) dat het protest zowel wat de enquête als de positie van de NTU betreft mosterd na de maaltijd zou zijn. Lees verder >>

Ik neem afstand van deze eng regionalistisch gekleurde en misleidende oproep

Door Jos Van Hecke

Met verbazing las ik de oproep ‘Ondertekening: Staat van het Nederlands‘ op Neerlandistiek. Ik vind dit een subjectief lichtzinnige en misleidende ‘oproep’.

Bij mijn weten is de Nederlandse Taalunie het officiële orgaan van de Nederlandse, Vlaamse én Surinaamse overheden samen en is het niet bevoegd om te adviseren over ‘taal / talenbeleid’ maar enkel over de Nederlandse taal en het beleid dat uitsluitend m.b.t. de Nederlandse taal gemeenschappelijk door deze overheden kan worden gevoerd, zowel in een ‘nationale’ als in een ‘internationale context. De Nederlandse Taalunie is dus niet bevoegd om onderzoek te verrichten en gegevens, laat staan beleidsadvies te verstrekken over het gebruik van anderen talen dan het Nederlands. Dit is een bevoegdheid die enkel aan de betrokken nationale overheden afzonderlijk toekomt. Lees verder >>

Beginnen Nederlanders het Engels beu te worden?

Door Alison Edwards

Overal in Nederland zie en hoor je Engels. Maar beginnen mensen dit soms beu te worden?

Schaatsen, oranje schmink normaal maken, lang en gelukkig zijn. Nederlanders zijn in heel veel dingen goed – zo ook in de Engelse taal. Zo’n 90% van de Nederlanders vindt dat ze een gesprek kunnen voeren in het Engels, en Nederland staat bovenaan de English Proficiency Index, een ranglijst van 72 landen waar Engels niet de eerste taal is.

Nederlanders zijn niet alleen goed in Engels; ze lijken er ook echt van te houden. Met een bijna ongekend enthousiasme zijn ze de afgelopen decennia begonnen hun eigen taal in te wisselen voor het Engels. Van traminformatie en belastingaangiftes tot Schiphol, waar het Nederlands ogenschijnlijk is afgeschaft, lijkt iedereen in de ban geraakt te zijn van het Engels. Eén op de vier vwo-scholen is nu tweetalig en, als we de paniekberichten moeten geloven, is ook op universiteiten bijna geen Nederlands meer te bekennen.

Nu lijkt er echter enige spijt te ontstaan. Nieuw onderzoek suggereert dat veel mensen vinden dat de ‘verengelsing’ van Nederland te ver is gegaan. Lees verder >>

Universiteit voert debat over onderwijstaal

Door Yves T’Sjoen

Vorige week maakte De Standaard in de bijdrage ‘N-VA tegen meer Engelstalige opleidingen’ bekend dat de “Universiteit Gent [af wil] van de strikte regeltjes die Engelstalige opleidingen belemmeren” (2 maart). Naar verluidt wil het bestuur “meer autonomie” inzake taalbeleid en kunnen de taalnormen voor hoger onderwijs worden versoepeld. Aanleiding voor het persbericht is een advies van de VLOR, de Vlaamse Onderwijsraad, waarin “de afschaffing van die quota” wordt bepleit. De VLOR, waarin ook de hogere onderwijsinstellingen vertegenwoordigd zijn, toont zich met het advies weinig bewust van het verleden en houdt geen rekening met de taalcompetenties van het overgrote deel van het studentenpubliek aan Vlaamse universiteiten.

Taalquota

De quota bepalen dat 35% van de masteropleidingen en 6% van de bacheloropleidingen in een andere taal dan het Nederlands mogen worden aangeboden. Indien een Engelstalige opleiding bestaat, moet die strikt genomen minstens aan een andere universiteit ook in het Nederlands worden voorzien. Aan deze taalregeling wordt nu getornd. In tegenstelling tot de uitspraken van N-VA over de kwestie, zo meldt De Standaard, stelt het kabinet van Hilde Crevits, minister van onderwijs, dat het advies van de VLOR (nog) niet ter sprake kwam in de regering. Lees verder >>

De enig mogelijke taalconstellatie in Europa

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-41Je hoort van allerlei klachten over de politiek van Europa, maar over het taalbeleid gaan die klachten meestal niet. Er wordt een bepaalde politiek gevolgd – de officiële talen van alle Europese landen mogen bijvoorbeeld in het Europees parlement gebruikt worden en zo nodig moet in tolken worden voorzien – waarover je best zou kunnen discussiëren omdat er in ieder geval in theorie ook alternatieven zijn. We doen alles in het Engels want dat kost minder geld; of ook de minderheidstalen moeten juist meetellen, want dat is eerlijker.

Misschien is het omdat niemand echt in die alternatieven gelooft, en misschien is de huidige oplossing inderdaad de ideale. En misschien interesseert het in wezen eigenlijk niemand echt genoeg.

Lees verder >>

Taalstemwijzer Tweede Kamerverkiezingen 2017

Door Marc van Oostendorp

Als u uw stem wilt laten bepalen door de visie op taalbeleid, kunt u daarvoor het onderstaande handige stroomdiagram gebruiken. Meer toelichting valt te lezen in mijn bespreking van de verkiezingsprogramma’s van de rechtse partijen, de linkse partijen, D66 en de ChristenUnie.

Alleen partijen die momenteel vertegenwoordigd zijn in de Tweede Kamer zijn meegenomen in dit overzicht. Een uitzondering is gemaakt voor de PVV, omdat deze geen enkel standpunt over taalbeleid verwoordt in het verkiezingsprogramma, en voor Nieuwe wegen (de partij van Jacques Monasch) omdat ik deze vergeten ben.

Klik voor een grote versie (ook handig als wallpaper).

De verkiezingsprogramma’s over taal: VVD, CDA, SGP, 50PLUS en VNL

Door Marc van Oostendorp

Wat zeggen de Nederlandse politieke partijen over taal? Vandaag is het de beurt aan de rechtse partijen die in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn (gisteren waren de linkse partijen aan de beurt): VVD, CDA, SGP, 50PLUS en VNL. De PVV sla ik over omdat in het document dat deze partij als verkiezingsprogramma presenteert geen visie over taalbeleid uiteen wordt gezet.

Net als de linkse partijen zijn ook de partijen aan de rechterkant er over eens dat het Nederlands vooral een taal is voor vluchtelingen. Een heel positief beeld over de relatie tussen de mens en taal hebben de partijen over het algemeen niet. Je moet nieuwkomers dwingen om onze taal te leren, anders komt er niets van terecht. 50PLUS vraagt zelfs om een “volledige beheersing” van de Nederlandse taal voor iemand het Nederlandse paspoort waard is, zodat het er somber uitziet voor de redactie van Neerlandistiek als Henk Krol aan de macht komt.

De VVD breidt deze eisen als enige ook uit naar buitenlanders die hier komen omdat ze een Nederlandse partner hebben, of omdat ze hier hoogopgeleid werk komen doen: Lees verder >>

De verkiezingsprogramma’s over taal: ChristenUnie

Door Marc van Oostendorp

ChristenUnieD66 heeft in zijn verkiezingsprogramma, zo schreef ik vorige keer in deze reeks, alleen aandacht voor taal als instrument, en ziet Nederland daarbij als een tweetalig land met Nederlands en Engels. De ChristenUnie heeft een geheel andere visie. Ik wil niet zeggen dat hij diametraal tegenovergesteld is – de partijen zouden kunnen samenwerken en allebei hun idealen verwezenlijken –, maar het beeld van taal dat opdoemt uit dit programma is echt anders.

Het gaat het ChristenUnie niet zozeer om taal als instrument, maar vooral als teken van identiteit. Er worden dan ook veel meer talen genoemd: Papiaments, gebarentaal en Fries, allemaal talen die volgens de partij bescherming behoeven. Het Engels wordt anderzijds, maar een keer genoemd, en dan niet als taal waar vwo’ers natuurkunde in kunnen leren, maar als de taal die op de bovenwindse eilanden wordt gesproken. De ChristenUnie is voor zover ik kan zien de enige die zo precies probeert te benoemen welke talen er allemaal een min of meer officiële status moeten spelen: Lees verder >>

De verkiezingsprogramma’s over taal: D66

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-46Taal ligt aan de basis van de samenleving: zonder taal zijn de ingewikkelde afspraken, contracten, regels, waarop de samenleving gebouwd is niet denkbaar. Taal is bovendien hét instrument bij uitstek van de politicus: alles wat hij maakt is gemaakt van taal (amendementen, resoluties, wetsvoorstellen), al zijn handwerk bestaat grotendeels uit taal (argumenteren, overtuigen, paaien, schelden).

Taal is macht, macht maak je met taal. Dus is een redelijke vraag: wat zegt de moderne politiek eigenlijk over taal? Wat voor taalpolitiek stellen de politieke partijen voor? Je kunt ervan uitgaan dat dit een weerspiegeling is van hoe er in de samenleving over taalzaken wordt gedacht, over de plaats van taal in onze samenleving.

Om die reden wil ik hier de komende weken de verkiezingsprogramma’s van de meest serieuze politieke partijen onder de loep nemen. Ik begin vandaag met D66, omdat ik dit weekeinde toevallig een lezing over taalpolitiek ga geven voor de Jonge Democraten, de jongerenorganisatie van die partij en daarvoor sowieso het verkiezingsprogramma las.  Lees verder >>