Tag: taalbeleid

EFNIL Masterscriptiewedstrijd

Oproep aan masterstudenten (toegepaste) taalwetenschap, taalsociologie, taalrecht, taalethiek en aanverwante talige onderzoeksdomeinen

(Persbericht EFNIL)

EFNIL (the European Federation of National Institutions for Language / de Europese Federatie van Nationale Taalinstellingen) roept masterstudenten op om deel te nemen aan de wedstrijd voor de beste Europese masterscriptie op het vlak van taalgebruik, taalbeleid / -politiek en meertaligheid.

Lees verder >>

Het Convenant voor de Limburgse Taal en de juridische en politieke status van het Limburgs

Door Yuri Michielsen

Op 6 november jongstleden is het Convenant inzake de Nederlandse erkenning van de Limburgse taal ondertekend.  Dit volgt op de erkenning 22 jaar geleden van het Limburgs als regionale taal onder het Europees Handvest voor Regionale Talen of talen van Minderheden. Wie aandachtig gelezen heeft, ziet al dat in het Convenant het Limburgs een ‘taal’ wordt genoemd en onder het Handvest een ‘regionale taal’. Vaak hoort men voor het Limburgs ook nog de termen ‘streektaal’ en ‘dialect’.   

Lees verder >>

Is er juridisch iets te doen tegen het taalbeleid van de Universiteit Twente?

Door Henk Wolf

Tot nu toe was het protest tegen de verengelsing van Nederlandse universiteiten vooral gericht tegen het gebruik van het Engels als voertaal in het onderwijs. De organisatie Beter Onderwijs Nederland heeft geprobeerd daar via de rechter een einde aan te maken. Dat deed ze met de aanklacht dat Engels als voertaal bij de studie pyschologie aan de universiteiten van Twente en Maastricht een overtreding zou zijn van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Die wet schrijft het Nederlands als onderwijstaal voor, maar laat ruimte voor uitzonderingen. De rechter vond dat BON niet voldoende aannemelijk had gemaakt dat de betreffende studies geen uitzondering konden zijn.

Lees verder >>

To plough and cow stable: het Nederlands als etnische taal

Door Henk Wolf

‘Naar ploeg en koestal vluchtte uw taal’, schrijft Piet Paaltjens in zijn gedicht De Friesche poëet. De taal waar hij het over heeft, is het Fries. Oebele Vries heeft de zin gebruikt als titel van een boek, met als ondertitel ‘De verdringing van het Fries als schrijftaal door het Nederlands (tot 1580)’. Die titel zegt bijna alles: in de tijd van een mensenleven, grofweg tussen 1500 en 1580 maakte het Fries als algemene schriftelijke omgangstaal plaats voor het Hollands (en later het Standaardnederlands). Dat begon op kleine schaal in de ambtenarij. Stap voor stap werd het Fries vervolgens uit het schriftelijke domein weggedrukt.

Lees verder >>

Ga terug naar je eigen land!

Racisme en standaardtaal in Nederland en Vlaanderen

Door Peter Alexander Kerkhof

Diversiteit van het Nederlands en de eenheid van de Nederlandse standaardtaal. Twee concepten die in het debat over de Nederlandse standaardtaal regelmatig tegenover elkaar worden gezet. Soms gaat het dan over het verschil tussen Belgisch-Nederlands en het Nederlandse Algemeen Nederlands (AN). Soms gaat het over de vraag hoe we taaldiversiteit en het prestige van migrantendialecten waarderen. Want wat is de relatie van verschillende taalvarianten van het Nederlands tot de geschreven Nederlandse standaardtaal? En is het afdwingen van een gecodificeerde taalnorm een achterhaalde ideologie? Deze vragen worden op verschillende manieren door verschillende mensen beantwoord, zowel in Nederland als in Vlaanderen. 

Lees verder >>

De staat van het Limburgs

Subtiele verschillen weerspiegelen taalpolitieke opvattingen over het Limburgs

Door Leonie Cornips en Roeland van Hout

Sinds 6 november is er een Convenant inzake de Nederlandse erkenning van de Limburgse taal getekend in Venlo door de minister van Binnenlandse Zaken en de provincie Limburg. De titel van dit Limburgse convenant wijkt af van het convenant voor het Nedersaksisch waarboven de Nederlandse erkenning van de regionale Nedersaksische taal prijkt. Het woord regionaal is in het Convenant voor het Limburgs weggelaten. Dat verschil lijkt misschien subtiel, maar door het weglaten van regionaal klinkt de Limburgse taal een stuk sterker en zelfstandiger. In het eerste deel van deze bijdrage zullen we uitleggen hoe subtiele verschillen in omschrijvingen en benamingen van een taalvariëteit gekoppeld zijn aan taalpolitieke opvattingen. De terminologische verwarring is groot en dat is vooral een gevolg van de onwelwillendheid om het Limburgs in Nederland als een erkende taal te beschouwen. Lees verder >>

¿Los Países Bajos o Holanda, señoras y señores editores del Volkskrant?

Door Henk Wolf

“Vergeet Holland, in het buitenland is het voortaan The Netherlands” – dat staat boven een artikel uit de Volkskrant van afgelopen donderdag. Het is een uiterst merkwaardig stuk tekst.

Het intro van het artikel luidt als volgt:

“Wie zich overzees introduceert met het zinnetje ‘I come from Holland’ roept bij gesprekspartners het clichébeeld op van tulpen, molens, kaas en wiet. Het is niet langer meer het imago dat de ministeries van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken in het buitenland willen uitdragen. Als het aan ambtenaren ligt, hebben bezoekers het straks alleen nog maar over ‘The Netherlands’.”

Het buitenland is groot en er worden een paar duizend talen gesproken, waarvan het Engels er eentje is. Wat de Nederlandse Rijksoverheid in het Frans gaat doen: Hollande of les Pays Bas gebruiken, dat staat niet in het artikel. Kiest ze voor Holland of voor Niederlande, voor Голландия of Нидерланды? ¿Los Países Bajos o Holanda, señoras y señores editores del Volkskrant? En natuurlijk is er voor de communicatie met Vlaanderen en Suriname nog de keuze Holland of Nederland, want ondanks de naam is Nederlands natuurlijk niet het exclusieve bezit van de inwoners van Nederland.

Lees verder >>

Nederlandse Rijksoverheid tevreden over eigen beleid voor minderheidstalen

Door Henk Wolf

De Nederlandse Rijksoverheid heeft zichzelf ertoe verplicht zorg te dragen voor vijf kleine talen: het Fries, Nedersaksisch, Limburgs, Jiddisch en Romanes. Dat is gebeurd door het Europees Handvest voor regionale talen en talen van minderheden te ratificeren. Om de drie jaar onderzoekt een groep deskundigen (juristen, politici, onderzoekers) in opdracht van de Raad van Europa of Nederland z’n verplichtingen wel nakomt en om de paar jaar moet het Ministerie van binnenlandse zaken een zelfrapportage schrijven. De laatste is deze week verschenen en heel veel verantwoordelijkheidsbesef spreekt er niet uit.

In het document, waarin geen auteur wordt genoemd, gaat het ministerie vooral in op kritiek en suggesties van drie partijen: de genoemde groep deskundigen, het Comité van ministers van de Raad van Europa en het eigen adviesorgaan voor de Friese taal Dingtiid. Die zijn op diverse vlakken niet zo tevreden, maar de kritiek wordt luchtig weggewuifd.

Lees verder >>

Debat of sacochengevecht?

Over de vernieuwde visie op taalvariatie van de Taalunie

Door Wim Vandenbussche

Was Ons Erfdeel zwanger van profetische inzichten toen het in de zomer van 2018 een debat over taalvariatie organiseerde in de sacrale sferen van het Hollands College in Leuven? Een aantal Nederlandse vrienden hield toen vol dat het een praatavond zonder voorwerp was, drukdoenerij om niets in een wereld waarin elk weldenkend mens taalvariatie omarmt – ook nadat sommige Vlaamse interpellanten verhit van alomverslindende taalverloedering hadden gewaagd, en het eind van de standaardtaal met een vurig maar bevreesd hart tegemoet zagen. Die laatsten werden gesterkt in hun wanhoop toen de algemeen secretaris van de Taalunie kloek aankondigde dat een druk werkende commissie onder Vlaamse leiding hem dra zou vertellen wat hij nu precies over taalvariatie moest denken. De enen zagen vertwijfeling bij een taalpaus, de anderen leek het een weloverwogen toonbeeld van polderen. Niemand leek nog te weten dat de Taalunie in 2003 al eens een zeer helder advies over taalvariatie formuleerde.

Lees verder >>

Natiolecten en hun labels in naslagwerken

Door Miet Ooms en Reglindis De Ridder

Begin dit jaar publiceerde de Taalunie de visietekst over en het implementatieplan voor haar taalvariatiebeleid in de toekomst. Daarin stippelt ze haar taalvariatiebeleid uit, met aandacht voor corpus-, status- en acquisitieplanning. Corpusplanning impliceert de beschrijving van die variatie, statusplanning de acceptatie ervan door de taalgebruikers en acquisitieplanning de omgang met taalvariatie in het onderwijs. Dit implementatieplan is het vervolg op de beleidstekst uit 2003, waarin de Taalunie het idee van de monocentrische standaardtaal definitief inruilde voor een pluricentrische standaardtaal. Sindsdien bestaan er ‘natiolecten’: geaccepteerde varianten van de standaardtaal die in een bepaalde natie (Nederland, België, Suriname en de Caraïben) gebruikelijk zijn. In het nieuwe implementatieplan stelt de Taalunie dat de variatie binnen de standaardtaal al wordt beschreven en dat die lopende projecten zullen worden ‘voortgezet en – waar mogelijk – worden geïntensiveerd of uitgebreid’.

Wij vroegen ons af of taalprofessionals als vertalers, redacteurs, tekstschrijvers en taaldocenten in de praktijk te maken krijgen met die variatie, welke naslagwerken ze gebruiken en welke informatie ze op dit moment niet of moeilijk kunnen vinden. Daarom hebben we in maart een digitale vragenlijst laten invullen door vertalers, redacteurs, copywriters en taalleraren. In het totaal hebben we 203 reacties verzameld. Lees verder >>

Kan de overheid anarchistisch zijn in het taalbeleid?

Door Marc van Oostendorp

De Taalunie is een gezamelijke Vlaams-Nederlandse overheidsorganisatie, maar de traditie is dat Nederland net doet alsof die hele club niet bestaat, terwijl men in Vlaanderen met argusogen kijkt naar iedere stap die er wordt gezet.

Dat is ook nu weer het geval: in Nederlandse media werd voor zover ik kan zien geen woord gewijd aan de publicatie van de door een deskundige commissie vorige maand gepubliceerde Visie op taalvariatie en taalvariatiebeleid? Vlaanderen was anderzijds vrijwel meteen te klein, vooral toen commissielid Stef Grondelaers (Radboud Universiteit) in De Standaard vorige maand een artikel publiceerde waarin hij een paar consequenties van de visie uit het rapport uiteenzette voor de Vlaamse publieke omroep, de VRT:

Nochtans is de VRT een voor de hand liggende partner in de ‘de-ideologisering’ die dringend nodig is om het Vlaamse denken over standaardtaal te genezen. De organisatie die met de beste bedoelingen generaties Vlamingen doordrongen heeft van de ‘één taal goed, alle andere talen slecht’-ideologie, zou met name het voortouw moeten nemen in die grote schoonmaak.

Empirie

Wie vraagt om ‘deïdeologisering’ vraagt in onze tijd om moeilijkheden, want al snel komen uit alle hoeken en gaten dan degenen klauteren die juist aan die ideologieën hangen als matrozen aan een scheepsmast in zwaar weer. Uiteindelijk voelde de minister van onderwijs Hilde Crevits zich genoodzaakt Stefs artikel te retweeten, met dit commentaar: Lees verder >>

Voor Nederlanders is taal zo vanzelfsprekend dat ze er vaak onverschillig mee omspringen

Door Luc Devoldere

(Dit stuk is een uitgebreide reactie op deze blogpost van Marc van Oostendorp.)

Beste Marc,

Je zegt dat Vlamingen klagen, de Nederlanders van alles verwijten en dan de handen niet uit de mouwen steken. Als het over taal gaat.

Je hebt een punt.

Laat mij hier gewoon uitleggen waarom wij heel anders denken, en vooral “voelen”, over taal dan jullie. Het meeste weet je, maar het is niet slecht het nog even op te schrijven. Je kunt dezelfde taal spreken en toch heel andere opvattingen over taal hebben, een andere verhouding hebben met taal.

Mijn boutade daarover gaat als volgt: Vlamingen zijn zo gevoelig voor taal dat ze er vaak verkrampt van worden; voor Nederlanders is taal zo vanzelfsprekend dat ze er vaak onverschillig mee omspringen. Het is een boutade. It’s the history, stupid. Lees verder >>

Nedersaksisch: naast het Fries, onder het Nederlands

Door Henk Wolf

‘Nedersaksisch is nog steeds geen Fries’ stond er donderdag in Trouw. Ook andere media meldden dat de vage beleidsvoornemens voor het Nedersaksisch niet in de buurt komen van de Friese taalpolitiek. Dat is natuurlijk waar, maar waarom de vergelijking tussen die twee talen getrokken?

Toen ik wat googelde op ontwikkelingen rond het Nedersaksisch, kwam ik in het Twentse regionale dagblad Tubantia een paar artikeltjes tegen van een ambitieuze ijveraar voor het Nedersaksisch, het Overijsselse Statenlid Jos Mooiweer. Mooiweer wil het Nedersaksisch graag in officiële functies kunnen gebruiken. Daarbij vergelijkt hij de positie van zijn streektaal met die van het Fries. Hij zegt:

“[…] het gekke is dat een Friestalige in het officiële circuit veel meer mag dan een spreker van het Nedersaksisch. Ik wil aandacht vragen voor deze ongelijke behandeling. Want het steekt mij dat ik, als volksvertegenwoordiger in Overijssel, de eed niet in onze eigen taal mag afleggen. Maar, en nu komt het, ik mag als niet-Fries de eed wel in het Fries afleggen. Dat is toch bizar?”

Lees verder >>

Nedersaksisch is niet opeens officieel ‘deel van het Nederlands’

Door Henk Wolf

Delen van Nederland waar Nedersaksisch wordt gesproken

In het oosten van Nederland en het noorden van Duitsland worden Germaanse dialecten gesproken die in de taalwetenschap traditioneel als Nedersaksisch worden benoemd. Die term is een paar decennia geleden wat algemener bekend geraakt, vooral door de streektaalbeweging in het Nederlandse deel van het verspreidingsgebied. In 1996 kreeg de naam zelfs een plaatsje in de wet, toen het Nederlandse parlement het Europees Handvest voor regionale talen en talen van minderheden goedkeurde. Dat is een document waarin nationale overheden beloven goed voor hun erkende kleine inheemse talen te zorgen. De Nederlandse regering erkende het Nedersaksisch als een van die talen.

Het Fries heeft altijd een veel specifiekere vorm van stimulering gekregen dan de andere erkende kleine inheemse talen van Nederland (Nedersaksisch, Jiddisch, Limburgs en Romani). De vorm van die stimulering hebben de Minister van Binnenlandse Zaken en het provinciebestuur van Friesland uitgewerkt in een serie schriftelijke afspraken, zogenaamde convenanten of bestuursafspraken. Nu was er afgelopen woensdag nieuws: de besturen van de provincies waar Nedersaksisch wordt gesproken, hebben voor die taal toen ook zo’n convenant met het Rijk gesloten.

“Deel van de Nederlandse taal”

De media hebben van de ondertekening van dat convenant iets heel vreemds gemaakt. Verschillende nieuwssites, omroepen en kranten melden namelijk dat het Rijk het Nedersaksisch “als deel van de Nederlandse taal” zou hebben erkend. Zelfs het Genootschap Onze Taal deed dat op z’n website. Hier een paar voorbeelden: Lees verder >>

“Kind moet over op het ‘plat’”

Door Leonie Cornips

“Kind moet over op ‘plat’”, kopt De Limburger afgelopen week boven een artikel van verslaggever Jule Peeters. Waarom besteedt De Limburger juist nu aandacht aan Limburgs op de peuterspeelzaal en waarom op deze wijze? Waarom ik namens de leerstoel Taalcultuur in Limburg pleit voor meertalige peuterspeelzalen schreef ik in twee eerdere columns (hier en hier), en over de urgentie om aandacht te besteden aan de toekomst van het Limburgs (het Limburgs is de officiële benaming volgens het Europees Handvest voor regionale talen of minderheidstalen hoewel de Provincie Limburg de noemer streektaal hanteert en sprekers in Limburg dialect of plat) schreef ik hier en hier.

Het verslag in De Limburger bevat dus niets nieuws. De Gedeputeerde van Cultuur van de Provincie Limburg zei in november 2017 al toe op basis van onderzoek door mijn leerstoel een taalbeleid te ontwikkelen voor de peuterspeelzalen in Limburg. De organisaties in Limburg die zich bekommeren om de toekomstige vitaliteit van het Limburgs delen in oktober 2015 dit pleidooi in het visiestuk ‘Sjiek is miech dat!’ dat als belangrijke input diende voor de Erfgoednota van de Provincie Limburg. Lees verder >>

Taalwetenschap en streektaalbeleid

De casus Europees Handvest voor Regionale Talen of Talen van Minderheden

Door Marc van Oostendorp

De anonieme toehoorder die na afloop van een lezing ooit tegen de Amerikaanse dialectoloog Uriel Weinreich zei dat ‘a sprakh iz a dialekt mit an armey un flot’ (een taal is een dialect met een leger en een vloot, in het Jiddisj), heeft niet geweten hoe invloedrijk zijn dictum zou zijn in de taalwetenschap – hoe het zou uitgroeien tot een van de meest geciteerde zinnetjes van het vakgebied. Het verschil tussen taal en dialect, zo vinden waarschijnlijk vrijwel alle taalkundigen heden ten dage, is geen taalkundige kwestie maar een sociaal-politieke.

Soms komt een taalkundige echter in de verleiding: de kwestie kómt inderdaad op de polititieke agenda en vervolgens blijken de politici behoefte te hebben aan deskundig advies. Omdat het logisch lijkt om te denken dat de taalwetenschap iets verstandigs kan zeggen over de vraag ‘wat is een taal?’ wordt gekeken naar onze discipline. Dat gebeurt anders zelden – meestal wordt ons geesteswetenschappers ingewreven hoe maatschappelijk nutteloos het is wat we doen. Dan moet je wel heel stevig in je schoenen staan om alleen maar te verwijzen naar leger en vloot. Lees verder >>

Laat duizend bloemen bloeien? Een debat over taalvariatie in Vlaanderen en Nederland

Taalvariatie is de nieuwe mantra in de taalwetenschap. Niemand ontkent ze; ze is er, net zoals diversiteit in de samenleving. De vraag is: hoe gaan we ermee om?

Is de tussentaal in Vlaanderen nu een usurpator of een legitieme, want bestaande en door meer en meer mensen als vanzelfsprekend beschouwde variëteit van het Nederlands in België?

In Nederland kun je dezelfde vraag stellen over het Poldernederlands, en de streektalen. En wat met de instroom van Engelse woorden, en woorden uit andere talen? Zie ook de recente discussie in Vlaanderen over de plaats van de thuistaal in het onderwijs. Lees verder >>

Leeuwarden, 8 en 9 juni 2018: Zin en onzin van streektaal- en dialectpromotie.

13de jaarlijkse streektaalconferentie van de Stichting Nederlandse Dialecten

De jaarlijkse streektaalconferentie is een initiatief van de Stichting Nederlandse Dialecten (SND) en wordt dit jaar georganiseerd door de Fryske Akademy in samenwerking met de Afûk en de Nederlandse Taalunie. De conferentie is te gast in het Talenpaviljoen en de Talentuin van Lân fan taal in Leeuwarden op 8 en 9 juni.

Lân fan taal?

Leeuwarden is in 2018 Culturele Hoofdstad van Europa. Een van de belangrijke projecten is Lân fan taal (land van taal). Een deel van de binnenstad is ingericht als een vrijstaat voor talen. Friesland wil zich met dit project als een belangrijk publieks- en kenniscentrum voor meertaligheid positioneren. In 2018 viert het Lân fan taal de taal met activiteiten, voorstellingen, kunstwerken, tentoonstellingen en ruimtelijke installaties in Leeuwarden en Friesland. Lees verder >>

Hoe gaat Zuid-Afrika om met meertaligheid?

Dit stuk verschijnt in het kader van de Nieuwsbrief Neerlandistiek voor de klas. Het bevat geen origineel onderzoek, maar is een vereenvoudigde weergave van recent onderzoek op het gebied van het Nederlands, speciaal bedoeld voor leerlingen van de middelbare school.

Door Marten van der Meulen

Zuid-Afrika is taalkundig gezien een ontzettend interessant land. Niet alleen omdat er Afrikaans wordt gesproken, een zustertaal van het Nederlands waarin veel woorden net even anders zijn. Ook omdat er een ingewikkelde en boeiende taalpolitiek wordt bedreven. In een recent overzichtsartikel legt een Zuid-Afrikaanse onderzoeker uit hoe de stand van zaken is, en waarom de situatie in de realiteit natuurlijk complexer is dan in de wet geregeld is. Lees verder >>

19 april 2018, Nijmegen: Lezing door prof. Wannie Carstens: Why don’t we just all speak English?

Prof. Wannie Carstens (Noordwes-Universiteit, Potchefstroom, Zuid-Afrika) geeft op 19 april een lezing aan de Radboud Universiteit Nijmegen:

“Why don’t we just all speak English?” (Waarom praat ons almal nie maar net Engels nie?)

Suid-Afrika is sedert 1994 in ʼn tyd van oorgang – op verskeie vlakke. Enige persoon wat die nuus oor gebeure in SA volg, sal hiervan bewus wees. Dit raak egter ook taal, en nie net politiek en sosio-ekonomiese aangeleenthede nie. Lees verder >>

Positiepaper: De positie van de erkende regionale talen in Nederland

Door Roeland van Hout, Henk Bloemhoff, Leonie Cornips, Goffe Jensma en Joep Leerssen

Onderstaand positiepaper is uitgedeeld tijdens de Rondetafelbijeenkomst van de Nederlandse Taalunie over taalvariatie, 14 maart 2018, Rotterdam.

De Taalunie wil een taalbeleid gestalte geven met nadrukkelijke, positieve aandacht voor variatie in het Nederlands. Het lijkt ons belangrijk dat die benadering rekening houdt met de specifieke status van het Fries, Nedersaksisch en Limburgs, die als regionale talen wettelijk erkend zijn onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden van de Raad van Europa. We betreuren het dat het taalvariatiebeleid van de Taalunie een tendens vertoont om voorbij te gaan aan de maatschappelijke en publiekrechtelijke status van deze regionale talen en roepen de Taalunie op om zich expliciet te committeren aan hun specifieke status en erkenning. We hebben hiervoor de volgende argumenten: Lees verder >>

Is het Nederlands de eigen taal van alle Nederlanders?

Door Marc van Oostendorp

Deze tekening heeft niet zoveel met het onderwerp te maken, sorry.

“De eigen taal is bij uitstek het instrument voor het denken”. Wie zoiets schrijft in een pleidooi tegen het Engels in het hoger onderwijs – de classicus Anton van Hooff deed het deze week in Trouw – kan in bepaalde kringen kennelijk op bijval rekenen. Terwijl het een ui is van dubieuze aannamen.

De eerste rok: dat taal uberhaupt een ‘instrument’ is voor het denken. Het is een zeventiende eeuws idee: je leert een taal heel grondig, en dan kun je vervolgens heel scherp denken. Soms wordt dat ook gebruikt als argument voor de standaardtaal: iemand die zegt “ik ben groter als jij” is een slordige denker, want die ziet de verhoudingen niet scherp.

Ik heb nog nooit bewijs voor die stelling gezien. Er is natuurlijk een correlatie tussen het niveau van iemands opleiding en diens beheersing van de standaardtaal, en een correlatie tussen opleiding en het vermogen om analytisch na te denken, maar dat betekent nog niet dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen standaardtaal en denken, laat staan een causale relatie. Wel is er mogelijk een verband tussen het feit dat de mens taal heeft en dat de mens allerlei vrij ingewikkelde gedachten kan hebben die apen niet hebben – maar dat lijkt dan te gaan over taal in het algemeen, niet over specifieke standaardtalen. En vrijwel iedere mens heeft wel een taal. Lees verder >>