Tag: taaladvies

Numeri fixi, numerus fixussen of numerus fixi? Dat is geen groeneboekjeskwestie

Door Henk Wolf

Mensen in het Nederlandse taalgebied kennen ten onrechte allerlei vormen van autoriteit aan het Groene Boekje toe. Marc van Oostendorp deed dat recent ook, toen hij de vraag kreeg wat het meervoud was van numerus fixus.

Om die vraag te beantwoorden raadpleegde Marc het Groene Boekje. Tijdschrift Ad Valvas citeert hem als volgt: “Ik kan weinig anders doen. Een hoogleraar heeft geen betere toegang tot de norm dan een ander. Er zijn boekjes waar de norm in opgeschreven staat en die sla je dan open.”

Het Groene Boekje is alleen niet zo’n boekje. Er staat wel een norm in beschreven, maar dat is een spellingnorm: je kunt erin opzoeken op een bepaalde schrijfwijze is toegestaan onder de spelregels die de overheid zichzelf en het onderwijs heeft opgelegd.

Lees verder >>

Een aantal mensen is of zijn?

Door Marten van der Meulen

Een van de casus die ik onderzoek in het kader van mijn proefschrift is de kwestie ‘een aantal mensen is/zijn’. De laatste dagen heb ik flink wat data doorgespit, en dat heeft mij in ieder geval wat nieuwe inzichten gegeven. Meervoud of enkelvoud, dat gaat namelijk helemaal niet alleen maar over het werkwoord, maar ook over iets anders. En juist dat andere aspect laat heel duidelijk zien: ‘een aantal mensen’ is meervoud.

Regels

De traditionele interpretatie zegt dat ‘aantal’ het hoofd van de zelfstandig naamwoordgroep is. Aantal staat in het enkelvoud, en dus moet een opvolgend werkwoord ook in het enkelvoud staan. Dat levert dit soort zinnen op:

  • Een aantal mensen is gekomen.
  • Een aantal mensen las mijn blogpost.
Lees verder >>

Een toneelstuk over taaladvies?

Door Marten van der Meulen

Screenshot 2019-10-01 10.39.23Uitspraken over goede en foute taal vinden hun weg naar allerlei cultuurproducten. Een mooi voorbeeld is een scene uit de Amerikaanse versie van The Office, waarin uitgebreid wordt gediscussieerd over de bekende kwestie who/whom. Op mijn zusterblog Milfje zijn blogs over liedjes te vinden die metalinguistische uitspraken (uitspraken over taal) bevatten, zoals het reactionaire Word Crimes van Weird Al Yankovic. Peter-Arno Coppen wees me onlangs op een geval in Een tafel vol vlinders van Tim Krabbé. Overbekend in de literatuur is natuurlijk Pygmalion van Bernard Shaw (en alle verfilmingen en vermusicaliseringen zoals My Fair Lady), waarin ‘de juiste uitspraak’ een centraal element in het verhaal is. Maar wat volgens mij niet algemeen bekend is, is dat er ook een Nederlands toneelstuk is dat niet alleen over taaladvies gaat, maar zelfs over een (fictief) taaladviesgenootschap: De Spreektaalveredelingsbond van R.A. Kollewijn. Lees verder >>

Is ‘hele goede’ een taalfout?

Door Marten van der Meulen

De huidige campagne van het CDA zal nog enige tijd herinnerd worden. Niet vanwege de inhoud, wel vanwege de leus ‘Een Hele Goede Morgen’. Eerst was er al een tweet van filosoof en schrijver Ger Groot, die zich héél flauw (en onterecht) afvroeg of je “iemand ook een halve morgen [kan] wensen”. Nu werd ik gewezen op een ingezonden brief in NRC, waarin briefschrijver Ad Bouwen (Oosterhout) van deze leus zei dat ze een “massaal gemaakte taalfout” bevat. Voor iedereen die zich niet óf dood ergert aan deze vermeende fout óf aan het gezeur daarover biedt deze casus best een interessant onderzoeksobject: is ‘hele goede’ een taalfout?

Wat is een taalfout?

Op die ogenschijnlijk eenvoudige vraag bestaan meerdere antwoorden. De meest taalwetenschappelijke benadering (zie bijvoorbeeld Hubers & De Hoop 2016, of iedere lezing van Jan Stroop) zou zeggen dat een taalfout iets is wat echt niet voor kán komen. Het voordeel aan dit soort fouten is dat ze dan ook niet voorkomen. Niemand bedenkt ze, en niemand gebruikt ze. Een zin als de volgende bijvoorbeeld is volgens deze definitie fout:

  • Koe de mens slaan vinden op op

Lees verder >>

De data geeft de pedant ongelijk

Door Marc van Oostendorp

Als taalkundige kun je verjaardagsfeestjes waar intellectuelen zijn altijd enorm verlevendigen, bijvoorbeeld door te vertellen dat er niets mis is met”de data is onduidelijk”. Toch is dat wat Geoff Nunberg precies laat zien in een recent artikeltje;  in ieder geval in het Engels, maar ik vermoed dat de redenering inmiddels ook geldt voor het Nederlands.

Er zijn mensen die bezwaar hebben tegen het enkelvoudig gebruik van data. Ja, er zijn zelfs mensen die beweren dat zoiets ‘pijn aan hun oren’ doet. Die pijn is helaas nooit goed onderzocht. Het lijkt me logisch in een hersenscan kunt zien dat het mensen opvalt als er een vorm wordt gebruikt die volgens hen niet mag, maar mij is niet bekend dat zoiets ook aantoonbaar gepaard gaat met een onaangenaam gevoel.

Het komt misschien doordat ik zelf die ‘pijn’ niet voel, zoals het me in het algemeen niet veel pijn doet als iemand de dingen anders doet dan ik. De meeste mensen lopen links van hun fiets en ik liever rechts, maar mij doet dat geen pijn. Lees verder >>

Nederland of Holland?

Door Marten van der Meulen

Ik ben de komende tijd af en toe in het buitenland. Gevraagd waar ik vandaan kom antwoord ik in het Engels steevast ‘Holland’. Dat vind ik nou eenmaal makkelijker uit te spreken. Bovendien is het geografisch correct: ik ben Hagenees en kom dus ook uit dat deel van Nederland dat traditioneel ‘Holland’ wordt genoemd. Maar is het in algemene zin ook goed? Bedoel ik niet eigenlijk Nederland? Er zijn mensen die daar boos van worden, hoewel ze moeilijker te vinden zijn dan ik dacht. Hoe dan ook ben ik mijn taaladviescorpus ook weleens een advies hierover tegengekomen:

Nederland(s) en Holland(s) zijn synoniem. Met het woord Holland bedoelt men nooit de combinatie Noord- en Zuid-Holland. „Is, Neêrland, dit uw beeld?” vraagt Helmers in zijn gedicht De Hollandsche Natie. De Nederlandse maagd en een Hollandse jongen, de Nederlandse Leeuw en de Hollandse haring. (Charivarius 1940:42)

Gebruik liever Nederland, Nederlandsch en Nederlander als u ons vaderland en zijn bewoners bedoelt, en Holland, Hollandschen, Hollander alleen ter aanduiding van de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland. (Taalclub 1943:65)

Wij dienen, sprekend over ons land, de term [Holland] te vermijden. (Apeldoorn & Pot 1983:142)

Hollands = van/uit Noord- en/of Zuid-Holland Nederlands = van/uit Nederland
* Duitsland importeert veel Hollandse landbouwproducten.
Duitsland importeert veel Nederlandse landbouwproducten.
* Holland wint hopelijk van Italië.
Nederland wint hopelijk van Italië. (Van der Pol 1996:192)

Het is een vrij zeldzaam probleem, met maar vier voorkomens (als iemand er nog eentje kent houd ik me aanbevolen), maar toch is het interessant. Lees verder >>

Standaardnederlands op school

Door Jan Uyttendaele

In mijn bespreking van Nederlands voor Taalhelden heb ik de wens geuit dat de Taalunie ooit eens een publicatie voor het onderwijs zou laten verschijnen, waarin duidelijkheid wordt gegeven over het standaardtalige gebruik van een aantal courante schooltermen. Wat is het nu eigenlijk: kopies of kopieën, klassenleraar of klastitularis, nota’s of notities, beraadslagen of delibereren, bordveger of bordenwisser, quoteren of beoordelen, onderlijnen of onderstrepen, schoolagenda of klasagenda, uurrooster of lesrooster enz.? Wat is precies het verschil tussen verlof en vakantie, alinea en paragraaf, synthese en samenvatting, examen en proefwerk enz.? Ook in mijn bespreking van het boekje Hoe Vlaams mag uw Nederlands zijn? heb ik gepleit voor de publicatie van een woordenlijst met taaladvies voor leraren. Ik ben er nog altijd van overtuigd dat we daarmee met name de Vlaamse leerkrachten een grote dienst zouden kunnen bewijzen, maar ik heb moeten constateren dat mijn wens bij de Taalunie (en elders) in dovemansoren is gevallen. Ik heb dan maar zelf het initiatief genomen en ik heb zelf zo’n (beperkte) lijst samengesteld en gepubliceerd op de website van KlasCement, het leermiddelennetwerk van het Departement Onderwijs en Vorming van de Vlaamse Gemeenschap. <Zie hier.> Lees verder >>

Een kloek Groen Boek


“Een kloek boek! Handzaam en in een mooi formaat” was het verse oordeel van de eerste bezitster van het nieuwe Groene Boekje, minister Jet Bussemaker (zonder tussen-n). Nadat afgelopen dinsdag de nieuwe Dikke Van Dale was verschenen, was het nu de beurt aan het Groene Boekje, heel toepasselijk in de Week van het Nederlands. De aanwezigen in het Spaansche Hof in Den Haag luisterden aandachtig naar de overduidelijk vooraf ingestudeerde woorden.

Tijdens de ontvangst in een zaal met groene gordijnen mochten zij al groene sapjes drinken en groene petitfourtjes proeven. Zelfs de stropdassen van de obers waren groen! In de presentatiezaal was het Groene Boekje in de hand van de minister echter het enige van die kleur en de metallic kaft blonk hierdoor nóg meer. (Want ja, het nieuwe Boekje glimt!)

Lees verder >>

Klik hier om verder te gaan

Door Marc van Oostendorp


Vanochtend werd ik wakker en dacht: ja, het woord klikken zal nog lang blijven bestaan! En niet alleen in de betekenis ‘je klasgenootje verraden bij een volwassene’ , maar ook in die van de betekenis van ‘een hyperlink openen’.

Ik heb ooit geschreven over klik hier. Ik ben een groot bewonderaar van die constructie. Ik vind de hyperlink toch al de mooiste uitvinding van de afgelopen decennia, en ik vind dat zo’n hyperlink het beste kan worden ingeleid door de woorden klik hier. Dan weet je als lezer waar je aan toe bent. Wanneer er ergens staat:

– Door de opwarming van de aarde is er meer algengroei.

weet je niet precies wat je onder die aanklikbare letters moet verwachten. Je kunt dus beter zeggen:

– Door de opwarming van de aarde is er meer algengroei (klik hier voor schokkende cijfers)

Lees verder >>

Pas verschenen: Over Taal (jrg. 52, nr. 4)


In het nieuwe nummer van Over taal, tijdschrift over taal, tekst en communicatie, onder meer een artikel van Els Heindrickx over ‘de invloed van lexicale taaladviezen op Belgisch-Nederlandse krantentaal’:

‘Kunnen taalnormen de taalrealiteit beïnvloeden? Met andere woorden: slagen taaladviseurs erin om bepaalde taalvormen uit het taalgebruik te weren en andere te promoten?’ Op die vraag heeft Els Hendrickx een antwoord geformuleerd in haar proefschrift.

Lees verder >>

Wie is de baas over de taal?

Door Wannie Carstens

Wannie Carstens is hoogleraar Afrikaanse taalkunde en lid van de Afrikaanse Taalraad. Hij zal vanaf nu regelmatig in zijn moedertaal bijdragen aan Neder-L.

Op 15 Junie vanjaar was daar in Leiden ‘n publieke simposium wat georganiseer is deur die Leiden University Centre for Linguistics (LUCL) van die Universiteit Leiden. Hierdie simposium is aangebied in die bekende Academiegebou op die Rapenburg in Leiden.  Die organiseerders van die byeenkoms was proff. Jaap de Jong en Marc van Oostendorp, beide verbonde aan LUCL. Die simposium is besonder goed bygewoon en die saal was vol. En dit op ‘n Saterdagmiddag! Die kwessie van taal is duidelik van groot belang vir Nederlanders en dit is ook goed so. Die aanwesiges het volgens wat ek kon waarneem, uit ‘n groot verskeidenheid velde gekom: akademici, onderwysers (leraars), studente, belangstellende lede van die publiek.

Die sprekers het ook uit ‘n verskeidenheid vertrekpunte gekom:
Lees verder >>

Kommarust, komma, en rust

Door Marc van Oostendorp

Milfje Meulskens vertegenwoordigt de jeugd in de Nederlandse taalblogrepubliek. Zij is een creatie van twee jonge aanstormende taalkundigen en schrijft op haar blog over taal en af en toe over seks.

Zo ging het deze week over de komma. Milfje haalde een interessante kwestie aan: het verschil tussen de volgende twee zinnen.

Hier sta ik op de foto met mijn vrienden, Piet, en Jan.
Hier sta ik op de foto met mijn vrienden, Piet en Jan.

Lees verder >>

‘Het is naar ons zin’. Ons?

Door Marc van Oostendorp

Ik heb een vriendin die taaladviseur is in hart en nieren. Terwijl we thee drinken, zit ze nog e-mails te beantwoorden van mensen die worstelen met allerlei vragen over of je dit wel kan zeggen, of dat. Gisterenavond was ze bezig met iemand die zich afvroeg of je moet zeggen ‘het is naar ons zin‘ of ‘het is naar onze zin‘.

Tja, wat is daar nu weer het antwoord op?
Lees verder >>

Nooit geen taaladvies

Vraag me niet waarom, maar gisteren verkeerde ik ineens op de website taaladvies.net. Wat een vreemde wereld is dat toch, de wereld van het taaladvies! Er is voortdurend iemand aan het woord die autoriteit wil bekleden, maar daar zelf niet echt in gelooft.

De website wordt onderhouden door de Nederlandse Taalunie, de Vlaams-Nederlandse overheidsorganisatie voor het taalbeleid. Hij wordt bij mijn weten gevuld door een commissie van ‘taaladviseurs’, mensen die er hun beroep van maken anderen van advies te dienen over correct taalgebruik.

Het probleem daarbij is dat niemand weet wat ‘correct’ precies is, of wie dat bepaalt. Eigenlijk zou de overheid dat moeten doen, of in ieder geval die commissie in dienst van de overheid. Maar die willen dat om de een of andere reden niet, die schuiven het af op anderen. Maar wie dan? Dat is volkomen onduidelijk.
Lees verder >>

Een denkpiste

‘Ook Nederlander De Zeeuw piste in Anderlecht’.

Dat was de krantenkop die ik van een facebookvriend doorgespeeld kreeg, met de opmerking ‘Wàt deed die Nederlander precies in Anderlecht?’ Glimlachje, om de dubbelzinnigheid van die titel. Want ‘piste’, dat kan natuurlijk zowel een zelfstandig naamwoord zijn als de verleden tijd van het werkwoord ‘pissen’. Foei toch. Grijns. Denkt waarschijnlijk elke Vlaming die deze titel onder ogen krijgt.

De doorsnee-Nederlander zal waarschijnlijk eerder de wenkbrauwen fronsen, net omdat die evidente Vlaamse dubbelzinnigheid hem ontgaat. Waarom piste die De Zeeuw nou in Anderlecht? Want ‘piste’ (of beter ‘denkpiste’), in de betekenis van ‘optie’ of ‘denkspoor’, dat is typisch Vlaams, of Belgisch Nederlands zo u wil.

Lees verder >>

Boekpresentatie en studiedag: Text editing: A Handbook

Op 21 september wordt tijdens een studiedag in het historische Hof Van Liere van de Universiteit Antwerpen Text editing: a handbook for students and practitioners voorgesteld. 
De sprekers zijn prof. dr. Jan Renkema (Universiteit Tilburg), dr. David Owen (Universitat Autònoma de Barcelona) en Catherine Grady (Copy Editing Antwerp) en de auteurs, prof. dr. WAM Carstens (Noordwes-Universiteit Suid-Afrika), John Linnegar (Edit and Train South Africa) en prof. dr. K. Van de Poel (Universiteit Antwerpen).

Lees verder >>

Schrijfwijzer (8 en slot): Vol op het orgel

 

De interessantste opmerking in de discussie over de Schrijfwijzer werd uiteindelijk gisteren gemaakt door Jan Renkema, de auteur van het besproken werk. In een reactie die gisteren tegelijkertijd verscheen op de Facebook-pagina van de Schrijfwijzer (alleen voor mensen met een Facebook-account, vermoed ik) en hier op Neder-L (u moet een beetje scrollen, het stukje van Renkema staat tussen de reacties.)

Het lijkt me flauw om hier weer een weerwoord te geven op Renkema’s weerwoord. Ik ben blij dat hij gezegd heeft wat hij wilde zeggen, en bovendien is het nu ook weer niet nodig om te kissebissen over details. Het lijkt me duidelijk dat Renkema en ik twee verschillende stijlen vertegenwoordigen om over taal na te denken en te schrijven.

De interessante opmerking staat aan het begin:

Lees verder >>

Schrijfwijzer (7): ‘Wat heb ik daar nu aan, sprak de leek onzeker.’

Wat voor beeld van ‘de taalgebruiker’ heeft Jan Renkema, de auteur van de Schrijfwijzer, waarvan onlangs de vorige editie verscheen? Hij geeft er zelf een duidelijk beeld van in de volgende passage, waarin hij die taalgebruiker tegenover de ‘taalkundige’ zet:

De taalgebruiker wil een voorschrift, een norm. De taalkundige kan vanuit zijn beroep alleen maar zeggen: zo zit taal in elkaar. Dit spanningsveld staat bekend als de spanning tussen prescriptie (voorschrijven) en descriptie (beschrijven).

Waarom die taalkundige er hier bij gehaald wordt, snap ik ook niet zo goed, er is in de voorafgaande tekst geen aanleiding voor. En ook niet waarom je er niets aan zou hebben om te weten hoe taal in elkaar zit, als je een norm wil hebben: wat is nu eigenlijk de ‘spanning’ tussen voorschrijven en beschrijven? Waar komt de norm dan wel vandaan, als hij niet komt van hoe taal in elkaar zit?

Lees verder >>

Schrijfwijzer (6): Niet bijgewerkt

Is het verstandig de nieuwe Schrijfwijzer aan uw zestienjarige nichtje cadeau te doen voor haar verjaardag? Alleen wanneer ze een buitengewone belangstelling heeft voor de Nederlandse geschiedenis van de afgelopen dertig jaar, want anders zal ze veel voorbeelden niet kunnen begrijpen.

Zo legt het boek anno 2012 uit dat er variatie is in woordenboeken aan de hand van vier definities van het begrip hollanditis – een woord dat een Amerikaanse generaal in de jaren tachtig introduceerde om de Nederlandse onwil te karakteriseren om kernwapens te plaatsen. Zal er iemand zijn onder de veertig die dat een leuk, aansprekend voorbeeld vindt? Op dezelfde pagina (196) gaat het over een troonrede waarin de zinsnede Het land is schoner geworden, met name lucht en water. Die zin stamt uit 1988. (De formulering was ook net iets anders: “Het land is de afgelopen jaren schoner geworden. Dat geldt met name voor lucht en water.”)

Lees verder >>

Schrijfwijzer (5): Digitaal en papier

De afgelopen week heb ik een aantal aspecten van de Schrijfwijzerwebsite besproken. Het wordt nu tijd voor het echte werk – althans, uit alles wordt duidelijk dat de auteur zelf het gedrukte boek als het echte werk beschouwt.

Kenmerkend is een passage als de volgende (uit het voorwoord, p. 12):

Een boek leent zich niet zomaar voor digitale weergave: ‘browsen’ is toch iets anders dan bladeren. Informatie op scherm moet vaak anders geordend worden dan op papier, al was het alleen maar omdat lezen van een scherm zoveel lastiger is dan van papier.

Tja.

Lees verder >>

Schrijfwijzer (4): Tussenbalans

De afgelopen dagen heb ik enkele van mijn belangrijke bezwaren tegen de nieuwe Schrijfwijzer geïllustreerd aan de hand van een paar video’s op de Schrijfwijzer-website: Renkema propageert een ouderwetse norm, hij biedt steun aan mensen die geen steun verdienen (bijvoorbeeld omdat ze schrijvers van rouwberichten uitlachen), en hij legt de regels onnodig onduidelijk en onjuist uit.

Ik experimenteer ondertussen met de vorm van live recenseren. Mij bevalt het wel, omdat u als lezer op mijn vingers kunt meekijken en ook nog wat kunt terugzeggen. U bent gelukkig ook kritisch (op mij) terwijl u tegelijkertijd beleefd blijft (tot nu toe). Dat gebeurt veel te weinig, als het over taalzaken gaat, discussiëren op niveau. Beter gezegd: dat gebeurt eigenlijk niet, meestal bralt men maar wat.
Lees verder >>

Schrijfwijzer (3): De eeuwige taalvraag

De nieuwe Schrijfwijzer is een multimedia-project: naast het boek is er een uitgebreide website die deels afgeschermd is voor kopers van het boek (in het boek staat een toegangscode) maar ook deels openbaar. Voor de recensent is dat prettig, zeker als die recensent problemen heeft met het boek: iedereen kan controleren wat ik over de website zeg en daar zijn eigen oordeel over vormen.

Daarom nog één keer een video. Dan houd ik er mee op en ga ik over naar de geschreven teksten. De volgende video introduceert een volgend probleem: de manier waarop Renkema ingewikkelde kwesties uitlegt. Bijvoorbeeld die over de vraag welke persoonsvorm moet worden gebruikt in “De reizigers wordt/worden verzocht” – volgens Renkema zelf ‘de eeuwige taalvraag’:

Lees verder >>

Schrijfwijzer (2): De rouwadvertentie

De Schrijfwijzer maakt mensen bang om te schrijven, schreef ik gisteren. Hij doet dat door mensen erop te wijzen dat er op de wereld allerlei zeurkousen zijn die overal van alles en nog wat op aan te merken hebben. Zelf presenteert Renkema zich niet als zo’n zeurkous, hij wijst er alleen maar op dat die mensen er zijn (met enige kwade wil zou je kunnen zeggen: hij verschuilt zich achter hen) en dat je je tegen hun ‘taalkritiek’ moet wapenen. Daar zijn zijn adviezen voor bedoeld, voor het wapenen tegen taalkritiek door eraan tegemoet te komen.

Dat Renkema daardoor de criticasters bevestigt in hun denkbeelden, blijkt telkens weer in heel het multimedia-project van de SchrijfwijzerHier is nog een video van de website die het probleem nog duidelijker illustreert:
Lees verder >>

Schrijfwijzer (1): ‘Goed geprobeerd, maar het werkt niet’

De Schrijfwijzer van Jan Renkema is misschien wel hét Nederlandse boek over taal van deze tijd: er zijn in de afgelopen 30 jaar 450.000 exemplaren van verkocht.  Deze week verscheen een nieuwe editie, mét een website. Ik wil de komende weken die Schrijfwijzer en die website eens gaan uitpluizen, hier op Neder-L. Wat is dat voor boek? Wat vertelt het ons over de taal aan het begin van de 21e eeuw? En klopt dat wel?


Om met dat laatste te beginnen: ik denk dat de Schrijfwijzer inmiddels veel te ouderwets is – dat de revisies niet geholpen hebben, dat het boek een toon aanslaat en adviezen geeft die in de afgelopen dertig jaar achterhaald zijn en dat belangrijke nieuwe vragen niet beantwoord worden. Het is bang voor de elektronische media, het is bang voor oude zeurkousen, bang om iets uit te leggen. Het is een bang boek.
Lees verder >>