Tag: taal

Ben gebiedend

Ben de eerste om een vraag te stellen‘. Zo’n rare gebiedende wijs, dat vond een vriend van me deze week echt iets voor mij. Via de e-mail stuurde hij me het bovenstaande plaatje. En er is inderdaad iets mee, met die gebiedende wijs van zijn. ‘Wees de eerste…’ zou het moeten luiden volgens de schoolmeesters, maar dat klinkt ook mij een beetje plechtig in de oren. Daar moet dus iets anders voor gevonden worden.
Maar waarom ben? Dat ben ik eens gaan uitzoeken. Lees verder >>

Nieuw artikel neerlandistiek.nl

In het Open Access-tijdschrift voor de neerlandistiek, neerlandistiek.nl, is onlangs de oratie gepubliceerd van Jos van Berkum. Hij hield deze rede onlangs ter gelegenheid van zijn benoeming als hoogleraar Discourse, Cognitie en Communicatie aan de Universiteit Utrecht. De redactie van neerlandistiek.nl vroeg een taalkundige en een letterkundige om een openbare review te schrijven naar aanleiding van Van Berkums oratie.

De artikelen van neerlandistiek.nl zijn vrij toegankelijk te bezoeken op http://www.neerlandistiek.nl/

De drie artikelen, de oratie met als titel ‘Zonder gevoel geen taal’ en daarnaast de reviews van Ad Foolen (Radboud Universiteit Nijmegen) en Frank Brandsma (Universiteit Utrecht) vindt u in jaargang 2012 van neerlandistiek.nl. Komend jaar hoopt de redactie te komen met een mooi aanbod van nog meer neerlandistische artikelen en daarnaast themanummers.

Djoegoe-dinges

Karel van het Reve heeft weleens op de radio verteld wat zijn grote wetenschappelijke droom was: heel nauwkeurig vast leggen wat een gemiddelde mens (westerling, Nederlander) zoal allemaal weet en denkt en gelooft. Je laat een aantal onderzoekers maandenlang met een aantal representatieve proefpersonen verkeren en ze eenvoudigweg alles opschrijven: mannen hebben meer haar op hun armen dan vrouwen, de baas van Apple was vroeger Steve Jobs, maar die is nu dood, kersen groeien aan bomen, Rotterdam is een grotere stad dan Gouda, de negende symfonie van Beethoven is een hoogtepunt van de westerse cultuur. Je kunt vervolgens mensen gaan vergelijken, of het experiment over vijftig jaar overdoen om te zien wat er veranderd is. Lees verder >>

F en v

In het Taalportaal proberen we alle beschikbare wetenschappelijke kennis vast te leggen over het Nederlands. Dat gaat soms over subtiliteiten. Wat is precies het verschil tussen een f en een v in het Nederlands? Je zou soms bijna denken dat het er niet is. Bij veel sprekers — vooral die uit de Randstad, maar zeker niet alleen maar bij hen — valt het verschil bijna niet te horen, en ook moeilijk te meten.
Lees verder >>

Het gaat allemaal om mij

Gisteren kreeg ik weer een mail van Hans, een leraar Nederlands als tweede taal die mij af en toe vragen doorspeelt die hij van zijn studenten kreeg. Deze keer vroeg hij:

– Het gesprek gaat om hem
– Het gesprek gaat over hem

Is daar verschil tussen? Meestal betekent Het gaat om X: Het belangrijkste is X (bijv.: Het gaat om de knikkers, niet om het spel) Maar is er ook een betekenis van “om” = “over” = “betreffende”?

Tja, is er een verschil tussen? Ik kon het in geen naslagwerk vinden, maar ik denk eigenlijk dat het verschil dat Hans beschrijft toch ook in deze zinnen een rol speelt. Het gesprek gaat om hem suggereert meer dat hij echt de inzet van het gesprek is, hij is niet zomaar vrijblijvend het onderwerp van uitwisseling van allerlei wetenswaardigheden. In dat laatste geval zou je liever Het gesprek gaat over hem gebruiken.

Kwesties als deze zijn moeilijk wetenschappelijk vast te stellen. Het valt niet op te googelen (je zou voor iedere vindplaats de subtiele betekenis moeten vaststellen en dat kan alleen een mens doen). Je zou een experiment kunnen doen en mensen kleine verhaaltjes geven die ze dan op een van deze twee manieren moeten aanvullen. Dat zou interessant zijn, maar dat lukt niet meer op deze vrijdagmiddag.

De koning van Frankrijk onderzoeken

De filosoof Bertrand Russell (1872-1970) dacht zo’n honderd jaar geleden jarenlang na over een zin, maar had misschien niet voorzien dat er aan het begin van deze eeuw nog steeds over zou word nagedacht. Toch zag ik onlangs op een congres een presentatie van twee Hongaarse collega’s die er helemaal gewijd aan was en waar ik sindsdien over nadenk:

– De huidige koning van Frankrijk is kaal.

De vraag is: is deze zin nu waar of onwaar? Hij kan niet waar zijn, want er is nu eenmaal geen koning van Frankrijk. Maar als een zin onwaar is, verwacht je dat de ontkenning van die zin waar is (De huidige koning van Frankrijk is niet kaal), maar ook dat lijkt niet juist.

Russell dacht dat iedere zin waar of onwaar moet zijn, en probeerde daarom te bewijzen dat alle zinnen over de Franse koning onwaar zijn, omdat ze niet met de werkelijkheid corresponderen. Latere denkers vonden dat het beter is om verschil te maken tussen Russells zin en écht onware zinnen, zoals De koningin van Nederland is kaal. Russels zin is waar noch onwaar.

De volgende stap was dat bleek dat niet iedere zin over de koning dat ongemakkelijke gevoel geeft halverwege de waarheid te zitten. Sommige zijn veel duidelijker onwaar:

– De huidige koning van Frankrijk zit op deze stoel in de hoek van de kamer.
– De huidige koning van Frankrijk is deze week op staatsbezoek in Australië geweest.

Waarom is bijvoorbeeld die laatste zin nu duidelijker onwaar dan die van Russell, zelfs als je toevallig niet het staatsbezoekenschema van Australië in je hoofd hebt zitten? Volgens de filosofen had het er iets mee te maken dat we in deze zinnen een apart zelfstandig naamwoord hebben dat een welomschreven object in de echte wereld aanduidt (deze stoel, staatsbezoek in Australië deze week), aan de hand waarvan je de waarheid van de zin kunt controleren. Zelfs als je niet precies weet wie er allemaal ‘down under’ geweest is, kun je het uitzoeken en je weet dan eigenlijk wel zeker dat die koning daar niet bij was. De Russel-zin zegt alleen iets over iemand die niet bestaat, de andere zinnen ook over dingen die makkelijk te controleren zijn. Daarom horen die laatste zinnen meer tot ‘onze wereld’ en geven ze een duidelijker gevoel van onwaarheid.

Hopeloze filosofische haarkloverij? In de tijd van Russell zou je dat misschien kunnen zeggen, maar in deze tijd, waarin het steeds belangrijker wordt dat computers ook mensentaal begrijpen (bijvoorbeeld om razendsnel en met enig begrip voor ons in teksten te zoeken en zin en onzin te onderscheiden) kun je dat eigenlijk niet meer zeggen.

Alleen volstaat dan de methode niet meer die de filosofen sinds Russell gebruikten: ze bedachten een zin en gingen bij hun eigen gevoel te rade of hij nu wel of niet waar kon worden genoemd. Mijn Hongaarse collega’s hadden daarom in een experiment een groot aantal beweringen over de Franse koning voorgelegd aan gewone (Engelse) taalgebruikers. Hoewel de verschillen heel subtiel zijn, bleken de gevoelens van die proefpersonen zeer nauw aan te sluiten bij die van de filosofen. Ze bleken zelfs nog wat subtieler: er bleek een verschil te ontstaan tussen de volgende twee zinnnen:

– Over Sarkozy gesproken, de huidige koning van Frankrijk kwam onlangs bij hem eten.
– Over de huidige koning van Frankrijk gesproken, Sarkozy kwam onlangs bij hem eten.

De eerste zin is onwaarder dan de tweede; de tweede is ongemakkelijker dan de eerste. Dat klopt met wat de filosofen bedachten: de eerste zin gaat echt over Sarkozy en kan dus getoetst worden, met de tweede betreden we onmiddellijk het domein van de fantasie en is ‘waar’ of ‘onwaar’ niet meer van toepassing.

Dialect en liefde

‘Wat zijn dat nu voor mensen die in Amsterdam een cursus Gronings doen?’ vroeg ik gisterenmiddag aan Jan die de afgelopen jaren dat soort cursussen gegeven heeft. ‘De meeste hebben Groningse wortels,’ zei hij. ‘Ze komen er zelf vandaan, of ze gaan er in ieder geval ieder jaar met vakantie. Maar niet iedereen.’
Lees verder >>

Omgekeerde taalverloedering

Het leuke van iedere dag een stukje schrijven in Neder-L is dat ik af en toe een vraag krijg van Hans. Hij is gepensioneerd en geeft in zijn vrije tijd Nederlandse les aan immigranten. Ik vind dat nobel werk, maar ik begin na een aantal van zijn mails ook wel in te zien wat de aardigheid ervan is: je kunt zoveel leren door je eigen taal te bezien met de ogen en oren van een volwassen anderstalige.

Gisteren kreeg ik bijvoorbeeld weer zo’n vraag van Hans (‘eigenlijk zou ik dat zelf moeten/kunnen beantwoorden, desnoods met een woordenboek’).

Het schijnt me leuk om…
Het lijkt me leuk om…..

Je zegt meestal “het lijkt me leuk om…”
Zijn schijnen en lijken dan toch niet geheel synoniem? Waarin ligt het verschil?

Lees verder >>

Een taalvernieler in het woordenboek

In mijn ideale wereld zou er iedere dag een boekje verschijnen als Zolang de lijm niet loslaat van Ton den Boon: een schitterend uitgegeven boekje met indrukwekkende illustraties en een goed geschreven essay waarin in detail wordt gepeuterd aan de taal van één dichter. De ondertitel van het boekje is Invloeden van Lucebert op de Nederlandse taalschat.

Den Boon is uitgever én hoofdredacteur van Van Dale én kunstverzamelaar — in de ideale wereld zou ik dat ook allemaal zijn. Lees verder >>

Vijf video’s over taalwetenschap

Op videowebsites zoals YouTube verschijnen de laatste tijd steeds meer Nederlandstalige video’s waarin een taalkundig onderwerp op een toegankelijke manier wordt uitgelegd. Omdat het vandaag een soort vrijdag is, heb ik vijf aardige voorbeelden uitgezocht. Ik heb daarbij gekozen voor een aantal verschillende genres, van huisgemaakte filmpjes tot video’s die door PR-afdelingen van de universiteit zijn geproduceerd, en van vragen van kinderen tot universitaire colleges:

1. Vragen aan de taalwetenschap Lees verder >>

Zoniet

“Wij worden bij de verkiezingen op 12 september de grootste partij”, zei Geert Wilders dit weekeinde, “zoniet een van de grootste.”

Dat vond ik een opvallende uitspraak, in ieder geval naar de vorm. Ik zou zelf zeggen “Wij worden een van de grootste partijen, zoniet de grootste”. Zoniet X betekent voor mij in dit geval ‘als X dan niet het geval mocht zijn’. Als iemand zegt ‘Y, zoniet X’, begrijp ik dat als: X is groter dan Y. Bij Wilders is dat andersom.

Een google-actie bevestigt dat. Zoeken op “zo niet een van de grootste” levert vooral allerlei artikelen op over Wilders, maar ook vindplaatsen als:

– Het dorp werd opgebouwd en is een van de grotere, zo niet een van de grootste, badplaatsen geworden. (GsTravel.nl)

Hier is ‘één van de grootste’ dus de overtreffende trap van ‘de grotere’.

De constructie waaraan ik de voorkeur zou geven komt ook veel vaker voor op het internet: Lees verder >>

Okselhuid

Het woord van deze week voor mij was okselhuid. Ik had het nog nooit gehoord en ineens dook het overal om me heen op. Nivea heeft kennelijk een middeltje ontwikkeld waarmee we eindelijk eens aandacht kunnen besteden aan dat deel van het lichaam dat tot nu toe zo karig bedeeld bleef in onze lichaamsverzorging.

Op het eerste gehoor is het een van de onsmakelijkste woorden sinds okselfris. Lees verder >>

Roetstrookjes

Voor het meinummer van Onze Taal heb ik een artikel geschreven over Jac. van Ginneken (1877-1945), de kleurrijkste Nederlandse taalwetenschapper ooit. Ik heb vaker over Van Ginneken gepubliceerd, bijvoorbeeld in het boek Fonologie. Uitnodiging tot de klankleer van het Nederlands dat ik in 2002 samen met Jan Kooij publiceerde (dat stukje staat hier).

Maar ik ben nog lang niet klaar met oom Jac. Lees verder >>

Geen dubbele ontkenning

Dubbele ontkenningen zijn interessant, er zijn diverse talen die dubbele ontkenningen gewoon als enkele ontkenning gebruiken. Dit is onlogisch, omdat iedereen weet dat min maal min gelijk is aan plus. ‘Het is niet onlogisch’ betekent ‘het is logisch’, de twee ontkenningen kun je tegen elkaar wegstrepen. Maar ja, grammatica houdt zich niet altijd aan de logica.

In het Middelnederlands had de dubbele ontkenning de betekenis van de enkele, zinnen met ‘en…niet’ betekenen gewoon ‘niet’. Zoals dit voorbeeld uit het Gruuthuse-manuscript:
Lees verder >>

Plaatjes kijken

Ik gebruik Google Images wel eens als vertaalcomputer. Als ik in een buitenlandse tekst een woord tegenkom dat ik niet goed begrijp, bekijk ik even de plaatjes.

Ook voor Nederlandse termen die voor mij nieuw zijn doe ik het wel eens. Niet dat het altijd helpt: mij wordt bijvoorbeeld niet duidelijk wat voor kleur appelblauwzeegroen nu precies is — je zou denken dat het een precieze term is, die een nauwkeurige graad ergens tussen blauw en groen geeft, maar zo te zien kan alles wat maar ergens tussen die twee uitersten zit zo genoemd worden.

Bij andere termen heeft Google juist veel te precieze associaties. Zo zijn lippen kennelijk alleen vrouwenlippen, en vrijwel altijd voorzien van lippenstift, zoals ook ogen kennelijk overwegend aan vrouwen toebehoren (armen horen daarentegen weer overwegend toe aan mannen).

Lees verder >>

Er is de bordewisser

Het nieuwe nummer van Nederlandse Taalkunde (2012-1) paste bijna niet in de brievenbus en staat weer boordevol van alles waarvan wij op de NederL-burelen smullen, zoals een artikel waarin Henk Verkuyl laat zien dat niemand het Nederlandse systeem van werkwoordstijden beter begrepen heeft dan L.A. te Winkel in een artikel uit 1857 en een onderzoek van Evie Coussé en Albert Oosterhof naar voltooid deelwoorden die gebruikt worden als bevel (opgerot! ingerukt! niet getreurd!). Maar het meest hebben we gesmuld van een artikel van Frank Drijkoningen over een nieuw verschil tussen onbepaalde en bepaalde lidwoorden. Lees verder >>

Lindes lijst

Eerder deze week nam Linde van den Bosch afscheid als Algemeen Secretaris vam de Nederlandse Taalunie. Sinds 2004 was ze de hoogste ambtenaar in dit Vlaams/Nederlands/Surinaams overheidsorgaan dat al net beleid op het gebied van de Nederlandse taal en literatuur beheert: van subsidie voor docenten aan buitenlandse universiteiten tot geld voor toegepast onderzoek naar taaltechnologie; van het Groene Boekje tot de Prijs der Nederlandse Letteren.

In haar toespraak gaf Van den Bosch een lijst van belangrijke taalpolitieke onderwerpen voor de komende jaren. Dat lijkt mij een goede lijst, met precies de kwesties waar wij als taalgemeenschap over zouden moeten discussiëren:

Lees verder >>

Lepels en vorken

Je kunt de dingen beter begrijpen dan ze uit je hoofd te leren. Een lezing op het congres over Germaanse talen waar ik dezer dagen ben, ging over hoe je het beste aan Amerikaanse studenten kunt uitleggen hoe ze een Nederlands woord in het meervoud moeten zetten. Het probleem voor buitenlanders is dat het Nederlands twee veelvoorkomende manieren heeft om een meervoud te maken: met de uitgang –s (lepels) en met de uitgang -en (vorken).

De twee uitgangen gaan zo’n beetje gelijk op en de meeste leraren Nederlands blijken hun studenten niet veel meer te bieden te hebben dan het advies om het allemaal uit hun hoofd te leren. Taalkundigen hebben echter ontdekt dat er achter die chaos in ieder geval wel een gedeeltelijke systematiek zit.
Lees verder >>

Vij

Gedoe in Zweden: de gezaghebbende encyclopedie NE.se heeft een lemma opgenomen voor het ‘sekse-neutrale’ persoonlijk voornaamwood hen. Is dat nu een goed idee of niet?

In ieder geval geeft de taalgeschiedenis een degelijke poging weinig kans van slagen. Het kunstmatig en van hogerhand introduceren van nieuwe woorden is toch al bijna altijd tot mislukken gedoemd en dat geldt al helemaal als het woorden betreft die zo dicht tegen de grammatica aanzitten. Ook de roemruchte Academie Française is het bijna nooit echt gelukt een voorgesteld woord ingang te doen vinden in de Franse taalgemeenschap. Een paar jaar geleden stelde ze voor dat naar een vrouwelijke minister met een mannelijk lidwoord verwezen moest worden (le ministre), omdat het gaat om de functie en niet om de mens die de functie bekleedt. Maar zelfs de Franse overheid gebruikt la ministre.

Lees verder >>

Schaduwbingo

Ik weet een fijn gezelschapsspel voor tijdens de komende verkiezingscampagne: we gaan tellen hoe vaak politici zeggen dat ze over hun eigen schaduw stappen of springen. De uitdrukking speelt al een tijdje een rol in het politieke taalgebruik (zie bijvoorbeeld dit stukje op de website van HP/De Tijd van bijna twee jaar geleden), maar de afgelopen dagen hoorde ik hem gebruikt worden door in ieder geval de fractieleiders van de VVD, de PVV en het CDA in de Tweede Kamer. Lees verder >>

De nalatenschap van Harmen Siezen

Door Marc van Oostendorp

Toen enkele weken geleden bekend werd dat het journaal voortaan ‘richting spreektaal’ zou ‘opschuiven’, bleef het opvallend stil in Nederland. Terwijl dit misschien weleens een van de belangrijkste taalgebeurtenissen van 2012 zal blijken te zijn, een teken van een ingrijpende, langdurige verandering van onze opvatting over taal. Jan Kuitenbrouwer mopperde in de NRC, maar dat ging uiteindelijk meer over het beleid van de publieke omroep. Taalschrift, het elektronische tijdschrift van de Taalunie, plaatste gisteren een schreeuwerig stukje van de Vlaamse columnist Patrick De Witte, dat vooral opvalt door het volstrekte gebrek aan argumenten en de voorkeur voor bizarre beeldspraak. Maar serieuze aandacht voor de kwestie is er bij mijn weten tot nu toe niet geweest. Lees verder >>

Waarom twittert Geert Wilders nooit over roze koeken?

Gisteren was het de dag van zeg mij welke woorden u gebruikt en ik zeg u wie u bent in NRC Handelsblad. Marjolijn Februari fantaseerde in haar wekelijkse column over de mogelijkheid om haar bijdragen door een computer te laten schrijven:

Een pakket software dat wekelijks op deze plek een politieke analyse genereert door tamelijk willekeurig een aantal zinnen achter elkaar te plakken. Op verzoek van de redacteur heeft de programmeur een vocabulaire gekozen waarin deftige woorden als ‘rechtsstaat’ en ‘liberalisme’ centraal staan, maar hij heeft er ‘roze koeken’ aan toegevoegd, opdat u het gevoel krijgt dat dit warm, levend proza is.

Op de achterpagina komt Ewoud Sanders terug op de opmerking van Mark Rutte over de volgende tweet van Geert Wilders:

Lees verder >>

Topsectoren

Wordt het Nederlands bedreigd door het Engels? Er zijn weinig tekenen die er concreet op wijzen, maar tegelijkertijd wordt de kwestie ook niet onderzocht. We maken onmiskenbaar een interessante tijd mee, met een internationale taal die langzaam maar zeker een steeds steviger positie inneemt in sommige deelgebieden van het leven. Dat gebeurt nagenoeg onopgemerkt, in ieder geval door de wetenschap. Je zou misschien denken dat zo’n interessante en ingrijpende gebeurtenis heel precies in kaart wordt gebracht, maar dat is in het geheel niet het geval.
Lees verder >>