Tag: taal

Abent omnes uolucres

Over het oudste Nederlandse zinnetje Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu is al van alles en nog wat geschreven. Dat het helemaal niet het oudste Nederlandse zinnetje is. Dat het geen Nederlands is. Dat het een liefdesgedicht is. Dat het een religieus gedicht is. Dat het door een monnik geschreven is. Dat het door een vrouw geschreven is. Lees verder >>

‘Zijn koffie zwart drinken’ is dubbelzinnig

Jan-Wouter Zwart denkt dat de zinsbouw van menselijke taal heel eenvoudig in elkaar zit. Dat is vermoedelijk de reden waarom het interview in NRC Handelsblad afgelopen zaterdag geen eenvoudige lectuur was. Een simpel idee kan in zijn uitwerking heel ingewikkeld zijn.

Het is overigens wel een prettig stuk om te lezen, vind ik, al is het maar omdat er eens wordt afgerekend met het eeuwige idee in de wetenschapsjournalistiek dat er een gigantische strijd aan de gang is tussen mensen die denken dat taal aangeboren is en mensen die denken dat dit niet zo is. Zwart legt overtuigend uit dat die filosofische kwestie er voor het handwerk van de grammaticus nauwelijks toe doet.

Waarom is het artikel dan ingewikkeld? Lees verder >>

Het meest droog

Ik heb het misschien al honderden of duizenden keren gelezen, maar maandag viel mijn oog er ineens op: een zinsnede in het korte weerbericht van de Volkskrant:

– In het zuiden is het meest droog.

Wat een raar gebruik van het woord meest, dacht ik ineens, zo als bijwoord. Ik schreef erover op Twitter en Rutger Kiezebrink van de Taaladviesdienst meldde onmiddellijk dat het in Van Dale staat, met als betekenisomschrijving ‘meestal’ en als voorbeeld:

Lees verder >>

Niet in het minst

Gisteren werd bekend dat J.L. Heldring (94), de grand old man van de Nederlandse (taal)columnistiek, ermee ophoudt: vanavond staat zijn laatste column in NRC Handelsblad. Volgens de berichten houdt hij ermee op omdat de ‘inspiratie’ op is.

Heldring schreef al jarenlang niet meer over taal, maar lange tijd besteedde hij in zijn rubriek regelmatig aandacht aan het onderwerp. Zoals dat in de vaderlandse journalistiek nog steeds een beetje geldt betekende aandacht voor taal daarbij eigenlijk alleen: aandacht voor taalfouten. Heldrings laatste taalstukje dateert van veertien jaar geleden en staat nog op het internet.

Lees verder >>

EYE: ’n doorn in ‘t OOG

Woensdag 4 april vond in Amsterdam de opening plaats van ‘t nieuwe filminstituut, door de koningin nog wel. Dat instituut heet EYE. Ik dacht eerst dat dat was omdat ’t gelegen is aan ’t Amsterdamse IJ; u kent toch de hedendaagse uitspraak van die ij, maar nee het is ’t Engelse woord voor OOG.

Het zal wel geen toeval zijn dat die opening gepland is in de week voor Pasen. Dat is immers de beste tijd om ons vertrouwd te maken met de juiste uitspraak van dat EYE:

Lees verder >>

Hebbie en heppie

Terwijl u lekker de hele dag op een terrasje zit, gaat het werk aan het Taalportaal gewoon door — een website van een groep taalkundige van een aantal Nederlandse universiteiten en onderzoeksinstellingen die de hele grammatica van het Nederlands én het Fries wetenschappelijk in kaart willen brengen.

Ah, nu jok ik. Het werk aan dat Taalportaal gebeurt ook soms op een terras, waar ik gisteren een espresso kreeg van Ton van der Wouden en we spraken over het verschil tussen hebbie en heppie. Ton en ik zijn allebei Zuid-Hollanders en we waren het er al snel over eens dat de volgende twee zinnen iets verschillends betekenen:

  • Hebbie dat gedaan?
  • Heppie dat gedaan?

De eerste zin betekent ‘heb je dat gedaan’ en de tweede ‘heeft hij dat gedaan’. Niet iedereen is het daarmee eens. In Leiden is er bijvoorbeeld een muurgedicht te zien met een tekst van Joke van Leeuwen:
Lees verder >>

Een oor aangenaaid

Er wordt tegenwoordig veel geklaagd over studenten die niet kunnen spellen en de onderwijsinspectie zit er terecht bovenop. Maar hebt u wel eens geluisterd naar Nederlanders die voorlezen? Dat is een ramp. In een op de drie zinnen word je op ’t verkeerde been gezet doordat de voorlezer de zinsklemtoon legt op ’n woord dat geen nadruk mag hebben. Ook presentatoren van radio en TV en zelfs nieuwslezers zijn er niet vrij van, maar ’t stoort blijkbaar niemand. We zijn zo gewend om de boodschap te ‘decoderen’ dat we ’t niet eens merken. Misschien omdat we maar met een half oor luisteren of aan een half woord genoeg hebben.  
Als in de verkeersberichten van de ANWB geadviseerd wordt om een andere ROUTE te kiezen, dan ‘weten’ we dat hier bedoeld wordt een ANDERE route te kiezen. Luister nu eens naar deze zin:
Job Cohen heeft op een persconferentie toegelicht waarom hij heeft besloten de POLITIEK te verlaten (Radio-journaal, 20-2-2012)
Die moet natuurlijk begrepen worden als: Job Cohen heeft op een persconferentie toegelicht waarom hij heeft besloten de politiek te VERLATEN

Lees verder >>

Marie z’n fiets is kapot

Door Marc van Oostendorp

Het Twents is volgens de cabaretier Herman Finkers ‘de oudste nog levende wortel in het Nederlandse taalgebied’. Hij schrijft dat in het nieuwe nummer van Onze Taal, dat gisteren in de bus lag. Finkers legt niet echt uit waarop hij deze classificatie baseert — hoezo ‘het oudst’ —, maar dat maakt niet uit, want zijn opsomming van allerlei bijzondere eigenschappen van zijn geliefde streektaal is fijn genoeg om te lezen. Ik ontdekte bijvoorbeeld een nieuwe manier van beleefd zijn in het Twents:

Lees verder >>

Wim Daniëls, volkstaalkundige

Wim Daniëls heeft inmiddels misschien wel net zo veel taalboeken geschreven als alle andere Nederlandse taalkundigen bij elkaar. Daarnaast ontplooit hij allerlei andere activiteiten: hij was een van de initiatiefnemers van het Witte Boekje, hij is stadsdichter van Helmond, hij treedt op in onder andere een eigen cabaretvoorstelling over de voornaam Wim, en dat is nog maar een bescheiden selectie. Lees verder >>

Waneer? Heb jij je school wel afgemaakt?

Op Twitter is een zekere Jan Berens actief (@jan_spellingman) die onvermoeibaar de hele dag het netwerk lijkt te monitoren op spelfouten. Zodra hij er een vindt, stuurt hij de Twitteraars — zo te zien volslagen onbekenden — berichtjes zoals:

– het is mij een doorn in het oog als mensen “locale” en niet “lokale” twitteren
– Hier spreekt een neerlandicus. Doe er je voordeel mee. “pauze” en niet “pause”!
– zelfs mijn demente moeder weet dat je “elektron” schrijft en niet “electron”
– Mijn eerste les is gratis. Het is “akkoord” en niet “akoord”.
– Ik krijg er altijd zo’n pijn in mijn buik van als mensen “Russich” in plaats van “Russisch” schrijven.
– Heb jij je school wel afgemaakt? Het is “wanneer” en niet “waneer”.

Lees verder >>

Levelen over cijfertjes

Niemand begrijpt zo goed hoe je vertrouwen kunt wekken met taal als de banken, of in ieder geval hun reclamebureaus. De bedrijfstak heeft de afgelopen twintig jaar bijna iedere vorm van Nederlands ingezet: van het met een donkerbruine stem uitgesproken model-Nederlands van de Van Lanschot-reclames via de (min of meer ironische) ballerige toon van de ABN Amro in de jaren negentig tot en met het licht Limburgse accent van de SNS Bank.

Het zijn allemaal manieren om te laten horen dat de mensen (‘de consumenten’ zoals de bankiers dat vast noemen) je vertrouwen kunnen omdat jij spreekt zoals zij: bedachtzaam of juist opgewonden, deftig of juist volks. De taal van de bankreclames is een goede thermometer voor het maatschappelijk klimaat: wie praat als een bankreclame is kennelijk betrouwbaar. In de jaren tachtig was dat de donkerbruine stem, in de jaren negentig de brallende bal. Wat vertellen de nieuwste reclames ons over de huidige tijd?

Lees verder >>

Polmo en andere vergeten ezelsbruggetjes

De mens is voortdurend van alles en nog wat uit zijn hoofd aan het leren en na een tijdje gaat hij dood en is al die kennis verloren. (‘Ja, ik dacht, het wordt tijd voor een opbeurende gedachte op de zaterdagochtend.’) Ik denk bijvoorbeeld vaak aan het bijbelboek Prediker: ‘wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart.’ (‘Als ik dood ben, is dat citaat ook alweer een vindplaats armer.’)

In de nieuwe bundel Ademhalen onder de maan van Ingmar Heytze staat een gedicht dat ook over dit onderwerp gaat en het daarom verdient uit het hoofd geleerd te worden: Lees verder >>

Nieuw Gronings onderzoek naar taalbegrip

Moeilijke tijden voor modellen van taalbegrip

Het is eigenlijk een wonder: de werking van je hersenen tijdens het begrijpen van taal is te meten op je hoofd in de vorm van uiterst zwakke elektrische signalen op de hoofdhuid. Als de zin ‘Jan besmeerde zijn brood met…’ wordt afgemaakt met het woord ‘sokken’, zorgt dat bij de lezer voor een zogenaamde N400. Dat is een negatieve piek in het signaal die optreedt 400 milliseconden nadat de lezer ‘sokken’ heeft gezien. De meeste onderzoekers denken dat deze N400 een maat is voor het gemak waarmee een zin begrepen wordt. Harm Brouwer laat in een artikel in Brain Research zien dat deze lezing fout is. Ten minste vijf modellen van taalbegrip zullen daardoor vrijwel zeker het veld moeten ruimen.

John Hoeks, de wetenschappelijke begeleider van Brouwer, onderzocht in 2004 samen met collega Laurie Stowe het verwerken van zinnen als ‘De witte tanden hebben het kind gepoetst’. Ze verwachtten dat lezers moeite zouden hebben met het begrijpen van dit soort zinnen, wat zou moeten resulteren in een N400. Die vonden ze echter niet. Betekende dit nu dat taalgebruikers grif accepteren dat tanden ook kinderen kunnen poetsen? Of zijn de lezers – wellicht tijdelijk – in de greep van een `Semantische Illusie’?
Lees verder >>

Het Nederlands beschermen: ha, ha, ha!

Gisteren werd bekend dat de Stichting Nederlands haar jaarlijkse ‘Lofprijs’ heeft uitgereikt aan de cabaretier Herman Finkers. Dat nieuws zal niet de voorpagina’s halen — die stichting, die zich vooral inzet tegen de invloed van het Engels op het Nederlands, is klein en het is niet duidelijk hoe de keuze precies tot stand komt. En toch is de keuze ook opvallend en een teken aan de wand.

Finkers heeft vorig jaar al de Groenman-taalprijs gewonnen, een grotere en prestigieuzere prijs op dit gebied: de Nobelprijs voor de Nederlandse taal. En het eigenaardige is: die prijs gaat overwegend naar cabaretiers.
Lees verder >>

Het nieuwe ‘lijkt’

Dit weekeinde werd er wel even gejuicht op de Neder-L-burelen (normaal gesproken een plaats voor stille contemplatie) toen de nieuwe column van Peter Middendorp op de website van de Volkskrant verscheen.

Middendorp is de beste stilist onder de Nederlandse parlementaire verslaggevers. Deze keer schreef hij eindelijk iets op in een officiële bron dat we al heel lang om ons heen horen en in informele mails ook wel lezen, maar dat ons nog nooit in een krant of boek was opgevallen (het stukje gaat over het Limburgse Statenlid Cor Bosman, ex-PVV’er):

Lees verder >>